Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ag Steenwijk – Stormbaan
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1708.STWStormbaanOP-VA01

Regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de gebiedsontwikkeling Steenwijk - Stormbaan in Steenwijk en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22ag) van het omgevingsplan van de gemeente Steenwijkerland. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
 
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22ag van het omgevingsplan van de gemeente Steenwijkerland. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22ag.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22ag’ gelezen worden.

1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

Artikel 2 Begrippen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

2.1 TAM-omgevingsplan

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ag Steenwijk – Stormbaan  met identificatienummer NL.IMRO.1708.STWStormbaanOP-VA01 van de Gemeente Steenwijkerland;

2.2 Omgevingsplan

het omgevingsplan van de Gemeente Steenwijkerland;

2.3 Aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

2.4 Aan huis verbonden bedrijf

het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten.

2.5 Aan huis verbonden beroep

een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten.

2.6 Aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

2.7 Archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden.

2.8 Archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten.

2.9 Archeologisch deskundige

de provinciaal, gemeentelijk of regionaal archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie.

2.10 Achtererfgebied

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen.

2.11 Bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

2.12 Begane grond

het gedeelte van een gebouw dat gelijk is aan het natuurlijk oppervlak van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aansluitende maaiveld of de gemiddelde hoogte daarvan.

2.13 Bestaand

situatie ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

2.14 Bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

2.15 Bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

2.16 Bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

2.17 Bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

2.18 Bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

2.19 Bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback.

2.20 Bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

2.21 Bouwperceelsgrens

de grens van een bouwperceel.

2.22 Bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

2.23 Bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

2.24 Carport

een bouwwerk met tenminste een dak en niet, of aan maximaal twee zijden van wanden voorzien, inclusief bestaande wanden.

2.25 Dak

een uitwendige scheidingsconstructie als bovenafsluiting van een bouwwerk.

2.26 Detailhandel

het bedrijfsmatig te koop, te huur of in lease aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen, het verhuren en/of leveren, van goederen aan diegenen die, die goederen kopen respectievelijk huren, voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

2.27 Dienstverlening

bedrijf of instelling voor het bedrijfsmatig verrichten van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder in ieder geval zijn begrepen een kapperszaak, schoonheidsinstituut, fotostudio, uitzendbureau, stomerij, wasserette, apotheek, reisbureau en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf, een horecabedrijf, een centrum voor fysiotherapie, een fitnesscentrum, een seksinrichting en een coffeeshop.

2.28 Erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.

2.29 Erfafscheiding

afscheiding welke op een grens tussen twee erven is geplaatst.

2.30 Erker

een ondergeschikte uitbreiding van het hoofdgebouw op de begane grond van de woning, die strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan de verblijfsruimte en zorgt voor een verbijzondering van de voor- of zijgevel zonder de architectuur wezenlijk aan te tasten. Een erker heeft een diepte van maximaal 1,00 meter en is aan drie zijden geheel of gedeeltelijk voorzien van glas.

2.31 Gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

2.32 Hoofdgebouw

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

2.33 Kampeermiddel

  1. een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren;
  2. enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is. Eén en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

2.34 Maaiveld

bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging.

2.35 Maatvoeringsvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge een maatvoeringssymbool in het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten.

2.36 Mantelzorg

zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie.

2.37 Onderbouw / kelder

een gedeelte van een gebouw, dat is gelegen binnen de buitenwerkse gevelvlakken en wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven het peil is gelegen.

2.38 Nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer.

2.39 Onderkomen

voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief verblijf.

2.40 Openbare nutsvoorziening

een gebouw of bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation.

2.41 Opslag

het bewaren van goederen, materialen en stoffen, al dan niet in combinatie met de productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard.

2.42 Overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand.

2.43 Peil

  1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld;
  3. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (NAP) of het ter plaatse geldende waterpeil.

2.44 Prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

2.45 Seksinrichting

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

2.46 Verdieping

een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag, welke is gelegen ter plaatse van de begane grond.

2.47 Voorgevel

gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg of het water en die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt.

2.48 Watervoorziening

water, zoals sloten, beken, waterlopen, overige waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals dammen, duikers en vergelijkbare voorzieningen.

2.49 Woning

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

2.50 Woongebouw

een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.

