| vastgesteld |
| NL.IMRO.1731.BVetpWYS-VST1 |
De Wet geluidhinder geeft de normen voor industrielawaai (op een geluidsgezoneerd industrieterrein), wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai. Binnen de zones van industrieterreinen, wegen en spoorwegen dient bij het realiseren van geluidsgevoelige bestemmingen of bij het ontwikkelen van industrieterreinen, wegen en spoorwegen een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden.
Ten behoeve van de beheersverordening heeft Aveco de Bondt een quickscan verricht naar zones rond het bedrijventerrein (industrieterrein) ETP-MERA en rond (spoor)wegen. Deze quickscan is opgenomen in bijlage 2.
Het bedrijventerrein biedt de mogelijkheid voor de vestiging van grote lawaaimakers zoals bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder. Categorieën inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken zijn opgenomen in het Besluit omgevingsrecht, bijlage 1 onderdeel D. Conform de Wet is het industrieterrein gezoneerd. De zone is vastgelegd in de vigerende bestemmingsplannen van het plangebied en in de omliggende bestemmingsplannen.
De gronden waar grote lawaaimakers zich mogen vestigen betreft het industrieterrein. Het gebied buiten het industrieterrein en binnen de contour rondom het industrieterrein waar alle inrichtingen cumulatief een geluidbelasting van ten hoogste 50 dB(A) mogen hebben, wordt de geluidzone genoemd. De vastgestelde 50 dB(A) geluidcontour betreft de zonegrens.
Op het industrieterrein is het planologisch/ vanuit milieuhygiënische overwegingen niet wenselijk (bedrijfs)woningen te vestigen. Op het industrieterrein zijn er voor woningen, of andere geluidgevoelige bestemmingen, geen grenzen voor toelaatbare geluidbelastingen.
In de Wet geluidhinder wordt beschreven dat alle wegen een zone hebben, uitgezonderd een aantal situaties waaronder wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur. De zone is een gebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. De breedte van de zone, aan weerszijde van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (binnenstedelijk of buitenstedelijk).
De wegen van het bedrijventerrein en de wegen in de nabijheid van het bedrijventerrein betreffen alle buitenstedelijke wegen met 1 of 2 rijstroken. De zonebreedte van deze wegen bedraagt derhalve 250 meter aan weerzijden van de weg. Bij de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen in de zone van deze wegen dient de geluidbelasting getoetst te worden aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelastingen. In het plangebied worden geen geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt.
Voor spoorwegen die zijn opgenomen op de geluidplafondkaart of op de zonekaart is de Wet geluidhinder van toepassing. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond of zoals opgenomen op de zonekaart.
Het plangebied grenst aan het spoortraject Zwolle – Groningen. Dit traject is opgenomen op de geluidplafondkaart. Wanneer woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen in een zone van dit spoortraject worden gevestigd is een onderzoek naar de optredende geluidbelastingen noodzakelijk. Het geluidproductieplafond bedraagt ca. 67 dB op de referentiepunten, hiermee bedraagt de zonebreedte 600 meter. De aftakking van het spoor binnen het plangebied is niet opgenomen op de geluidplafondkaart of op de zonekaart. In het kader van de Wet geluidhinder hoeft dit traject niet getoetst te worden.
De beheersverordening is getoetst aan de Wet geluidhinder. Binnen het plangebied worden geen nieuwe woon- of andere geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. De beheersverordening betreft geen aanpassing van de omvang van het industrieterrein of de geluidemissie hiervan. De onderdelen van de Wet geluidhinder behoeven derhalve niet getoetst te worden.