| Plan: | Leemskuilen 21A Bladel |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1728.BPB1028Leemsk21A-VAST |
Beleid
StructuurvisiePlus 2004
De kern van de StructuurvisiePlus wordt gevormd door een Duurzaam Ruimtelijk Structuurbeeld, dat is opgesteld volgens de zogenaamde lagenbenadering (2004). Vanuit de analyse is een structuurkaart opgesteld. De stedelijke hoofdstructuur bestaat uit de woongebieden, bedrijventerreinen en voorzieningenclusters in en rond de kernen Bladel en Hapert, parallel aan de N284. De bebouwingskernen Bladel, Hapert, Netersel, Casteren en Hoogeloon zijn concentratiegebieden voor wonen, werken, winkelen en recreëren. Voor nieuwe bebouwing wordt in eerste instantie gezocht naar mogelijkheden in het bestaand stedelijk gebied.
Strategie in het DRS ten aanzien van de bedrijventerreinen is grootschalige bedrijven waar mogelijk te verplaatsen richting het regionale bedrijventerrein zodat zij weer plaats maken voor (her)vestiging van kleinere bedrijven. Daarbij blijft de ontwikkeling van kleine en middelgrote industriële bedrijvigheid zoveel mogelijk beperkt tot de kernen Bladel en Hapert. Bedrijvigheid binnen of tegen de komgrenzen is beperkt voor kleine lokale bedrijvigheid mits geen aantasting van het dorp plaatsvindt. Het streven naar inbreiden, herstructureren en intensiveren heeft geleid tot een convenant tussen gemeente en provincie.
Dorpenplan
Ontwikkelingen in de gemeente Bladel worden uitgewerkt binnen de kaders van het 'Dorpenplan'. In het Dorpenplan geeft de gemeente een visie op de kernen welke richting geeft aan de toekomstige ontwikkeling ervan. Voor de kern Bladel zijn de gebiedstypen centrumgebied, centrumperiferie, historische linten, oudere dorpsuitbreidingen, jongere dorpsuitbreidingen en wonen in het bos onderscheiden.
Actualisatie StructuurvisiePlus; deel A Ruimtelijk casco
In de Actualisatie StructuurvisiePlus deel A Ruimtelijk casco is vernieuwd beleid op het vlak van ruimtelijke ordening geformuleerd in de vorm van een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Deel A Ruimtelijk casco is vastgesteld op 22 mei 2008.
In de visie op kernenniveau is aangegeven dat waar mogelijk, bestaande grootschalige bedrijven worden verplaatst naar het toekomstige regionale bedrijventerrein. Dit biedt binnen de kernen plaats voor woningbouw, voorzieningen of startende bedrijven. Detailhandel dient een plek te krijgen in een geconcentreerd gebied in het centrum van Bladel. De gemeente stelt de grenzen hiervan vast en herziet deze periodiek op basis van de marktkansen.
Leefomgevingsplan 2005-2030
Het 'Leefomgevingsplan 2005-2030' geeft het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de gemeente. Het doel van het Leefomgevingsplan is het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving van de gemeente Bladel, zodat burgers, ondernemers en gebruikers er graag willen wonen, werken en/of verblijven, nu en in de toekomst.
Het Leefomgevingsplan geeft de kaders aan waarbinnen zich het toekomstige gemeentelijke beleid dient te ontwikkelen. Hierbij wordt aangetekend dat het plan gezien moet worden als een groeimodel waar nieuwe onderdelen aan kunnen worden toegevoegd. Door de diverse beleidsonderdelen goed op elkaar af te stemmen ontstaat een evenwichtige opbouw van de maatregelen en de aanpak die nodig is om de leefkwaliteit te verbeteren. Tevens is daarmee een goede afstemming en de integratie van de diverse beleidsonderdelen gewaarborgd. Het streven naar een duurzame ontwikkeling staat hierbij centraal om de leefbaarheid ook op de lange termijn zeker te stellen.
Toekomstvisie Leven in de gemeente Bladel in 2030
De Toekomstvisie Leven in de gemeente Bladel 2030 heeft als titel 'Economisch hart van de Kempen'. De visie geeft inzicht in de ontwikkeling die de gemeente moet doormaken om evenwichtig en doordacht besturen mogelijk te maken en borduurt voort op het Leefomgevingsplan. Het is een toetsingskader voor nieuw op te stellen beleid.
