Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Linden, De Hostert 11, 2011
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1684.04BPhostert11-VA01

Regels

1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:
 
plan
het bestemmingsplan ‘Linden, De Hostert 11, 2011’ met identificatienummer
NL.IMRO.1684.04.BPhostert11-VA01 van de gemeente Cuijk;
 
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en en de daarbij behorende bijlagen;
 
-----------------------------------------
 
aan- of uitbouw
een ruimte die aan het hoofdgebouw is gebouwd, die functioneel één geheel vormt met het hoofdgebouw, maar die ruimtelijk een ondergeschikte aanvulling vormt op het hoofdgebouw;
 
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 
     
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
 
aan huis gebonden beroep
het uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op zakelijk, niet zijnde detailhandel, maatschappelijk, juridisch administratief, persoonlijk, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, dan wel ontwerptechnisch gebied, door de gebruiker(st)er van de woning; 
     
afwijken van de bouwregels en/of van de gebruiksregels
een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening;
 
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde;
 
bestaand
 - bij bouwwerken: op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan
aanwezig of in uitvoering, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning;
 - bij gebruik: bestaand op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
 
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 
 
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;  
 
bijgebouw
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;
 
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten,vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats  
 
bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
 
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
 
bouwwerk 
een bouwkundige constructie van enige omvang die direcht en duurzaam met de aarde is verbonden;
 
detailhandel 
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degenen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
 
erf
een al dan niet omheind stuk grond, in ruimtelijk opzicht behorende bij, in functioneel opzicht ten dienste van, en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning, dat in beginsel behoort tot het perceel waarop de woning is geplaatst;
 
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten, ruimte vormt;
 
hoofdgebouw 
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
 
nadere eis 
een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder d van de Wet ruimtelijke ordening;
 
omgevingsvergunning 
een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
 
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 
 
ondergronds bouwwerk
een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 2,6 m beneden peil; 
 
overkapping 
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak;
 
permanente bewoning 
bewoning door (het huishouden van) een persoon of door daarmee gelijk te stellen groep van personen van een recreatiewoning, stacaravan of andere voor wisselende bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats’;
 
prostitutie 
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
 
recreatie: 
vrijetijdsbesteding die in hoofdzaak is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, trimmen, fietsen, paardrijden, vissen, zwemmen, roeien, kanoën etc.;
 
recreatiewoning
elk recreatief woonverblijf - woning, bungalow, chalet of appartement - waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;
 
seksinrichting 
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
 
terras 
een buiten de besloten ruimte van een inrichting liggend deel van een (horeca)bedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt;
 
verblijfseenheid
elk recreatief woonverblijf - woning, bungalow, chalet of appartement - waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;
  
verblijfsrecreatie 
vormen van recreatie die mede gericht zijn op verstrekken van nachtverblijf, met ondergeschikt daaraan het leveren van maaltijden en/of dranken;
 
voorgevellijn 
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen;
 
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van de regels wordt als volgt gemeten:
 
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is;
 
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
 
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, lichtkoepels, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
 
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of eendaarmee gelijk te stellen constructiedeel;
 
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;  
 
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
 
lengte, breedte en diepte van een bouwwerk
 
tussen (de lijnen getrokken langs) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren);
 
ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk
 
vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk;
 
peil
  1. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg;
  2. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld
 

2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

3.1.1 Algemeen
De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende agrarische voorzieningen;
  2. het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf) beplanting;
  3. behoud en ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden;
met daaraan ondergeschikt:
  1. extensief recreatief medegebruik;
  2. wegen, paden en parkeervoorzieningen;
  3. speelvoorzieningen;
  4. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;.
  5. nutsvoorzieningen.

3.2 Bouwregels

3.2.1 Algemeen
Op of in de voor ‘Agrarisch’ bestemde gronden mag niet worden gebouwd.
3.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van gebouwen, geen gebouw zijnde gelden de volgende bouwregels:
  1. een maximale bouwhoogte van 2 m voor erf- en terreinafscheidingen,
  2. een maximale bouwhoogte van 6 m voor lichtmasten, vlaggenmasten en speelvoorzieningen.

3.3 Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Verplichting
  1. De landschappelijke inpassing op de gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ moet uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan ‘Linden, De Hostert 11, 2011’ zijn aangelegd overeenkomstig het inpassingsplan en dient vervolgens aldus in stand te worden gehouden.
  2. Onder inpassingsplan wordt verstaan het inpassingsplan ‘Plan de Boogaard’, gedateerd juni 2013 opgesteld door Rivas-Vastgoed, dat als bijlage deel uitmaakt van de regels van dit bestemmingsplan.
3.3.2 Strijdig gebruik
Tot een gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met de bestemming, wordt in elk geval gerekend:
  1. een gebruik van de onbebouwde grond als stort- en opslagplaats van aan het gebruik onttrokken goederen en materialen, anders dan als tijdelijke opslag ten behoeve van het normale gebruik en onderhoud.

