| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Stroïnkweg 46 - Zuidveen |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1708.ZDDVStroinkweg46OP-ON01 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Burgemeester G.W. Stroïnkweg 46 in Zuidveen en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22j]) van het omgevingsplan van de gemeente Steenwijkerland. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22j] van het omgevingsplan van de gemeente Steenwijkerland. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22j.]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘[22j.]’ gelezen worden.
De bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Stroïnkweg 46 - Zuidveen', tenzij daar in dit artikel van worden afgeweken.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Stroïnkweg 46 - Zuidveen' met identificatienummer NL.IMRO.1708.ZDDVStroinkweg46OP-ON01 van de gemeente Steenwijkerland.
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
de provinciaal, gemeentelijk of regionaal archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie.
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten.
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden.
de aan een bouwwerk toegekende waarde in verband met de vormgeving, het materiaalgebruik en/of detaillering.
voor het bepalen van de bebouwde kom als genoemd in artikel Waarde - Archeologie 1 en artikel Waarde - Archeologie 2 wordt aangesloten bij de bebouwde kom volgens de Wegenwet.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
een in de verbeelding of regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd.
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde met betrekking tot de bouwkundige vormgeving en ruimtelijke en functionele aspecten.
het gedeelte van een gebouw dat gelijk is aan het natuurlijk oppervlak van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aansluitende maaiveld of de gemiddelde hoogte daarvan.
situatie ten tijde van de inwerkingtreding van het Omgevingsplan.
een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
de grens van een bouwvlak.
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
de grens van een bouwperceel.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen op de onbebouwde gronden van de bedrijfspercelen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke.
gronden die in cultuur zijn gebracht, waaronder grasland-, akkerbouw- en tuinbouwgrond alsmede grond ten behoeve van de rietteelt.
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat ontstaan is door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt.
waarden die ontstaan zijn door het gebruik van de gronden door de mens in de loop van de geschiedenis.
het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats zonder overnachtingsmogelijkheden.
een uitwendige scheidingsconstructie als bovenafsluiting van een bouwwerk.
het bedrijfsmatig te koop, te huur of in lease aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen, het verhuren en/of leveren, van goederen aan diegenen die, die goederen kopen respectievelijk huren, voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
bedrijf of instelling voor het bedrijfsmatig verrichten van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder in ieder geval zijn begrepen een kapperszaak, schoonheidsinstituut, fotostudio, uitzendbureau, stomerij, wasserette, apotheek, reisbureau en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf, een horecabedrijf, een centrum voor fysiotherapie, een fitnesscentrum, een seksinrichting en een coffeeshop.
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een omgevingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.
afscheiding welke op een grens tussen twee erven is geplaatst.
een ondergeschikte uitbouw op de begane grond van de woning, die strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan de verblijfsruimte en zorgt voor een verbijzondering van de voor- of zijgevel zonder de architectuur wezenlijk aan te tasten. Een erker heeft een diepte van maximaal 1,00 meter en is aan drie zijden geheel of gedeeltelijk voorzien van glas.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
de bouwgrens die (nagenoeg) gelijk loopt aan de as van de weg of het water waarin een (of meer) gevel(s) van een gebouw is (zijn) geplaatst en die is gelegen aan de weg grenzende perceelsgrens, ofwel de gevellijn als aangeduid op de kaart.
een mengsel met één of meer werkzame stoffen bestemd om te worden gebruikt om:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is.
een middel ten behoeve van recreatief nachtverblijf, waaronder wordt begrepen een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren;
het gebruik van een gebouw, bouwwerk of terrein voor het tijdelijk en niet-permanent verblijven van personen voor een aaneengesloten periode van ten hoogste 2 uur per dag;
landschapselementen vormen een verzamelbegrip voor bijna alle individuele (biotische) onderdelen met een oppervlakte of een volume, die het landschap mee opbouwen en er een inhoud en identiteit aan geven. Hun ontstaan of voortbestaan is haast altijd op de een of andere manier te danken aan menselijke activiteiten.
bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging.
zorg voor onderhoud van het natuurlandschap.
een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit Omgevingsplan toegestane hoofdfunctie op een perceel.
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer.
een gedeelte van een gebouw, dat is gelegen binnen de buitenwerkse gevelvlakken en wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven het peil is gelegen.
een functie die qua omvang en uitstraling ondergeschikt is aan een op dezelfde plaats voorkomende (hoofd)functie, maar indien dat in de functieomschrijving niet expliciet is aangegeven aan die functie niet ten dienste hoeft te staan c.q. daar niet functioneel mee verbonden hoeft te zijn.
een gebouw of bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation.
het bewaren van goederen, materialen en stoffen, al dan niet in combinatie met de productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand.
bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan, als hoofdverblijf.
de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte.
het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte.
een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag, welke is gelegen ter plaatse van de begane grond.
de veiligheid voor het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers.
