direct naar inhoud van 4.9 Archeologie
Plan: Fietspad Onnase Doodweg en Burgemeester Slompweg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1708.BGBfietsponnaBP-VA01

4.9 Archeologie

In 1992 is het Verdrag van Malta door de landen van de Europese Unie, waaronder Nederland, ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ (ter plekke) bewaard moeten blijven. Er dient te worden nagestreefd de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dat moeten de waarden worden opgegraven en ex situ (elders) worden bewaard.

Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is in 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Dit is een aanpassingswet waarmee de Monumentenwet 1988 gewijzigd is op het onderdeel archeologie. Door middel van de gewijzigde Monumentenwet moet het archeologisch erfgoed in de bodem bescherming krijgen in het ruimtelijke ordeningsbeleid.

Plangebied Onnase Doodweg

Adviesbureau ATENSUS heeft een Quickscan Archeologie uitgevoerd ter plaatse van het nieuw aan te leggen fietspad "Onnase Doodweg – Burgemeester G.W. Stroinkweg" (zie figuur 4.2).

afbeelding "i_NL.IMRO.1708.BGBfietsponnaBP-VA01_0013.jpg"Figuur 4.2 Ligging Fietspad Onnase Doodweg

Het fietspad valt uiteen in twee delen.

  • Deel A; Het deel dat loopt over de Onnase Doodweg.
  • Deel B; De verbinding tussen de Onnase Doodweg en de Burgemeester G.W. Stroinkweg.

afbeelding "i_NL.IMRO.1708.BGBfietsponnaBP-VA01_0014.png"

Figuur 4.3 Plangebied weergegeven op de archeologische waardenkaart

afbeelding "i_NL.IMRO.1708.BGBfietsponnaBP-VA01_0015.png"

Figuur 4.4 Plangebied weergegeven op de archeologisch verwachtingenkaart

In figuur 4.3 en figuur 4.4 is de onderzoekslocatie weergegeven op de Archeologische waardenkaart en de verwachtingenkaart. Volgens de archeologische waardenkaart heeft de onderzoekslocatie een hoge archeologische verwachting. Voor gebieden met een hoge archeologische verwachting geldt dat voor grond- en bouwwerkzaamheden van meer dan 2.500 m2 buiten de bebouwde kom een archeologisch onderzoek wordt vereist. Het plangebied is niet direct grenzend aan een archeologisch monument.

Voor het tracé deel A wordt verwacht dat het onder profiel brengen van het fietspadtracé volstaat voor de aanleg van het betonpad. Op deze locatie is een puinverharding aanwezig. De verwachting is dat hier geen cunet gegraven hoeft te worden. Hier is archeologisch onderzoek dan ook niet nodig.

Voor het tracé deel B wordt een sloot en een cunet gegraven. De verwachting is dat de maximale ontgravingsdiepte circa 80 cm zal zijn. Het oppervlak bedraagt ongeveer 950 m2.

Vervolg

Het tracédeel B behoeft niet op voorhand archeologisch onderzocht te worden. Wel is in overleg met de regioarcheoloog afgesproken dat:

  • Er een afstemmingsoverleg georganiseerd moet worden met de regioarcheoloog, gemeentelijk opdrachtgever en beleidsmedewerker monumenten en Stichting WAS;
  • Het uitvoeren van werkzaamheden onder begeleiding van een archeoloog dient te geschieden.

Plangebied Burgemeester Slompweg

De gemeente Steenwijkerland beschikt over een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Op deze kaart zijn de gronden ter plaatse van het aan te leggen fietspad gedeeltelijk aangeduid als “gebieden met een lage archeologische verwachting” (zie figuur 4.2). Voor gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde geldt dat, hoe groot de omvang van de werkzaamheden ook is, er geen archeologisch onderzoek nodig is.

afbeelding "i_NL.IMRO.1708.BGBfietsponnaBP-VA01_0016.jpg"

Figuur 4.2 Uitsnede archeologische Waarden- en verwachtingenkaart gemeente Steenwijkerland

Conclusie

Vanuit archeologie is het bestemmingsplan onder voorwaarden uitvoerbaar