In 2030 is de gemeente Bladel het economisch hart van de Kempen. De gemeente zet actief in op het stimuleren van de lokale en regionale economie met als grootste speler de industrie. Met de komst van het KBP in de kern Hapert, vormen de kernen Hapert en Bladel een belangrijke regionale clustering van de industrie langs de provinciale weg. Het Kempisch Bedrijvenpark vormt samen met de bestaande bedrijventerreinen De Sleutel en Hapert de plek voor vestiging van (grootschalige) bedrijvigheid in de gemeente.
Bladel manifesteert zich als kern waar het prettig wonen is met alle voorzieningen bij de hand en als funshopping centrum van de regio.
Structuurvisie Leemskuilen
In de Structuurvisie Leemskuilen is een toekomstig structuurbeeld opgenomen. De volgende uitgangspunten zijn bepalend geweest voor het structuurbeeld.
Gemeentelijk woonbeleid: Meer dan alleen een dak boven je hoofd
Het beleid onder de titel 'Meer dan alleen een dak boven je hoofd' (mei 2001) bevat een uitwerking van de kernopgaven op woningbouwgebied.
Duurzaam en aanpasbaar bouwen
Duurzaam Bouwen (DuBo) staat voor bouwen met zorg voor het milieu en de gezondheid. Hiervoor is het ‘Convenant Duurzaam Bouwen Regio Eindhoven’ ondertekend en is gekozen het zogenaamde Basispakket Duurzaam Bouwen toe te passen. Dit pakket bestaat uit 26 verplichte maatregelen en 46 maatregelen die worden aanbevolen voor elk nieuw te bouwen of te verbouwen woning.
Wanneer een bouwaanvraag wordt ingediend ontvangt de aanvrager een checklist Duurzaam Bouwen en worden met hem de DuBo maatregelen besproken. Naar verwachting zullen de maatregelen in de nabije toekomst worden vastgelegd in het Bouwbesluit waardoor deze ook een wettelijk karakter krijgen.
Detailhandel en consumentgerichte voorzieningen
In een kern als Bladel is met name de functie van boodschappencentrum van belang. Daarnaast moet gedacht worden aan een aanbod van niet-dagelijkse artikelen. De detailhandelsvestigingen zijn voornamelijk in het centrum van Bladel gesitueerd. De gemeente Bladel voert ten aanzien van winkelvoorzieningen een concentratiebeleid. Bestaande winkels buiten het centrum van Bladel wordt nog beperkte uitbreidingsmogelijkheid geboden. Verder wordt er 'pas op de plaats' gemaakt, er bestaan geen nieuwvestigingsmogelijkheden. Dit beleid richt zich met name op detailhandel die op locaties in het centrum kunnen worden gesitueerd.
Aan de Rondweg staan verschillende detailhandelsvestigingen in de volumineuze sector. Deze locatie is hiervoor uitermate geschikt vanwege de zichtlocatie aan de Rondweg. Op deze plek kan zich detailhandel vestigen die zodanige bijzondere vestigingseisen kent in verband met de aard en de omvang van de goederen (bijvoorbeeld een groot oppervlakte van minimaal 1.000 m² verkoopvloeroppervlak per detailhandelsvestiging) dat deze zich niet altijd in winkelconcentratiegebieden kan vestigen of niet meer gevestigd kan blijven. Het gaat dan om detailhandelsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit zich in één van de volgende branches bevindt:
Door middel van concentratie van de volumineuze detailhandel binnen deze zone kan een kwalitatieve versterking van het aanbod plaatsvinden. De gemeente neemt in de beoordeling van plannen steeds de marktsituatie in ogenschouw.
Bestemming vrijkomende locatie Transportbedrijf Van der Heijden, Leemskuilen 21a te Bladel in relatie met omliggend gebied
De gemeenteraad heeft op 29 april 2010 unaniem besloten in te stemmen met het voorgelegde voorstel. Dit bestond uit de volgende onderdelen.
Toetsing
Invulling wordt gegeven aan het gemeentelijk beleid dat voorziet in verplaatsing van grootschalige bedrijven naar een regionaal bedrijventerrein. Hierdoor wordt plaats geboden voor (her)vestiging van kleinere bedrijven. Voorts wordt met de ontwikkeling voortgebouwd op de visie voor het gebied Leemskuilen, waarbij ook rekening wordt gehouden met ervaringen uit het verleden bij planuitwerking in de omgeving en de huidige marktsituatie.
De combinatie bestaande uit nieuwe kleinschalige bedrijvigheid, volumineuze detailhandel en een beperkt aantal, individuele woningbouw biedt het meest perspectief: een zorgvuldiger en intensiever gebruikte locatie met meer ruimtelijke kwaliteit, kleinschaligheid en keuzemogelijkheden voor initiatiefnemers (bedrijvigheid, bewoners). Hiermee wordt invulling gegeven aan het raadsbesluit.
