direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Buitengebied, Munnikenhof 5
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1719.0wp20munnikenhof5-vg01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding voor het wijzigingsplan

Aan de Munnikenhof 5 ligt een glastuinbouwbedrijf met een bedrijfswoning. Het bedrijf is een aantal jaren geleden verkocht, waarbij de voormalige eigenaar en initiatiefnemer in de woning is blijven wonen.

De initiatiefnemer heeft de wens om de woning aan de Munnikenhof 5 te bestemmen als een plattelandswoning, zodat deze ook door derden bewoond mag worden. Daartoe wordt gebruik gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Drimmelen. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Munnikenhof, ten oosten van de kern Terheijden. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

afbeelding "i_NL.IMRO.1719.0wp20munnikenhof5-vg01_0002.png"

Omgeving plangebied, plangebied in rood (bron: openstreetmap.org)

1.3 Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.

Hoofdstuk 2 Het initiatief

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

Het plangebied ligt in het buitengebied van Drimmelen, ten oosten van de kern Terheijden. Aan de Munnikenhof liggen diverse agrarische bedrijven. Verder is het een open agrarisch gebied, met zowel akkers als weilanden in de omgeving van het plangebied. Op het perceel ligt een glastuinbouwbedrijf met een glasopstand van ruim 1,2 ha. In de kas worden bloemen geteeld. De kas wordt niet verlicht. Aan de voorzijde van de kas staat een loods die wordt gebruikt om de bloemen (handmatig) te verpakken.

De (voormalige) bedrijfswoning ligt aan de voorzijde van het perceel. De bedrijfswoning ligt op een afstand van ca. 17 meter van de bedrijfsbebouwing en ca. 30 meter van de kas. Voor de toegang naar het bedrijf is een eigen inrit aangelegd ten westen van de woning. Onderstaande afbeelding geeft de huidige situatie weer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1719.0wp20munnikenhof5-vg01_0003.png"

Luchtfoto plangebied, plangebied in rood (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Een verdere uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf is binnen de huidige planologische kader niet mogelijk, het bouwvlak is reeds geheel volgebouwd.

In de toekomstige situatie zal deze bedrijfswoning in gebruik genomen worden als plattelandswoning. De ruimtelijke situatie wordt verder niet gewijzigd.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

Bij voorliggend initiatief is sprake van een bestemmingswijziging. In het geldende bestemmingsplan is aan het perceel een agrarische bedrijfsbestemming toegekend waarbinnen een bedrijfswoning is toegestaan. Deze woning wordt bewoond door de voormalige eigenaar van het bedrijf. Feitelijk is de bedrijfswoning daarmee al in gebruik als burgerwoning en brengt de wijziging naar een plattelandswoning geen ruimtelijke veranderingen met zich mee. Een verdere toetsing aan de beleidskaders van het rijk en provincie is niet noodzakelijk, omdat dit plan van een dusdanig klein schaalniveau is en een dusdanig klein ruimtelijke effect heeft dat deze beleidsniveaus niet raken aan dit plan.

Plattelandswoning

De Wet Plattelandswoning geldt sinds 1 januari 2013. De wet bevat twee onderdelen:

  • Ten eerste wordt geregeld dat het planologisch regime bepalend is voor de bescherming van een gebouw of functie tegen negatieve milieueffecten, en niet het feitelijk gebruik.
  • Ten tweede kan de gemeente regelen dat afgesplitste woningen niet langer worden beschermd tegen de milieugevolgen van het bedrijf waarvan ze zijn afgesplitst. De bewoner van een plattelandswoning is een persoon die niet (langer) functioneel is verbonden aan het agrarische bedrijf. Als de woning wordt herbestemd als plattelandswoning, vormt deze geen belemmering voor de bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf. De woning wordt beschouwd als onderdeel van de inrichting, ook al is hij afgesplitst.

Andersom geldt ook dat het bedrijf geen beperkingen ondervindt in zijn ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van de plattelandswoning. Overigens moet wel worden onderbouwd dat er bij de voormalige bedrijfswoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Ten opzichte van andere omliggende bedrijven geldt voor een plattelandswoning geen ander beschermingsniveau dan toen het een agrarische bedrijfswoning was. De aanduiding plattelandswoning heeft geen gevolgen voor de bedrijfsvoering van deze bedrijven.

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan "Buitengebied", vastgesteld op 13 maart 2013. Het plangebied heeft de bestemming 'Agrarisch - 2'. Over het gehele plangebied liggen een bouwvlak en de functieaanduiding 'Glastuinbouw'. In artikel 4.7.5. van het bestemmingsplan is een wijzigingsmogelijkheid opgenomen waarmee het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als plattelandswoning kan worden toegestaan. Hierbij dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

  • a. de woning ligt ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak';
  • b. het agrarisch bedrijf binnen het agrarisch bouwvlak is in werking;
  • c. de plattelandswoning belemmert geen andere activiteiten in de omgeving;
  • d. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' wordt opgenomen op de betreffende plattelandswoning;
  • e. oprichting van een extra bedrijfswoning ter plaatse van een aangeduide 'plattelandswoning' wordt niet toegestaan.

