direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Wijzigingsplan Keersopperbeemden
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1724.BPUkeb0082-vast

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

Het waterschap is voornemens om binnen het project 'Herinrichting van de Keersopperbeemden' hydrologische maatregelen aan het systeem van de Keersop te treffen en hier tevens natuur te ontwikkelen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de doelen vanuit de Kader Richtlijn Water (waterkwaliteit en hydromorfologie), de ontwikkeling van het Natuurnetwerk Brabant (en Natte Natuurparel Keersopperbeemden), de instandhouding en ontwikkeling van Natura2000 natuur en het realiseren van natuurcompensatie in het kader van de nieuwe N69. Daarnaast draagt het project bij aan het beleid Leven de Dommel waarin wordt gestreefd naar een klimaatrobuust watersysteem om gevolgen van klimaatverandering voor landbouw en natuur op te vangen. Dit in samenhang met landschappelijke ontwikkeling en recreatie. Op grond van artikel 5.4. van de Waterwet heeft het waterschap hiervoor een projectplan opgesteld.

Op een aantal percelen waar de maatregelen uitgevoerd dienen te worden geldt momenteel de bestemming 'Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden' met aanduiding 1 of 2 (zie figuur 2.2), onder de werking van de bestemmingsplannen 'Buitengebied Bergeijk 2011' (vastgesteld door de gemeenteraad op 7 juli 2011), Herziening Buitengebied Bergeijk 2014 (1-7-2014 vastgesteld), 2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017 (1-6-2017 vastgesteld), 2e Herziening Buitengebied Bergeijk (2-7-2019 vastgesteld) en '2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017' (vastgesteld op 22 januari 2020). Om de maatregelen mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. De in het bestemmingsplan 'Buitengebied Bergeijk 2011' opgenomen wijzigingsbevoegdheid (art 36.6) geeft de mogelijkheid om de bestemming 'Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden' om te zetten naar bestemming 'Natuur'. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening maakt het wijzigingsplan deel uit van het zogenoemde moederplan, bestemmingsplan 'Buitengebied Bergeijk 2011'. Dit betekent dat alle relevante bepalingen (en dubbelbestemmingen en aanduidingen) uit het moederplan en herzieningen hierop tevens van toepassing zijn op het wijzigingsplan.

Achtereenvolgens wordt ingegaan op de ligging van het plan, de om te zetten percelen en de kenmerken van het project (hoofdstuk 2). Vervolgens wordt ingegaan op de wijzigingsbevoegdheid en mate waarin hier aan voldaan wordt.

Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving

2.1 Ligging en begrenzing

Het project ligt ten zuidwesten van Eindhoven ter hoogte van de plaatsen Bergeijk, Westerhoven en Dommelen en beslaat de Keersop tussen de Valentinuskapel tot circa de Loonderweg en diverse aan de beek gelegen percelen. De plangrens van het gehele plangebied voor het project herinrichting Keersopperbeemden is weergegeven op figuur 2.1. De percelen binnen dit gebied, die deel uitmaken van dit wijzigingsplan zijn te zien in figuur 2.3 in deze toelichting.

afbeelding "i_NL.IMRO.1724.BPUkeb0082-vast_0001.png"

Figuur 2.1: Projectgebied Keersopperbeemden

2.2 Projectprofiel

Binnen het project worden de volgende hydrologische maatregelen uitgevoerd:

  • Het versmallen en verleggen Keersop.
  • Het gedeeltelijk dempen van A-watergang KS70.
  • Het dempen van de detailontwatering binnen het gebied.
  • Het creëren van extra beschaduwing op de beek.

Als gevolg van deze maatregelen verbeteren de condities in de beek voor zowel vissen (waaronder de Natura-2000 soort Beekprik) en macrofauna en ontstaan er de juiste omstandigheden voor de ontwikkeling van waterplanten (Natura2000-habitat 'Beken en rivieren met waterplanten'). Daarnaast wordt hiermee het aanliggende gebied, wat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Brabant, vernat. Hiermee ontstaan de juiste hydrologische omstandigheden om invulling te geven aan de ambities zoals opgenomen in de ambitiekaart natuurbeheertypen behorend bij het Natuurbeheerplan van de Provincie.

