| Plan: | Zeehaven- en industrieterrein Moerdijk |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1709.indterrmoerdijk-BP30 |
het bestemmingsplan Zeehaven- en industrieterrein Moerdijk met identificatienummer NL.IMRO.1709.indterrmoerdijk-BP30 van de gemeente Moerdijk.
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
een geometrisch bepaald vlak waarop een aanduiding betrekking heeft.
de gemiddelde hoogte van de gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, omringende grond: bij hellende terreinen: het hoogste punt van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, omringende grond.
de van de weg afgekeerde kadastrale grens van een perceel. Indien meerdere zijden van het perceel van de weg afgekeerd zijn, wijzen burgemeester en wethouders een achterste perceelsgrens aan.
het verrichten van handelingen, waardoor de hoogteligging van een terrein of de bodem van een water (al dan niet tijdelijk) wordt verlaagd. Hieronder wordt niet begrepen:
Het gebruik van gronden voor het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren en waarbij de bedrijfsvoering aanbodgericht is; nader te onderscheiden in:
een werk, geen bouwwerk zijnde.
een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel c.q. bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.
een onderneming waarbij de bedrijfsactiviteiten gericht zijn op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen, opslaan en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten.
de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en kantoorruimten en dergelijke.
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slecht bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.
bedrijven die direct agrarische producten bewerken of verwerken uit de sectoren akkerbouw, bollenteelt, tuinbouw, glastuinbouw en veeteelt en bedrijven die (mede) de logistiek daarvan verzorgen en bedrijven die een ondersteunende functie vervullen voor de bedrijven op het industrieterrein.
beperkt kwetsbaar object zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 sub b van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
groepen personen die door jeugdige leeftijd of een permanente beperking in geval van een calamiteit niet in staat zijn zonder hulp van buitenaf persoonlijk letsel te voorkomen door zichzelf in veiligheid te brengen (vluchten) en bescherming te zoeken (schuilen).
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling c.q. een aan-huis-verbonden beroep, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.
bebouwing legaal aanwezig ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, tenzij anders bepaald in de bestemmingsregels.
gebruik dat legaal bestaat ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, tenzij anders bepaald in de bestemmingsregels.
afstand-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht/Woningwet.
de grens van een bestemmingsvlak.
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
bedrijven zoals aangegeven bij of krachtens het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
het geheel van bedrijfsmatig handelen en van activiteiten gericht op de instandhouding en ontwikkeling van bestaande, respectievelijk nieuwe bossen ten behoeve van (de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu en recreatie.
het Bouwbesluit, zoals dat luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen en/of het vergroten van een bouwwerk.
de grens van een bouwvlak.
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
een grens van een bouwperceel.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
ondergrondse of bovengrondse buis of stelsel van buizen gebruikt voor het transport van vloeistoffen, gassen, electriciteit en andere producten ten algemeen nut of voor industriele doeleinden, met de daarbij behorende voorzieningen.
een brede strook grond, die primair bestemd is voor het leggen van meerdere buisleidingen en zo nodig is uitgevoerd met collectieve voorzieningen zoals kunstwerken.
onverpakte vaste en/of vloeibare goederen die in grote hoeveelheden tegelijk gestort, opgeslagen en vervoerd kunnen worden, waaronder zand, grond, grind, stenen, graan, afvalwater.
het brutovloeroppervlakte zoals omschreven in NEN 2580.
iedere bovenbeëindiging van een gebouw.
detailhandel in de volgende categorieën:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
bedrijf waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting.
