direct naar inhoud van 5.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan
vastgesteld
NL.IMRO.1731.Zuidmaten-BVV1

5.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de toekomstige gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. Bij een beheersverordening moet het bestaande gebruik worden geregeld. De vraag rijst dan wat bestaand gebruik is. In de Handreiking Beheersverordening van de Vereniging Nederlandse gemeenten (VNG) is onder meer aangegeven dat het begrip 'bestaand' op twee manieren kan worden gedefinieerd. Gebruik in 'enge zin' is het gebruik dat feitelijk bestaand is op het moment van het vaststellen van de beheersverordening. Dit geldt zowel voor het gebruik zowel van gronden als van de aanwezige bouwwerken. Gebruik in 'ruime zin' gaat uit van het vigerende bestemmingsplan en van verleende omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken.

De VNG adviseert bij een keuze voor een beheersverordening uit te gaan van de 'ruime' definitie 'gebruik in ruime zin'. Daarbij wordt als basis het vigerend bestemmingsplan gekozen. De gemeente Midden-Drenthe gaat hierin mee. Het vigerende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.3) betreft echter een erg oud plan (1959), en de destijds gehanteerde bestemmingsystematiek voldoet niet meer aan de huidige ruimtelijke ordeningspraktijk (geen zonering en maximale bouwhoogten). Gelet hierop wordt in onderhavige beheersverordening een vertaalslag gemaakt van de vigerende planologische gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden naar een systematiek die recht doet aan de bestaande situatie, maar ook voldoet aan de thans geldende eisen op het gebied van een goede ruimtelijke ordening.