| Plan: | Het Laar 19-19a te Maarheeze |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1706.BPBG3099-VAS1 |
Het bestemmingsplan Het Laar 19-19a te Maarheeze met identificatienummer NL.IMRO.1706.BPBG3099-VAS1 van de gemeente Cranendonck.
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
De uitoefening van een beroep aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt.
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
Waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde.
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aan logerende gasten.
De grens van een bestemmingsvlak.
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
De grens van een bouwvlak.
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Een grens van een bouwperceel.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Een (deel van een) gebouw dat, gelet op de bestemming dan wel door zijn constructie en of afmetingen, als het belangrijkste bouwwerk op het perceel valt aan te merken.
Een aantal aan elkaar door familie- of daarmee gelijk te stellen band gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde voorzieningen in één woning (bijvoorbeeld een gezin, een gezin met inwonende ouders of een woongroep).
De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur.
Het bedrijfsmatig vervaardigen, herstellen, onderhouden of bewerken van producten en/of diensten in de vorm van bedrijven die voorkomen in de categorieën 1 en 2 van de van deze regels deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten.
De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.
Een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw.
Een aaneengesloten samenhangend stuk grond.
De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
Een zone met een breedte van 50 meter rondom landbouwgrond waar gewasbeschermingsmiddelen in de vorm van pesticiden en/of herbiciden worden dan wel kunnen worden toegepast.
De naar de op de verbeelding opgenomen figuur 'gevellijn' gekeerde gevel van een gebouw.
Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.
Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse / voorste/ achterste bouwperceelgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk;
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen;
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.
De voor 'Groen - Landschappelijke inpassing' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
een en ander zoals weergegeven in Bijlage 1 bij deze regels en met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen en sloten.
Op de tot 'Groen - Landschappelijke inpassing' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van doeleinden omschreven in artikel 3.1.
Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van erfafscheidingen worden opgericht met een maximale bouwhoogte van 1 meter.
Voor erfafscheidingen geldt dat de erfafscheiding uitsluitend in de vorm van een open constructie mag worden opgericht.
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken voor:
Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 3.4.4 omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.
Het onder 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
De in 3.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 3.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 3.4.4 de toetsingscriteria weergegeven.
| Omgevingsvergunningsplichtige werken/werkzaamheden | Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden |
| het aanleggen van wegen en het aanbrengen van overige verhardingen als doorgang | - de wegen en overige verhardingen moeten noodzakelijk zijn voor het gebruik, behorende bij de naastgelegen bestemming; - indien wegen en overige verhardingen een aantasting van de aanwezige landschappelijke inpassing (conform het landschappelijk inpassingsplan in Bijlage 1 van deze regels) tot gevolg hebben, dienen compenserende maatregelen te worden genomen in de vorm van een zorgvuldige landschappelijke inpassing elders op of direct grenzend aan het bouwperceel. Hierbij dient het landschappelijk inpassingsplan met bijbehorende berekening van de investering kwaliteitsverbetering van het landschap in Bijlage 1 te worden aangepast en als voorschrift in de omgevingsvergunning te worden opgenomen; - het verwijderen moet noodzakelijk zijn voor het gebruik, behorende bij de naastgelegen bestemming |
| het verwijderen van houtopstanden ten behoeve van een doorgang | het verwijderen betekent geen aantasting van de aanwezige landschappelijke inpassing, danwel er wordt anderszins voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing |
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
een en ander met bijbehorende voorzieningen.
Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming.
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende maatvoeringseisen:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of opstallen:
Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de in het schema onder 4.4.3. opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.
Het onder 4.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
| Omgevingsvergunningplichtige werken/ werkzaamheden | Criteria voor vergunningverlening |
| het verwijderen van houtopstanden | 1. deze werkzaamheden vinden plaats in het kader van het bos- of natuurbeheer; 2. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de houtsingels en verspreide kwetsbare houtopstanden. Dit betekent dat er geen onherstelbare schade mag plaatsvinden aan de waardevolle landschapselementen. |
| het diepploegen en diepwoelen van de bodem | deze werkzaamheden vinden plaats in het kader van het bos- of natuurbeheer. |
| het graven, ophogen en egaliseren van de bodem | 1. deze werkzaamheden vinden plaats in het kader van het bos- of natuurbeheer; 2. de werkzaamheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van het reliëf; 3. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de houtsingels en verspreide kwetsbare houtopstanden. Dit betekent dat er geen onherstelbare schade mag plaatsvinden aan de waardevolle landschapselementen. |
| het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en half verhardingen | 1. de verhardingen zijn noodzakelijk voor het beheren dan wel verbeteren van bos dan wel voor het mogelijk maken van extensief recreatief medegebruik; 2. de verhardingen mogen geen onevenredige aantasting betekenen van de aanwezige natuurwaarden; 3. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de houtsingels en verspreide kwetsbare houtopstanden. Dit betekent dat er geen onherstelbare schade mag plaatsvinden aan de waardevolle landschapselementen. |
| het aanbrengen van ondergrondse leidingen | 1. er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de aanwezige natuurwaarden; 2. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de houtsingels en verspreide kwetsbare houtopstanden. Dit betekent dat er geen onherstelbare schade mag plaatsvinden aan de waardevolle landschapselementen. |
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd:
een en ander met bijbehorende voorzieningen.
Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming, alsmede gebouwen ten dienste van openbare nutsvoorzieningen.
Gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen dienen aan het volgende te voldoen:
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 15 meter bedragen.
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen, waterhuishoudkundige voorzieningen en erven.
Met betrekking tot de maatvoering van gebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken, dient aan het volgende te worden voldaan:
| Hoofdgebouw van de woning | Minimaal | Maximaal |
| het hoofdgebouw dient te worden opgericht binnen het bouwvlak, waarbij de voorgevel dient te zijn gericht op de figuur 'gevellijn' van het betreffende bouwvlak | - | - |
| goothoogte | niet van toepassing | 7 meter |
| bouwhoogte | niet van toepassing | 10 meter |
| inhoud | niet van toepassing | 750 m³ |
| dakhelling | 12° | 45° |
| Bijbehorende bouwwerken | Minimaal | Maximaal |
| afstand tot de zijdelingse, voorste en achterste perceelsgrens | 3 meter; voor bijbehorende bouwwerken geldt dat de afstand tot een van de zijdelingse bouwperceelsgrenzen minder dan 3 meter mag bedragen | niet van toepassing |
| gezamenlijke oppervlakte per woning | niet van toepassing | 90 m² |
| goothoogte | niet van toepassing | 3,25 meter |
| bouwhoogte | niet van toepassing | 5,5 meter |
| afstand bijbehorende bouwwerken tot voorgevel woning of verlengde daarvan | minimaal 3 meter achter voorgevel woning of verlengde daarvan | niet van toepassing |
| afstand vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot achtergevel woning of verlengde daarvan | niet van toepassing | 15 meter |
| dakhelling | 12° | 45° |
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | Maximaal | |
| hoogte erfafscheidingen | vóór voorgevel woning of verlengde daarvan: 1 meter; overige: 2 meter |
|
| bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 2,5 meter | |
Bij het indienen van de omgevingsvergunning voor bouwen van een hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voorwaardelijke verplichting akoestiek' dient er een gevelweringsonderzoek (Ga;k onderzoek) naar de geluidwering van de gevels van gebouw 1, gelegen aan de voorzijde van de weg, te worden aangeleverd die inzichtelijk maakt dat aan de eisen zoals bedoeld in artikel 3.3 van het Bouwbesluit 2012 wordt voldaan.
Bij het indienen van de omgevingsvergunning voor bouwen van een hoofdgebouw dient door middel van een locatie specifiek onderzoek inzake spuitzones te worden aangetoond dat wonen ter plaatse aanvaardbaar is, al dan niet middels het treffen van maatregelen.
Het is verboden de bouwwerken als bedoeld in 6.2 te gebruiken indien de landschappelijke inpassing, daaronder mede begrepen de aanleg van een natuurvriendelijke oever, niet binnen 1,5 jaar na gereed komen van de eerste woning is aangelegd conform het in Bijlage 1 opgenomen landschappelijk inpassingsplan en/of na realisatie niet in stand wordt gehouden.
De gronden en de gebouwen mogen uitsluitend conform het bepaalde in 6.1 in gebruik genomen worden mits:
Het bouwen van gebouwen en het gebruik van de voor 'Wonen - Ruimte voor Ruimte' aangewezen gronden, zoals bedoeld in artikel 6.1, is uitsluitend toegestaan voor zover met betrekking tot het hele gebied van de bestemmingsplanwijziging voldoende aannemelijk gemaakt is dat sanerende en/of beschermende maatregelen worden getroffen met betrekking tot de grond waar de maximale toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt overschreden. Hiertoe dient te worden voldaan aan het navolgende:
Het gebruiken van de voor 'Wonen' aangewezen gronden, zoals bedoeld in artikel 6.1, is uitsluitend toegestaan nadat, voor zover op basis van een in lid 6.2.4 bedoeld onderzoek is gebleken dat maatregelen noodzakelijk zijn, deze maatregelen gerealiseerd zijn en duurzaam in stand worden gehouden.