Artikel 4 Groen - Landschappelijke inpassing

4.1 Bestemmingsomschrijving

4.1.1 Algemeen
De voor 'Groen - Landschappelijke inpassing' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting;
  2. waterhuishoudkundige doeleinden;
  3. visueel afschermende voorzieningen richting A73 in de vorm van een grondwal. 

4.2 Bouwregels

Op of in de voor 'Groen - Landschappelijke inpassing' bestemde gronden mag niet worden gebouwd.
 

4.3 Specifieke gebruiksregels

4.3.1 Verplichting
  1. De landschappelijke inpassing op de gronden met de bestemming ‘Groen’ moet uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan ‘Linden, De Hostert 11, 2011’ zijn aangelegd overeenkomstig het inpassingssplan en dient vervolgens aldus in stand te worden gehouden.
  2. Onder inpassingsplan wordt verstaan het inpassingsplan ‘Plan de Boogaard’, gedateerd juni 2013 opgesteld door Rivas-Vastgoed, dat als bijlage deel uitmaakt van de regels van dit bestemmingsplan.
 
4.3.2 Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
  1. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. het aanbrengen van verhardingen.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werken
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
  1. het verwijderen van landschapselementen;
  2. het verwijderen van houtopstanden ten behoeve van een doorgang;
  3. het aanleggen en of verharden van wegen of paden dan wel het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.

Artikel 5 Recreatie

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Recreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. verblijfsrecreatie, ten behoeve van een bedrijfsmatige exploitatie;
  2. maximaal 10 verblijfseenheden;
  3. per verblijfseenheid maximaal 4 slaapplaatsen;
  4. één bedrijfswoning;
  5. ontbijt- activiteiten- en verblijfsruimte met bijbehorend terras;
  6. wegen, paden en parkeervoorzieningen;
  7. speelvoorzieningen;
  8. groenvoorzieningen;
  9. behoud en ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden;
  10. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
 

5.2 Bouwregels

5.2.1 Bebouwd oppervlakte
Binnen het bouwvlak mag maximaal een oppervlakte van 675 m2 worden bebouwd onder de volgende voorwaarden:
  1. het benoemde oppervlakte omvat zowel de bedrijfswoning als de verblijfseenheden;
  2. het benoemde oppervlakte is uitgezonderd de bij recht toegestane bijgebouwen.
5.2.2 Bedrijfswoning
Binnen het bouwvlak mag één bedrijfswoning worden gebouwd met:
  1. een maximale goothoogte van 4,5 m, dan wel de goothoogte zoals deze bestaat op het moment van de terinzagelegging van het voorontwerp.
  2. een maximale bouwhoogte van 9 m, dan wel de goot- en bouwhoogte zoals deze bestaat op het moment van de terinzagelegging van het voorontwerp.
  3. een gedeelte van de bedrijfswoning mag gebruikt worden voor 5 verblijfseenheden, activiteiten-, ontbijt-, en/of verblijfsruimte.
5.2.3 Verblijfseenheid vrijstaand
Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie- vrijstaande verblijfseenheden’, mogen maximaal 5 vrijstaande verblijfseenheden worden gebouwd, met:
  1. een maximaal oppervlakte per verblijfseenheid van 70 m2;
  2. een maximale goothoogte van 3,5 m;
  3. een maximale bouwhoogte van 7 m;
  4. een minimale onderlinge afstand van 5 m;
  5. een overkapping van maximaal 10 m2 en niet hoger dan 3,5 m.
5.2.4 Bijgebouwen
Binnen het ‘bouwvlak’ mogen bijgebouwen worden gebouwd onder volgende voorwaarden:
  1. minimaal 3 m achter de voorste bouwgrens (en het verlengde daarvan) uitgezonderd de al bestaande bijgebouwen;
  2. met een maximaal gezamenlijke oppervlakte van 180 m2, waaronder:
    1. een theehuis;
    2. een veldschuur;
    3. garage;
    4. sanitaire voorzieningen.
  3. met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 m en 7 m, dan wel de goot- en bouwhoogte zoals deze bestaat op het moment van de terinzagelegging van het voorontwerp.
5.2.5 Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van gebouwen, geen gebouw zijnde gelden de volgende bouwregels:
  1. een maximale bouwhoogte van 2 m voor erf- en terreinafscheidingen, uitgezonderd geluidwerende voorzieningen;
  2. een maximale bouwhoogte van 6 m voor lichtmasten, vlaggenmasten en speelvoorzieningen.

