Type plan: wijzigingsplan
Naam van het plan: Buitengebied, Beijersbos 4, uitbreiding RWZI LvC
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1684.WPBUBeijersbos4-VA01
1 Inleidende regels
 
Artikel 1 Begrippen
 
In deze regels wordt verstaan onder:
 
plan
het wijzigingsplan ‘Buitengebied, Beijersbos 4, uitbreiding RWZI LvC’ van de gemeente
Cuijk.
 
wijzigingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels als vervat in de GMLbestanden
set met planidentificatie NL.IMRO.1684.WPBUBeijersbos4-VA01 met
bijbehorende regels en bijlagen.
 
bestemmingsplan
het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010, herziening 2012’ met identificatienummer
NL.IMRO.1684.18BPbuitengeb2016-VA02 van de gemeente Cuijk, dat door de
gemeenteraad is vastgesteld op 24 juni 2019.
 
ondergrond
de informatie die gebruikt is om de geometrische planobjecten te bepalen als vervat in het
bestand NL.IMRO.1684.WPBUBeijersbos4-VA01.
 
verbeelding
de digitale weergave van het bestemmingsplan Buitengebied, Beijersbos 4, uitbreiding RWZI
LvC’, gewaarmerkt als NL.IMRO. 1684.WPBUBeijersbos4-VA01 en elektronisch beschikbaar
gesteld op de daarvoor aangewezen landelijke voorziening.
 
AAB
Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen.
 
aanbouw:
een als afzonderlijke ruimte aan het hoofdgebouw aangebouwd bijgebouw.
 
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde
de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze
gronden.
 
aangebouwd
minimaal twee bouwwerken die aan elkaar zijn gebouwd en al dan niet een interne verbinding
hebben.
 
aan-huis-verbonden-bedrijf
het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid
geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang van de activiteiten
zodanig is dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud
van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend.
 
aan-huis-verbonden-beroep
een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner(s) wordt uitgeoefend, waarbij
de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat en een ruimtelijke uitstraling
heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals juridische, administratieve, (para-)
medische, therapeutische, kunstzinnige, vastgesteldtechnische of daarmee vergelijkbare
beroepen.
 
aardkundige waarden
landschapswaarden die samenhangen met (abiotische) milieukenmerken, zoals geologie,
geomorfologie, reliëf, steilranden, grondwaterhuishouding (kwelgebieden),
bodemtypen/bodemopbouw/ bodemsamenstelling, afzonderlijk of in onderlinge samenhang.
 
afhankelijke woonruimte
een bijgebouw bij een (bedrijfs)woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met deze
(bedrijfs)woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg
gehuisvest is.
 
agrarisch bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van
gewassen of het houden van dieren, al dan niet met voorzieningen onder andere ten behoeve
van de verwerking/vergisting van mest afkomstig van het eigen bedrijf, waarbij onderscheid
wordt gemaakt in:
  1. een (vollegronds)teeltbedrijf;
  2. een glastuinbouwbedrijf;
  3. een veehouderij;
  4. een overig agrarisch bedrijf;
  5. paardenhouderij
a (vollegronds)teeltbedrijf
een agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen
met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt.
 
b glastuinbouwbedrijf
een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in kassen
plaatsvindt.
 
c veehouderij
een agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens,
schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren.
 
c1 intensieve veehouderij
een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in
gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij,
varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie
van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen.
 
c2 grondgebonden veehouderij:
veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk
aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe
omgeving liggen van de bedrijfslocatie. Of hiervan sprake is wordt getoetst op grond van
de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening
ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van
ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.
 
d overig agrarisch bedrijf
een agrarisch bedrijf, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf, veehouderij of paardenhouderij,
gericht op het het telen van vissen, wormen, insecten en/of gewassen met een
bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen, niet zijnde kassen,
plaatsvindt, zoals witlof of champignons.
 
e paardenhouderij
het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en
pony’s en de handel in paarden en pony’s, met als ondergeschikte nevenactiviteit het
fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's.
 
f paardenfokkerij
een agrarisch bedrijf gericht op het houden van paarden waar handelingen aan/ met
paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten en trainen
en verhandelen van paarden.
 
agrarisch technisch hulpbedrijf
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten
aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals
loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met
uitzondering van mestbewerking.
 
Voorbeelden van agrarisch technische hulpbedrijven zijn: grootveeklinieken, KI-stations,
mestopslag- en mesthandelsbedrijven, loonwerkbedrijven (inclusief verhuurbedrijven voor
landbouwwerktuigen), veetransportbedrijven, veehandelsbedrijven.
 
agrarisch verwant bedrijf
een bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische
bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing
van andere landbouwkundige methoden. Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn:
dierenasiels, dierenklinieken, groen-composteringsbedrijven, hondenkennels,
hoveniersbedrijven, instellingen voor agrarisch praktijkonderwijs, proefbedrijven, boomrooierij.
 
agrarisch gebied
gebied waar ontwikkelingsmogelijkheden zijn voor agrarische bedrijven.
 
archeologische verwachtingswaarden
potentiële waarden die bestaan uit de mogelijke aanwezigheid van een bodemarchief met
sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van
wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen.
 
archeologische waarden
actuele waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van
vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van
wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen.
 
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
 
bebouwingsconcentratie
een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster.
 
bedrijf / bedrijfsmatige activiteit
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken,
opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van
diensten, aan-huis-verbonden beroepen daaronder niet begrepen.
 
bedrijf, ambachtelijk
een bedrijf dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen,
bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsmede het verkopen en/of leveren,
als ondergeschikte activiteit, van ter plaatse vervaardigde goederen verband houdend met het
ambacht.
 
bedrijf, nieuwvestiging van een agrarisch
projectie van een al dan niet gekoppeld agrarisch bouwvlak op een locatie die volgens dit
bestemmingsplan niet is voorzien van een bouwvlak.
 
bedrijf, omschakeling van of naar een agrarisch
geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar de andere
agrarische bedrijfsvorm dan wel het overstappen van een niet-agrarisch gebruik naar een
agrarische bedrijfsvorm.
 
bedrijf, reëel agrarisch
een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van ten minste één
halve volledige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen.
 
bedrijf, volwaardig agrarisch
een agrarisch bedrijf met de omvang van ten minste één volwaardige arbeidskracht met een
daarbij passende arbeidsomvang en een daaruit te verwachten redelijk inkomen.
 
bedrijf, escort
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een
omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in een
seksinrichting wordt uitgeoefend.
 
bedrijf, goederenopslag
een bedrijf waarbinnen in hoofdzaak goederen worden opgeslagen met uitzondering van
gevaarlijke stoffen.
 
bedrijf, groothandels
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, het verkopen en/of leveren van goederen aan
wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere
bedrijfsactiviteit.
 
bedrijf, prostitutie
een bedrijf waarin het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen
met een ander tegen vergoeding uitgeoefend wordt.
 
begane grond
de eerste bouwlaag volledig gelegen boven het peil.
 
bergbezinbassin
een bijzondere vorm van een riooloverstort, om het onder bepaalde omstandigheden geloosde
afvalwater te verminderen en/of de samenstelling van dit afvalwater te wijzigen.
 
beroep
het uitoefenenen van een bedrijfsmatige activiteit waarmee in het levensonderhoud wordt
voorzien.
 
bestaand
  1. de bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning;
  2. het gebruik van grond en bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen.
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
 
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
 
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag
om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
 
bijeenkomst
bedrijfsmatig georganiseerde bijeenkomst voor groepen personen gericht op een specifiek
onderwerp of thema, zoals congressen en seminars, bedrijfsfeesten, bedrijfsbeurzen,
bedrijfsmarkten, tentoonstellingen, debatten en podiumactiviteiten.
 
bingohal
een gebouw dat geheel of gedeeltelijk is ingericht of gebruikt voor het beoefenen van het
bingospel of een daarmee vergelijkbaar spel.
 
boerderij/boerderijgebouw
één gebouw, dat bestaat uit één overwegend ongelede (hoofd)bouwmassa, waarbinnen zich
de (voormalige) agrarische bedrijfswoning en de (voormalige) agrarische bedrijfsruimten
bevinden, zoals een langgevelboerderij of een kortgevelboerderij.
 
boerderij, woon
een gebouw dat bestaat uit een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met de in hetzelfde
gebouw opgenomen (voormalige) bedrijfsruimten, waarbij woon- en stalgedeelte van oudsher
aan elkaar verbonden zijn (bijvoorbeeld langgevelboerderij of kortgevelboerderij).
 
boerderijsplitsing
het opdelen, binnen de bestaande (hoofd)bouwmassa, van een boerderij(gebouw) in niet meer
dan 2 woningen of een in de regels aangegeven ander maximum aantal woningen.
 
boom- en vaste plantenteelt
  1. boomteelt: de tak van tuinbouw die zich bezig houdt met het telen van houtige gewassen en planten voor tuinen en groenvoorzieningen;
  2. plantenteelt: het winnen van plantaardige voortbrengselen zonder het verzamelen van producten uit een wilde begroeiing.
bordeel
specifieke vorm van een seksinrichting; een voor het publiek toegankelijke besloten ruime
waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
worden verricht. Onder een bordeel worden verstaan: een parenclub, of een prostitutiebedrijf,
waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
 
bouwen / bebouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten
van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen
van een standplaats.
 
bouwen, ondergronds
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een
bouwwerk onder het ter plaatse vastgestelde peil.
 
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
 
bouwgrens, voorste
de naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte grens van een bouwvlak of, indien
meerdere bouwgrenzen naar een openbaar toegankelijk gebied gericht zijn, de als zodanig
door burgemeester en wethouders aan te wijzen bouwgrens.
 
bouwlaag of verdieping(slaag)
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op gelijk of nagenoeg gelijke
hoogte liggende vloeren en balklagen/plafonds, met inbegrip van de begane grond, en met
uitsluiting van kruipruimte, zolder en vliering.
 
bouwmassa
een complex van aaneengebouwde bouwwerken.
 
bouwperceel
aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en
voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de
gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken
geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan;
 
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel.
 