Daarnaast neemt het waterschap het volgende in het plan mee:

  • Het inrichten van diverse percelen van het Natuurnetwerk Brabant, waarbij tevens landschappelijke elementen uit het verleden worden hersteld (beemdenlandschap). Het betreft uitsluitend de inrichting van percelen die binnen het in april 2018 herbegrensde natuurnetwerk vallen. Met deze herbegrenzing is in 2018 voor de agrariërs langs de Keersop het toekomstperspectief reeds verduidelijkt.
  • Het aanpassen van de wandelpaden, waarbij er diverse aanvullende 'ommetjes' inclusief een nieuwe overgang over de beek (wandelbrug) worden aangelegd en waarbij het mogelijk wordt om grofweg vanaf de Loonderweg tot aan de Kempervennen parallel aan de beek te kunnen wandelen.

Conform het Gebiedsconvenant N69 uit 2012 wordt hiermee integraal invulling gegeven aan de thema's water, natuur, landbouw, landschap en recreatie zoals verankerd in de Gebiedsimpuls N69.

Voor het project is een Projectplan Waterwet opgesteld. Voor een nadere beschrijving van de bestaande situatie, de te treffen maatregelen en de effecten hiervan op het behalen van de doelen van het project wordt hiernaar verwezen.

2.3 Inrichting naar Natuur

Op onderstaande figuur 2.2 is een uitsnede weergegeven van de Natuurbeheertypenkaart en is de nieuwe begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant binnen het plangebied weergegeven. Voor een groot deel zijn de ambitie natuurbeheertypen vastgesteld. Het gedeelte waar dit wijzigingsplan over gaat is grotendeels aangemerkt als zoekgebied. Het waterschap stelt op een later moment de definitieve invulling van de ambitie natuurbeheertypen met de toekomstige terreinbeheerder en de provincie af. Binnen het gebied liggen er potenties om typen N10.02 Vochtig Hooiland, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos te realiseren.

afbeelding "i_NL.IMRO.1724.BPUkeb0082-vast_0002.png"

Figuur 2.2 Uitsnede natuurbeheertypenkaart NNB binnen het projectgebied

2.4 Bestemmingsplan

De percelen waarop deze aanvraag betrekking heeft zijn weergegeven op figuur 2.3. Deze percelen vallen onder het bestemmingsplan Buitengebied Bergeijk 2011 (7-7-2011 vastgesteld), Herziening Buitengebied Bergeijk 2014 (1-7-2014 vastgesteld), 2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017 (1-6-2017 vastgesteld), 2e Herziening Buitengebied Bergeijk (2-7-2019 vastgesteld) en 2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017 (22-1-2020 vastgesteld). De bestemmingen “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden 1” en “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden 2” hebben op deze locatie tevens de aanduiding “wro-zone – wijzigingsgebied”, waarover in de 2e herziening Buitengebied Bergeijk 2017 (22-1-2020 vastgesteld) het volgende is opgenomen:

afbeelding "i_NL.IMRO.1724.BPUkeb0082-vast_0003.png"

Wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden onder a. en b. van artikel 36.6 uit de planregels van het bestemmingsplan 2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017 kunnen de bestemmingen “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden 1” en “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden 2” worden omgezet naar de bestemming “Natuur”, zie verbeelding bijlage 3. Hierbij is rekening gehouden met de gronden die in het PIP Nieuwe Verbinding Grenscorridor N69 al zijn opgenomen als bestemming 'Natuur' en de toekomstige ligging van de N69 met bestemming 'Verkeer'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1724.BPUkeb0082-vast_0004.png"

Figuur 2.3: Percelen waarvan de bestemming gewijzigd wordt (in groen weergegeven)

Hoofdstuk 3 Toets aan voorwaarden wijzigingsbevoegdheid

3.1 Toets voorwaarde a.

Om de genoemde maatregelen (paragraaf 2.2) uit te kunnen voeren is wijziging van de bestemming “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden 1” en “Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden 2” nodig. Met de beoogde maatregelen wordt invulling gegeven aan de doelen vanuit de Kader Richtlijn Water (waterkwaliteit en hydromorfologie), de ontwikkeling van het Natuurnetwerk Brabant (en Natte Natuurparel Keersopperbeemden), de instandhouding en ontwikkeling van Natura2000 natuur en het realiseren van natuurcompensatie in het kader van de nieuwe N69. Hiermee wordt voldaan aan voorwaarde a. uit artikel 36.6 van bestemmingsplan 2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017.