Artikel 3 Toepassingsbereik

  1. Het besluit als bedoeld in artikel 4.6 eerste lid onder g van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld onder c, is niet van toepassing;
  2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk;
  3. De regels in dit hoofdstuk (H22ag) zijn van toepassing op de locatie Steenwijk - Stormbaan in Steenwijk, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1708.STWStormbaanOP-VA01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

4.1 De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens

tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.

4.2 Het bebouwingspercentage

het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen.

4.3 De bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

4.4 De dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

4.5 De goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

4.6 De horizontale diepte van een gebouw

de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel.

4.7 De inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

4.8 De lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand.

4.9 De ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk

vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

4.10 De oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

4.11 De ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,00 meter.

4.12 De verticale diepte van een gebouw

de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer.

Artikel 5 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

2 Functies

Artikel 7 Groen

7.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Groen’.

7.2 Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als ‘Groen’ heeft de volgende functies:
  1. groenvoorzieningen, structurele beplantingen en plantsoenen;
  2. parkeervoorzieningen;
  3. paden, wegen en straten;
  4. recreatief medegebruik;
  5. watervoorzieningen;
  6. openbare nutsvoorzieningen;
  7. speelvoorzieningen;
  8. ontsluitingsvoorzieningen;
  9. herdenkingsmonumenten.

7.3 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

7.3.1 Beoordelingsregels
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels, behorende bij de binnenplanse omgevingsplanactiviteiten bouwwerken.
7.3.2 Algemeen
Op de gronden met de functie 'Groen' mogen uitsluitend worden gebouwd:
  1. bouwwerken ten behoeve van een nutsvoorzieningen, mits wordt voldaan aan de in artikel 7.3.3 gestelde voorwaarden;
  2. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mits wordt voldaan aan de in artikel 7.3.4 gestelde voorwaarden.
7.3.3 Nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van een nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen:
  1. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter;
  2. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m².
7.3.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldende volgende bepalingen:
  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde maximaal 6,00 meter bedraagt en deze wordt gerealiseerd;
    1. ten behoeve van nutsvoorzieningen;
    2. noodzakelijk is met het oog op de regeling van de verkeersveiligheid;
    3. ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden;
    4. behorende tot recreatievoorzieningen; zoals recreatieve bewegwijzering, informatieborden en kleinschalige uitzicht- en rustpunten;
    5. behorende tot het straatmeubilair;
    6. speelvoorzieningen;
    7. herdenkingsmonumenten;
    8. met sub 1 t/m 7 vergelijkbare bouwwerken.

7.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

7.4.1 Vergroten van de bouwhoogte van nutsvoorzieningen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning nutsvoorzieningen met een grotere bouwhoogte dan gesteld in artikel 7.3.3.
7.4.2 Aanleg van wegen
Het is verboden wegen aan te leggen of aangrenzende wegen te verbeden in de functie groen.
7.4.3 Realiseren van parkeerplaatsen
Het is verboden om parkeerplaatsen te realiseren in de functie groen.

7.5 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

7.5.1 Beoordelingsregels
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels, behorende bij de omgevingsvergunning voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten.
7.5.2 Vergroten van de bouwhoogte van nutsvoorzieningen
Een omgevingsvergunning voor het vergroten van de bouwhoogte van een nutsvoorziening kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. de goothoogte niet meer dan 3,00 meter bedraagt;
  2. de bouwhoogte niet meer dan 6,00 meter bedraagt;
  3. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt aan het straat- en bebouwingsbeeld.
7.5.3 Aanleg van wegen
Een omgevingsvergunning voor het verbreden of aanleggen van wegen of paden kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft;
  2. er geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
  3. er geen aantasting plaatsvindt aan het straat- en bebouwingsbeeld.
7.5.4 Realiseren van parkeerplaatsen
Een omgevingsvergunning voor het realiseren van parkeerplaatsen kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. de parkeerbehoefte is aangetoond;
  2. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft;
  3. er geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
  4. er geen aantasting plaatsvindt aan het straat- en bebouwingsbeeld.

Artikel 8 Tuin

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Tuin’.

8.2 Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als ‘Tuin’ heeft de volgende functies:
  1. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen (hoofd)gebouwen
met de daarbij behorende:
  1. erven;
  2. watervoorzieningen;
  3. ontsluitings- en parkeervoorzieningen.