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge regels
bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
 
bouwvlak, vormverandering van een
wijziging van de begrenzing van een bouwvlak zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting
van de totale oppervlakte.
 
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct
hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct steun vindt in of op de grond.
 
bouwwerk geen gebouw zijnde (ander bouwwerk)
elk bouwwerk, dat of ontoegankelijk is, of onoverdekt is, of geen wanden heeft.
 
bouwwerk, bijbehorend
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel
bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw,
of ander bouwwerk, met een dak.
 
coupure
doorgang in een waterkering ten behoeve van een (water-)weg, spoorbaan en dergelijke.
 
dagrecreatie
  1. extensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op natuurbeleving en landschapsbeleving zoals wandelen, skeeleren, fietsen of kanoën;
  2. intensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig aanbieden van recreatieve activiteiten op een vaste locatie, zoals speeltuinen, dierenparken of musea.
dak
elke bovenbeëindiging van een gebouw.
 
dakgoot
ondergeschikt bouwdeel bedoeld voor het opvangen en wegvoeren van regenwater komend
vanaf het dakvlak.
 
daknok
hoogste punt van een schuin dakvlak.
 
dakvlak
een vlak van het dak.
 
dakvoet
laagste punt van een schuin dakvlak.
 
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ter
verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor
gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of
bedrijfsactiviteit, alsmede anders dan voor gebruik ter plaatse.
 
detailhandel, productiegebonden
detailhandel van goederen vanuit het bedrijf dat die goederen vervaardigt, bewerkt en/of
toepast in het productieproces, waarbij de detailhandel een ondergeschikte nevenactiviteit is
van dat bedrijf.
 
detailhandel, volumineuze
detailhandel met een groot winkeloppervlak in auto’s, boten, caravans, keukens, badkamers
en sanitair en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires,
onderhoudsmiddelen, onderdelen en/of materialen; bij rechtstreeks samenhangende artikelen
kan gedacht worden aan inbouwapparatuur en tegels. Onder volumineuze detailhandel wordt
tevens begrepen een tuincentrum en detailhandel in grove bouwmaterialen, alsmede
woninginrichting waaronder meubels, die vanwege de omvang en aard van de gevoerde
artikelen een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstalling.
 
detailhandel, internetverkoop
specifieke vorm van detailhandel gekenmerkt door het aanbieden van producten via internet,
om deze vervolgens te distribueren zonder verkoopvloeroppervlakte.
 
dienstverlening
het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden.
 
dienstverlenend bedrijf/instelling
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en
maatschappelijke diensten aan derden, waarbij direct contact met de klant centraal staat,
waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio’s en naar de aard
daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een
garagebedrijf en een seksinrichting.
 
discotheek/dancing
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse waarbij
het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot
dansen een wezenlijk onderdeel vormen.
 
ecologische hoofdstructuur
samenhangend netwerk van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de
veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest
waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te
ontwikkelen natuurwaarden.
 
ecologische verbindingszone
in dit plan aangeduid langgerekt gebied waarbinnen verbindende landschapselementen zijn of
worden gerealiseerd.
 
ecologische verbindingszone (evz), zoekgebied voor
gebied waarbinnen een ecologische verbindingszone is of wordt gerealiseerd. 
erf
al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een
hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat
hoofdgebouw, voor zover de regels van dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbieden.
 
erf, achter
het erf dat achter de voorgevelrooilijn ligt. 
erf, voor
het erf dat vóór de voorgevelrooilijn ligt. 
erfbeplanting
visueel afschermende, maskerende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend
opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bestemmingsvlak of
bouwperceel van een bedrijf, een woning of een terrein met een andere functie.
 
erfbeplantingsplan
plan, waarin wordt aangegeven hoe de erfbeplanting ingericht en beheerd zal gaan worden.
 
evenement
een georganiseerde publieke gebeurtenis in de vorm van een voor het publiek toegankelijke
verrichting van vermaak in de vorm van sport, spel, cultuur, tradities en dergelijke.
 
extensief recreatief medegebruik
extensieve vormen van dagrecreatie die ondergeschikt zijn aan de functie van de bestemming
waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, die een kortstondig karakter hebben en in
de openlucht plaatsvinden, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, paramotorvliegen en
kleinschalige recreatieve luchtvaart voor zover het starten en landen betreft.
 
functie
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen
daarvan is toegestaan.
 
functioneel ondergeschikt
gebruik dat in planologisch opzicht ondergeschikt en ondersteunend is aan het gebruik van
het hoofdgebouw. Bij een woning gaat het bijvoorbeeld om een garage, berging, atelier,
tuinhuisje, fietsenberging, volière, bijkeuken, carport, werktuigenberging, hooiopslag,
kippenhok, tuinkasje of hobbyruimte.
 
functioneel verbonden
gebruik dat in planologisch opzicht gerelateerd is aan het gebruik van het hoofdgebouw. Bij
een (bedrijfs)woning gaat het bijvoorbeeld om een woonkamer, slaapkamer, keuken, serre,
studeerkamer en aan-huis-verbonden-beroep/bedrijf.
 
funnel
obstakelvrije zone rond een start- en landingsbaan voor de vliegveiligheid.
 
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met
wanden omsloten ruimte vormt.
 
gebouw, bedrijfs
een gebouw dat geschikt is voor bedrijfsmatige activiteiten, waaronder ook maatschappelijkeen
sportgerelateerde activiteiten worden gerekend.
 
geluidhinder
gevaar, schade of hinder, als gevolg van geluid.
 
geluidsbelasting vanwege een industrieterrein
de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats,
veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen en toestellen, aanwezig op het industrieterrein,
het geluid van niet tot de inrichtingen behorende motorvoertuigen op het terrein daaronder niet
begrepen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder.
 
geluidsgevoelige functies
geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden
binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen
en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen, zoals woningen, onderwijsgebouwen (met
uitzondering van gymnastieklokalen), ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen,
psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken of medische kleuterdagverblijven.
 
geluidsgevoelige objecten
gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de
Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit
grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen.
 
geluidzone - industrie
een op grond van de Wet geluidhinder in het bestemmingsplan vastgelegd gebied rond een
industrieterrein waarbuiten de geluidsbelasting veroorzaakt door dat industrieterrein niet meer
bedragen dan 50 dB(A).
 
geometrische plaatsbepaling
locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem.
 
gevel of gevelvlak
bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder
begrepen het dak.
 
grasland
natuurlijke gebieden met lage, aaneengesloten vegetatie, hoofdzakelijk grassen, zonder
houtige gewassen of waterplanten.
 
groeiplaats
de bovengrondse en ondergrondse plaats die een boom, een bomenlaan of een bos nodig
heeft om tot volle wasdom te groeien.
 
grond(en)
de onder- en bovengrond op verschillende niveaus, alsmede water, de territoriale zee en de
exclusieve economische zone daaronder begrepen.
 
herbouw
reconstructie, wederopbouw, opnieuw bouwen van bestaande bebouwing.
 
hervestiging van een agrarische bedrijf
het verplaatsen van een bestaand agrarisch bedrijf van het ene agrarische bouwvlak naar het
andere agrarische bouwvlak, waar de agrarische activiteiten zijn gestaakt.
 
hogere grenswaarde
een bij het bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet
geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden
binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen
en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen.
 
hondentrainingscentrum
een voorlichtings- en trainingscentrum voor het opvoeden en trainen van honden en het
lesgeven aan hondenbezitters en opleiden van trainers.
 
hoofdfunctie
een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden als zodanig mag worden gebruikt.
 
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of
toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig
zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
 
hoofdgebouw, oorspronkelijk
het hoofdgebouw zoals dat in eerste instantie is gerealiseerd in overeenstemming met de voor
dat hoofdgebouw verleende omgevingsvergunning.
 
hoofdverblijf
de woning waar:
  • naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen door een huishouden overnacht wordt, en
  • als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van dat huishouden aan te merken is, en
  • waar dat huishouden staat ingeschreven in de BAG.
 
hoogstamfruitboomgaard
boomgaard, waarin bomen groeien met hoge, lange stammen.
 
horeca / horecabedrijf
een bedrijf dat is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor
gebruik ter plaatse, het bedrijfsmatig bieden van hotel- of groepsaccommodatie, het
bedrijfsmatig bieden van vermaaks- of wellnessfaciliteiten of het bedrijfsmatig bieden van
congres- of vergaderfaciliteiten, één en ander al dan niet in combinatie met elkaar.
 
houtteelt / houtproductie
de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in
principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe een vergunning is verleend van
de melding- en herplant plicht ex artikel 2 en 3 van de Boswet.
 
huishouden, huisgenoten
personen (of persoon) die ieder het hoofdverblijf in een woning hebben en blijk geven
duurzaam zorg te dragen voor elkaar door middel van een bijdrage in de kosten te leveren van
de huishouding dan wel anderszins, en waarbij geen sprake is van intensieve therapeutische
of medische verzorging/behandeling anders dan voor mantelzorg.
 
hydrologische waarde
gronden met een betekenis binnen het watersysteem van het plangebied als infiltratiegebied,
intermediair gebied en/of kwelgebied.
 
industrieterrein
terrein waaraan in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van inrichtingen
en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid
insluit van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur
aan te wijzen categorie van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen
veroorzaken.
 
inrichting
elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen
bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht.
 
inrichting, Bevi
een inrichting die valt onder het regime van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 
inrichting, geluidszoneringsplichtige
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van een vestiging
in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld.
 
inrichting, seks
een bedrijf met een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in
een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen
van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval
verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een
(raam)prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet
in combinatie met elkaar.
 
installatie
één of een aantal bij elkaar behorende technische en/of mechanische hulpmiddelen zoals
bijvoorbeeld een hijsinstallatie, antenne-installatie, waterzuiveringsinstallatie en dergelijke.
 