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen zoals bijvoorbeeld een kantoor, uitzendbureau, reisbureau, kapper, schoonheidssalon, fysiotherapeut, belwinkel en internetcafé, etc..
kleinschalige nutsvoorzieningen, zoals transformatorhuisjes en schakelkastjes, ondergrondse lokale leidingen, tele- en datacommunicatieleidingen, riolering, telefooncellen en wachthuisjes, straatvoorzieningen (o.a. voor afvalstoffen).
die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen en vissen.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
woningen en andere geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder (hierna:"Wgh") en artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder.
inrichtingen als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken en waarvoor op grond van die wet de verplichting geldt tot vaststelling van een geluidszone rond het betrokken terrein.
onder gevoelige bedrijven wordt verstaan bedrijven die tot onevenredige beperkingen of overlast kunnen leiden voor de bedrijven waarvoor de zone binnen de bestemmingsgrenzen van Bedrijventerrein - 1, Bedrijventerrein - 2 en Bedrijventerrein - 3 van het Zeehaven- en industrieterrein Moerdijk primair bestemd is.
Gevoelige bedrijven beperken zich tot bedrijven behorende tot de volgende categorieën:
waarbij de gevoeligheid voor potentiële hinder zich toespitst op stank, stof, toxische stoffen, verontreinigingen van bodem en/of water.
grens van het terrein waarvoor een zone industrielawaai geldt, zoals bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder.
grens van de zone, zoals bedoeld in artikel 40 en artikel 41, leden 1 en 2, van de Wet geluidhinder.
cumulatieve kans op overlijden per jaar van een groep personen zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid transportroutes of Besluit externe veiligheid buisleidingen.
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder medebegrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/ of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit.
een bedrijf met een perceelsoppervlakte van minimaal 2 hectare.
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
een persoon of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid.
beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een bedrijf dat die goederen vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.
een haven rechtstreeks ten dienste staat van de aan deze havens gevestigde bedrijven. Hier zijn activiteiten toegestaan overeenkomstig de aangrenzende bijbehorende bedrijfsgronden.
een 'door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht' zoals beschreven in artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, en waarop een categorie uit bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (Bor) van toepassing is.
inrichting voor activiteiten met ontplofbare stoffen zoals bedoeld in artikel 2.6.6, eerste lid van Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.
alle installaties voor de productie van duurzame energie, CO2 (koolstofdioxide) en stroom, hoofdzakelijk ten behoeve van de klimatisering (verwarming, koeling en CO2-dosering) van bedrijfsruimten, inclusief de bijbehorende behuizing.
een kabel is een geheel van geleiders welke voorzien is van één ommanteling en bestemd is voor transport van energie of data.
een ruimte welke door haar indeling en inrichting is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
de totale vloeroppervlakte van een kantoor, met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.
kwetsbaar object zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 sub l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
in elkaar grijpende betonblokken ten behoeve van industriële muren, keer- en scheidingswanden en opslagboxen.
de gemiddelde hoogte van het terrein ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.
het geometrisch bepaald vlak, dat goothoogtes en bebouwingspercentages scheidt.
een bedrijf voor het stallen van paarden/pony's alsmede voor het beoefenen van de hippische sport.
door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan.
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
een activiteit van beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft.
plaats van verblijf of oponthoud.
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.
een kadastrale grens van een bouwperceel.
risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon, die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting.
wachthuisje ten behoeve van het faciliteren van portiersdiensten.
Bevi-bedrijf en in Activiteitenbesluit aangewezen bedrijf met veiligheidscontour groter dan 10 meter vanaf de risicobron. Een veiligheidscontour is hierbij gelijkgesteld met een 10-6-contour.
bouwwerken behorende bij een windturbine ten behoeve van het transporteren van opgewekte elektriciteit en het op spanning houden van de interne parkbekabeling van het windturbinepark als geheel.
de Staat van Bedrijfsactiviteiten “industrieterrein” die van deze regels onderdeel uitmaakt en is opgenomen in Bijlage 1.
een zone zoals bedoeld in artikel 14 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
een in een gebouw gelegen ruimte, bestemd voor het verblijven van mensen.
de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond.
het aanwezig zijn van voldoende parkeerplaatsen betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de "Nota parkeernormen" van de gemeente Moerdijk, en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met deze wijziging.