8.3 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

8.3.1 Beoordelingsregels
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels, behorende bij de binnenplanse omgevingsplanactiviteiten bouwwerken.
8.3.2 Algemeen
Op de voor de functie ‘Tuin’ aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd, ten dienste van de functie ‘Tuin’, met dien verstande dat:
  1. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter bedraagt;
  2. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter bedraagt;
  3. erkers, luifels, balkons en dergelijke mits;
    1. de diepte gemeten vanaf de bouwgrens van de woning maximaal 1,00 meter bedraagt;
    2. de breedte niet meer bedraagt dan 2/3e van de breedte van de woning;
    3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter.

Artikel 9 Verkeer

9.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Verkeer’.

9.2 Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als ‘Verkeer’ heeft de volgende functies:
  1. verkeersdoeleinden;
  2. parkeervoorzieningen;
  3. paden, wegen en straten;
met daaraan ondergeschikt:
  1. groenvoorzieningen;
  2. speelvoorzieningen;
  3. geluidwerende voorzieningen;
  4. openbare nutsvoorzieningen;
  5. straatmeubilair;
  6. kunstwerken;
  7. afvalinzameling;
  8. watervoorzieningen.

9.3 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

9.3.1 Beoordelingsregels
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels, behorende bij de binnenplanse omgevingsplanactiviteiten bouwwerken.
9.3.2 Algemeen
Op de voor functie ‘Verkeer’ aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
  1. bouwwerken ten behoeve van een nutsvoorzieningen, mits wordt voldaan aan de in artikel 9.3.3 gestelde voorwaarden;
  2. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mits wordt voldaan aan de in artikel 9.3.4 gestelde voorwaarden.
9.3.3 Nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van een nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen:
  1. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter;
  2. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m².
9.3.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde,
Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldende volgende bepalingen:
  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde maximaal 10,00 meter bedraagt en deze wordt gerealiseerd;
    1. ten behoeve van speelvoorzieningen;
    2. ten behoeve van afvalinzameling;
    3. kunstwerken, zoals bruggen en duikers;
    4. ten behoeve van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water.
    5. met sub 1 t/m 4 vergelijkbare bouwwerken.

9.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

9.4.1 Vergroten van de bouwhoogte van nutsvoorzieningen
Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een nutsvoorziening te realiseren, groter dan de in artikel 9.3.3 gestelde maatvoering.
9.4.2 Bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van beeldende kunst
Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een bouwwerk geen gebouw zijnde ten behoeve van beeldende kunst te realiseren.
9.4.3 Plaatsen van masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering
Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een mast ten behoeve van telecommunicatie en alarmering te realiseren.

9.5 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

9.5.1 Beoordelingsregels
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels, behorende bij de omgevingsvergunning voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten.
9.5.2 Vergroten van de bouwhoogte van nutsvoorzieningen
In afwijking van het gestelde in artikel 9.4.1 kan een omgevingsvergunning voor een grotere bouwhoogte voor een nutsvoorziening worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. de goothoogte bedraagt maximaal 3,00 meter;
  2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,00 meter;
  3. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
    1. het straat- en bebouwingsbeeld;
    2. de verkeersveiligheid;
    3. de milieusituatie;
    4. de gebruiksmogelijkheden van de gronden.
9.5.3 Bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van beeldende kunst
In afwijking van het gestelde in artikel 9.4.2 kan een omgevingsvergunning voor een  bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van beeldende kunst worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. advies wordt ingewonnen bij de Commissie Beeldende Kunst;
  2. geen hinder voor de verkeersveiligheid vormt.
9.5.4 Plaatsen van masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering
In afwijking van het gestelde in artikel 9.4.3 kan een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een mast ten behoeve van telecommunicatie en/of alarmering worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. deze past binnen het stedenbouwkundige- en/of het landschappelijke beeld ter plaatse;
  2. belangen van derden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad;
  3. de totale bouwhoogte van de antenne-installatie inclusief bebouwing maximaal 40,00 meter bedraagt.

Artikel 10 Wonen

10.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Wonen’.

10.2 Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als ‘Wonen’ heeft de volgende functies:
  1. wonen in een woning;
met de daarbij behorende:
  1. tuinen en erven;
  2. ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
  3. watervoorzieningen.