instelling
organisatie met niet-economische doelen (sociaal, politiek, ecologisch) met als juridische vorm
de vereniging of de stichting, of met een bestuursrechtelijk karakter, zoals instellingen voor
liefdadigheid, hoger onderwijs en wetenschap en kunst.
 
instelling, educatieve
een instelling op het gebied van onderwijs of daarmee gelijk te stellen doeleinden, zoals een
school en een peuterspeelzaal.
 
kampeermiddel
een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of ander
voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor
ingevolge artikel 40 van de Woningwet een omgevingsvergunning vereist is; een en ander
voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of
opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf
 
kantoor
een bedrijf gericht op de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden
die verband houden met het doen functioneren van (semi-)overheidsinstellingen, het
bankwezen, en naar aard daarmee gelijk te stellen instellingen en waarbij direct contact met
de klant niet centraal staat.
 
kap
een dak met een helling.
 
kas
agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of een
ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder
geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een
permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1, 5 m.
 
kernrandzone
een overgangszone tussen de bebouwde kom en het buitengebied met daarin relatief veel
bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte en/of afnemende
agrarische functie.
 
kleinschalig kamperen
kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, met
gebruikmaking kampeermiddelen tot een in de regels aangegeven maximum aantal
kampeermiddelen.
 
kleinschalig logeren
kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies en ontbijt, zoals logeren bij de boer,
bed & breakfast en dergelijke.
 
kwetsbare soorten
flora en/of fauna die zeer gevoelig is voor verstoring door menselijke activiteiten.
 
landschapselementen
ecologische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen
en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha zonder een agrarische productiefunctie.
 
landschappelijk besloten
landschapswaarde die gekenmerkt wordt door een besloten gebied.
 
logeerplaats
voorziening ten behoeve van logies voor één persoon.
 
luifel
een afdak met een diepte van meer dan 0,50 m, bevestigd aan de gevel van een gebouw
zonder directe verbinding met de grond.
 
maaiveld
het grensvlak tussen de ondergrond en de lucht.
 
maasheggen
landschap dat is verdeeld in een groot aantal kleine percelen die van elkaar zijn gescheiden
door meidoorn- en sleedoornheggen.
 
maatvoeringsgrens
de grens van een maatvoeringsvlak.
 
maatvoeringsvlak
een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels
voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt.
 
manege
een bedrijf dat op eigen terrein binnen of buiten een gebouw gelegenheid geeft tot het
beoefenen van de paardensport en al dan niet mogelijkheden biedt voor het verblijf en de
verzorging van paarden.
 
mantelzorg
langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een
hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks
voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
 
mestbewerking
de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard,
samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking,
(co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest.
 
mestverwerking
het bewerken van mest ten behoeve van het exportwaardig maken daarvan.
 
milieusituatie
ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van
milieuaspecten c.q. belasting van het milieu, zoals hinder voor omwonenden en
verkeersaantrekkende werking, niet gewenst is, dient rekening te worden gehouden met:
  • de toegelaten gebruiksmogelijkheden in de bestemmingen;
  • strijdigheid met de regels, voortvloeiend uit wettelijke bepalingen, zoals de Wet milieubeheer dan wel een Algemene Maatregel van Bestuur op grond van de Wet ilieubeheer.
 
monumentale boom
elke boom die is opgenomen in de gemeentelijke 'monumentale bomenlijst', behorende bij de
gemeentelijke 'monumentale bomennota'.
 
NAP
Nieuw Amsterdams Peil.
 
NGE
Nederlandse Grootte Eenheid, een standaard eenheid voor de bepaling van de omvang van
een agrarisch bedrijf zoals die gehanteerd word door het Landbouw Economisch Instituut
(LEI).
 
nadere eis
een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening.
 
natuurontwikkeling
de ontwikkeling van gebieden met een bepaalde natuurwaarde.
 
netto glas
aantal m2 kasoppervlakte.
 
nevenactiviteit / nevenfunctie, ondergeschikte-
activiteit, die gezien de relationele aard en geringe omvang, slechts een aanvulling is op de
hoofdactiviteit.
 
(gewoon) onderhoud, gebruik en beheer
het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze
objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt en de detaillering,
profilering en vormgeving gelijk blijft.
 
oeverafwerking
elke onnatuurlijke afwerking van een oever, zoals kades, schanskorven en aanlegsteigers.
 
omgevingsvergunning
omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht (Wabo).
 
omschakeling
geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar de andere
agrarische bedrijfsvorm dan wel het overstappen van een niet-agrarisch gebruik naar een
agrarische bedrijfsvorm.
 
onderbouw
een geheel of grotendeels onder peil gelegen deel van een gebouw.
 
ondergeschikt bouwdeel
bouwdeel van beperkte afmetingen, dat buiten de gevel of het dakvlak van een bouwwerk
uitsteekt en niet gericht is op vergroting van het oppervlakte, zoals dakgoten, dakoverstekken,
regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren, schoorstenen, plinten, pilasters, kozijnen,
gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, luifels en balkons.
 
onderkomen
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voer- en
vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, kampeerauto's, als
ook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van recreatief buitenverblijf
voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken.
 
onevenredige aantasting
de situatie dat een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een afbreuk van bestaande ruimtelijke
belangen en waarden, die redelijkerwijs niet in verhouding staat tot de ruimtelijke belangen en
waarden van de ontwikkeling.
 
openbaar toegankelijk gebied
weg, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat
voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor
de ontsluiting van bouwpercelen door langzaam verkeer;
 
openheid
landschappelijke waarde die wordt gekenmerkt door een landschap met een bepaalde
openheid.
 
opslagsilo
veelal cilindervormig bouwwerk voor de opslag van stoffen met bijbehorende constructie en
randapparatuur.
 
paardenbak / rijbak
een onoverdekte voorziening bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van
paarden.
 
paardenhouderij
het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en pony’s
en de handel in paarden en pony’s, met als ondergeschikte nevenactiviteit het fokken,
africhten, trainen en berijden van paarden en pony's.
 
peil
een denkbeeldig horizontaal vlak dat gebruikt wordt om de verticale maatvoering mee te
bepalen.
 
persoonsgebonden overgangsrecht
een aan de (rechts)persoon gerichte beschikking waarin voor deze (rechts)persoon om
redenen van billijkheid van overwegende aard van de gebruiksregels van dit bestemmingsplan
wordt afgeweken.
 
plangebied
alle gronden gelegen binnen de aanduiding 'plangebied' op de plankaart.
 
prostituee
degene (v/m) die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een
ander tegen betaling.
 
podiumactiviteiten
culturele en/of kunstzinnige activiteiten voor een publiek met uitzondering van house- of dance
- events of daarmee vergelijkbare activiteiten waarbij muziek ten gehore wordt gebracht met
relatief veel lage bastonen.
 
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
betaling.
 
prostitutie, raam
een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee door handelingen,
houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan
wel aanlokken.
 
prostitutie, straat
het in openbaar toegankelijk gebied door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere
wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken.
 
radarverstoringsgebied
gebied waar beperkingen gelden ten aanzien van het bouwen ten behoeve van een goede
werking van de radar op een radarstation.
 
recreatie / recreatieve activiteit
alle activiteiten die in de vrije tijd plaatsvinden en ontspanning als doel hebben.
 
recreatie, extensieve
recreatie met weinig dynamiek die nauwelijks druk uitoefent op de omgeving, gezien het
beperkte aantal recreanten per tijdseenheid en oppervlakte-eenheid. Het gaat om bijvoorbeeld
wandelen, fietsen, vissen en skeeleren.
 
recreatie, verblijfs
het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten het hoofdverblijf, waarbij ten minste één nacht
wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen, in de vorm
van:
  • extensieve verblijfsrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op natuurbeleving en landschapsbeleving zoals een natuurkampeerterrein en dergelijke;
  • intensieve verblijfsrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig aanbieden  van verblijf en recreatieve voorzieningen op een vaste locatie, zoals recreatiewoningen, bungalowparken, campings en dergelijke.
 
regionaal waterbergingsgebied
gebied dat noodzakelijk is om wateroverlast uit regionale watersystemen tegen te gaan.
 
ruimtelijke eenheid
complex van bij elkaar behorende bouwwerken.
 
ruimtelijke kwaliteit
de kwaliteit van de ruimte (woon-, werk- en leefomgeving) als bepaald door de
gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte, deze kwaliteit
wordt bepaald door expliciete aandacht voor de ruimtelijk-functionele kwaliteit, de
stedenbouwkundige kwaliteit, de beeldkwaliteit, de architectonische kwaliteit, de
landschappelijke kwaliteit en de cultuurhistorische kwaliteit van objecten en terreinen, mede in
relatie tot het streekeigen karakter van de directe omgeving.
 
sociale veiligheid
het in stand houden c.q. tot stand brengen van een ruimtelijke situatie die overzichtelijk,
herkenbaar en sociaal controleerbaar is.
 
speelautomatenhal
een (gedeelte van een) gebouw dat gebruikt wordt voor of is ingericht om het publiek de
gelegenheid te geven een spel te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder c,
van de Wet op de kansspelen.
 
spoorweg
spoorweg als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet, voor zover deze is aangegeven op
een bij of krachtens deze wet vastgestelde kaart.
 
standplaats
een bouwperceel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen
aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van
gemeenten kunnen worden aangesloten.
 
statische opslag
opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor
handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals
(seizoens)stalling van (antieke) auto’s, boten, caravans, campers en dergelijke.
 
struweelvogels
vogels die voor zoeken van voedsel of voor beschutting en nestelen afhankelijk van
struikgewas.
 
stedenbouwkundig beeld
ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de
situering, de aansluitende terreinen, de bouwmassa’s, de gevelindeling en de dakvormen.
 
straat- en bebouwingsbeeld
het in stand houden c.q. tot stand brengen van een, in stedenbouwkundig opzicht,
samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, waarbij gelet wordt op de volgende aspecten:
  • een goede verhouding tussen bouwmassa, gevelbeeld en openbare ruimte;
  • een goede hoogte/breedte verhouding tussen de bebouwing onderling;
  • een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is;
  • de hoogtedifferentatie.
 