de naar de weg (eventueel voetpad) gekeerde gevel, vanwaar het gebouw hoofdzakelijk toegankelijk is; indien een gebouw met meerdere zijden aan de weg grenst, geldt de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel(-s).
de kadastrale grens aan de wegzijde of openbaar gebiedzijde bij een perceel die de zijkanten van een perceel verbindt. Indien meerdere zijden van het perceel naar de weg gekeerd zijn, wijzen burgemeester en wethouders een voorste perceelsgrens aan.
terrein ten behoeve van voorzieningen noodzakelijk voor het exploiteren en beheren van het baggerspeciedepot, zoals kantoren, loodsen, wegen en opslag.
een werk al of niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen, af te voeren en toe te voeren, de boven water gelegen taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede verstaan.
een voorziening om water tegen te houden, zoals een dijk en een dam.
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
installatie om windsnelheden op ashoogte van een windturbine te meten.
een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van windkracht, met uitzondering van bemalingsinstallaties ten behoeve van de waterhuishouding.
Het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning.
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.
de kadastrale grens tussen twee percelen ,die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.
vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
vanaf het peil tot aan de van de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
de diameter van de cirkel die de rotorbaden (wieken) van de windturbine beslaan.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het rotorblad in verticale positie.
de gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580.
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor agrarische doeleinden en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water en parkeervoorzieningen.
Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en ontsluitingswegen.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:
De voor 'Bedrijf - Baggerspeciedepot' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
alsmede voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water en laad- en losvoorzieningen;
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen te stellen aan het bepaalde in artikel 5.1 ten aanzien van de opslag van zand e.d. en materialen, waarbij de hoogte van de opslag van zand e.d. en materialen niet meer mag bedragen dan 5,5 m.
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
Onder strijdig gebruik wordt tevens gerekend het inrichten van de gronden in afwijking van de op de verbeelding aangegeven dwarsprofielen.
Aan het bepaalde in artikel 5.1 ten aanzien van de opslag van baggerspecie zijn de volgende voorwaarden verbonden:
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 5.5.1 vervatte verbod geldt niet voor:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan slechts worden verleend wanneer:
De voor 'Bedrijf - Voorzieningencentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en ontsluitingswegen;
een en ander met in achtneming van het bepaalde in artikel 35.4.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:
De voor 'Bedrijf - Windturbine' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals nutsvoorzieningen, transformatoren, schakelkasten, onderhoudswegen, hekwerken, kabels- en leidingen, groen en water;
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Op de gronden is het Toetsingskader defensieradar van het Ministerie van Defensie van toepassing, waarbij het volgende in acht genomen moet worden:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
De voor 'Bedrijventerrein - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, inrichtingen ten dienste van water- en energievoorziening, waterzuivering en waterbeheersing, havenbeheer en hulpdiensten, alsmede spoorwegaansluitingen, haveninstallaties, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, ontsluitingswegen, hoogspanningsleidingen, leidingstroken en opslag- en werkterreinen;
een en ander met in achtneming van het bepaalde in artikel 35.4.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de aanleg van (nieuwe) ontsluitingswegen, waarbij doodlopende wegvakken daar waar mogelijk worden vermeden uit oogpunt van een goede verkeerscirculatie en een goede calamiteitenbestrijding.
