direct naar inhoud van 4.5 Externe veiligheid
vastgesteld
NL.IMRO.1731.BVetpWYS-VST1

4.5 Externe veiligheid

Externe veiligheid omvat het beheersen van de risico's voor de omgeving door de productie, de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen (binnen bedrijven) en door het transport van gevaarlijke stoffen (via wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen). De externe veiligheidsrisico's worden enerzijds bepaald door de mogelijke effecten die een calamiteit met gevaarlijke stoffen kan hebben en anderzijds door de kans dat een calamiteit optreedt.

Door Aveco de Bondt is op 3 december 2012 een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd (zie bijlage 3). In dit onderzoek zijn de risicobronnen geïnventariseerd, zoals relevante transportroutes (weg, spoor en buisleidingen) en locaties met opslag en/of verwerking van gevaarlijke stoffen (Bevi- bedrijven). De invloed van het plangebied op de risicobronnen of het groepsrisico, danwel het effect van de geïnventariseerde risicobronnen op het plangebied is besproken. Daarnaast zijn de geldende en toekomstige wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid beschreven.

4.5.1 Risicobronnen

De bestaande relevante risicobronnen volgens de risicokaart zijn:

  • 1. Vervoer van gevaarlijke stoffen door hogedruk aardgasleidingen;
  • 2. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor;
  • 3. Opslag van Propaan:
    • a. Camping de Otterberg, bovengrondse propaantank 3.000 liter;
    • b. Kros opleidingen, bovengrondse propaantank 5.000 liter.

Naast de risico's van de risicokaart zijn de volgende risicovolle activiteiten van belang:

  • 4. Vervoer van gevaarlijks stoffen over de weg;
  • 5. Hoogspanningtracé;
  • 6. Toekomstige vestiging van Bevi inrichtingen.
4.5.2 Buisleidingen

Ten noordwesten van het plangebied ligt een leidingentracé van de Gasunie. Om het PR en het GR langs de buisleidingen te kunnen beoordelen zijn berekeningen uitgevoerd. Gezien de actualiserende aard van de beheersverordening kan deze berekening worden gezien als een nul meting.

Uit het onderzoek blijkt dat het groepsrisico zeer gering is en er geen relevant risico uitgaat van de buisleidingen. Een nadere verantwoording van het risico is dan ook niet zinvol.

4.5.3 Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor

Uit het onderzoek blijkt dat de spoorlijn de volgende voorwaarden aan de inhoud van de regels en de verbeelding van de beheersverordening voor wat betreft externe veiligheid stelt:

  • Geen nieuwe kwetsbare objecten binnen de veiligheidszones van het spoor. Dit is in deze beheersverordening niet mogelijk, aangezien de veiligheidszones binnen de bestemming spoor ligt.
  • Binnen het plasbrandaandachtsgebied, PAG (30 meter aan weerszijden) staat het gemeentelijk beleid geen nieuwe kwetsbare objecten toe. Langs het spoor ligt een groenstrook die realisatie van nieuwe bebouwing niet mogelijk maakt. De PAG wordt derhalve niet opgenomen op de verbeelding.
4.5.4 Opslag van propaan in tanks

Voor de opslag van propaan is aangesloten bij de begrenzing uit het Besluit voorzieningen en installaties. Op grond van bijlage 1 categorie 2.7 onder f van het Besluit omgevingsrecht, vallen inrichtingen onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit zolang het propaan uitsluitend in gasfase aan de tank wordt onttrokken. Daarnaast mogen er maximaal 2 propaantanks binnen de inrichting aanwezig zijn waarbij de individuele tanks geen inhoud van meer dan 13.000 liter mogen hebben. Als hier niet aan voldaan wordt, is er alsnog sprake van vergunningplicht.

In het plangebied zijn twee propaantanks aanwezig. Beide tanks hebben een risicocontour. Deze contour ligt binnen de grenzen van de inrichting waardoor er geen effect is op de omliggende functies.

4.5.5 Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg

In het gemeentelijk beleid is een opsomming gemaakt van wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Geen van de omliggende wegen komt hierin voor. Daarmee wordt gesteld dat langs en binnen het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.

4.5.6 Hoogspanning

Binnen het plangebied loopt een combinatie leiding van een 220KV en een 110KV hoogspanningstracé. In het kader van veiligheid heeft VROM in 2005 een beleidsnotitie naar voren gebracht waarin een beleidsleidraad voor voorgelegd ten behoeve de omgang met hoogspanningsleidingen. Hierin wordt hoofdzakelijk ingegaan op het wel of niet toestaan van gevoelige functies binnen de 0,4 Tesla contour van een hoogspanningsleiding. Het advies luidt hierbinnen geen gevoelige functies toe te staan. Op de website van het RIVM zijn alle hoofdleidingen in Nederland voorzien van een indicatieve contour. De hoogspanningsleiding binnen het plangebied is hierin ook opgenomen met een vrijwaringzone van 45 meter. Binnen deze zone worden geen gevoelige functies toegestaan.

4.5.7 Bevi bedrijven

Sinds oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van kracht. In het Bevi zijn de risiconormen voor bedrijven die gevaarlijke stoffen vervoeren en/of bewerken opgenomen.

In het plangebied is vestiging van Bevi inrichtingen op grond van het vigerend bestemmingsplan toegestaan.

4.5.8 Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspect externe veiligheid de uitvoerbaarheid van deze beheersverordening niet belemmerd, mits rekening wordt gehouden met de onderstaande punten:

  • 1. Vervoer van gevaarlijke stoffen door hogedruk aardgasleidingen:
    • a. De PR 10-6 ligt voor de buisleiding die door het plangebied loopt op de leiding. Hiervoor wordt derhalve geen ruimtelijke beperking opgenomen. Ter bescherming van de buisleiding dient wel een strook van 5 meter aan weers zijde van de buisleiding te worden opgenomen. Hierbinnen geldt beperking aan grond verstorende activiteiten.
    • b. Het groepsrisico is laag en stelt geen nadere eisen aan de ruimtelijke inrichting.
  • 2. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor:
    • a. PAG wordt opgenomen op de verbeelding. Dit heeft echter geen effect op de ontwikkelingsmogelijkheden aangezien de zone van 30 meter reeds bestaat uit een groenstrook. Binnen het plasbrandaandachtsgebied (PAG van 30 m aan weerszijden) zijn geen kwetsbare objecten toegestaan.
    • b. Het GR- en PR-risico blijven door de actualisatie gelijk. Op basis van het Basisnet tabellen uit de cRNVGS blijkt er geen PR knelpunt.
  • 3. Opslag van Propaan:
    • a. Voor zowel Camping de Otterberg alsmede Kros opleidingen ligt de veiligheidscontour binnen de inrichtingsgrens. De risicocontour vormt daarmee geen beperking op de omliggende functies.
  • 4. Vervoer van gevaarlijks stoffen over de weg;
    • a. In en rondom het plangebied worden geen gevaarlijke stoffen vervoerd over de weg.
  • 5. Hoogspanningstracé:
    • a. Aan weerszijde van het hoogspanningstracé wordt een zakelijkrechtsstrook van 25 meter (aan weers zijden) opgenomen. Tevens worden er kaders gesteld aan de bebouwingsmogelijkheden.
  • 6. Toekomstige vestiging van Bevi inrichtingen:
    • a. Bevi inrichtingen worden conform het vigerend bestemmingsplan toegepast in de beheersverordening.