teeltondersteunende voorzieningen
(teelt)ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische
bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf(stak), boomof
vaste plantenteeltbedrijf(stak) en die gebruikt worden om de bedrijfsvoering te
optimaliseren; hierdoor vindt (een deel van) de productie onder meer gecontroleerde
omstandigheden plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de
productiekwaliteit en/of arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging of –verlating en het
terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik.
 
teeltondersteunende kas
een teeltondersteunende voorziening, bestaande uit een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan
de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en
dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden.
 
teeltondersteunende voorzieningen, permanent
teeltondersteunende voorzieningen die op een locatie voor onbepaalde tijd worden gebruikt.
Deze permanente voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik, zoals
containervelden en dergelijke.
 
teeltondersteunende voorzieningen, tijdelijk
teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de
teelt dit vereist, voor aaneengesloten periode van maximum van 6 maanden. Deze tijdelijke
voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik, zoals folies, insectengaas,
acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten en dergelijke.
 
teeltondersteunende voorzieningen, overig
een permanente (teelt)ondersteunende voorziening c.q. een bouwwerk in de vorm van een
hek met afrastering, met een hoogte van niet meer dan 1,5 m, op boomteelt percelen waarmee
dieren van die percelen geweerd kunnen worden (boomteelthek en regenkappen).
 
toename van stikstofemissie
er is sprake van een toename van stikstofemissie (kg/jaar) wanneer de stikstofemissie per jaar
meer bedraagt dan:
  1. de stikstofemissie (kg/jaar) afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken;
  2. in afwijking van a is geen sprake van een toename van stikstofemissie (kg/jaar) indien de stikstofemissie (kg/jaar) niet meer bedraagt dat de stikstofemissie (kg/jaar) overeenkomstig:
    1. een ten tijde van de vaststelling van het plan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.7, lid 2 Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998; dan wel
    2. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998; dan wel
    3. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof.
tuincentrum
een bedrijf waarbinnen bedrijfsmatig boomkwekerijproducten planten, bloembollen, bloemen
en attributen voor de verfraaiing en het onderhoud van tuinen en daarbij noodzakelijke
hulpmiddelen ter verkoop worden aangeboden.
 
veehandel
bedrijf, waarbij de voornaamste activiteit bestaat uit het verhandelen van vee.
 
veiligheidszone
gebied waar beperkingen ten aanzien van gebruik en/of bouwen gelden ter bescherming van
personen tegen een aanwezig plaatsgebonden risico.
 
veldschuur
bestaande vrijstaande schuur in het veld.
 
verblijfseenheden
voorzieningen of ruimten ten behoeve van verblijfsrecreatie zoals een hotelkamer, een kamer
bij particulieren.
 
verbrede landbouw
specifieke vorm van een nevenfunctie. De activiteit hangt samen met de agrarische
bedrijfsvoering of staat ten dienste van het bedrijf, zoals agrotoerisme met bijbehorende
ondergeschikte horeca, agrarisch natuurbeheer, bewerking en waardevermeerdering van ter
plaats geproduceerde producten, productiegebonden/ondergeschikte detailhandel en
zorgboerderijen.
 
verkeersveiligheid
het in stand houden c.q. tot stand brengen van een goede verkeersveilige situatie, in het
bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen.
 
vloeroppervlakte, bedrijfs
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een gebouw en/of op een terrein die wordt
gebruikt voor de uitoefening een bedrijf, een dienstverlenend bedrijf of een dienstverlenende
instelling, inclusief (binnen)opslag, rust- en rookruimten, administratieruimten en dergelijke.
 
vloeroppervlakte, bruto
de gezamenlijke oppervlakte van alle vloeren gelegen tussen de buitenwerkse gevelvlakken
en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau
van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
 
vloeroppervlakte, verkoop
de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten dienste van de
detailhandel, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank.
 
volkstuin
perceel grond dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de woning van de gebruiker
bevindt, waarop de gebruiker gewassen teelt voor eigen gebruik.
 
volkstuincomplex
terrein met een oppervlakte van tenminste 10 are waarop zich twee of meer volkstuinen
bevinden.
 
voorgevel
de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien meerdere
gevels naar het openbaar toegankelijk gebied gericht zijn, de als zodanig door het bevoegd
gezag aan te wijzen gevel.
 
voorgevellijn
de denkbeeldige lijn waarin de oorspronkelijke voorgevel van een bouwwerk is gelegen,
alsmede het verlengde daarvan voor zover gelegen binnen het bouwperceel.
 
voorgevelrooilijn
de denkbeeldige lijn waarin de oorspronkelijke voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen,
alsmede het verlengde daarvan voor zover gelegen binnen het bouwperceel.
 
voorkeursgrenswaarde
de bij het bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet
geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit
grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen.
 
voorziening, bijbehorende
voorzieningen, die horen bij de betreffende bedrijfsvoering op gronden (onder andere weg- en
waterbouwkundige voorzieningen) en/of bouwvlakken (onder andere opslag en
energievoorziening).
 
voorziening, groen
voorziening voor de inrichting, het onderhoud en het beheer van flora en fauna, zoals
boomgeleiders, wortelkratten, bloembakken, drainage- en sproeisystemen, faunatunnels,
nestkastjes en dergelijke.
 
voorziening, maatschappelijke
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke, religieuze
voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening.
 
voorziening, nuts
voorziening voor de distributie en ontsluiting van producten en diensten van openbaar nut,
zoals bushokjes, kleine pompgemalen, verkeersregelinstallaties, verdeelstations voor stroom,
water en gas, telefooncellen en dergelijke.
 
voorziening, speel
voorziening ter stimulering van het klim-, klauter- en balanceergedrag van kinderen, al dan niet
functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens, zoals
hangnetten, schommels, glijbanen, speelforten en dergelijke.
 
voorziening, verkeers
voorziening voor de geleiding, beveiliging en regeling van verkeersbewegingen, zoals bankjes,
verkeersremmers, brughoofden, lichtmasten, bewegwijzering, plantenbakken,
parkeerautomaten, parkeerplaatsen, fietsklemmen, fietsenstallingen en dergelijke.
 
voorzieningen, waterhuishoudkundige
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede waterkering, wateraanvoer,
waterafvoer, waterberging, waterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan onder meer gedacht
worden aan infiltratievoorzieningen (zoals infiltratiekratten, wadi's, infiltratiegreppels,
doorlatende bestrating en infiltratie- en transportriolen), dijken, dammen, grondwallen, duikers,
stuwen, gemalen, inlaten en dergelijke.
 
vrijstaand
bouwwerk dat geheel los staat van andere bouwwerken.
 
vrijwaringszone
gebied waar beperkingen gelden ten aanzien van het bouwen en/of gebruik ten behoeve van
een goed functioneren van bijvoorbeeld een weg of molen.
 
waarden, aardkundige
landschapswaarden die samenhangen met (abiotische) milieukenmerken, zoals geologie,
geomorfologie, reliëf, steilranden, grondwaterhuishouding (kwelgebieden), bodemtypen/
bodemopbouw/ bodemsamenstelling, afzonderlijk of in onderlinge samenhang.
 
waarden, archeologische
actuele waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van
vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van
wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen.
 
waarden, archeologische verwachtings
potentiële waarden die bestaan uit de mogelijke aanwezigheid van een bodemarchief met
sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van
wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen.
 
waarden, cultuurhistorische
waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het
bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het
historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden.
 
waarden, landschappelijke
het geheel van waarden in verband met bijzonder landschappelijke kenmerken van een gebied
of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en
diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden,
afzonderlijk of in onderlinge samenhang.
 
waarden, natuur(wetenschappelijke)-
waarden in verband met de aanwezigheid van bijzondere planten, dieren en
leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving
(biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid/zeldzaamheid,
natuurlijkheid/ongestoordheid en kenmerkend voor het gebied.
 
water
alle water dat zichtbaar (oppervlaktewater) aanwezig is in bijvoorbeeld waterlopen, poelen,
vijvers, meren en zeeën, of onzichtbaar (grondwater) aanwezig is zoals freatisch grondwater
direct beneden het maaiveld.
 
weg
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen
de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en
zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
 
werk
een constructie geen bouwwerk zijnde, zoals bestrating, drainage, kabels en leidingen en
dergelijke.
 
werkzaamheid
op zich staande activiteiten al dan niet ter uitvoering van een werk, zoals bestraten, beplanten,
dempen van sloten, ploegen, heien en dergelijke.
 
wonen
het verblijven van een huishouden in een hoofdverblijf.
 
woning
een voor het wonen bestemd (gedeelte van een) gebouw.
 
woning, bedrijfs
een voor het wonen bestemd (gedeelte van een) bedrijfsgebouw, kennelijk slechts bedoeld
voor (het huishouden van) een persoon, wiens verblijf daar gelet op de bedrijfsactiviteiten
noodzakelijk wordt geacht.
 
woning, recreatie
een voor het tijdelijk recreatief verblijf bestemd (gedeelte van een) gebouw, slechts bedoeld
voor een huishouden dat elders haar hoofdverblijf heeft.
 
woonboerderij
een gebouw dat bestaat uit een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met de in hetzelfde
gebouw opgenomen (voormalige) bedrijfsruimten, waarbij woon- en stalgedeelte van oudsher
aan elkaar verbonden zijn (bijvoorbeeld langgevelboerderij of kortgevelboerderij).
 
woonsituatie
het in stand houden c.q. garanderen van een goede woonomgeving, in het bijzonder met het
oog op:
  • de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden;
  • het uitzicht;
  • de aanwezigheid van voldoende privacy.
 
woonunit
een te verplaatsen/verwijderen bouwwerk, bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht
ten dienste van het woon-, dag-, of nachtverblijf van één of meer personen.
 
woonverblijf, recreatief
een gebouw, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief woonverblijf door een persoon,
gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben;
onder recreatief woonverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door
eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen.
 
woonwagen
voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een
daartoe bestemd bouwperceel is geplaatst.
 
zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen
gebied naast een waterloop waar maatregelen op het gebied van morfologie en inrichting
nodig zijn om de doelstellingen uit het Provinciaal Waterplan 2010-2015 op het gebied van de
ecologische kwaliteit van oppervlaktewateren te behalen.
 
zolder
het gedeelte van een gebouw gelegen onder het hellende dak en dat (deels) voor bewoning
te gebruiken is.
 
zorgboerderij
(voormalig) agrarisch bedrijf dat zorg aanbiedt, zoals kinderopvang of gehandicaptenzorg.
 
zorgvoorziening
een voorziening ten behoeve van de welzijnszorg, i.c. de verzorging/verpleging van mensen
op het fysieke, psychische en/of sociale vlak in het kader van de verbetering van hun welzijn,
met uitzondering van mantelzorg.
 
zorgvuldige veehouderij
veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het
verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens
en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.
 