3.2 Toets voorwaarde b.

De gronden waarop de functiewijziging van toepassing is (zie figuur 1.3) zijn reeds in eigendom van de Provincie Noord-Brabant, het Waterschap en Staatsbosbeheer. Provincie en Staatsbosbeheer zijn akkoord met de wijziging. Hiermee wordt voldaan aan voorwaarde b. uit artikel 36.6 van bestemmingsplan 2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017.

Hoofdstuk 4 Projectplan Waterwet

Voor wat betreft de uit te voeren maatregelen is in het Projectplan Waterwet een overzicht gegeven van de effecten die richting de omgeving optreden. Daarnaast is hierin een toets van de maatregelen ten aanzien van het vigerende Europese-, Rijks-, Provincale-, Waterschaps- en gemeentelijke beleid opgenomen. Het Projectplan Waterwet wordt tegelijkertijd met dit wijzigingsplan ter inzage gelegd. Hierin wordt ook ingegaan op onderwerpen zoals de Wet Natuurbescherming en archeologie (zie ook paragraaf 4.1 en 4.2 hierna).

4.1 Wet Natuurbescherming

Voor het project is een Natuurtoets opgesteld (rapport met kenmerk BF8076_T&P_RP_2007161750 d.d. 16 juli 2020). Binnen het projectgebied komen enkele onder de Wet natuurbescherming beschermde zoogdieren, amfibieën, vissen ongewervelden en broedvogels (waarvan het nest niet jaarrond beschermd is) voor. Voor de voorkomende soorten worden er geen in het kader van de Wet natuurbescherming geformuleerde verbodsbepalingen overtreden, mits mitigerende maatregelen worden genomen. Daarnaast dragen de maatregelen binnen het plan Keersopperbeemden bij aan de instandhoudingsdoelstellingen in het kader van Natura2000. Op grond van artikel 3.8 lid 7 van de Wet Natuurbescherming zijn de maatregelen ten aanzien van soorten vrijgesteld van ontheffing.

De inzet van gemotoriseerd materieel tijdens de werkzaamheden leidt tot enige tijdelijke emissie van stikstofverbindingen en daarmee verbonden depositie van stikstof op Habitattypen in Natura2000-gebieden. Naar aanleiding van het vervallen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de inwerkingtreding van de Spoedwet aanpak stikstof waarmee artikel 2.7 van de Wnb wijzigde, heeft de provincie op 10 december 2019 een GS besluit genomen waarmee wordt duidelijk gemaakt welke maatregelen zijn vrijgesteld van een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming. In een werkinstructie zal de provincie binnenkort hierop nog een nadere toelichting geven. In het GS besluit is aangegeven dat instandhoudingsmaatregelen in het kader van Natura-2000 gebieden vrijgesteld zijn van vergunningplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming (onderdeel gebiedsbescherming en soortenbescherming). Dit is tevens het geval voor maatregelen die (nog) niet opgenomen zijn in een Natura 2000-beheerplan maar (in samenspraak met de provincie) wel de relevante instandhoudingsdoelstellingen nastreven of andere maatregelen betreffen die noodzakelijk zijn voor of samenhangen met de uitvoering van instandhoudingsmaatregelen. De vergunningplicht geldt ingevolge de Spoedwet aanpak stikstof en het GS besluit van 10 december 2019 en de opvolgende werkinstructie niet voor een project dat direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied. Dat soort projecten kunnen zonder vergunning worden uitgevoerd, ook als zij voor bepaalde natuurwaarden in het gebied een zekere verslechtering van de kwaliteit zouden kunnen veroorzaken.

De maatregelen uit dit projectplan zijn allemaal ofwel instandhoudingsmaatregelen, nodig voor het beheer van het Natura 2000-gebied, ofwel andere maatregelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de instandhoudingsmaatregelen of hiermee samenhangen, zoals het aanpassen van de wandelpaden in het gebied. Gelet hierop zijn de maatregelen vrijgesteld van een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming.

4.2 Archeologie

Adviesbureau RAAP heeft de archeologische waarden van het gebied in kaart gebracht. De werkzaamheden zijn gelegen in gebieden met een onbekende, middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde. Bij de gebieden met een hoge verwachtingswaarde zal intensieve begeleiding door een archeoloog plaatsvinden. Bij gebieden met een onbekende en middelhoge verwachtingswaarde zal dit extensief zijn. Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een programma van eisen archeologie opgesteld en voorgelegd aan bevoegd gezag.

