direct naar inhoud van Artikel 5: Recreatie - Groepsaccommodatie
Plan: Paasloo - Résidence De Weerribben
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1708.PSLResidenceWBP01-OH01

Artikel 5: Recreatie - Groepsaccommodatie

5.1. Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Groepsaccommodatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. gebouwen ten behoeve van een groepsaccommodatie met een maximale overnachtingscapaciteit van 148 personen;

met de daarbijbehorende:

  • b. water;
  • c. terrassen, ter plaatse van de aanduiding 'terras';
  • d. tuinen, erven en terreinen;
  • e. fiets- en voetpaden;
  • f. parkeervoorzieningen;
  • g. nutsvoorzieningen;
  • h. groenvoorzieningen;
  • i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5.2. Bouwregels
5.2.1. Gebouwen

Voor het bouwen van de in lid 5.1 onder a. bedoelde gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. als gebouwen mogen uitsluitend de in lid 5.1 onder a. genoemde gebouwen worden gebouwd;
  • b. de gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd;
  • c. de goothoogte van de gebouwen zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder c. zal de goothoogte van een gebouw ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen;
  • e. de bouwhoogte van de gebouwen zal ten hoogste 10,00 m bedragen;
  • f. de dakhelling van de gebouwen zal ten minste 30° bedragen;
  • g. de dakhelling van de gebouwen zal ten hoogste 60° bedragen.
5.2.2. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van de gebouwen ten hoogste 1,00 m zal bedragen;
  • b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
5.3. Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van een goede woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, alsmede aan de nokrichting van kappen van gebouwen.

5.4. Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:

  • a. het bepaalde in lid 5.2.1 onder c. in die zin dat de goothoogte van een gebouw wordt vergroot tot ten hoogste 6,50 m;
  • b. het bepaalde in lid 5.2.1 onder g. in die zin dat de dakhelling van een gebouw wordt verlaagd tot 0°.
5.5. Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor bewoning;
  • b. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de uitoefening van detailhandel.