5.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de bouwregels en toestaan dat:
 
5.3.1 Recreatieverblijf
één gebouw met daarin opgenomen maximaal vijf verblijfseenheden ter vervanging van de vijf vrijstaande verblijfseenheden onder de volgende voorwaarden;
 
  1. binnen het bouwvlak:
  2. de minimale afstand tot de voorgevellijn van de bedrijfswoning 6 m bedraagt;
  3. de maximale afstand tussen de achtergevel van de bedrijfswoning en de voorgevel van het recreatieverblijf bedraagt 30 m;
  4. een maximaal bebouwingsoppervlakte van 350 m2;
  5. een maximale goothoogte van 6,5 m;
  6. een maximale bouwhoogte van 9 m;
  7. in geval van het bouwen van een onderkelderd gebouw, waarbij de graafwerkzaamheden dieper reiken dan 0,50 m, dient vooraf een Programma van Eisen met betrekking tot de archeologische begeleiding te worden overlegd en goedgekeurd.

5.4 Specifieke gebruiksregels

5.4.1 Verplichting
  1. De landschappelijke inpassing op de gronden met de bestemming ‘Recreatie’ moet uiterlijk twee jaar na inwerkingtrecing van het bestemmingsplan ‘Linden, De Hostert 11, 2011’ zijn aangelegd overeenkomstig het inpassingsplan en dient vervolgens aldus in stand te worden gehouden.
  2. Onder inrichtingsplan wordt verstaan het inpassingsplan 'Plan de Boogaard’, gedateerd juni 2013 opgesteld door Rivas-Vastgoed, dat als bijlage deel uitmaakt van de regels van dit bestemmingsplan.
5.4.2 Strijdig gebruik
Tot een gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met de bestemming, wordt in elk geval gerekend:
  1. het gebruik voor seksinrichtingen
  2. permanente bewoning van de recreatiewoningen/verblijfseenheden;
  3. een gebruik van de onbebouwde grond als stort- en opslagplaats van aan het gebruik onttrokken goederen en materialen, anders dan als tijdelijke opslag ten behoeve van het normale gebruik en onderhoud.
 

3 Algemene regels

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
 

Artikel 7 Algemene bouwregels

7.1 Ondergronds bouwen

  1. Op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden; direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd.
  2. De verticale diepte mag niet meer bedragen dan 3,5 m.

7.2 Uitzondering ondergeschikte bouwonderdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, zonnecollectoren, gevelen kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- of bestemmingsgrens of de bouwhoogte met ten hoogste 1 meter wordt overschreden.
 

7.3 Bestaande afstanden en maten

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand van bouwwerken, die rechtens tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte,  
inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal voorgeschreven respectievelijk maximaal toegestaan.
 
 

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels

8.1 Algemene afwijkingen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:
  1. de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
  2. de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits:
    1. de oppervlakte per gebouwtje niet meer dan 20 m² bedraagt;
    2. de (bouw)hoogte niet meer dan 3,5 m bedraagt;
  3. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat deze hoogte wordt vergroot:
    1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 m;
    2. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 m.
  4. de onder a tot en met c genoemde afwijkingen kunnen uitsluitend verleend worden:
    1. mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
    2. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    3. de verkeersveiligheid;
    4. de sociale veiligheid;
    5. de milieusituatie;
    6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; en
    7. de aanwezige waarden.

8.2 Afwijken ten behoeve van mantelzorg

  1. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.4.2. sub b, en toestaan dat een verblijfseenheid gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, mits:
    1. bewoning van een verblijfseenheid noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg, hetgeen onder andere dient te blijken uit een positief advies van de onafhankelijke deskundige instantie;
    2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;
  2. De omgevingsvergunning, verleend op grond van het bepaalde onder a, wordt ingetrokken, indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is.

Artikel 9 Strijdig gebruik

 

9.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
 
  1. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van alle vormen van bedrijvigheid, behoudens waar dat op basis van de bestemming is toegestaan;
  2. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie;
  3. het gebruik van bijgebouwen bij een woning als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte;
  4. het gebruik van recreatieverblijven voor permanente bewoning.
 

4 Overgangs- en slotregels

Artikel 10 Overgangsrecht

10.1 Overgangsrecht bouwwerken

10.1.1
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning op de activiteit bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  2. na het teniet gaan ten gevolgde van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
10.1.2
Burgemeester een wethouders kunnen eenmalig toestemming tot afwijking van de bouwregels verlenen van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
 
10.1.3
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
 
 

10.2 Overgangsrecht gebruik

10.2.1
het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet
 
 
10.2.2
het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
 
10.2.3
Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
 
10.2.4
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
 
 

Artikel 11 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:
 
Regels van het bestemmingsplan, ‘Linden, De Hostert 11, 2011’, gemeente Cuijk
 
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van .......................................................
 
De voorzitter,                                          De griffier,