Hoofdstuk 5 M.e.r. beoordeling

Daarnaast is voor de projecten die de komende jaren aan de Keersop uitgevoerd worden een (formele)

m.e.r.-beoordeling opgesteld. In de m.e.r.-beoordeling wordt ingegaan op effecten die de plannen aan de

Keersop hebben op bodem, water, natuur, landschap, archeologie, cultuurhistorie, landbouw en

leefomgeving. Uit de m.e.r.-beoordeling is gebleken dat er voor de voorgenomen maatregelen geen

milieu-effect-rapportage opgesteld dient te worden. De m.e.r.-beoordeling is als bijlage 1 bij dit wijzigingsplan opgenomen. Het m.e.r.-besluit wordt voorafgaand aan het vaststellen van dit wijzigingsplan genomen.

Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving

Onderhavig wijzigingsplan wijzigt de bestemming van bovengenoemde gronden (zie figuur 1.2) in de bestemming 'Natuur' conform het geldende bestemmingsplan Buitengebied Bergeijk 2011 (Herziening Buitengebied Bergeijk 2014 (1-7-2014 vastgesteld), 2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017 (1-6-2017 vastgesteld), 2e Herziening Buitengebied Bergeijk (2-7-2019 vastgesteld) en 2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017 (22-1-2020 vastgesteld), zie artikel 13 Natuur. Op onderhavig wijzigingsplan zijn de bestaande regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Bergeijk 2011' en herzieningen hierop van toepassing. Onderhavig wijzigingsplan maakt dan ook onderdeel uit van het moederplan en de regels (voorschriften) van het moederplan blijven onverkort van toepassing. In de bijlage 2 'Regels' is dan ook artikel 13 (bestemming 'Natuur') opgenomen.

Hoofdstuk 7 Overeenkomst Natura-2000

Het projectgebied is deels gelegen in het Natura2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & de Plateaux. De herinrichtingsmaatregelen richten zich deels ook op herstel en versterking van Natura2000 habitats in het gebied. Gronden die nu nog in agrarisch gebruik zijn worden omgevormd tot natuur, waaronder de aanplant en ontwikkeling van bos. Het is mogelijk dat ook hier (bijvoorbeeld stikstofgevoelige) habitats en soorten voor zullen gaan komen. In dat geval zouden die gronden in de toekomst mogelijk door Gedeputeerde Staten aangewezen kunnen worden als Natura2000-gebied. Dit kan toekomstige ontwikkelingen in de omgeving belemmeren. De Herinrichting van de Keersopperbeemden heeft niet de intentie te leiden tot een uitbreiding van het reeds aangewezen Natura2000-gebied in het plangebied. De gemeente, provincie en het waterschap zullen dit vastleggen in een bestuurlijke overeenkomst.

Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid

Wanneer dit wijzigingsplan in procedure gaat wordt de m.e.r.-beoordeling door zowel het bestuur van het waterschap als door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente vastgesteld.

Vervolgens worden het wijzigingsplan en het Projectplan Waterwet gecoördineerd in procedure gebracht. De procedure is hierna beschreven.

8.1 Rechtsbescherming

Dit plan is tot stand gekomen na zorgvuldig onderzoek naar alle relevante belangen en waarden en in afstemming met de kaders vanuit wetgeving en beleid. Toch kan het zijn dat belanghebbenden opmerkingen hebben op dit plan en/of vinden dat hun specifieke belang onvoldoende is meegenomen. Daarvoor voorziet de wet in een inspraak en rechtsbeschermingsprocedure. Er wordt een openbare voorbereidingsprocedure gevolgd waarbij eventuele zienswijzen door belanghebbenden en ingezetenen worden ingebracht en deze zullen beantwoord worden. Vervolgens wordt een nota van zienswijze toegevoegd aan dit Projectplan waarin de wijzigingen ten aanzien van zienswijze en ambtshalve wijzigingen worden toegevoegd.

Gedeputeerde Staten hebben besloten om de realisering van het project Herinrichting Keersopperbeemden (een Projectplan voor de aanleg van een waterstaatswerk in verband met beekherstel en verdrogingsbestrijding als bedoeld in artikel 5.8, eerste lid, onder c, van de Verordening water Noord-Brabant), hoofdstuk 5, paragraaf 2, van de Waterwet van toepassing te verklaren. Dit betekent dat Gedeputeerde Staten bevorderen dat de besluiten, die voor de uitvoering van het Projectplan nodig zijn, op gecoördineerde wijze worden voorbereid. Gedeputeerde Staten nemen na vaststelling van het Projectplan een goedkeuringsbesluit. Tegen het goedkeuringsbesluit kan beroep worden ingediend; ook gericht op de inhoud van het Projectplan en dit wijzigingsplan.

