Artikel 9 Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
-
a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; en
-
b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad;
-
c. het plan past in een goede waterhuishouding;
-
d. het plan milieutechnisch aanvaardbaar is;
-
e. dat het wijzigingsplan economisch uitvoerbaar is;
-
f. verhaal van gemeentelijke (plan-)kosten zeker gesteld is;
-
g. dat het wijzigingsplan stedenbouwkundig inpasbaar is.