10.3 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

10.3.1 Beoordelingsregels
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels, behorende bij de binnenplanse omgevingsplanactiviteiten bouwwerken.
10.3.2 Algemeen
Op de gronden met de functie 'Wonen' mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd:
  1. woningen, uitsluitend binnen de functieaanduiding ‘bouwvlak’, mits wordt voldaan aan de in artikel 10.3.3 gestelde voorwaarden;
  2. bijbehorende bouwwerken uitsluitend binnen de functie 'Wonen’, mits wordt voldaan aan de in artikel 10.3.4 gestelde voorwaarden;
  3. bouwwerken, geen gebouw zijnde, uitgezonderd vlaggenmasten en erfafscheidingen, uitsluitend binnen de functie 'Wonen’, mits wordt voldaan aan de in artikel 10.3.5 gestelde voorwaarden.
10.3.3 Woningen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
  1. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden’;
  2. woningen mogen alleen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’;
  3. de voorgevels worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens of evenwijdig aan de voorgevelrooilijn van bestaande omliggende bebouwing tenzij anders op de verbeelding is aangegeven;
  4. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
  5. de goothoogte van een woning bedraagt maximaal de met ‘maximale goothoogte’ aangeduide goothoogte;
  6. de bouwhoogte van een woning bedraagt de met ‘maximale bouwhoogte’ aangeduide bouwhoogte.
10.3.4 Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken behorende bij de woning gelden de volgende bepalingen:
  1. bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’;
  2. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, met uitzondering van overkappingen, bedraagt maximaal de oppervlakte zoals hieronder aangegeven; 
Oppervlakte achtererfgebiedToegestane oppervlakte bijgebouwen
Achtererfgebied tot 100 m²60% van het achtererfgebied
100 m² - 200 m²70 m²
200 m² - 300 m²90 m²
300 m² - 400 m²100 m²
400 m² - 500 m²110 m²
500 m² - 600 m²120 m²
600 m² - 700 m²130 m²
700 m² - 800 m²140 m²
Achtererfgebied vanaf 800 m²150 m²
  1. maximaal 60% van het achtererf mag bebouwd worden;
  2. de goot- en bouwhoogte hoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,50 meter.
10.3.5 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende bepalingen:
  1. bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen uitsluitend in het achtererfgebied worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen en een vlaggenmast;
  2. voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet specifiek hieronder gedefinieerd geldt dat de hoogte maximaal 3 meter mag bedragen;
  3. de hoogte van een vlaggenmast mag maximaal 6,00 meter bedragen;
  4. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2,00 meter bedragen, met uitzondering van de erfafscheidingen die zich in het voorerfgebied bevinden, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,00 meter mag bedragen;
  5. een carport wordt op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn van de woning gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van een carport maximaal 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte van een carport maximaal 20 m² bedraagt.

10.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

10.4.1 Bewoning van een woning door meer dan één huishouden
Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een woning te bewonen met meer dan één huishouden.
10.4.2 Groter oppervlakte van bijbehorend bouwwerken na sanering
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een grotere oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken te realiseren dan gesteld in artikel 10.3.4.
10.4.3 Vergroten van de goothoogte van de woning
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning met een hogere goothoogte te realiseren dan het maximum dat gesteld is in artikel 10.3.3.
10.4.4 Samenvoegen van woningen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning woningen samen te voegen.
10.4.5 Woningsplitsing
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bestaande woning te splitsen naar meerdere wooneenheden.
10.4.6 Detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit uit te oefenen.
10.4.7 Complementaire daghoreca als ondergeschikte nevenactiviteit
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning complementarie daghoreca als ondergeschikte nevenactiviteit uit te oefenen.
10.4.8 Bed & breakfast
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een gelegenheid ten behoeve van het verlenen van bed & breakfast aan te bieden.