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
het bouwkundig en functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer zelfstandige woningen.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.
het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de verbeelding bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de
scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
de lengte van een bouwwerk, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel.
de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand.
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,00 meter.
vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
de oppervlakte van het dakvlak van de overkapping.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Het is verboden om gronden en/of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Agrarisch'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' heeft de volgende functies:
Met daaraan ondergeschikt:
Op gronden met de functie 'Agrarisch' mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van:
Op gronden met de functie 'Agrarisch' mogen geen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd, met uitzondering van:
Het is verboden op of in de gronden, met de functie 'Agrarisch', zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod in artikel 7.4.1is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die;
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien
Het bevoegd gezag vraagt advies aan het bevoegde waterschapsgezag, alvorens een vergunning verleend kan worden in de volgende gevallen:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Tuin'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Tuin' heeft de volgende functies:
met de daarbij behorende:
Op de voor de functie 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd, ten dienste van de functie 'Tuin', danwel de aangrenzende functie 'Wonen', met dien verstande dat:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Wonen'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' heeft de volgende functies:
Met de daarbij behorende:
Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken behorende bij de woning gelden de volgende bepalingen:
| Oppervlakte bestaand bouwperceel | Toegestane oppervlakte bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' |
| Bouwperceel tot 350 m² | 50 m² |
| Bouwperceel van 350 m² - 700 m² | 70 m² |
| Bouwperceel van 700 m² - 1.000 m² | 80 m² |
| Bouwperceel vanaf 1.000 m² | 100 m² |
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende bepalingen:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een andere dakhelling te realiseren dan gesteld in 9.3.2.
Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een woning te bewonen met meer dan één huishouden.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een grotere oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken te realiseren dan gesteld in 9.3.3.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning met een grotere inhoud te realiseren dan het maximum dat gesteld is in 9.3.2.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning met een hogere goothoogte te realiseren dan het maximum dat gesteld is in 9.3.2.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning woningen samen te voegen.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bestaande woning te splitsen naar meerdere wooneenheden.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit uit te oefenen.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning complementarie daghoreca als ondergeschikte nevenactiviteit uit te oefenen.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een gelegenheid ten behoeve van het verlenen van bed & breakfast aan te bieden.
De dakhelling kan worden verkleind tot 0* indien;
Een omgevingsvergunning kan worden verleend met dien verstande dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
Een omgevingsvergunning kan worden verleend met dien verstande dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
Een omgevingsvergunning kan worden verleend met dien verstande dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
Een omgevingsvergunning kan worden verleend met dien verstande dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
Een omgevingsvergunning kan worden verleend met dien verstande dat:
Een omgevingsvergunning kan worden verleend met dien verstande dat:
Een omgevingsvergunning kan worden verleend met dien verstande dat
Een omgevingsvergunning kan worden verleend met dien verstande dat:
Een omgevingsvergunning kan worden verleend met dien verstande dat:
Een beroep of bedrijf aan huis bij de woning, zoals benoemd in Bijlage 2 bij de regels, is toegestaan, mits:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 2'.
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor bescherming van de aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.
Ter plaatse van gronden met de 'Waarde - Archeologie 2' is het niet toegestaan om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen, indien;
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt slechts verleend indien en voor zover uit het archeologisch rapport blijkt dat:
Indien uit het in 10.3.2 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarde van de gronden voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de onderstaande voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in lid 10.4.2, zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de in lid 10.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
Voor zover het gaat over;
Het bepaalde in lid 10.4.1 is niet van toepassing bij werkzaamheden indien:
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
Indien uit het in 10.4.3 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarde van de gronden voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de onderstaande voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde - Cultuurhistorie Zuidveen'.
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie Zuidveen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden, met ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' de monumenten, zoals vastgelegd in Bijlage 1 'Overzicht monumenten', en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' de karakteristieke panden.
De waarden komen als volgt tot uitdrukking:
Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie Zuidveen' aangewezen gronden mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' slechts worden gebouwd indien en voor zover zulks nodig is voor het behoud en/of herstel van de bestaande bebouwing, met dien verstande, dat:
Het bepaalde in artikel 11.3.1 is niet van toepassing op:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen ten behoeve van de onderliggende functies.
Een omgevingsvergunning kan worden verleend met dien verstande dat:
Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Cultuurhistorie Zuidveen' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren:
Het bepaalde in lid 11.6.1 is niet van toepassing bij werkzaamheden indien:
De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 11.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien conform advies van de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie, de in artikel 11.2 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
Het bevoegd gezag kan aan de in artikel 11.6.1 genoemde vergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gebied.
Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Cultuurhistorie Zuidveen' aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de op de gronden aanwezige karakteristieke bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen.
Het bepaalde in lid 11.7.1 is niet van toepassing op:
De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 11.7.1 zijn slechts toelaatbaar mits:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Binnen de 'Overige zone – spuitvrije zone' is het gebruik maken van gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen niet toegestaan.