Artikel 2 Wijze van meten
 
2.1 Meten
 
Bij de toepassing van deze regels wordt loodrecht gemeten tot of vanuit het hart van de lijn, tenzij anders aangegeven.
 
2.2 Maatvoering
 
Alle maten zijn, tenzij anders aangegeven:
  1. voor lengten in meters (m);
  2. voor oppervlakten in vierkante meters (m²);
  3. voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³);
  4. voor verhoudingen in procenten (%);
  5. voor hoeken/hellingen in graden (º).
2.3 Bouwwerken
 
de bepaling van het peil
  • op droge grond is het peil: de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het hoofdgebouw gelegen binnen maximaal 0,50 m van de hoogte van de weg waarop het bouwperceel ontsloten wordt, dan wel de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het bestaande hoofdgebouw;
  • op of in het water is het peil: het gemiddeld jaarlijks waterpeil ter plaatse van het bouwperceel.
 
de hoogte van de weg
de hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is vastgesteld.
 
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee te vergelijken constructiedeel.
 
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
 
de hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.
 
de bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het laagste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals rioleringen, kabels, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
 
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
 
de inhoud van een bouwwerk
tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
 
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
 
de afstand tot de bouwperceelgrens
vanaf de bouwperceelgrens tot aan het gevelvlak van een bouwwerk.
 
het bebouwingspercentage
het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.
 
2.4 Ondergeschikte bouwdelen
 
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt en de hoogte niet meer dan 3 m bedraagt.
 
2 Bestemmingsregels
 
Artikel 3 Bedrijf
 
3.1 Bestemming
 
De voor ‘Bedrijf” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. bedrijven, die zijn opgenomen in de ‘Tabel Bedrijven’ (bijlage bij dit artikel), waarbij niet meer dan één bedrijf aanwezig mag zijn per bestemmingsvlak;
  2. bedrijfswoningen, voor zover opgenomen in de ‘Tabel Bedrijven’;
  3. (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen;
  4. groenvoorzieningen;
  5. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  6. extensief recreatief medegebruik;
  7. nutsvoorzieningen;
  8. erfbeplanting ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - erfbeplanting’;
  9. behoud van karakteristieke bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’;
  10. de bescherming c.q. instandhouding van de groeiplaats van (potentieel) monumentale bomen ter plaatse van de aanduiding 'monumentale boom'.
3.2 Bouwregels
 
3.2.1 Algemeen
Voor het bouwen van gebouwen gelden in het algemeen de volgende regels:
  1. Bouwen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak.
  2. Per bouwvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één bedrijf toegestaan.
  3. Het bouwvlak mag tot de in de ‘Tabel Bedrijven’ aangegeven oppervlakte worden bebouwd, met dien verstande dat:
    1. de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd niet minder mag bedragen dan 15 m. Indien de bestaande afstand reeds minder bedraagt, geldt deze afstand als minimale afstand tot de weg.
    2. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen niet minder mag bedragen dan 3 m. Indien de bestaande afstand reeds minder bedraagt, geldt deze afstand als minimale afstand.
  4. Het is ter plaatse van de aanduiding 'monumentale boom' verboden om bouwwerken te bouwen, met uitzondering van:
    1. de herbouw van bestaande bouwwerken;
    2. hekwerken waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m.
3.2.2 Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:
  1. De goothoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven in de ‘Tabel Bedrijven’, waarbij voor nieuw te bouwen gebouwen de goothoogte niet meer mag bedragen dan 4,5 m, met dien verstande dat de goothoogte ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 18’, ‘specifieke vorm van bedrijf – 19 en ‘specifieke vorm van bedrijf – 27’, bij nieuw te bouwen gebouwen gelijk mag zijn aan de bestaande goothoogte.
  2. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven in de ‘Tabel Bedrijven’, waarbij voor nieuw te bouwen gebouwen de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8 m, met dien verstande dat de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 18’, ‘specifieke vorm van bedrijf – 19 en ‘specifieke vorm van bedrijf – 27’, bij nieuw te bouwen gebouwen gelijk mag zijn aan de bestaande bouwhoogte.
3.2.3 Bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
  1. Het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan aangegeven in de ‘Tabel Bedrijven’.
  2. Indien aangeduid zijn bedrijfswoningen uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’.
  3. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m, met dien verstande dat bij inpandige bedrijfswoningen het bepaalde onder 3.2.2 onder a van toepassing is.
  4. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m, met dien verstande dat bij inpandige bedrijfswoningen het bepaalde onder 3.2.2 onder b van toepassing is.
  5. De inhoud mag niet meer bedragen dan 750 m3.
  6. In afwijking van het bepaalde onder e mag de inhoud van boerderijgebouwen niet groter zijn dan het voormalige agrarische bedrijfsgebouw, met dien verstande dan de bestaande vorm (situering, bebouwd oppervlak, hoogten) wordt gehandhaafd.
  7. Bij vervangende nieuwbouw mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend.
3.2.4 Nieuwbouw van bedrijfswoningen
Vervallen.
 
3.2.5 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
  1. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
  2. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m.
  3. De gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m².
  4. Bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 2 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd.
  5. De afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 15 m.
3.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
  1. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd.
  2. In afwijking van het bepaalde onder a mogen silo’s uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m.
  3. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevel van de bedrijfswoning niet meer mag bedragen dan 1 m.
  4. De bouwhoogte van hoogspanningsmasten mag net meer bedragen dan 40 m.
  5. De bouwhoogte van ooievaarsnesten mag niet meer bedragen dan 7 m.
  6. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevel van de bedrijfswoning niet meer mag bedragen dan 1 m.
3.3 Afwijken van de bouwregels
 
3.3.1 Afwijking algemene bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid:
  1. Lid 3.2.1 onder c.1 voor het bouwen van gebouwen op een afstand minder dan 15 m tot de weg mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast.
  2. Lid 3.2.1 onder c.2 voor het bouwen binnen 3 m van of in de zijdelingse perceelsgrens mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
3.3.2 Afwijking nieuwbouw van woningen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 3.2.3 onder g voor het herbouwen van de woning op een andere locatie, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1. Vervallen.
  2. Herbouw op een andere locatie is stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar.
  3. De ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven worden niet onevenredig beperkt.
  4. De in het gebied aanwezige waarden worden niet onevenredig aangetast.
  5. Er wordt voldaan aan de eisen die gelden ingevolge de Wet geluidhinder.
3.3.3 Afwijking bouwregels bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid:
  1. Lid 3.2.2 onder a en/of b voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere goothoogte tot maximaal 6 m en/of een hogere bouwhoogte tot maximaal 10 m, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en dit noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering.
  2. Lid 3.2.3 c en/of d voor het bouwen van bedrijfswoningen met een hogere goothoogte tot maximaal 7,5 m en/of een hogere bouwhoogte tot maximaal 12 m, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is.
  3. Lid 3.2.5 onder e voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 15 m van de bedrijfswoning mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel.
3.3.4 Afwijking bouwregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid:
  1. Lid 3.2.6 onder c voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen met een hoogte van 2 m vóór de voorgevellijn, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast.
  2. Lid 3.2.6 onder f voor het bouwen van installaties en kleine windmolens met een bouwhoogte tot maximaal 15 m, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en dit noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering.
  3. Lid 3.2.6 onder f voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een hogere bouwhoogte tot 6 m, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is.
3.3.5 Afwijking uitbreiding van de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder c voor het uitbreiden van de oppervlak aan bedrijfsbebouwing waarbij voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden:
  1. De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of - ontwikkeling van het bedrijf.
  2. De vergroting dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvlak.
  3. Bedrijven mogen eenmalig uitbreiden met maximaal 15% van de in de ‘Tabel Bedrijven’ aangegeven oppervlakte aan bedrijfsbebouwing.
  4. In afwijking van het bepaalde onder c mogen agrarisch technische hulpbedrijven en agrarische verwante bedrijven uitbreiden tot maximaal de oppervlakte van het bouwvlak van de in de ‘Tabel Bedrijven’ aangegeven oppervlakte aan bedrijfsbebouwing.
  5. Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een erfbeplantingsplan.
  6. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen.
3.3.6 Afwijking monumentale boom
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder d, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1. Er is aangetoond dat door het bouwen en/of het gebruik van de gronden de groeiplaats, conditie, levensverwachting en (beeld)kwaliteit van de boom niet wordt aangetast.
  2. De overige bouwregels blijven onverminderd van kracht.
3.4 Specifieke gebruiksregels
 