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van:
De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep en van lichte bedrijvigheid is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/of bijbehorende bouwwerken bij de woning voor bed & breakfast-voorzieningen, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
De voor 'Wonen - Ruimte voor Ruimte' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Met betrekking tot de maatvoering van gebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken, dient aan het volgende te worden voldaan:
| Hoofdgebouw van de woning | Minimaal | Maximaal |
| het hoofdgebouw dient te worden opgericht binnen het bouwvlak, waarbij de voorgevel dient te zijn gericht op de figuur 'gevellijn' van het betreffende bouwvlak | - | - |
| goothoogte | niet van toepassing | 4 meter |
| bouwhoogte | niet van toepassing | 8 meter |
| inhoud | niet van toepassing | 900 m³ voor vrijstaande woningen, 450 m³ voor twee-aaneengebouwde woningen |
| dakhelling | 12° | 45° |
| Bijbehorende bouwwerken | Minimaal | Maximaal |
| afstand tot de zijdelingse, voorste en achterste perceelsgrens | 3 meter; voor bijbehorende bouwwerken geldt dat de afstand tot een van de zijdelingse bouwperceelsgrenzen minder dan 3 meter mag bedragen | niet van toepassing |
| gezamenlijke oppervlakte per woning | niet van toepassing | 90 m², waarbij de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken zijnde tezamen, maximaal 90 m² mag bedragen |
| goothoogte | niet van toepassing | 3,25 meter |
| bouwhoogte | niet van toepassing | 5,5 meter |
| afstand bijbehorende bouwwerken tot voorgevel woning of verlengde daarvan | minimaal 3 meter achter voorgevel woning of verlengde daarvan | niet van toepassing |
| afstand vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot achtergevel woning of verlengde daarvan | niet van toepassing | 15 meter |
| dakhelling | 12° | 45° |
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | Maximaal | |
| hoogte erfafscheidingen | vóór voorgevel woning of verlengde daarvan: 1 meter; overige: 2 meter |
|
| bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 2,5 meter | |
| gezamenlijke oppervlakte per woning | 30 m², waarbij de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken tezamen, maximaal 90 m² mag bedragen | |
Bij het indienen van de omgevingsvergunning voor bouwen van een hoofdgebouw dient door middel van een locatie specifiek onderzoek inzake spuitzones te worden aangetoond dat wonen ter plaatse aanvaardbaar is, al dan niet middels het treffen van maatregelen.
Het is verboden de bouwwerken als bedoeld in 7.2 te gebruiken indien de landschappelijke inpassing, daaronder mede begrepen de aanleg van een natuurvriendelijke oever, niet binnen 1,5 jaar na gereed komen van de eerste woning is aangelegd conform het in Bijlage 1 opgenomen landschappelijk inpassingsplan en/of na realisatie niet in stand wordt gehouden.
De gronden en de gebouwen mogen uitsluitend conform het bepaalde in 7.1 in gebruik genomen worden mits:
Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van de bouwwerken en gronden op de voor 'Wonen - Ruimte voor Ruimte' aangewezen gronden, zoals bedoeld in artikel 7.1, is alleen toegestaan als alle bebouwing, die conform het in Bijlage 1 opgenomen landschappelijk inpassingsplan dient te worden gesloopt, binnen 6 maanden na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is gesloopt.
Het bouwen van gebouwen en het gebruik van de voor 'Wonen - Ruimte voor Ruimte' aangewezen gronden, zoals bedoeld in artikel 7.1, is uitsluitend toegestaan voor zover met betrekking tot het hele gebied van de bestemmingsplanwijziging voldoende aannemelijk gemaakt is dat sanerende en/of beschermende maatregelen worden getroffen met betrekking tot de grond waar de maximale toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt overschreden. Hiertoe dient te worden voldaan aan het navolgende:
Het gebruiken van de voor 'Wonen - Ruimte voor Ruimte' aangewezen gronden, zoals bedoeld in artikel 7.1, is uitsluitend toegestaan nadat, voor zover op basis van een in lid 7.2.3 bedoeld onderzoek is gebleken dat maatregelen noodzakelijk zijn, deze maatregelen gerealiseerd zijn en duurzaam in stand worden gehouden.
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van:
De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep en van lichte bedrijvigheid is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/of bijbehorende bouwwerken bij de woning voor bed & breakfast-voorzieningen, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
De voor 'Waarde - Beschermingszone natte natuurparel' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, beheer en herstel van de waterhuishoudkundige toestand, gericht op het verbeteren van de condities voor de natuurwaarden in het aangrenzende natuurgebied.
Op de tot 'Waarde - Beschermingszone natte natuurparel' bestemde gronden zijn bouwwerken toegestaan conform de daar voorkomende bestemmingen.
Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren:
Het onder 8.3.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden:
De in 8.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de hydrologische situatie in het aangrenzende (natte) natuurgebied ontstaat.
De voor 'Waterstaat - Beek' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor:
Op de voor 'Waterstaat - Beek' aangewezeb gronden mogen uitsluitend worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de doeleinden omschreven in 9.1, met een bouwhoogte van maximaal 2 m.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die zijn opgericht in overeenstemming met de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, maar in afwijking van dit bestemmingsplan, zijn toegestaan.
Uitbreidingen van verhard oppervlak vinden plaats volgens het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen. Hydrologisch neutraal ontwikkelen houdt in dat de ontwikkeling geen hydrologische achteruitgang ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg heeft. Om de aard en omvang van de benodigde maatregelen vast te stellen, dient advies te worden ingewonnen bij het Waterschap De Dommel.
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan 'Het Laar 19-19a te Maarheeze'.