Daarnaast wordt voortgebouwd op de situering van volumineuze detailhandel aan de Rondweg. Een uitzondering hierop vormt de bouwmarkt. Deze pdv-formule is ter plaatse niet gewenst.
In dit concept is ook een detailhandelsvestiging in witgoed toelaatbaar. Gezien de producten, de omvang van de beoogde vestiging en de ligging van de locatie, is die detailhandelsvorm op de bedoelde locatie aanvaardbaar en gewenst. Qua beeldvorming is dit zoals hiervoor aangegeven, gewenst (aanzienlijk betere uitstraling van de locatie) en ook wat betreft bereikbaarheid heeft de locatie in de zone van de Rondweg de voorkeur evenals de aanvulling die hiermee wordt bereikt op het centrumgebied. Toevoeging van dergelijke detailhandelsvestigingen zorgt voor koopkrachttoevloeiing, aangezien dergelijke zaken een klantenbestand vanuit de regio genereren. Gelet op de recente en huidige ontwikkelingen in het centrum van Bladel (Marktstaete, De Smis), resulteert het gevoerde gemeentelijk beleid in een versterking van de positie van Bladel als economisch hart. Dit project draagt hieraan bij.
Voor de pdv-vestigingen worden oppervlaktematen opgenomen om ervoor te zorgen dat het relatief grote winkels zijn (groter dan 1.000 m2). Voor de witgoedzaak worden nog meer specifieke regels opgenomen. Dergelijke zaken verkopen ook accessoires. In de regeling wordt de oppervlakte hiervan begrensd tot 100 m2.
De verplaatsing en uitbreiding van de winkel is ingegeven door ontwikkelingen in de branche bruin- en witgoed. Enerzijds is sprake van toenemende concurrentie van internetverkoop: in witgoed, huishoudelijke en keukenapparatuur verloopt al bijna een kwart van de aankopen via internet (Multichannelmonitor, HDB 2011). Anderzijds neemt de concurrentie van de elektronicawarenhuizen, zoals MediaMarkt en BCC, verder toe. De initiatiefnemer reageert op deze ontwikkelingen door een ruim assortiment aantrekkelijk te presenteren in een relatief grote winkel op een goed bereikbare locatie.
Grootschalige witgoedzaken worden door consumenten doelgericht bezocht. Consumenten zijn daarbij doorgaans op zoek naar één of een beperkt aantal producten, bijvoorbeeld een nieuwe wasmachine. In de zoektocht naar een grote keuzemogelijkheid onder-één-dak is deze bereid een behoorlijke afstand af te leggen. Dit blijkt ook uit de huidige klantenherkomst van de winkel van Verhagen, waarbij bijna de helft van de aankopen wordt gedaan door consumenten van buiten de gemeentes Bladel en Reusel-De Mierden. Vanwege dit koopgedrag ondervinden lokale witgoedzaken veel concurrentie van de elektronicawarenhuizen in de omliggende steden. Uit het Regionaal koopstromenonderzoek SRE (samenwerkingsverband Regio Eindhoven; Tabellenboek, 21 juli 2009) blijkt dat het centrum van Eindhoven 25,2% van de bestedingen van inwoners van de gemeente Bladel aan bruin- en witgoed aantrekt ('aan zich bindt').
De laatste jaren is de gemiddelde winkelvloeroppervlakte op landelijk niveau sterk toegenomen: in 2005 246 m2 en in 2012 307 m2. Het aantal winkels is afgenomen van 2.550 winkels in 2006 naar 1.910 wnkels in 2012. In woonplaatsen met een omvang zoals Bladel is de afname 25%. Deze cijfers zijn afgeleid uit het Dossier Wit- en bruingoedzaken (HBD, 2013). Daaruit volgt een tendens naar schaalvergroting van zaken in de wit- en bruingoedbranche.
De huidige witgoedwinkels in de gemeente Bladel en in de buurgemeenten zijn niet groter dan 250 m2 winkelvloeroppervlak (Locatus, maart 2013). De beoogde relatief grote zaak aan de Leemskuilen is daarmee een complementaire toevoeging aan de detailhandelsstructuur. Met de beoogde omvang vormt deze witgoedzaak een alternatieve aankooplocatie voor de consumenten uit de regio die nu de grootschalige elektronicawarenhuizen in de steden bezoeken. De eventuele groei van de omzet komt daarom voort van consumenten uit een gebied in de omgeving van Bladel. Dit blijkt uit de afstand die klanten willen afleggen (25 km naar Eindhoven) en het klantenherkomstbestand van de onderneming zelf.