10.5 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

10.5.1 Beoordelingsregels
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels, behorende bij de omgevingsvergunning voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten.
10.5.2 Bewoning van een woning door meer dan één huishouden
Een omgevingsvergunning de bewoing van een woning door meer dan één huishouden kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft;
  2. er geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
  3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet worden aangetast
  4. er sprake is van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
10.5.3 Groter oppervlakte van bijbehorend bouwwerken na sanering
Een omgevingsvergunning voor een groter oppervlak van bijbehorende bouwwerken na sanering kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. er dient sprake te zijn van sloop en maximaal 75% van de gesloopte bebouwing mag terug worden gebouwd;
  2. na sanering mag het perceel voor maximaal 60% zijn bebouwd.
10.5.4 Vergroten van de inhoud van de woning en gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak
Een omgevingsvergunning voor het vergroten van de inhoud van een woning en het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. de inhoud van de woning mag maximaal 750 m³ bedragen;
  2. het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak betrekking heeft op de uitbreiding van een woning binnen het bouwvlak;
  3. ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ dient de karakteristieke hoofdvorm van de woning behouden te blijven;
  4. er dient sprake te zijn van een goede landschappelijke- en stedenbouwkundige inpassing.
10.5.5 Vergroten van de goothoogte van de woning
Een omgevingsvergunning voor het vergroten van de goothoogte van de woning kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. De goothoogte van de woning is niet hoger dan 5,50 meter.
10.5.6 Samenvoegen van woningen
Een omgevingsvergunning voor het samenvoegen van woningen kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. de woningsplitsing vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is;
  2. de inhoud en oppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet mag worden vergroot.
10.5.7 Woningsplitsing
Een omgevingsvergunning voor het splitsen van een woning kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. de te splitsen woning heeft ten minste een inhoud van 600 m³;
  2. na splitsing heeft elke woning ten minste een inhoud van 250 m³;
  3. de woningsplitsing is vanuit stedenbouwkundigoogpunt aanvaardbaar;
  4. samenvoeging van woningen in een rij aaneengesloten soortgelijke woningen is niet toegestaan;
  5. de inhoud en oppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet worden vergroot.
10.5.8 Detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit
Een omgevingsvergunning voor detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. de ruimtes welke worden gebruikt ten behoeve van ondergeschikte detailhandel bevinden zich op de begane grond van de woning of een bijbehorend bouwwerk;
  2. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor een nevenactiviteit, zoals bedoeld in artikel 10.5.9, artikel 10.5.10 en artikel 10.6.1;
  3. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarvan minstens één de bewoner is;
  4. de oppervlakte van productiegebonden detailhandel mag maximaal 10% van het brutovloeroppervlakte, tot een maximum van 150 m² bedragen;
  5. etalages zijn niet toegestaan;
  6. er is ten hoogste één reclame-uiting toegestaan, van maximaal 20x30 cm;
  7. verkoop van producten met veiligheidsrisico niet zijn toegestaan;
  8. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform de Nota parkeernormen Steenwijkerland.
  9. er mag geen sprake zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking.
10.5.9 Complementaire daghoreca als ondergeschikte nevenactiviteit
Een omgevingsvergunning voor complementaire daghoreca als ondergeschikte nevenactiviteit kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. De ruimtes welke toegankelijk zijn voor bezoekers bevinden zich op de begane grond van de woning of een bijbehorend bouwwerk;
  2. Maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor een nevenactiviteit, zoals bedoeld in artikel 10.5.8, artikel 10.5.10 en artikel 10.6.1;
  3. De totale oppervlakte van de complementaire daghoreca beslaat, inclusief terras, maximaal 100 m²;
  4. Minimaal 1 bewoner dient werkzaam te zijn in het horecabedrijf;
  5. Er is ten hoogste één reclame-uiting toegestaan, van maximaal 20x30 cm;
  6. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform de Nota parkeernormen Steenwijkerland.
10.5.10 Bed & breakfast
Een omgevingsvergunning kan worden verleend met dien verstande dat:
  1. er worden maximaal 10 slaapplaatsen per bouwperceel gerealiseerd, ten behoeve van gelijktijdig nachtverblijf van maximaal 10 personen;
  2. de slaapplaatsen dienen te worden gerealiseerd in het hoofdgebouw;
  3. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor een nevenactiviteit, zoals bedoeld in artikel 10.5.8, artikel 10.5.9, artikel 10.5.10 en artikel 10.6.1;
  4. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform de Nota parkeernormen Steenwijkerland.
10.5.11 Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteitsplan
Het gebruik van gronden en gebouwen ter plaatse van de locaties als bedoeld in artikel 10.1 voor de artikel 10.2 opgenomen functieomschrijving is uitsluitend toegestaan indien de in artikel 10.3.2 genoemde bouwwerken voldoen aan de beeldingkwaliteitseisen uit het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in bijlage 2 van de bijlagen bij de regels.