In dit plan wordt voldaan aan bovengenoemde voorwaarden:

  • a. op het gehele plangebied ligt een bouwvlak;
  • b. het glastuinbouwbedrijf is nog steeds in bedrijf;
  • c. in de omgeving liggen geen functies die door dit plan worden beperkt. In hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid wordt hier nader op ingegaan;
  • d. deze aanduiding is op de verbeelding bij dit wijzigingsplan opgenomen;
  • e. in dit plan worden geen nieuwe bedrijfswoningen toegestaan.

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan. Onderstaand een toets waaruit volgt dat het plan hieraan voldoet.

Bodem

In het plan worden geen bouwwerken gerealiseerd en vinden geen (bodem)ingrepen plaats. Een verder onderzoek naar de bodemkwaliteit is daarmee niet nodig.

Lucht

Er vinden geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats die bij kunnen dragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Geluid

Een plattelandswoning zoals opgenomen in dit bestemmingsplan is niet gevoelig voor geur en geluidshinder van het bedrijf waar de woning oorspronkelijk als bedrijfswoning diende. Uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en een goed woon- en leefklimaat is het echter wel gewenst om inzicht te hebben in de geluidbelasting. De inrit naar het glastuinbouwbedrijf loopt langs de woning. Om de geluidsituatie in beeld te brengen is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Het rapport van dit onderzoek is na te lezen in bijlage 1.

De activiteiten bij het bedrijf bevatten rijbewegingen van vrachtwagens en personen-/bestelauto's. Per dag komt één keer een vrachtwagen om bloemen op te halen. Deze komt overdag of in de avonduren. Laden en lossen gaat via de laadklep en met de hand en met rolwagens. De loods wordt gebruikt voor het (handmatig) verpakken van de bloemen. In de loods wordt altijd met de deuren dicht gewerkt, omdat de opslagloods zo koel mogelijk moet worden gehouden om de bloemen te conserveren. De activiteiten in de loods veroorzaken derhalve geen geluidhinder.

 

Uit het onderzoek blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT ten gevolge van alle activiteiten bij het bedrijf bij de woning hooguit 37 dB(A) overdag en 41 dB(A) in de avond. Daarmee worden de richtwaarden niet overschreden.

De maximale geluidniveaus LAmax ten gevolge van alle vrachtwagens (1 x per dag) bedragen in de immissiepunten bij de woning hooguit 75 dB(A) overdag en 74 dB(A) in de avond. Daarmee worden de richtwaarden zowel overdag als in de avond overschreden. Deze overschrijding bedraagt overdag hooguit 5 dB(A) en in de avond 9 dB(A).

Er kan echter aangesloten worden bij het Activiteitenbesluit, waarin piekniveaus overdag zijn uitgezonderd van toetsing aan de grenswaarden. Gezien de beperkte bewegingen van vrachtwagens (1x per dag) is de hinder zeer beperkt en er zal in de praktijk sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Het bedrijf wordt niet beperkt in haar bedrijfsvoering.

De piekniveaus in de avond liggen hoger dan de richtwaarden. Alleen met een afscherming tussen de rijroute en de woning kan een reductie worden bereikt. Pas bij een minimaal 3.5 meter hoge afscherming liggen de maximale geluidniveaus in de avond niet hoger dan de richtwaarde van 65 dB(A). Een dergelijke afscherming is om stedenbouwkundige en landschappelijke redenen echter niet wenselijk.

Het binnenniveau in de woning kan worden gegarandeerd door geluidwering aan de gevel. Met gebruikelijke constructies en maatregelen (dubbel glas, goede kierdichting en gedempte ventilatie) is voldoende geluidwering goed haalbaar.

Binnen de huidige planologische mogelijkheden is het niet aannemelijk dat de geluidbelasting in de toekomst veel zal toenemen. Een verdere uitbreiding van de glasopstand is niet mogelijk, omdat het bouwvlak reeds geheel is volgebouwd. In de kas wordt in principe dagelijks geoogst en kan vervolgens met één vrachtwagen worden opgehaald. Omdat wordt gewerkt met levend product, is de hoeveelheid wat dagelijks geoogst kan worden begrensd. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat er in de toekomst meer vrachtwagenbewegingen per dag nodig zouden zijn. Extra vrachtwagenbewegingen overdag zijn overigens mogelijk binnen de richtwaarden.

Zoals gesteld is een plattelandswoning niet gevoelig voor het geluid afkomstig van het bedrijf waartoe het behoorde. In onderhavige situatie is 1x per dag sprake van een piekbelasting die hoger ligt dan de richtwaarde. Reguliere maatregelen aan de gevel zorgen voor voldoende geluidwering. De geluidsituatie wordt daarom acceptabel geacht.

Omdat het hier een reeds bestaande woning betreft is toetsing aan het aspect wegverkeerslaai niet nodig.