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:
De voor 'Bedrijventerrein - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, inrichtingen ten dienste van water- en energievoorziening, waterzuivering en waterbeheersing, havenbeheer en hulpdiensten, alsmede spoorwegaansluitingen, haveninstallaties, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, ontsluitingswegen, hoogspanningsleidingen, leidingstroken en opslag- en werkterreinen.
een en ander met in achtneming van het bepaalde in artikel 35.4.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
Gebouwen en de gronden ten behoeve van onder artikel 9.1 genoemde doeleinden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - uit te geven gronden' mogen niet in gebruik worden genomen indien niet aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:
De voor 'Bedrijventerrein - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, inrichtingen ten dienste van water- en energievoorziening, waterzuivering en waterbeheersing, havenbeheer en hulpdiensten, alsmede spoorwegaansluitingen, haveninstallaties, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, ontsluitingswegen, hoogspanningsleidingen, leidingstroken en opslag- en werkterreinen;
een en ander met in achtneming van het bepaalde in artikel 35.4.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
Gebouwen en de gronden ten behoeve van onder artikel 10.1 genoemde doeleinden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - uit te geven gronden' mogen niet in gebruik worden genomen indien niet aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde:
De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water en fiets- en voetpaden.
Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 11.2 voor de bouw van een bosbeheergebouw op gronden die in bosbouwkundig gebruik zijn, voor zover dit gebouw noodzakelijk is in verband met een doelmatig gebruik van de gronden, waarbij de volgende voorwaarden in acht worden genomen:
Het bevoegd gezag verleent de in artikel 11.3.1 bedoelde omgevingsvergunning uitsluitend indien:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 11.5.1 vervatte verbod geldt niet voor:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan slechts worden verleend wanneer:
De voor 'Buisleidingenstraat' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, welke behoren bij de buisleiding voor het goed functioneren van de buisleiding, alsmede agrarisch medegebruik, extensief recreatief medegebruik, groen, fiets- en voetpaden en ontsluitingswegen.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 12.2 voor het toestaan van een hogere bouwhoogte dan wel een grotere oppervlakte, mits:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 12.1 voor het toestaan van een ander gebruik, mits het ander gebruik verenigbaar is met de bestemming alsmede de veiligheid van personen en goederen niet in gevaar worden gebracht.
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 12.5.1 vervatte verbod geldt niet voor:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan slechts worden verleend wanneer:
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, water en fiets- en voetpaden.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 13.2 sub a. voor de bouw van een bosbeheergebouw op gronden die in bosbouwkundig gebruik zijn, voor zover dit gebouw noodzakelijk is in verband met een doelmatig gebruik van de gronden, waarbij de volgende voorwaarden in acht worden genomen:
Het bevoegd gezag verleent de in artikel 13.3.1 bedoelde omgevingsvergunning uitsluitend indien:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 13.5.1 vervatte verbod geldt niet:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan slechts worden verleend, indien de belangen van de onder 13.1 genoemde doelen niet onevenredig worden geschaad.
De voor 'Natuur - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen en water.
Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.2 voor de bouw van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover deze overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, noodzakelijk zijn in verband met een doelmatig gebruik van de gronden, waarbij de volgende voorwaarden in acht worden genomen:
Het bevoegd gezag verleent de in artikel 14.3.1 bedoelde omgevingsvergunning uitsluitend indien:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 14.5.1 vervatte verbod geldt niet voor:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan slechts worden verleend wanneer:
De voor 'Natuur - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen en water.
Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2 voor de bouw van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover deze overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, noodzakelijk zijn in verband met een doelmatig gebruik van de gronden, waarbij de volgende voorwaarden in acht worden genomen:
Het bevoegd gezag verleent de in artikel 15.3.1 bedoelde omgevingsvergunning uitsluitend indien:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 15.5.1 vervatte verbod geldt niet voor:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan slechts worden verleend wanneer:
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen, water en fiets- en voetpaden.
Op de in artikel 16.1 bedoelde gronden mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
De voor 'Verkeer - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming horende voorzieningen voor het langzaam verkeer en de ten behoeve van de verkeersdoeleinden benodigde bouwwerken en andere voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen, water en leidingen.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen te stellen aan de situering van bouwwerken voor zover dit nodig is met het oog op de verkeers- en brandveiligheid.