8.2 Nota van zienswijze

Als een Ontwerp-Projectplan is vastgesteld, wordt dit bekend gemaakt. Het plan ligt gedurende zes weken ter inzage. Het Ontwerp-Projectplan ligt samen met het wijzigingsplan ter inzage bij het provinciehuis van Noord-Brabant, het gemeentehuis van Bergeijk en Valkenswaard en bij Waterschap De Dommel. Voordat het waterschap een definitieve beslissing neemt over het Projectplan, kunnen belanghebbenden en ingezetenen gedurende deze periode hun zienswijze op dit Ontwerp-Projectplan kenbaar maken. U kunt eenvoudig digitaal reageren via https://www.brabant.nl/loket/ter-inzages. Schriftelijke zienswijzen stuurt u naar provincie Noord-Brabant, Gedeputeerde Staten, Postbus 90151, 5200 MC 's-Hertogenbosch, onder vermelding van “Herinrichting Keersopperbeemden". Voor het mondeling naar voren brengen van zienswijzen kunt u binnen de termijn contact opnemen met de heer M. Verboord, via 0411 – 618 618 of info@dommel.nl. Het is niet nodig uw reactie op meerdere wijzen, dan wel apart per plan/besluit in te dienen. In de zienswijze dient vermeld te worden of de zienswijze gericht is tegen Projectplan Waterwet en het wijzigingsplan. Een reactie moet vóór afloop van de termijn bij Gedeputeerde Staten zijn ingediend. De zienswijzen kunnen voor het waterschap aanleiding zijn om het Projectplan op een aantal punten aan te passen. Aan de hand van de ingediende zienswijzen stelt Waterschap De Dommel een Nota van zienswijzen op. Deze nota wordt toegevoegd aan het Projectplan. Daarna wordt het Projectplan door het dagelijkse bestuur (DB) van Waterschap De Dommel vastgesteld. Gelet op de coördinatieprocedure behoeft het Projectplan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Het goedkeuringsbesluit houdt onder meer de planologische beoordeling in van de aanlegactiviteiten. Hiervoor is geen afzonderlijke omgevingsvergunning benodigd.

8.3 Beroep

De definitieve besluiten (het goedkeuringsbesluit, het Projectplan en de overige besluiten) worden wederom tegelijkertijd bekendgemaakt. Het plan ligt gedurende zes weken ter inzage. Gedurende zes weken vanaf de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd kan beroep worden ingesteld in eerste en enige instantie bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In deze beroepsprocedure worden de eventuele beroepen tegen alle besluiten (het goedkeuringsbesluit - onder andere inhoudende de beoordeling van de aanlegactiviteiten en het definitieve Projectplan - plus overige besluiten) gelijktijdig behandeld. Degenen die tijdig een zienswijze hebben ingediend en belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijzen te hebben ingediend, kunnen beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor het indienen van een beroepschrift is griffierecht verschuldigd. Na de beroepsprocedure is het niet mogelijk om hoger beroep in te dienen.

8.4 Crisis- en herstelwet

Op de vaststelling van een Projectplan is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbenden in het beroepschrift moeten aangeven welke beroepsgronden zij aanvoeren tegen het besluit. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Belanghebbenden wordt verzocht in het beroepschrift te vermelden dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

8.5 Verzoek om voorlopige voorziening

Het Projectplan treedt na bekendmaking van het goedkeuringsbesluit door Gedeputeerde Staten in werking, ook al wordt er een bezwaar- of beroepschrift ingediend. Dit betekent dat de maatregelen opgenomen in het Projectplan kunnen worden uitgevoerd. Om dit te voorkomen kunnen belanghebbenden gelijktijdig of na het indienen van een beroepschrift een zogenaamd “verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening” aanvragen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook in dat geval is griffierecht verschuldigd.

Het treffen van een voorlopige voorziening is eigenlijk het nemen van een tijdelijke maatregel, zoals het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om het beroep af te handelen. Als het verzoek wordt toegewezen mag het waterschap het Projectplan niet uitvoeren, totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het beroep heeft beslist. Voorwaarde voor het vragen van een voorlopige voorziening is, dat er sprake is van een spoedeisend belang.

Bijlage bij toelichting