3.4.1 Algemeen
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden ten behoeve van detailhandel.
 
3.5 Afwijken van de gebruiksregels
 
3.5.1 Afwijking vestiging ander soort bedrijf
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 3.1 onder a voor het vestigen van een ander soort bedrijf dan dat op basis van de Tabel Bedrijven is toegestaan, waarbij voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden:
  1. De bebouwde oppervlakte mag niet worden vergroot.
  2. De vestiging betreft een bedrijf dat is genoemd in bijlage 1 (Staat van bedrijfsactiviteiten) onder de milieucategorieën 1 of 2.
  3. Het nieuw te vestigen bedrijf mag naar aard en invloed niet meer milieuhinder voor de omgeving opleveren dan de oorspronkelijk toegestane bedrijfssoort.
  4. Het nieuw te vestigen bedrijf mag geen grotere verkeersaantrekkende werking hebben dan de oorspronkelijk toegestane bedrijfssoort.
3.5.2 Afwijking ondergeschikte productiegebonden detailhandel
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 3.4 voor het uitoefenen van ondergeschikte productiegebonden detailhandel, waarbij voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden:
  1. De oppervlakte ten behoeve van productiegebonden detailhandel mag niet meer bedragen dan 25 m².
  2. In afwijking van het bepaalde onder a geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘bebouwingsconcentratie’ de oppervlakte ten behoeve van productiegebonden detailhandel niet meer mag bedragen dan 50 m².
  3. Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken.
  4. Het gebruik dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving.
3.5.3 Overig - voorwaardelijke verplichting landschap
  1. Ter plaatse van de aanduiding 'Overig – voorwaardelijke verplichting landschap’ mag de bestemming ‘Bedrijf’ uitsluitend in gebruik worden genomen indien de natuur- en/ of landschapselementen zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels zijn gerealiseerd, worden beheerd en in stand worden gehouden.
3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
 
3.6.1 Verboden werkzaamheden
Ter plaatse van de aanduiding ‘monumentale boom’ is een omgevingsvergunning vereist om de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
  1. Het verlagen, ophogen of egaliseren van het maaiveld.
  2. Het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,50 m, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen en ontginnen, alsmede het aanleggen van drainage.
  3. Het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond.
  4. Het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies.
  5. Het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, dan wel het aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m².
  6. Het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels.
  7. Het wijzigen van de grondwaterstand door bevloeiing, (bron)bemaling, drainage of op andere wijze.
  8. Het opslaan van goederen waaronder ook inbegrepen het opslaan van afvalstoffen.
3.6.2 Uitzonderingen
Het in lid 3.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
  1. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn.
  2. Reeds in uitvoering zijn krachtens een verleende omgevingsvergunning, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
  3. Binnen het bouwvlak plaats vinden, met uitzondering van de werken en werkzaamheden ter plaatse van de aanduiding ‘monumentale boom’.
3.6.3 Toelaatbaarheid
De in lid 3.6.1 genoemde vergunning wordt geweigerd, indien het werk of de werkzaamheden de conditie en/of vitaliteit van de te beschermen boom negatief kunnen beïnvloeden.
 
3.7 Wijzigingsbevoegdheid
 
3.7.1 Vergroting bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak van agrarisch-technisch hulpbedrijven en agrarisch verwante bedrijven, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1. De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of - ontwikkeling van het bedrijf.
  2. Agrarisch technische hulpbedrijven en agrarische verwante bedrijven mogen uitbreiden tot maximaal 1,5 ha.
  3. Door de uitbreiding mag het bedrijf naar aard en invloed niet meer milieuhinder voor de omgeving opleveren.
  4. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen.
  5. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied.
  6. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan.
3.7.2 Wijziging naar Wonen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor zover het de voormalige bedrijfswoning betreft, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1. Vervallen.
  2. Het bestemmingsvlak wordt verkleind tot de voormalige bedrijfswoning met bijhorende tuinen, erven en verhardingen en de wijziging gelijktijdig plaatsvindt met wijziging van de overige gronden naar de aangrenzende bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ en/of ‘Agrarisch met waarden- Landschaps- en Natuurwaarden’, waarbij deze worden bestemd overeenkomstig de genoemde aangrenzende bestemmingen.
  3. De voormalige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt waarbij geldt dat maximaal 15% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 900 m3, en/of aan de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 250 m². Hierbij dienen de karakteristieke gebouwen ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ gehandhaafd te blijven.
  4. De gesloopte bebouwing nimmer mag worden teruggebouwd.
  5. De woning mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven.
  6. De woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat.
  7. De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
  8. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied.
  9. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan.
3.7.3 Wijziging ten behoeve van vestiging agrarisch bedrijf
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ‘Bedrijf’ te wijzigen in een agrarische bestemming (‘Agrarisch’, ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ Agrarisch met waarden – Landschaps- en Natuurwaarden) met bouwvlak ten behoeve van de vestiging van een agrarisch bedrijf (grondgebonden, overig niet grondgebonden of paardenhouderij) waarbij voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden:
  1. De wijziging heeft betrekking op een reëel agrarisch bedrijf. Dit dient aangetoond te worden door een vooraf ingewonnen AAB - advies.
  2. De wijziging dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsontwikkeling van een volwaardig bedrijf.
  3. Wijziging ten behoeve van de vestiging van een intensieve veehouderij is niet mogelijk.
  4. De omschakeling dient plaats te vinden binnen het bestaande bestemmingsvlak.
  5. De wijziging kan uitsluitend plaatsvinden wanneer de omliggende gronden bestemd zijn als ‘Agrarisch’ of ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’.
  6. De vestiging mag geen onevenredige aantasting van het woon- en leefmilieu van omliggende woningen tot gevolg hebben.
  7. De in de doeleindenomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
  8. De wijziging dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat.
  9. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied.
  10. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan.
3.7.4 Wijziging ten behoeve van het verwijderen van de aanduiding ‘monumentale boom’
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om deze bestemming te wijzigen in die zin dat de aanduiding 'monumentale boom' voor één of meerdere locaties wordt verwijderd, in het geval dat:
  1. De levensverwachting van de monumentale boom door ziekte of ouderdom minder dan 10 jaar is.
  2. De bescherming van de monumentale boom niet langer noodzakelijk is, omdat de boom wordt verplaatst.
  3. Zwaarwegende maatschappelijke belangen dit vergen.
TABEL BEDRIJVEN
        
Code
Adres
Soort bedrijf
Max. aantal bedrijfs- woningen 
Max. oppervlakte bedrijfs-
bebouwing (m2)
Oppervlakte detailhandel binnen bedrijfs-
bebouwing
Goot- hoogte bedrijfs- gebouwen (m)
Bouw- hoogte bedrijfs- gebouwen (m)
Bijzonder-heden
Beers
        
Sb-1
Vervallen
       
Sb-3
Elstweg 17
Agrarisch verwant bedrijf (hoveniersbedrijf)
1
**
***
4,5 m
8 m
 
Sb-44
Elstweg 19
Agrarisch-technisch hulpbedrijf 
1
**
Niet toegestaan
4,5 m
8 m
 
Sb-4
Elstweg 21
Agrarisch-technisch hulpbedrijf (loonbedrijf) en grondverzet
1
**
Niet toegestaan
4,5 m
8 m
 
Sb-5
Graafsedijk 5
Agrarisch-technisch hulpbedrijf (loonbedrijf)
1
**
Niet toegestaan
4,5 m
8 m
 
Sb-6
Hoenderstraat 8
Niet buitengebiedgebonden bedrijvigheid (aannemersbedrijf)
1
*
***
4,5 m
8 m
 
Sb-7
Keizerstraat 18/20
Agrarisch verwant bedrijf (bloementeelt / handel
2
**
***
4,5 m
8 m
 
Sb-8
Leuvert 5a
Niet buitengebiedgebonden bedrijvigheid Stucadoorsbedrijf
 
0
*
***
4,5 m
8 m
 
Sb-9
Leuvert 8, 8a, 8b
Niet buitengebiedgebonden bedrijvigheid Bedrijfsverzamel-
gebouw
0
*
***
4,5 m
8 m
 
Sb-10
Lockkantse-
straat 6
Agrarisch verwant bedrijf (hoveniersbedrijf)
1
**
***
4,5 m
8 m
 
Sb-11
Millseweg 3
Niet buitengebiedgebonden bedrijvigheid Grondverzetbedrijf / stenenhandel
1
*
***
4,5 m
8 m
 
Sb-12
Verlengde Molenstraat 12
Niet buitengebiedgebonden bedrijvigheid Schoonmaakbedrijf
1
*
***
4,5 m
8 m
 
Sb-13
Zandweg 1
Agrarisch verwant bedrijf (hoveniersbedrijf)
1
**
***
4,5 m
4,5 m
 
Sb-44
Provincialeweg 2
Agrarisch verwant bedrijf (hoveniersbedrijf)
1
*
**
0
4,5 m
8 m
 
Cuijk
        
Sb-15 
Hapseweg 18/20a
Agrarisch verwant bedrijf (kattenpension)
1
**
***
4,5 m
4,5 m
 
Haps
        
Sb-16
Rijksweg A73 No. 2
Parkeerplaats met verkooppunt motorbrandstoffen LPG
0
**
150 m2
4,5 m
6 m
Bebouwing binnen bouwvlak tot max. 30%
Sb-17
Rijksweg A73 No. 1
Verkooppunt motorbrandstoffen LPG
0
**
150 m2
4,5 m
6 m
Bebouwing binnen bouwvlak tot max. 30%
Sb-18
Beijersbos 4
RWZI
0
 
**
0
  
-
14 m
    
Bebouwing binnen bouwvlak tot max. 40%
  
Vergistingstank
 
**
0
-
18 m
 
  
Groencomposteerinrichting
0
**
 
-
10 m
 
Sb-20
Vervallen
       
Sb-22
Vervallen
       
Sb-23
Haringsestraat 1
Agrarisch technisch hulpbedrijf
1
**
0
4,5 m
8 m
 
Sb-24
Kampsestraat 37a
Agrarisch technisch hulpbedrijf
  
1
**
0
4,5 m
8 m
 
Sb-25
Oeffeltseweg 2
Niet-buitengebied gebonden bedrijvigheid (drankengroothandel/opslag)
1
**
0
4,5 m
8 m
 