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
De voor 'Verkeer - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming horende voorzieningen voor het langzaam verkeer en de ten behoeve van de verkeersdoeleinden benodigde bouwwerken, kruisingen met railverkeer en andere voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen, water en leidingen.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming horende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, een verblijfsgebouw, parkeerruimte en rijwielstalling alsmede kruisingen met wegverkeer, leidingen en waterlopen.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering van bouwwerken voorzover dit nodig is met het oog op:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
De voor 'Water - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming horende voorzieningen, zoals voorzieningen voor het verkeer te water, kaden en oevers, aanlegsteigers en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kranen en laad- en losplaatsen.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
De voor 'Water - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming horende voorzieningen, zoals voorzieningen voor het verkeer te water en groen.
Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 21.2 voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover dit bouwwerk noodzakelijk is in verband met een doelmatig gebruik van de gronden, waarbij de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 3,5 m.
Het bevoegd gezag verleent de in artikel 21.3.1 bedoelde omgevingsvergunning uitsluitend indien:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor:
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 21.5.1 vervatte verbod geldt niet voor:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan slechts worden verleend wanneer:
De voor 'Water - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bij deze bestemming behorende voorzieningen, waaronder bruggen, beschoeiingen, kades en steigers.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
De voor 'Leiding - Gevaarlijke stoffen' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor buisleidingen voor brandbare vloeistoffen (K1) en een hogedruk aardgastransportleiding, alsmede voor bij deze bestemming horende voorzieningen, zoals bouwwerken, geen gebouw zijnde, welke behoren bij de buisleiding voor het goed functioneren van de buisleiding.
Voor het bouwen geldt de volgende regel:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 23.2, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 23.4.1 vervatte verbod geldt niet voor:
De werken en werkzaamheden, zoals in artikel 23.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de leidingbeheerder.
De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een ondergrondse hoogspanningsverbinding van ten hoogste 150 kV, alsmede voor de hierbij behorende voorzieningen.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 24.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, met dien verstande dat het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de hoogspanningsverbinding dient te zijn gewaarborgd.
Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 34.1 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden voor de opslag van brandgevaarlijke, brandbare of explosieve materialen.
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 24.5.1 vervatte verbod geldt niet voor:
De werken en werkzaamheden, zoals in artikel 25.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de leidingbeheerder.
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor:
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 25.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, met dien verstande dat het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de hoogspanningsverbinding dient te zijn gewaarborgd.
Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 34.1 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden voor de opslag van brandgevaarlijke, brandbare of explosieve materialen.
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 25.5.1 vervatte verbod geldt niet voor:
De werken en werkzaamheden, zoals in artikel 25.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de leidingbeheerder.
De voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor ondergrondse buisleidingen en kabels, alsmede bij deze bestemming horende voorzieningen, gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, welke behoren bij de buisleiding voor het goed functioneren van de buisleiding.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Op de in artikel 26.1 bedoelde gronden mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde:
Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 34.1 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden voor de opslag van brandgevaarlijke, brandbare of explosieve materialen.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde:
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 27.5.1 vervatte verbod geldt niet voor:
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend, indien de betreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de veiligheid van de leiding en van de bijbehorende belemmeringenstrook.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de leidingbeheerder.
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een rioolpersleiding.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 27.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 27.4.1 vervatte verbod geldt niet voor:
De werken en werkzaamheden, zoals in artikel 27.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de leidingbeheerder.
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een waterleiding.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 28.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 28.4.1 vervatte verbod geldt niet voor:
De werken en werkzaamheden, zoals in artikel 29.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de leidingbeheerder.
De voor ‘Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings)waarden.
Alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, moet door de aanvrager een archeologisch onderzoeksrapport, goedgekeurd door het bevoegd gezag, worden overgelegd waarin:
Het bepaalde in lid 29.2.1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op:
Indien uit het in lid 29.2.1 genoemde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunningergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk.
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in lid 29.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
De voor ‘Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings)waarden.
Alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, moet door de aanvrager een archeologisch onderzoeksrapport, goedgekeurd door het bevoegd gezag, worden overgelegd waarin:
Het bepaalde in lid 30.2.1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op:
Indien uit het in lid 30.2.1 genoemde archeologisch onderzoeksrapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om bouwvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk.
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in lid 30.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterkering.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 31.2 onder c, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Het onder 31.4.1 vervatte verbod geldt niet voor:
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend, indien door de werken en werkzaamheden geen schade kan ontstaan aan de waterkering.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
Bij het bouwen op grond van de in hoofdstuk 2 genoemde bestemmingen geldt dat:
Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend:
Bij het wijzigen van het bestaande gebruik op grond van de in hoofdstuk 2 genoemde bestemmingen geldt dat:
het bepaalde onder sub a en b geldt niet voor het vergunde bestaande gebruik van gronden en bouwwerken op het moment van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.
Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen in die zin dat nieuwe inrichtingen voor activiteiten met ontplofbare stoffen worden mogelijk gemaakt met de bijbehorende B- en C-zone, mits voldaan wordt aan de voorwaarden:
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen geluidgevoelige objecten worden opgericht dan wel aangelegd.
Ter plaatse van de functieaanduiding 'windturbine' zijn de gronden mede bestemd voor:
Naast de regels die aan de gronden zijn gegeven met de bestemmingen 'Bedrijventerrein - 1 'Bedrijventerrein - 2' en 'Bedrijventerrein - 3' gelden de volgende regels.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - EV1' gelden de volgende regels:
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - EV2' gelden de volgende regels:
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - EV3' gelden de volgende regels:
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - Bevi artikel 14' is de cumulatieve 10-6 contour toegestaan van de inrichtingen gelegen in het plangebied. Hoge populatieobjecten zijn in deze zone uitgesloten, behoudens als onderdeel van Bevi-bedrijven.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding' mogen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 35.5.1 voor het oprichten van bouwwerken op de gronden gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding', mits het afwijken niet in strijd is met de belangen van de binnen het naastgelegen bestemmingsvlak gelegen leiding, alsmede de veiligheid van personen en goeden is afgewogen en het groepsrisico is verantwoord.
Alvorens een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 35.5.2, te verlenen wint het bevoegd gezag advies in bij de beheerder van de buisleidingenstraat omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - lpg' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemming(en), geen kwetsbare objecten of hoge populatieobjecten aanwezig zijn of worden opgericht.
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen, het plan wijzigen in die zin dat:
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - munitie - B' zijn kwetsbare objecten uitgesloten en zijn geen nieuwe beperkt kwetsbare objecten toegestaan met uitzondering van beperkt kwetsbare objecten op het eigen perceel.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - munitie - C' is het niet toegestaan gebouwen te bouwen met vlies- of gordijngevelconstructies alsmede gebouwen te bouwen met zeer grote glasoppervlakten waarin zich als regel een groot aantal personen bevindt.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - windturbine - 2' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemming(en), geen kwetsbare objecten in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden gebouwd.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - weg' is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van ontwikkelingen ten behoeve van de infrastructurele voorziening.
Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen om overschrijding van bestemmingsgrenzen toe te staan, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Een en ander onder de volgende voorwaarden:
Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van ten behoeve van de aanleg van nieuwe leidingen, met dien verstande dat;
De wettelijke regelingen alsmede de berekeningsprotocollen externe veiligheid waarnaar in de regels van dit bestemmingsplan wordt verwezen, dan wel waarop de vergunningverlening van omgevingsvergunningen is gebasseerd, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bevoegd gezag kan eenmalig bij omgevingsvergunning afwijken van artikel 39.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 39.1 met maximaal 10 %.
artikel 39.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 39.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 39.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
artikel 39.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Voor het gebouw aan de Roode Vaart 23 in Moerdijk, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht", geldt het volgende:
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan 'Zeehaven- en industrieterrein Moerdijk'.