Geur

Met het initiatief worden geen nieuwe geurgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Het agrarisch bedrijf in het plangebied veroorzaakt geen geurhinder als gevolg van de bedrijfsvoering. Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect geurhinder.

Milieuzonering

Een plattelandswoning zoals opgenomen in dit bestemmingsplan is niet gevoelig voor geur en geluidshinder van het bedrijf waar de woning oorspronkelijk als bedrijfswoning diende. Een plattelandswoning wordt voor mogelijke milieuhinder van andere bedrijven niet anders getoetst dan toen het een bedrijfswoning was. In dit opzicht worden er geen milieugevoelige functies toegevoegd en levert de aanduiding 'plattelandswoning' geen beperkingen op voor andere bedrijven. Vanuit het aspect milieuzonering zijn er geen belemmeringen.

Licht

De kas van het bedrijf in het plangebied wordt niet verlicht. Van het bedrijf zal de woning dan ook geen lichthinder ondervinden. In de Handreiking Bedrijven en milieuzonering wordt een richtafstand van 30 meter gehanteerd tussen glastuinbouw en een rustige woonwijk. Aan die afstand wordt hier voldaan. Bovendien staat er nog een aantal gebouwen tussen woning en kas, waardoor er vanuit de woning niet direct zicht is. Verder zijn er geen bronnen van lichthinder in de omgeving aanwezig. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect licht.

Externe veiligheid

De situatie in het plangebied blijft onveranderd. De woning is reeds aanwezig. Een analyse van de externe veiligheid in het plangebied is niet aan de orde.

Water

Er wordt geen verharding in het plangebied toegevoegd, de situatie blijft onveranderd. Het initiatief is waterhuishoudkundig niet relevant.

Ecologie

Voorliggend plan betreft alleen een wijziging van de bestemming, waarbij een agrarische bedrijfswoning wordt omgezet naar een plattelandswoning. Er vinden geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats zoals slopen of bouwen of het verwijderen van beplantingen. Aantasting van beschermde soorten flora of fauna is derhalve niet aan de orde. Omdat er geen sprake is van ruimtelijke ingrepen en er reeds wordt gewoond kan een toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden worden uitgesloten.

Spuitzonering

In de kas van het bedrijf kunnen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Aangezien deze alleen binnen worden gebruikt, is verwaaiing van deze middelen alleen mogelijk als ramen eventueel open staan. Bovendien wordt ruim voldaan aan de richtafstand van 30 meter volgens de publicatie Bedrijven en milieuzonering. In de directe omgeving zijn geen fruit- of boomteeltgronden waar drift van bestrijdingsmiddelen kan optreden. Naar verwachting zijn er geen gezondheidheidsrisico's.

Verkeer en parkeren

De woning is reeds in het plangebied aanwezig, de verkeer- en parkeersituatie blijft gelijk. Het bedrijf heeft een eigen inrit, die langs het perceel van de woning loopt. De woning heeft een eigen inrit en erf waar voldoende ruimte is om te parkeren.

Cultuurhistorie

De bestaande agrarische bedrijfswoning is niet aangewezen als monument of als cultuurhistorisch waardevol. Er zijn geen andere cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig in het plangebied.

Archeologie

Er vinden geen (bodem)ingrepen plaats die eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen aantasten.

Milieueffectrapportage

Het bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die is opgenomen in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er geldt daarom geen m.e.r-plicht, geen m.e.r.-beoordelingsplicht en ook is het niet noodzakelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

Economische uitvoerbaarheid

De plankosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst sluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid zeker gesteld.

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving

5.1 Algemeen

Het wijzigingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012).

Het wijzigingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het wijzigingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld.

De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing.

Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het wijzigingsplan.

Verbeelding

De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart). Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend.

Regels

De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.

  • Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;
  • Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.
  • Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.
  • Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2 Wijze van bestemmen

Voor de gronden in dit plangebied zijn de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied" onverminderd van toepassing. De agrarische bestemming blijft in stand. Op de verbeelding wordt ter plaatse van de bedrijfswoning de aanduiding 'plattelandswoning' opgenomen.

Daarnaast worden de regels uit het bestemmingsplan "Buitengebied, Veegplan 1" van toepassing verklaard voor de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' .

Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

Hoofdstuk 6 Procedure

6.1 Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp wijzigingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg.

Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het plan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang.

Een ontwerpwijzigingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door het college wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

6.2 Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk overleg niet toegezonden aan de provincie of het waterschap omdat geen sprake is van een bovenlokaal belang of waterbelangen.

6.3 Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

Voor dit initiatief worden gezien de aard en omvang geen inspraakmomenten georganiseerd. De eigenaar van het bedrijf is op de hoogte van het initiatief. Er is niet met andere omwonenden gesproken, aangezien het gebruik als woning niet verandert. Het gebruik van de woning door derden heeft geen invloed op de woningen of bedrijven in de omgeving.

6.4 Verslag zienswijzen

Het ontwerpwijzigingsplan heeft van 23 juli tot en met 2 september 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ingediend. In de Nota zienswijzen in bijlage 2 is deze samengevat en van antwoord voorzien. De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het wijzigingsplan.