10.6 Specifieke functieregels

10.6.1 Beroep of bedrijf aan huis
Een omgevingsvergunning voor een beroep of bedrijf aan huis, zoals benoemd in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels, kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep of bedrijf;
  2. de verschijningsvorm als woning mag niet wezenlijk worden aangetast;
  3. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens 1 persoon tevens de bewoner van de woning is;
  4. er is maximaal één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20x30 cm;
  5. er wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte, overeenkomstig met de Nota parkeernormen Steenwijkerland, of diens rechtsopvolger;
  6. er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte verkoop van aan het betreffende beroep/bedrijf aan huis gerelateerde producten, met dien verstande dat maximaal 10% van de vloeroppervlakte waar een beroep/bedrijf aan huis uitgeoefend mag worden gebruikt mag worden voor detailhandel;
  7. er geen buitenopslag plaatsvindt;
  8. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;
  9. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van het woon- en leefklimaat.

Artikel 11 Wonen - Woongebouw

11.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Wonen - Woongebouw’.

11.2 Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als ‘Wonen - Woongebouw’ heeft de volgende functies:
  1. wonen in een woongebouw;
met de daarbij behorende:
  1. tuinen en erven;
  2. ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
  3. watervoorzieningen.

11.3 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

11.3.1 Beoordelingsregels
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels, behorende bij de binnenplanse omgevingsplanactiviteiten bouwwerken.
11.3.2 Algemeen
Op de gronden met de functie 'Wonen - Woongebouw' mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd:
  1. woongebouwen, uitsluitend binnen de functieaanduiding ‘bouwvlak’, mits wordt voldaan aan de in artikel 11.3.3 gestelde voorwaarden;
  2. bijbehorende bouwwerken uitsluitend binnen de functie 'Wonen - Woongebouw’, mits wordt voldaan aan de in artikel 11.3.4 gestelde voorwaarden;
  3. bouwwerken, geen gebouw zijnde, uitgezonderd vlaggenmasten en erfafscheidingen, uitsluitend binnen de functie 'Wonen - Woongebouw’, mits wordt voldaan aan de in artikel 11.3.4 gestelde voorwaarden.
11.3.3 Woongebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
  1. woongebouwen dienen te worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’;
  2. het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden’;
  3. de voorgevels worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens of evenwijdig aan de voorgevelrooilijn van bestaande omliggende bebouwing tenzij anders op de verbeelding is aangegeven;
  4. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
  5. de goothoogte van een woongebouw bedraagt maximaal de met ‘maximale goothoogte’ aangeduide goothoogte;
  6. de bouwhoogte van een woongebouw bedraagt de met ‘maximale bouwhoogte’ aangeduide bouwhoogte;
  7. de dakhelling van een woongebouw bedraagt 0°.
11.3.4 Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken behorende bij de woning gelden de volgende bepalingen:
  1. bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’;
  2. maximaal 60% van het achtererf mag bebouwd worden;
  3. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,50 meter.
11.3.5 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende bepalingen:
  1. voor bouwwerken, geen gebouw zijnde geldt dat de hoogte maximaal 3 meter mag bedragen.

11.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

11.4.1 Bewoning van een woning door meer dan één huishouden
Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een woning te bewonen met meer dan één huishouden.
11.4.2 Groter oppervlakte van bijbehorend bouwwerken na sanering
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een grotere oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken te realiseren dan gesteld in artikel 11.3.4.
11.4.3 Vergroten van de goothoogte van de woning
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning met een hogere goothoogte te realiseren dan het maximum dat gesteld is in artikel 11.3.3.
11.4.4 Samenvoegen van woningen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning woningen samen te voegen.
11.4.5 Woningsplitsing
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bestaande woning te splitsen naar meerdere wooneenheden.
11.4.6 Detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit uit te oefenen.
11.4.7 Complementaire daghoreca als ondergeschikte nevenactiviteit
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning complementarie daghoreca als ondergeschikte nevenactiviteit uit te oefenen.
11.4.8 Bed & breakfast
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een gelegenheid ten behoeve van het verlenen van bed & breakfast aan te bieden.