Sb-26
Rijkevoortse-
weg 6
Niet-buitengebied gebonden bedrijvigheid (Riolerings- en bestratingsbedrijf)
1
340 m2
0
4,5 m
8 m
 
Sb-27
Rijksevoortse-weg 1
Hoogspanningsverdeelstation
0
**
0
 
8 m
Hoogte leidingmasten max 40 meter
Sb-28
St. Hubertse-
weg 5a, b
Niet-buitengebied gebonden bedrijvigheid (Cateringbedrijf)
2
 
1
*
***
4,5 m
8 m
 
Sb-29
St. Hubertuseweg 11
Niet-buitengebied gebonden bedrijvigheid (Autospuiterij)
1
*
0
4,5 m
8 m
 
Sint Agatha
        
Sb-21
Kerkenhuisweg 16
Niet-buitengebied gebonden bedrijvigheid
(aardappelhandel en transport- en containerbedrijf)
1
*
0
4,5 m
8 m
 
Sb-30
De Stappert 1
Niet-buitengebied gebonden bedrijvigheid (Handel / opslag zonnehemels)
1
*
0
4,5 m
8 m
 
Sb-31
Vervallen
       
Sb-32
Hantert 8
Niet-buitengebied gebonden bedrijvigheid (meubelmakerij, meubelshowroom, verkoop meubelen, kunstexpositie)
1
*
***
4,7 m
8 m
 
Sb-43
Heerstraat 19a
Grondverzetbedrijf
1 bedrijfs-
woning overeen-
komstig de feitelijke situatie
*
 
4,5 m
8 m
 
Vianen
        
Sb-33
Akkerweg 23
Agrarisch technisch hulpbedrijf (loonwerkbedrijf) 
1
**
0
4,5 m
8 m
 
Sb-34
Berkenkamp 49
Niet-buitengebied gebonden bedrijvigheid (productie en verkoop tuinhuisjes)
  
1
**
ja
4,5 m
8 m
 
Sb-35
Diepestraat 4
Niet-buitengebied gebonden bedrijvigheid (glashandel)
1
*
***
4,5 m
8 m
 
Sb-36
Louwerenberg 1
Agrarisch verwant bedrijf (hondenpension)
1
**
0
4,5 m
8 m
 
Sb-37
Louwerenberg 15
Niet-buitengebied gebonden bedrijvigheid (houtbewerking
1
*
0
4,5 m
8 m
 
Sb-38
Rotsestraat 7
Niet-buitengebied gebonden bedrijvigheid (grondverzetbedrijf)
1
**
0
4,5 m
8 m
 
Sb-42
Berkenkamp 45
 
Tuinparkmachines
 
*
 
4,5 m
8 m
 
Linden
        
Sb-39
Vervallen
       
Sb-40
Vervallen
       
Sb-41
De Geest 3
Woning
1
 
***
*
*
*
  
Kattenpension
 
314 m2
    
  
Bebouwing voor paardenstallen en opslag hooi/stro
 
658 m2
    
  
Rijbak
 
800 m2
    
  
* oppervlakte , goothoogte en bouwhoogte van de bedrijfsbebouwing welke op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan met de daarvoor benodigde vergunning(en) is gerealiseerd.
** bebouwing is alleen binnen het bouwvlak toegestaan met inachtneming van de van toepassing zijnde lanregels.
***productiegebonden detailhandel is toegestaan.
  
Artikel 4 Waarde - Archeologie 5
  
4.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Waarde - Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.
 
4.2 Bouwregels
  1. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 50 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.
  2. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:
    1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
    2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
    3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
  3. Indien uit het in sub b genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in sub b genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd.
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
 
4.3.1 Verboden werkzaamheden
Binnen deze bestemming is een omgevingsvergunning vereist om de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
  1. Het ophogen van de bodem, zulks indien de oppervlakte 2.500 m2 of meer bedraagt.
  2. Het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 2.500 m2 of meer bedraagt.
  3. Het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, zulks indien de oppervlakte 2.500 m2 of meer bedraagt.
  4. Het verlagen of het verhogen van het waterpeil.
  5. Het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies.
  6. Het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bos zijn bestemd, zulks indien de oppervlakte 2.500 m2 of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 50 cm.
  7. Het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, zulks indien de oppervlakte 2.500 m2 of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 50 cm.
  8. Het aanleggen van bos of boomgaard, zulks indien de oppervlakte 2.500 m2 of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 50 cm.
  9. Het scheuren van grasland, zulks indien de oppervlakte 2.500 m2 of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 50 cm.
  10. Het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 50 cm, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, zulks indien de oppervlakte 2.500 m2 of meer bedraagt.
4.3.2 Uitzonderingen
Het in lid 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
  1. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen.
  2. Reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
4.3.3 Toelaatbaarheid
  1. De omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 4.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal.
  2. Voor zover de in lid 4.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden worden verbonden:
    1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
    2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
    3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
  3. De omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.
4.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
  1. In het belang van de archeologische monumentenzorg kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan een omgevingsvergunning voor het slopen op of in gronden binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie 5’.
  2. Aan de omgevingsvergunning voor de gronden, als bedoeld in lid 4.1, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden dat de sloopwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm vanaf 30 cm boven het maaiveld en minder worden begeleid door een gekwalificeerd deskundige.
  3. Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarde worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorwaarden kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning voor het slopen.
4.5 Wijzigingsbevoegdheid
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door :
  1. de bestemming ‘Waarde - Archeologie 5’, geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;
  2. de bestemming ‘Waarde - Archeologie 5’ toe te kennen, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.
3 Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
  
Artikel 6 Algemene gebruiksregels
 
6.1 Strijdig gebruik
 
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
  1. Het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie, met uitzondering vanhet bepaalde in artikel 9.
  2. Het gebruik van bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte.
  3. Het gebruik van gronden ten behoeve van paardenbakken.
  4. Het gebruik van gronden en gebouwen voor speelautomatenhal, bingohal, discotheek of dancing.
  5. Permanente bewoning van voorzieningen ten behoeve van verblijfsrecreatie en kleinschalig kamperen.
  6. Het gebruik van de gronden buiten het agrarisch bouwvlak voor de opslag van mest, zoals mestzakken en foliebassins.
6.2 Beroep- en bedrijf-aan-huis
 
In de bestemmingen waarin een (bedrijfs)woning is toegestaan of na een omgevingsvergunning mogelijk kan worden gemaakt, is ondergeschikt aan deze bestemmingen de uitoefening van een beroep-aan-huis of een bedrijf-aan-huis toegestaan als medegebruik, waarbij de volgende voorwaarden gelden:
  1. Het betreft een dienstverlenend of ambachtelijk beroep of bedrijf met een ruimtelijke uitwerking en uitstraling in overeenstemming met de functie wonen, zoals administratieve, juridische, (para-)medische, therapeutische, kunstzinnige, vastgesteldtechnische of daarmee vergelijkbare beroepen en bedrijven.
  2. Het medegebruik blijft van ondergeschikte betekenis en de woonfunctie blijft in ruimtelijke en visuele zin primair.
  3. Het betreft geen beroep of bedrijf waarvoor een milieuvergunning verleend moet worden of een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet milieubeheer.
  4. Er is geen sprake van detailhandel, waaronder in ieder geval begrepen de verkoop over de toonbank en het ophalen van goederen na elektronische betaling.
  5. Het beroep of bedrijf heeft geen structurele verkeersbewegingen tot gevolg, veroorzaakt door bezoekers en laden en lossen.
  6. De benodigde parkeervoorzieningen voor de (bedrijfs)woning en het beroep of bedrijf worden op eigen terrein gerealiseerd.
  7. Het medegebruik blijft beperkt tot de bewoners van de woning.
  8. Het medegebruik blijft beperkt tot maximaal 35% van de bruto-vloeroppervlakte van de woning, met een maximum van 50 m².
  9. De reclame-uitingen zijn onverlicht, hebben een maximale oppervlakte van 0,2 m² en een maximale bouwhoogte van 1,2 m.
Artikel 7 Algemene aanduidingsregels
 
7.1 dassencorridor
 
Ter plaatse van de aanduiding ‘dassencorridor’/ 'overige zone - dassencorridor' is het buiten het bouwvlak niet toegestaan hekwerken en rasters te bouwen of aan te brengen die de doorgang van dassen beperken.
 
7.2 funnel
 
Al dan niet in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2, geldt ter plaatse van de aanduiding ‘funnel’/ 'overige zone - funnel' ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan:
  1. 150 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'funnel 1'/ 'overige zone - funnel 1' ; in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen.
7.3 geluidzone – industrie
 
Op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone - industrie’ mag ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen geluidsgevoelige gebouwen worden opgericht, tenzij een hogere waarde is vastgesteld.
 
7.4 geluidzone – vliegveld
 
Op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone – vliegveld’, mag, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen geluidsgevoelige bebouwing worden opgericht.
 
7.5 geluidzone – lawaaisporten
 
Op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone – lawaaisporten’, mag, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen geluidsgevoelige bebouwing worden opgericht.
 
7.6 radarverstoringsgebied
 
Al dan niet in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2, geldt ter plaatse van de aanduiding ‘radarverstoringsgebied’/ 'overige zone - radarverstoringsgebied' een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan 65 m boven NAP.
 
7.7 veiligheidszone – Bevi
 
Op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘veiligheidszone - bevi’ is geen nieuwbouw van (beperkt) kwetsbare objecten, zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen,
toegestaan.
 
7.8 veiligheidszone - lpg
 
Ter plaatse van de aanduiding ‘veiligheidszone – lpg’ gelden de volgende regels:
  1. Op de gronden met de aanduiding ‘veiligheidszone – lpg’ is het niet toegestaan gebouwen te bouwen in verband met de veiligheid van personen en objecten bij calamiteiten ter plaatse.
  2. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde onder a, voor het bouwen in overeenstemming met het bepaalde in hoofdstuk 2 van deze regels, mits;
    1. de veiligheid van personen en objecten in het kader van externe veiligheid kan worden gegarandeerd;
    2. vooraf advies is ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.
7.9 bebouwingsvrije zone A73
 
Ter plaatse van de aanduiding ‘bebouwingsvrije zone A73’/ 'overige zone - bebouwingsvrije zone A73' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van de met snelweg verband houdende bouwwerken, zoals geluidswerende voorzieningen.
 
