direct naar inhoud van Artikel 4 Groen - Landschappelijke inpassing
Plan: Lommelsedijk 9
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1724.BPUlom0022-VAST

Artikel 4 Groen - Landschappelijke inpassing

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Groen - Landschappelijke inpassing aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de landschappelijke inpassing van het metaalbewerkingbedrijf op de gronden met de bestemming ‘Groen – Landschappelijke inpassing’, voor zover begrepen in dit plan moet voor ingebruikname van het complex zijn aangelegd overeenkomstig het beplantingsplan en onderbouwing zorgplicht en dient vervolgens aldus in stand te worden gehouden;
  • b. onder beplantingsplan wordt in deze regels verstaan het Plan landschappelijke inpassing Theuws metaal, schets 4 VOVI, gedateerd 21 januari 2013, opgesteld door Greencurve, dat is bijgevoegd in Bijlage 2 en onder onderbouwing zorgplicht wordt in deze regels verstaan Onderbouwing zorgplicht ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap, Lommelsedijk 9 Luyksgestel, gemeente Bergeijk, gedateerd februari 2013, opgesteld door Crijns Rentmeesters bv, dat is bijgevoegd in Bijlage 3;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'tuin', een tuin;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen – ontsluiting', een ontsluitingsweg en parkeervoorzieningen;
  • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'overig - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen', een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'overig – ecologische hoofdstructuur', het behoud, herstel en ontwikkeling van de gronden ten behoeve van de realisatie en instandhouding van de Ecologische Hoofdstructuur.

4.2 Bouwregels

4.2.1 Algemeen
  • a. binnen de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'overig – ecologische hoofdstructuur' en 'overig – zoekgebied voor behoud en herstel watersystemen', waar in zijn geheel geen bouwwerken zijn toegestaan;
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden uitsluitend gebouwd in de vorm van een erfafscheiding.

4.2.2 Bouwregels erfafscheidingen

Voor erfafscheidingen gelden de volgende regels:

  • a. de erfafscheiding mag uitsluitend in de vorm van een open constructie worden opgericht;
  • b. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter;

4.3 Specifieke gebruiksregels

4.3.1 Strijdig gebruik

Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen gebruik van gronden en opstallen:

  • a. voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • b. het aanbrengen van verhardingen, anders dan bedoeld in artikel 4.1.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in dit artikel opgenomen vergunningsplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren;

  • a. in de ecologische hoofdstructuur ter plaatse van de aanduiding 'overig – ecologische hoofdstructuur':
    • 1. het afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem;
    • 2. diepploegen en diepwoelen van de bodem;
    • 3. dempen van poelen, sloten en greppels;
    • 4. aanleggen drainage;
    • 5. vellen of rooien van houtgewas;
    • 6. het wijzigen van de perceelsindeling, zoals door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven.
  • b. in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding 'overig - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen':
    • 1. het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, dan wel het aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²;
    • 2. het ophogen van gronden ter plaatse van de aanduiding 'zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen'.
  • c. het aanleggen van wegen en het aanbrengen van overige verhardingen als doorgang en het verwijderen van houtopstanden ten behoeve van een doorgang;
  • d. het onder a tot en met c vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
    • 1. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend;
    • 2. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;
    • 3. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer.
  • e. de in a tot en met c bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in artikel 4.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder per werk de toetsingscriteria weergegeven:
    • 1. de onder artikel 4.4 onder a, sub 1 tot en met 6 genoemde werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting van de natuur- en landschapswaarden en natuur- en landschapsontwikkeling van de ecologische hoofdstructuur tot gevolg hebben;
    • 2. het aanleggen van wegen en het aanbrengen van overige verhardingen als doorgang:
      • de wegen en overige verhardingen moeten noodzakelijk zijn voor het (recreatief) gebruik, behorende bij de naastgelegen bestemming;
      • de wegen en overige verhardingen betekenen geen aantasting van de aanwezige landschappelijke inpassing, danwel er wordt anderszins voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing;  
    • 3. het verwijderen van houtopstanden ten behoeve van een doorgang;
      • het verwijderen moet noodzakelijk zijn voor het (recreatief) gebruik, behorende bij de naastgelegen bestemming;
      • het verwijderen betekent geen aantasting van de aanwezige landschappelijke inpassing, danwel er wordt anderszins voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing.