direct naar inhoud van Motivering
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01

Motivering

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Op 19 juni 2025 stelde de gemeente Borger-Odoorn het voorbereidingsbesluit 'TAM-voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels locaties witte vlekken' vast. Dit voorbereidingsbesluit is vastgesteld voor locaties gelegen binnen de gemeente, waarop geen functie (bestemming) is neergelegd. Dit zijn zgn. ‘witte vlekken’ die geen onderdeel zijn van een (gepubliceerd) bestemmingsplan. Er is geen juridisch-planologisch kader aanwezig en zichtbaar. Het voorbereidingsbesluit is genomen om omgevingsvergunningen te kunnen weigeren die tot en met de vaststelling van dit TAM-omgevingsplan zouden kunnen worden aangevraagd ter plaatse van de witte vlekken. Om het kader ter plaatse van de witte vlekken juridisch-planologisch vast te leggen, is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Voorliggend TAM-omgevingsplan heeft als doel een nadere functie te geven aan de witte vlekken. Hierbij is het uitgangspunt dat de bestaande situatie wordt vastgelegd, tezamen met de eventueel geldende waarden (dubbelbestemmingen en zones). Met voorliggend TAM-omgevingsplan worden geen nieuwe functies, sloop of nieuwbouw mogelijk gemaakt.

In de volgende hoofdstukken wordt de evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de beoordelingsregels nader uitgewerkt.

1.2 Plangebied

De planbegrenzing is gelijk aan het 'TAM-voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels locaties witte vlekken', waaruit één locatie is komen te vervallen. De locaties, inclusief de vervallen locatie, worden nader besproken in Hoofdstuk 2.

1.3 Leeswijzer

Hoofdstuk 2 van deze motivering bevat een toelichting van de reparatie van de witte vlekken. Hoofdstuk 3 gaat in op het relevante beleid. In hoofdstuk 4 worden de aspecten van de fysieke leefomgeving en het milieu besproken. Hoofdstuk 5 behandelt de juridische vormgeving van het TAM-IMRO plan. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Hoofdstuk 7 sluit af met een eindconclusie over de evenwichtige toedeling van de nieuwe functie aan de locatie.

Hoofdstuk 2 Toelichting reparatie witte vlekken

2.1 Algemeen: geldende omgevingsplan en het voorbereidingsbesluit

Het gemeentelijk omgevingsplan van Borger-Odoorn bestaat vooralsnog uit het omgevingsplan van rechtswege. Dit zijn vaak de geldende bestemmingsplannen en de bruidsschat. Ter plaatse van de zgn. ‘witte vlekken’ is geen (gepubliceerd) bestemmingsplan geldend en zichtbaar.

Op grond van artikel 4.14 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad voor een locatie een voorbereidingsbesluit nemen met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels. Het voorbereidingsbesluit wijzigt het omgevingsplan met voorbeschermingsregels. Deze voorbeschermingsregels strekken ertoe te voorkomen dat de locatie minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van het doel van de regels waarvoor de wijziging van het omgevingsplan in voorbereiding is.

De voorbeschermingsregels in het omgevingsplan vervallen na een jaar en zes maanden, of eerder als binnen die termijn het besluit tot wijziging van het omgevingsplan is bekendgemaakt.

Het voorbereidingsbesluit 'TAM-voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels locaties witte vlekken' geldt voor de locaties gelegen binnen de gemeente, zoals opgenomen in het raadsbesluit met als registratienummer 79616-2024. De met het voorbereidingsbesluit vastgestelde voorbeschermingsregels leiden ertoe dat voor deze witte vlekken een juridische borging ontstaat.

Zoals eerder geconstateerd, heeft voorliggend TAM-omgevingsplan als doel een nadere functie te geven aan de witte vlekken. Hierbij is het uitgangspunt dat de bestaande situatie wordt vastgelegd, tezamen met de eventueel geldende waarden (dubbelbestemmingen en zones). Navolgend wordt per witte vlek besproken wat de huidige situatie inhoudt en wat het nieuwe kader wordt.

2.2 Witte vlekken: huidige situatie en nieuwe kader

Vlek 1
Ter plaatse van deze witte vlek is het rijksinpassingsplan 'Windpark De Drentse Monden - Oostermoer' van toepassing. De begrenzing van deze witte vlek is gelijk aan dit rijksinpassingsplan.

In principe heeft deze locatie nu een juridisch-planologisch kader. Dit is immers het rijksinpassingsplan. Echter, een gemeentelijk onderliggend bestemmingsplan is niet (gepubliceerd) aanwezig. Mocht het rijksinpassingsplan ooit worden ingetrokken, dan is er dus geen gemeentelijke 'onderlegger' meer. Met het TAM-omgevingsplan wordt de witte vlek weer voorzien van een gemeentelijke 'onderlegger'. Zij het dat het rijksinpassingsplan voorrang krijgt, voor zolang het rijksinpassingsplan in werking is.

Ten behoeve van het rijksinpassingsplan is hiervoor de volgende voorrangsregel geformuleerd. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - rijksinpassingsplan windpark' blijft het rijksinpassingsplan 'Windpark De Drentse Monden - Oostermoer', met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip15WDMOM-3001, vastgesteld op 22 september 2016, onverminderd van kracht. Het rijksinpassingsplan heeft voorrrang op de regeling uit dit TAM-omgevingsplan.

Ter plaatse van deze witte vlek zijn op een paar locaties wél een gemeentelijk omgevingsplan gepubliceerd. Deze locaties worden uit dit TAM-omgevingsplan geknipt. Het doel van dit TAM-omgevingsplan is namelijk een nadere functie te geven aan de witte vlekken en deze delen hebben al functies op basis van gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit zijn de volgende gemeentelijke bestemmingsplannen:

  • Perspectiefplan Boeren Nieuw Buinen (vastgesteld 21-06-2012, NL.IMRO.1681.05BP0005-VG01);
  • Buitengebied, aanpassing hoogspanningsstation Musselkanaal Zandberg (vastgesteld 30-05-2024; NL.IMRO.1681.00BP0081-VG01);
  • TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Hoogspanningsstation Musselkanaal-Zandberg (ontwerp d.d. 17-06-2025, NL.IMRO.1681.TAMH22h-OW01).

Op de overige delen van de witte vlek 1 worden de functies Agrarisch, Verkeer en Water doorgetrokken. Voorts worden de geldende dubbelbestemmingen en zones doorgetrokken. Dit betreffen:

  • Waarde - Archeologie 4
  • Waarde - Landschap en cultuurhistorie 3
  • geluidzone - industrie;
  • vrijwaringszone - laagvliegroute;
  • Leiding - Hoogspanningsverbinding;
  • Overige zone - Rijksinpassingsplan windpark.

afbeelding "i_NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01_0001.png"
Figuur 2.1: Locatie vlek 1 (bron: regelsopdekaart)

Vlek 2
Een deel van de weg Rolderstraat in Borger is een witte vlek. De witte vlek loopt gelijk aan de kadastrale begrenzing van de weg. De west-, zuid- en oostzijde van de witte vlek zijn onderdeel van het bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld 29-11-2018). In dit bestemmingsplan Buitengebied is het verlengde van deze weg (buiten de witte vlek) bestemd als Agrarisch.

Conform de systematiek wordt de bestemming Agrarisch hier doorgetrokken, tezamen met de geldende dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4. Dit doet recht aan de feitelijke situatie en de systematiek van het bestemmingsplan Buitengebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01_0002.png"
Figuur 2.2: Locatie vlek 2 (bron: regelsopdekaart)

Vlek 3
De Steenhopenweg en Gasselterstraat nabij Drouwen zijn deels een witte vlek. De witte vlek loopt gelijk aan de kadastrale begrenzing van de weg. Het zuidelijke strookje witte vlek grenst aan de westkant van de Steenhopenweg aan het bestemmingsplan Buitengebied (2018). In dit bestemmingsplan Buitengebied is het verlengde van deze weg (buiten de witte vlek) bestemd als Agrarisch. Vervolgens loopt de witte vlek evenwijdig aan het bestemmingsplan Drouwen Tiekamp II en II afronding (vastgesteld 03-07-2014), waarin de weg is bestemd als Verkeer. Tot slot loopt de witte vlek richting het noorden evenwijdig verder aan het bestemmingsplan Buitengebied (2018), waarin de weg is bestemd als Natuur - 2.

Er is gekozen de bestemmingen Agrarisch en Natuur 2 door te trekken.

Voorts worden de geldende dubbelbestemmingen en zones doorgetrokken. Dit betreffen:

  • Waarde - Nationaal landschap;
  • Waarde - Archeologie 1;
  • Waarde - Landschap en cultuurhistorie 1;
  • milieuzone - hydrologie;
  • milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01_0003.png"
Figuur 2.3: Locatie vlek 3 (bron: regelsopdekaart)

Vlek 4
Het kadastrale perceel 1703 aan de Noorderstraat 12 in Buinerveen is een witte vlek. De witte vlek grenst aan het bestemmingsplan Buitengebied (2018), waarbij de aangrenzende gronden de bestemming Agrarisch hebben. Daarnaast grenst de witte vlek aan het bestemmingsplan Nieuw Buinen - Buinerveen (06-07-2017). Hierin hebben de aangrenzende gronden de bestemming Gemengd; zie figuur 2.5.

Er is gekozen de bestemming Gemengd door te trekken. Voorts worden de geldende dubbelbestemmingen en zones doorgetrokken. Dit betreft:

  • Waarde - Landschap en cultuurhistorie 2.

afbeelding "i_NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01_0004.png"
Figuur 2.4: Locatie vlek 4 (bron: regelsopdekaart)

afbeelding "i_NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01_0005.png"
Figuur 2.5: Locatie vlek 4 - uitsnede bestemmingsplan Nieuw Buinen - Buinerveen (bron: regelsopdekaart)

Witte vlek 5
De onderstaande witte vlek is gelegen nabij Borger. De witte vlek valt binnen de (digitale) begrenzing van het bestemmingsplan Recreatieterrein Hunzedal (12-06-1990). Echter, als hiervan de pdf-plankaart wordt geraadpleegd, zitten deze twee witte vleklocaties hier niet in. Ze vallen niet binnen deze begrenzing en ze zijn hierin niet bestemd.

Zuidelijke locatie
De zuidelijke witte vleklocatie is afgebakend tot twee kadastrale kavels, namelijk 5316 en 5317. Deze twee percelen grenzen, naast het bestemmingsplan Recreatieterrein Hunzedal (1990), aan het bestemmingsplan Buitengebied (2018). Op basis van het huidige feitelijke gebruik van de twee percelen, krijgen ze de bestemmingen Agrarisch en voor een klein deel Natuur - 2 gebaseerd op het bestemmingsplan Buitengebied (2018) en de omgevingsverordening.

Voorts worden de geldende dubbelbestemmingen en zones doorgetrokken. Dit betreffen:

  • Waarde - Archeologie 1;
  • Waarde - Archeologie 4;
  • Waarde - Landschap en cultuurhistorie 1;
  • Leiding - Gas;
  • Overige zone - radiotelescoop 2.

Noordelijke locatie
De noordelijke witte vleklocatie grenst, naast het bestemmingsplan Recreatieterrein Hunzedal (1990), aan de bestemmingen Agrarisch en Detailhandel - Tuincentrum uit het bestemmingsplan Buitengebied (2018). Het perceel is feitelijk ingericht als recreatief ten behoeve van het recreatieterrein Hunzedal. Er is gekozen voor een recreatieve bestemming, dit vanwege het huidige gebruik, de duur hiervan, het eigendom en de grootte van het perceel. Aangesloten is op de bestemmingssystematiek voor de bestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie 3 conform het bestemmingsplan Buitengebied. De regeling uit het bestemmingsplan Hunzedal 1990 is zowel in functie, bouwen als gebruik hierin, waar mogelijk, overgenomen.

Voorts worden de geldende dubbelbestemmingen en zones doorgetrokken. Dit betreffen

  • Waarde - Archeologie 4;
  • Waarde - Landschap en cultuurhistorie 1;
  • Overige zone - radiotelescoop 2.

afbeelding "i_NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01_0006.png"
Figuur 2.6: Locatie vlek 5 (bron: regelsopdekaart)

Vlek 6
Nabij het Land van Bartje in Ees ligt een witte vlek. Door een gerechtelijke uitspraak verviel dit deel van een bestemmingsplan voor de uitbreiding van het recreatieterrein Land van Bartje (9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:422). Hierdoor wordt teruggevallen op het huidige kader: een witte vlek vanwege het ontbreken van een ander (gepubliceerd) bestemmingsplan. De witte vlek omvat de kadastrale percelen 2694 en 3462 t/m 3465. Het aangrenzende bestemmingsplan is het bestemmingsplan Buitengebied (2018). De aangrenzende gronden zijn bestemd als Natuur - 2, respectievelijk Agrarisch. Het perceel wordt voorzien van de functie Agrarisch op basis van het huidige gebruik.

Voorts worden de geldende dubbelbestemmingen en zones doorgetrokken. Dit betreffen:

  • Waarde - Archeologie 4;
  • Waarde - Landschap en cultuurhistorie 1;
  • overige zone - radiotelescoop 2.

afbeelding "i_NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01_0007.png"
Figuur 2.7: Locatie vlek 6 (bron: regelsopdekaart)

Geldende facetbestemmingsplannen
Op iedere witte vlek is het facetbestemmingsplan Wonen met zorg (vastgesteld 27-06-2024; NL.IMRO.1681.15BP0003-VG01) van toepassing. Dit facetbestemmingsplan wordt op iedere locatie wederom van toepassing verklaard.

Het Parapluplan Geluidzone Avebe (vastgesteld 08-07-2021; NL.IMRO.1681.00BP0068-VG01), ter plaatse van een deel van witte vlek 1, wordt eveneens wederom van toepassing verklaard.

Vervallen vlek
Onderstaande twee locaties zaten ten tijde van het opstellen van de grens van het voorbereidingsbesluit nog niet in het bestemmingsplan Borger Dorp, dat toen nog als ontwerp gepubliceerd was. Inmiddels zijn deze twee locaties definitief meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan Borger Dorp. Omdat beide locaties nu zijn voorzien van een planologisch kader met het vastgestelde bestemmingsplan Borger Dorp, is het niet meer nodig deze locaties mee te nemen in dit TAM-omgevingslan.

afbeelding "i_NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01_0008.png"
Figuur 2.8: Locatie vervallen vlek (bron: regelsopdekaart)

Hoofdstuk 3 Beleid en regelgeving

3.1 Rijk

3.1.1 Besluit kwaliteit leefomgeving

In onderstaande tabel is een toetsing gedaan aan de thema's uit het Bkl. Gekeken is of een thema relevant is voor het project. Vervolgens werkt hoofdstuk 4 de omgevingsaspecten die relevant zijn voor de activiteit nader uit. In voorliggend TAM-omgevingsplan zijn er geen relevante omgevingsaspecten. Hoofdstuk 4 licht dit toe.

Thema   Paragraaf Bkl   Relevant voor besluit?   Verwijzing paragraaf H4  
Veiligheid   5.1.2   Nee   -  
Waterbelangen   5.1.3   Nee   -  
Luchtkwaliteit   5.1.4.1   Nee   -  
Geluid door activiteiten   5.1.4.2   Nee   -  
Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterrein   5.1.4.2a   Nee   -  
Slagschaduw van windturbines   5.1.4.4a   Nee   -  
Trillingen   5.1.4.4   Nee   -  
Bodemkwaliteit   5.1.4.5   Nee   -  
Geur   5.1.4.6   Nee   -  
Ladder voor duurzame verstedelijking   5.1.5.4   Nee   -  
Cultureel erfgoed en werelderfgoed   5.1.5.5   Nee   -  
Behoud ruimte voor autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen   5.1.6.2   Nee   -  
Behoud ruimte voor buisleidingen van nationaal belang   5.1.6.3   Nee   -  
Elektriciteitsvoorziening   5.1.7.3   Nee   -  
Rijksvaarwegen   5.1.7.4   Nee   -  
Toegankelijkheid openbare ruimte   5.1.8   Nee   -  
Voorkomen belemmeringen hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen   5.2   Nee   -  
Lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool   5.2   Nee   -  
Bebouwingscontour jacht   5.2   Nee   -  
Bebouwingscontour houtkap   5.2   Nee   -  
Geluid rond luchthavens   5.1.4.3   Nee   -  
Vrije horizon kust   5.1.5.2   Nee   -  
Waddenzee en Waddengebied   5.1.5.3   Nee   -  
Landsverdediging   5.1.7.2   Nee   -  
Communicatie burgerluchtvaart   5.1.7.5   Nee   -  
Landelijke fiets- en wandelroutes   5.2   Nee   -  
Lokale spoorwegen binnen vervoerregio's   5.2   Nee   -  

Figuur 3.1: Instructieregels Bkl

3.1.2 Nationale Omgevingsvisie

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Wel blijft het Rijk eindverantwoordelijk voor de inrichting van de leefomgeving.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:

  • 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
  • 2. duurzaam economisch groeipotentieel;
  • 3. sterke en gezonde steden en regio's;
  • 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:

  • 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte.
  • 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere.
  • 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Het repararen van de witte vlekken betreft geen ontwikkeling op rijksniveau. Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de NOVI gerichte belangen of opgaven kent. Het plan is daarnaast niet strijdig met de prioriteiten of afwegingsprincipes. Om die reden kan verdere toetsing aan de NOVI achterwege blijven.

Het rijksinpassingsplan 'Windpark De Drentse Monden - Oostermoer' blijft van toepassing en krijgt nog steeds voorrang, zie paragraaf 2.2 onder de kop Vlek 1.

3.2 Provinciaal en gemeentelijk beleid

Doordat dit TAM-omgevingsplan uitsluitend een reparatie inhoudt, is toetsing aan het provinciale en gemeentelijke beleid niet noodzakelijk. Met voorliggend TAM-omgevingsplan worden geen nieuwe functies, sloop of nieuwbouw mogelijk gemaakt. Het betreft slechts een reparatie van het huidig juridisch-planologisch kader. Hierbij is het uitgangspunt dat de bestaande situatie wordt vastgelegd.

Waar nodig is een vertaling van de regel uit het POV in de desbetreffende artikelen doorgevoerd, bijvoorbeeld de gebiedsaanduiding voor het grondwaterbeschermingsgebied, en de LOFAR-zonering. Deze doorvertaling had reeds in het kader van de geldende bestemmingsplannen al plaatsgevonden en is derhalve overgenomen.

Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

De relevante omgevingsaspecten worden beschreven in dit hoofdstuk. In de tabel in paragraaf 3.1.1 is aangegeven welke thema's uit het Bkl relevant zijn voor onderhavig TAM-omgevingsplan. Er zijn geen omgevingsaspecten als relevant aangemerkt in de tabel. Beknopt komt in dit hoofdstuk aan de orde waarom deze aspecten niet relevant zijn.

Hierbij kan wederom het volgende worden geconcludeerd. Met het plan wordt slechts het planologisch-juridische kader ter plaatse van de witte vlekken aangebracht. Hierbij is het uitgangspunt dat de bestaande situatie wordt vastgelegd, tezamen met de eventueel geldende waarden (dubbelbestemmingen en zones). Met voorliggend TAM-omgevingsplan worden geen nieuwe functies, sloop of nieuwbouw mogelijk gemaakt. Daarom is toetsing aan de omgevingsaspecten zoals geluidhinder, luchtkwaliteit, bodem, milieuzonering, archeologie en cultuurhistorie, ecologie, mer en water etc. niet noodzakelijk. Dit TAM-omgevingsplan heeft in ruimtelijk-functionele zin geen impact, zodat nadere onderzoeken van de omgevingsaspecten niet nodig zijn.

Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving

5.1 Wijziging omgevingsplan

5.1.1 Omgevingsplan van rechtswege

Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Ook twee bodemkaarten en de hogere waarde besluiten maken deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen.

5.1.2 Toepassing TAM-IMRO

De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl.

Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD).

De Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG) gaat uit van twee varianten van een TAM-IMRO omgevingsplan: de Basisvariant en de Crisis- en herstelwet-variant. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgezet volgens de Basisvariant. Deze blijft qua vorm en inhoud zo dicht mogelijk bij een bestemmingsplan. Daarbij wordt uiteraard wel aan alle eisen van de Omgevingswet en bijbehorende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) voldaan.