7.10 overlegzone A73
  1. Ter plaatse van de aanduiding ‘overlegzone A73’/ 'overige zone - overlegzone A73' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van de met snelweg verband houdende bouwwerken, zoals geluidswerende voorzieningen.
  2. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van een bouwwerk ter plaatse van de aanduiding ‘overlegzone A73’, mits door de bouw van dit bouwwerk de verkeersbelangen niet onevenredig worden geschaad. Daartoe dient vooraf de betrokken wegbeheerder te worden gehoord.
7.11 boom- en vaste plantenteelt categorie 1
 
Ter plaatse van de aanduiding ‘boom- en vaste planteelt categorie 1’/ 'overige zone - ‘boomen vaste planteelt categorie 1’ mag, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen boom- en vaste plantenteelt plaatsvinden.
 
7.12 boom- en vaste plantenteelt categorie 2
  
Vervallen.
7.13 Zoekgebied – evz / overige zone - zoekgebied - evz
 
7.13.1 Verboden werkzaamheden
Ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied - evz’/ 'overige zone - zoekgebied - evz' mag, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen wegen of paden worden aangelegd en/of verhard dan wel het aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m2.
 
7.13.2 Uitzondering
Het in lid 7.13.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
  1. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn.
  2. Reeds in uitvoering zijn krachtens een verleende omgevingsvergunning, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
  3. Binnen het bouwvlak plaats vinden, met uitzondering van de werken en werkzaamheden ter plaatse van de aanduiding ‘monumentale boom’.
7.13.3 Toelaatbaarheid
De in lid 7.13.1 genoemde omgevingsvergunning wordt geweigerd, indien het werk of de werkzaamheden de verwezenlijking, het behoud en/of het beheer van de ecologische verbindingszone aantast.
 
7.14 Zoekgebied – voor behoud en herstel watersystemen / overige zone zoekgebied – voor behoud en herstel watersystemen
 
7.14.1 Verboden werkzaamheden
Ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied – voor behoud en herstel watersystemen’/ ‘overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel watersystemen’ mogen ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen:
  1. geen wegen of paden worden aangelegd en/of verhard dan wel het aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m2;
  2. geen gronden worden opgehoogd.
7.14.2 Uitzondering
Het in lid 7.14.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
  1. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn.
  2. Reeds in uitvoering zijn krachtens een verleende omgevingsvergunning, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
  3. Binnen het bouwvlak plaats vinden, met uitzondering van de werken en werkzaamheden ter plaatse van de aanduiding ‘monumentale boom’.
7.14.3 Toelaatbaarheid
De in lid 7.14.1 genoemde omgevingsvergunning wordt geweigerd, indien het werk of de werkzaamheden de verwezenlijking, het behoud en/of het beheer van het watersysteem aantast.
 
7.15 Accentgebied boom- en vaste plantenteelt
 
Binnen het agrarisch bouwvlak, ter plaatse van de aanduiding ‘boom- en vaste plantenteelt’/ 'overige zone - boom- en vaste plantenteelt' zijn, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, hoge teeltondersteunende voorzieningen toegestaan mits de afstand tot (bedrijfs)woningen op naast gelegen percelen niet minder bedraagt dan 25 meter en de hoogte niet meer bedraagt dan 5 m.
 
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels
 
8.1 Algemene afwijking
 
8.1.1 Kleinschalig logeren
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van de bestemmingsregels voor het toestaan van kleinschalig logeren bij agrarische bedrijven en woningen, waarbij voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden:
  1. De logeerplaatsen dienen een plek te krijgen binnen de bestaande bebouwing.
  2. Vervallen.
  3. De oppervlakte die gebruikt wordt ten behoeve van het kleinschalig logeren mag niet meer bedragen dan 50% van de gezamenlijke vloeroppervlakte tot een maximum oppervlakte van 150 m2.
  4. Voldaan wordt aan het bepaalde in lid 8.1.8.
8.1.2 Kleinschalig kamperen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van de bestemmingsregels voor het toestaan van kleinschalig kamperen bij agrarische bedrijven, gemengd, en woningen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1. Het aantal kampeerplaatsen mag niet meer bedragen dan 25.
  2. De oppervlakte die gebruikt wordt ten behoeve van het kleinschalig kamperen, mag niet meer bedragen dan 0,2 ha.
  3. De gronden die gebruikt worden voor het kleinschalig kamperen dienen direct te grenzen aan het bouwvlak of bestemmingsvlak van het agrarische bedrijf of woning.
  4. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
  5. Het kleinschalig kamperen dient te passen binnen het toeristisch/recreatief beleid van de gemeente.
  6. Voldaan wordt aan het bepaalde in lid 8.1.8.
8.1.3 Bouwen van (bedrijfs)woningen en bijbehorende bouwwerken
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van de bestemmingsregels ten aanzien van het bouwen van (bedrijfs)woningen en bijbehorende bouwwerken, waarbij geldt dat:
  1. Bij sloop van overtollige bedrijfsbebouwing, ofwel 15% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 900 m3 en/of 15% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 250 m².
  2. Bij in te richten of te beplanten gronden als natuur mag 5% van de oppervlakte worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 900 m3 en/of 5% van de oppervlakte mag worden toegevoegd aan de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 250 m².
  3. Voldaan wordt aan het bepaalde in lid 8.1.8.
8.1.4 Paardenbakken
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van de bestemmingsregels ten behoeve van paardenbakken, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1. De paardenbak wordt gesitueerd direct grenzend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak waarbij de paardenbak wordt gerealiseerd.
  2. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 800 m2.
  3. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2 m, met uitzondering van lichtmasten waarvan de hoogte niet meer dan 6 m mag bedragen.
  4. Bedrijfsmatig gebruik is niet toegestaan.
  5. De belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad.
  6. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
  7. Voldaan wordt aan het bepaalde in lid 8.1.8.
8.1.5 Bestemmingsgrenzen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft en voldaan wordt aan het bepaalde in lid 8.1.8.
 
8.1.6 Openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits:
  1. De oppervlakte per gebouwtje niet meer dan 20 m² zal bedragen.
  2. De (bouw)hoogte niet meer dan 3,5 m zal bedragen.
  3. Voldaan wordt aan het bepaalde in lid 8.1.8.
8.1.7 Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot:
  1. Ten behoeve van kunstwerken (zoals beelden, etc.), geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 m.
  2. Ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 m.
  3. Voldaan wordt aan het bepaalde in lid 8.1.8.
8.1.8 Algemene voorwaarden
De onder 8.1.1 tot en met 8.1.7 genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend verleend worden mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
  1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  2. de verkeersveiligheid;
  3. de sociale veiligheid;
  4. de milieusituatie;
  5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; en
  6. de aanwezige waarden.
8.2 Afwijken ten behoeve van mantelzorg
  1. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 6.1 sub b, en toestaan dat een (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, mits:
    1. aangetoond wordt dat inwoning in het hoofdgebouw ter plaatse redelijkerwijs niet tot de mogelijkheden behoort;
    2. bewoning van een (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg, hetgeen onder andere dient te blijken uit een positief advies van de onafhankelijke deskundige instantie;
    3. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;
    4. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijbehorende bouwwerken wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m².
  2. Het bevoegd gezag trekken de omgevingsvergunning in, verleend op grond van het bepaalde onder a, in, indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is.
8.3 Afwijken beroep- en bedrijf-aan-huis
 
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken het bepaalde in lid 6.2 en toestaan dat:
  1. Een volgens de Wet milieubeheer meldingplichtige beroep of bedrijf wordt uitgeoefend, onder voorwaarde dat:
    1. het beroep of bedrijf voldoet aan de regels omtrent meldingplichtige inrichtingen van de Wet milieubeheer;
    2. aan de overige voorwaarden uit lid 6.2 is voldaan.
  2. Detailhandel mogelijk is, onder voorwaarde dat:
    1. het om producten gaat die specifiek ten dienste staan of voortkomen uit het beroep of bedrijf en daarmee direct verband houden;
    2. de detailhandel in economische en ruimtelijke zin ondergeschikt is aan het beroep of bedrijf;
    3. aan de overige voorwaarden uit lid 6.2 is voldaan.
  3. Op de openbare weg wordt geparkeerd ten behoeve van het beroep of bedrijf, onder voorwaarde dat:
    1. het fysiek niet mogelijk is te parkeren op eigen terrein;
    2. het stedenbouwkundig niet verantwoord is te parkeren op eigen terrein;
    3. uit de verkeerssituatie ter plaatse is af te leiden dat de verkeersaantrekkende werking en het parkeren niet tot structurele problemen in de verkeersafwikkeling zal leiden;
    4. aan de overige voorwaarden uit lid 6.2 is voldaan.
  4. Maximaal één personeelslid niet als bewoner staat ingeschreven, onder voorwaarde dat:
    1. aan de overige voorwaarden uit lid 6.2 is voldaan.
Artikel 9 Overige regels
 
9.1 Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening
 
Vervallen.
 
9.2 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen
 
Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het vastgesteld van het bestemmingsplan.
 
9.3 Parkeren
 
Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouw- of gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hiervoor gelden de volgende regels:
  1. In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw of van een functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
  2. Voor het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid dient te worden voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente Cuijk, zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning.
  3. De parkeervoorzieningen als bedoeld onder a dienen in stand te worden gehouden.
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 10 Overgangsrecht
 
10.1 Overgangsrecht bouwwerken
 
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:
  1. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan;
  2. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%;
  3. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2 Overgangsrecht gebruik
 
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:
  1. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  2. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  3. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  4. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11 Slotregel
 
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het Wijzigingsplan ‘Buitengebied, Beijersbos 4, uitbreiding RWZI LvC’