11.5 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

11.5.1 Beoordelingsregels
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels, behorende bij de omgevingsvergunning voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten.
11.5.2 Bewoning van een woning door meer dan één huishouden
Een omgevingsvergunning de bewoing van een woning door meer dan één huishouden kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft;
  2. er geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
  3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet worden aangetast
  4. er sprake is van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
11.5.3 Samenvoegen van woningen
Een omgevingsvergunning voor het samenvoegen van woningen kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. de woningsplitsing vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is;
  2. de inhoud en oppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet mag worden vergroot.
11.5.4 Detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit
Een omgevingsvergunning voor detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. de ruimtes welke worden gebruikt ten behoeve van ondergeschikte detailhandel bevinden zich op de begane grond van de woning of een bijbehorend bouwwerk;
  2. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor een nevenactiviteit, zoals bedoeld in artikel 10.6.1;
  3. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarvan minstens één de bewoner is;
  4. de oppervlakte van productiegebonden detailhandel mag maximaal 10% van het brutovloeroppervlakte, tot een maximum van 150 m² bedragen;
  5. etalages zijn niet toegestaan;
  6. er is ten hoogste één reclame-uiting toegestaan, van maximaal 20x30 cm;
  7. verkoop van producten met veiligheidsrisico niet zijn toegestaan;
  8. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform de Nota parkeernormen Steenwijkerland.
  9. er mag geen sprake zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking.
11.5.5 Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteitsplan
Het gebruik van gronden en gebouwen ter plaatse van de locaties als bedoeld in artikel 11.1 voor de artikel 11.2 opgenomen functieomschrijving is uitsluitend toegestaan indien de in artikel 11.3.2 genoemde bouwwerken voldoen aan de beeldingkwaliteitseisen uit het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in bijlage 2 van de bijlagen bij de regels.

11.6 Specifieke functieregels

11.6.1 Beroep of bedrijf aan huis
Een omgevingsvergunning voor een beroep of bedrijf aan huis, zoals benoemd in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels, kan worden verleend, onder de volgende voorwaarden:
  1. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep of bedrijf;
  2. de verschijningsvorm als woning mag niet wezenlijk worden aangetast;
  3. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens 1 persoon tevens de bewoner van de woning is;
  4. er is maximaal één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20x30 cm;
  5. er wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte, overeenkomstig met de Nota parkeernormen Steenwijkerland, of diens rechtsopvolger;
  6. er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte verkoop van aan het betreffende beroep/bedrijf aan huis gerelateerde producten, met dien verstande dat maximaal 10% van de vloeroppervlakte waar een beroep/bedrijf aan huis uitgeoefend mag worden gebruikt mag worden voor detailhandel;
  7. er geen buitenopslag plaatsvindt;
  8. er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;
  9. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van het woon- en leefklimaat.

3 Algemene regels

Artikel 12 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 13 Algemene bouwregels

13.1 Bestaande maten

13.1.1 Afwijkende hogere maten
De bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlakte maten die meer bedragen dan hetgeen is voorgeschreven in artikel 7, artikel 7, artikel 8, artikel 9 of artikel 10 van dit plan én niet in strijd zijn met het voorheen geldende plan mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aanschouwd.

13.2 Parkeernormen

In het geval er nieuwe ontwikkelingen worden gerealiseerd binnen het plangebied dient de Nota Parkeernormen Steenwijkerland te worden gehanteerd. Parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd.

13.3 Overschrijding maatvoering en bouwgrenzen

13.3.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning:
  1. de op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van goot- en/of bouwhoogten te overschrijden;
  2. de op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen te overschrijden.
13.3.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
  1. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 13.3.1 sub a, wordt slechts verleend indien:
    1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
      1. het straat- en bebouwingsbeeld;
      2. de woonsituatie;
      3. de milieusituatie;
      4. de verkeersveiligheid;
      5. de sociale veiligheid;
      6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  2. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 13.3.1 sub b, wordt slechts verleend indien
    1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan:
      1. aan het straat- en bebouwingsbeeld;
      2. de woonsituatie;
      3. de milieusituatie;
      4. de verkeersveiligheid;
      5. de sociale veiligheid;
      6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
    2. of indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, waarbij de afwijking niet meer mag bedragen dan 10%.

13.4 Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels:
  1. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding ‘bouwvlak’;
  2. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil;
  3. de ondergrondse bouwdiepte mag maximaal 4,00 meter onder peil bedragen;
  4. om het ondergrondse bouwwerk toegankelijk te maken is overschrijding van het bouwvlak toegestaan, mits niet ter plekke van het voorerf wordt gebouwd;
  5. de regels van de desbetreffende functie zijn overeenkomstig van toepassing.

13.5 Welstandstoets

Regels voor de welstandstoets zoals opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van het Omgevingsplan zijn van toepassing en gelden als beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken, zoals opgenomen in bijlage 2 van de bijlagen bij de regels.