5.1.3 Werkingsgebied

De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie van dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand (NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

5.1.4 Overzicht wijzigingen

De planregels van het omgevingsplan van rechtswege worden met dit TAM-IMRO omgevingsplan gewijzigd. De regels in dit TAM-omgevingsplan komen hiervoor in de plaats.

5.2 Artikelsgewijze toelichting

Preambule
De preambule is direct zichtbaar boven de regels. In de preambule staat dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen.

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS

Toepassingsbereik

  • 1. In de toepassingsbereikbepaling wordt in het eerste lid bepaald dat de ruimtelijke plannen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan niet van toepassing zijn op de locatie waarvoor het TAM-IMRO omgevingsplan is opgesteld. Er wordt een uitzondering geformuleerd voor het Facetbestemmingsplan Wonen met zorg en het Parapluplan Geluidzone Avebe.
  • 2. In afwijking van lid 1, blijft ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - rijksinpassingsplan windpark' het rijksinpassingsplan 'Windpark De Drentse Monden - Oostermoer', met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip15WDMOM-3001, vastgesteld op 22 september 2016, onverminderd van kracht. Het rijksinpassingsplan heeft voorrrang op de regeling uit dit TAM-omgevingsplan.
  • 3. De Bruidsschat blijft van toepassing op de locatie. Indien de regels uit het TAM-omgevingsplan in strijd zijn met de Bruidsschat, gaat de Bruidsschat voor.
  • 4. Het TAM-omgevingsplan wordt van toepassing verklaard op de planlocatie.

Aanvraagvereisten
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt ingediend, moet de aanvrager informatie over de activiteit aanleveren bij het bevoegd gezag. De aanvraagvereisten uit de Bruidsschat (paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan) zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van het TAM-omgevingsplan.

Daarnaast moet de aanvrager motiveren waarom hij/zij van oordeel is dat wordt voldaan aan de beoordelingsregels van de gevraagde omgevingsvergunning.

Algemene begripsbepalingen
In dit artikel is een verwijzing opgenomen naar de algemeen geldende begrippen.

Aanvullende begripsbepalingen
In dit artikel zijn begrippen opgenomen die specifiek gelden voor het TAM-IMRO omgevingsplan.

Meet- en rekenbepalingen
Het omgevingsplan van rechtswege bevat in artikel 22.24 al meetbepalingen. In dit artikel zijn alleen meet- en rekenbepalingen opgenomen die specifiek gelden voor het TAM-IMRO omgevingsplan.

HOOFDSTUK 2 FUNCTIES EN ACTIVITEITEN

In dit hoofdstuk zijn de volgende functies (enkelbestemmingen) opgenomen:

  • Agrarisch
  • Gemengd
  • Groen
  • Natuur 2
  • Recreatie - Verblijfsrecreatie 3
  • Verkeer
  • Water

De regels uit de geldende bestemmingsplannen, nu opgenomen in het omgevingsplan, van rechtswege zijn hieruit overgenomen. Zoals aangegeven, zijn de nodige bouwregels, vergunningplichten en verboden overgenomen. De volgende functies (dubbelbestemmingen) zijn eveneens opgenomen:

  • Leiding - Gas
  • Leiding - Hoogspanningsverbinding
  • Waarde - Archeologie 1
  • Waarde - Archeologie 4
  • Waarde - Landschap en cultuurhistorie 1
  • Waarde - Landschap en cultuurhistorie 2
  • Waarde - Landschap en cultuurhistorie 3
  • Waarde - Nationaal Landschap

Ook hier zijn de regels uit de geldende bestemmingsplannen, nu opgenomen in het omgevingsplan, van rechtswege overgenomen. Eveneens betreft dit de nodige bouwregels, vergunningplichten en verboden.

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS

Anti-dubbeltelregel
In de anti-dubbeltelregel is aangegeven dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede keer mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren.

Algemene regels voor functies en gebruiksactiviteiten
In deze regel is een algemeen gebruiksverbod en specifiek gebruiksverbod anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en toegestane gebruiksactiviteiten opgenomen, zo ook is het toegestane gebruik van locaties en bouwwerken beschreven.