In het centrum van Bladel zijn twee winkels uit de branche bruin- en witgoed gevestigd: een witgoedzaak en een winkel in telecomapparatuur (Locatus, maart 2013). Deze winkels weten op service te concurreren met de grootschalige concurrenten. Daarnaast biedt een locatie in het centrumgebied juist specifieke mogelijkheden om passanten tot (impuls)aankopen te verleiden. In deze concurrentiepositie komen geen wezenlijke veranderingen als de beoogde vestiging van Verhagen wordt uitgebreid en over een afstand van circa 5 km wordt verplaatst naar de locatie aan de Leemskuilen.
Het bovenstaande maakt dat het onwaarschijnlijk is dat de beoogde ontwikkeling effect heeft op de detailhandelsstructuur in Bladel en omgeving. Van een onaanvaardbare toename van de leegstand in dit gebied is dus geen sprake. Geconcludeerd wordt dat de inwoners van het verzorgingsgebied op aanvaardbare afstand kunnen blijven voorzien in witgoedproducten en accessoires, waarbij de keuzevrijheid zelfs toeneemt.
Uit analyse van gegevens van Locatus blijkt ten aanzien van het winkelbestand het volgende. De leegstand gemeten in m2 vvo in het centrum van Bladel bedraagt 13%; daarbuiten 7%. In kernen vergelijkbaar met Bladel (circa 10.000 inwoners) omvat de leegstand een oppervlakte van 12% in centrumgebieden en 7% buiten het centrum. Hieruit blijkt dat de leegstand in Bladel niet groter is dan elders. Van een verontrustende afwijking is dan ook geen sprake, afgezien van de hedendaagse algemene marktsituatie. De oppervlakte van winkels die leegstaan is in het centrum gemiddeld 173 m2 (2.071 m2; 12 panden); en buiten het centrum 101 m2 (505 m2; 5 panden). Gemiddeld genomen zijn er geen of nauwelijks panden met een omvang van 1.000 m2 tot 1.200 m2 beschikbaar. De gemeente kiest in dit opzicht ook voor het toestaan van toevoeging van nieuwe winkelformules zodat de economische kracht van Bladel behouden blijft.
In de huidige situatie zijn in Bladel twee witgoedzaken gevestigd met een oppervlakte in totaal 280 m2 (gemiddeld 140 m2). De beoogde winkel aan de Leemskuilen is van een andere orde (1.000 m2 tot 1.200 m2), zoals in de toelichting en hiervoor ook is aangegeven.
Voorts blijkt uit vergelijking van gegevens van Locatus dat Bladel beschikt over een aanzienlijk groter winkeloppervlak in vergelijking met kernen van dezelfde grootte. In bijna alle branches wordt een hogere score bereikt. Bij bruin- en witgoed blijft Bladel enigszins achter. De vestiging van Verhagen zorgt ervoor dat ook in die branche Bladel een sterkere positie zal innemen dan verwacht. Duidelijk is dat Bladel een zeer sterke centrumfunctie vervult. De verplaatsing en modernisering van een witgoedzaak naar Bladel past daarbij. Daar komt bij dat de huidige vestiging zich reeds bevindt in het verzorgingsgebied, zoals hiervoor reeds is aangegeven. Het gaat dus niet om een algehele nieuwvestiging met een risico van een ontwrichtend effect voor de bestaande detailhandel. Naast het gegeven dat het om twee bestaande winkels gaat, is de opzet van Verhagen nadrukkelijk anders.
De bestemmingsregeling staat vestiging van detailhandel in volumineuze goederen toe: boten, caravans en tenten, grove bouwmaterialen, keukens, badkamers en sanitair, meubelen en woninginrichting. Bouwmarkten zijn uitgesloten, daarin is Bladel al voorzien. In Bladel is volgens de Locatus-gegevens 1.400 m2 winkeloppervlak aanwezig in de branche wonen (meubelen, keukens, badkamers en dergelijke). Voor een kern als Bladel kan in vergelijking met vergelijkbare kernen, een oppervlakte van 3.100 m2 worden verwacht. Er is dus nog marktruimte beschikbaar. Het bieden van vestigingsmogelijkheden voor andere branches binnen de pdv-sector zorgt evenmin voor ontwrichting van de winkelstructuur.
Op basis van het vorenstaande wordt geconstateerd dat van een duurzame ontwrichting van de detailhandelsstructuur geen sprake is. In het navolgende wordt dieper ingegaan op de overwegingen die bij de toetsing van detailhandelsontwikkeling aan het begrip duurzame ontwrichting.
Over duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau heeft de Afdeling bestuursrechtspraak recent een uitspraak gedaan (201208105/2/R3; 5 december 2012; De Zeeland, Bergen op Zoom). Daarin heeft de Afdeling het volgende overwogen.
Voor de vraag of sprake is van een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau komt geen doorslaggevende betekenis toe aan de vraag of sprake is van overaanbod in het verzorgingsgebied en een mogelijke sluiting van bestaande detailhandelsvestigingen, maar is het doorslaggevende criterium of voor de inwoners van een bepaald gebied een voldoende voorzieningenniveau blijft behouden in die zin dat zij op een aanvaardbare afstand van waar zij wonen hun dagelijkse inkopen kunnen doen. Gelet op het aan het plan ten grondslag gelegde distributieplanologisch onderzoek acht de voorzitter het niet aannemelijk dat als gevolg van de vestiging van een grootschalige supermarkt een zodanig deel van het bestaande winkelaanbod in de directe omgeving zal verdwijnen dat voor een relevant gedeelte van de inwoners van het verzorgingsgebied wezenlijke beperkingen zullen ontstaan bij het doen van hun dagelijkse inkopen.
In de uitspraak inzake het bestemmingsplan Centrum Sint-Michielsgestel 2010 geeft de Afdeling eveneens aan hoe de distributieplanologische aspecten moeten worden getoetst, waarbij duidelijk wordt vermeld welke elementen niet in de beoordeling worden meegenomen (201004925/1/R4; 16 mei 2012; gemeente Sint-Michielsgestel).
Het betoog van appellant noopt niet tot de conclusie dat, ondanks dat er enige mate van overaanbod zal zijn, het voorzieningenniveau duurzaam zal worden ontwricht. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat slechts ter beoordeling staat of de toename van de oppervlakte aan detailhandel strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In dat kader kunnen bezwaren ingegeven door concurrentievrees geen rol spelen. Evenmin kan doorslaggevend zijn of voor de voorziene detailhandelsvestiging marktruimte bestaat en of die tot mogelijke sluiting van andere detailhandelsvestigingen zal leiden.
In de twee bestemmingsplannen zijn nieuwe ontwikkelingen getoetst waarin een nieuw centrumgebied (Sint-Michielsgestel) en een nieuwe supermarkt (3.500 m2; De Zeeland) aan de orde waren. Een bezwaar tegen 100 m2 voor accessoires zal dus geen effect hebben bij de Afdeling. Voor de toevoeging van een pdv-vestiging is voldoende ruimte aanwezig. Dit blijkt uit de vergelijking met soortgelijke kernen. Sterker nog, verondersteld mag worden dat de Afdeling in de overwegingen gewicht toekent aan de toevoeging van een pdv-zaak zodat in Bladel een completer aanbod aan detailhandelsformules aanwezig is, dat er juist een groter aantal bezoekers is te verwachten. De klanten bezoeken namelijk niet een andere kern, maar juist Bladel.
De zuidelijke strook van het bedrijfsperceel is geschikt voor vestiging van perifere detailhandel. Dit betreft zowel de westelijke helft als de oostelijke helft. Immers, beide delen zijn georiënteerd op de Rondweg.
In de bestemmingsregeling is vastgelegd dat ter plaatse van het perceel wordt voorzien in de parkeerbehoefte. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de CROW-normering. De locatie maakt deel uit van een kern die wordt aangemerkt als 'weinig stedelijk gebied en 'rest bebouwde kom'. Voor meubel/woonboulevards is dan een parkeernorm tussen 2,1 parkeerplaats/100 m2 bvo en 2,7 parkeerplaats/100 m2 bvo aan de orde. Voor klanten dient zeker voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn. Om dit te waarborgen wordt in de bestemmingsregeling een parkeernorm opgenomen voor het aandeel van klanten aan de voorzijde van het gebouw (93%). Achter de gebouwen is voldoende parkeerruimte voor het persooneel parkeren (7%). Uitgegaan wordt van een gemiddelde parkeernorm (2,4 parkeerplaatsen/100 m2 voor het bezoekersaandeel). Dit komt neer op 22 parkeerplaatsen indien 1.000 m2 winkelruimte wordt gerealiseerd en 27 parkeerplaatsen bij een vloeroppervlak van 1.200 m2. Uitgaande van een perceelsomvang van circa 3.600 m2, een bebouwingspercentage van 75% resteert een oppervlakte van 900 m2 voor parkeren. Bij een gemiddelde oppervlakte van een parkeerplaats (25 m2, inclusief ontsluitingswegen) kunnen 36 parkeerplaatsen worden aangelegd. Er is dus voldoende ruimte buiten het bouwvlak beschikbaar voor het onderbrengen van parkeergelegenheid op eigen terrein.