Aanvullende beoordelingsregels bouwwerken
Hierin is bepaald dat als er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en functies, de verkeersveiligheid, het straat- en bebouwingsbeeld en de natuur en het landschap een omgevingsvergunning kan worden verleend. Dit onder de voorwaarden dat:

  • a. de gegeven maten en afmetingen tot niet meer dan 10% van die maten en afmetingen, daaronder niet begrepen de oppervlakte voor bijgebouwen en aan- en/of uitbouwen;
  • b. een geringe overschrijding van de in het plan aangegeven bouwgrenzen en indelingslijnen met ten hoogste 5 m;
  • c. het houden van kortdurende evenementen.

Algemene aanduidingsregels

Dit betreft de volgende gebiedsaanduidingen:

  • geluidzone - industrie
  • milieuzone - grondwaterbescherming
  • milieuzone - hydrologie
  • overige zone - radiostelescoop 2
  • vrijwaringszone - laagvliegroute
  • overige zone - rijksinpassingsplan windpark

Ook hier zijn de regels uit de geldende bestemmingsplannen, nu opgenomen in het omgevingsplan, van rechtswege, overgenomen. Eveneens betreft dit de nodige bouwregels, vergunningplichten en verboden.

Regels met betrekking tot parkeren
In dit artikel zijn de parkeernormen, het afwijken van de parkeernormen en het regelen van het laden en lossen opgenomen.

HOOFDSTUK 4 OVERGANGSREGELS

Overgangsregels
In dit hoofdstuk zijn de regels voor het overgangsrecht opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bouwwerken en functioneel gebruik.

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

In deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan, in het verlengde daarvan, aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is.

Kostenverhaal
Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat hier om kostenverhaalsplichtige activiteiten als genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit, (hierna: 'een aangewezen bouwactiviteit'). Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte en/of een anterieure overeenkomst, co-financiering, subsidies, gemeentelijk krediet, de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt/is verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit (Ob).

Nadeelcompensatie
In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV aangewezen als verhaalbare kostensoorten. In onderdeel A11 staat “Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft. Het kan gaan om directe of indirecte schade. Directe schade is het gevolg van inperking van bestaande rechten van de eigenaar. Indirecte schade wordt veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie.

Toetsing
Met voorliggend TAM-omgevingsplan worden geen nieuwe functies, sloop of nieuwbouw mogelijk gemaakt. Met het plan wordt slechts het planologisch-juridische kader ter plaatse van de witte vlekken aangebracht. Hierbij is het uitgangspunt dat de bestaande situatie wordt vastgelegd. Kostenverhaal en nadere anterieure overeenkomsten zijn niet nader aan de orde.

6.2 Participatie

Gezien de aard en omvang van het TAM-plan is besloten geen participatie toe te passen op dit TAM-omgevingsplan. Met voorliggend plan worden geen nieuwe functies, sloop of nieuwbouw mogelijk gemaakt. Met het plan wordt slechts het planologisch-juridische kader ter plaatse van de witte vlekken aangebracht. Hierbij is het uitgangspunt dat de bestaande situatie wordt vastgelegd.

6.3 Vooroverleg ketenpartners

Conform artikel 2.2 van de Omgevingswet houdt het bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taken rekening met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen. Waar nodig vindt hierover afstemming plaats.

Met voorliggend TAM-plan worden geen nieuwe functies. sloop en nieuwbouw mogelijk gemaakt. Met het plan wordt slechts het planologisch-juridische kader ter plaatse van de witte vlekken aangebracht. Hierbij is het uitgangspunt dat de bestaande situatie wordt vastgelegd. Gezien de aard en omvang van het project worden de vooroverlegpartners bij de terinzagelegging van het TAM-plan nader geïnformeerd.

6.4 Zienswijzen op het ontwerp

Het ontwerp heeft van dinsdag 16 december 2025 tot en met maandag 26 januari 2026 ter inzage gelegen.

Eer is een zienswijze ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn. De zienswijze heeft geleid tot aanpassing van de plankaart. Zie voor nadere informatie Bijlage 1 Zienswijzennota.

Hoofdstuk 7 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Voor de wijziging van het omgevingsplan gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat het omgevingsplan enkel mag worden gewijzigd als:

  • er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl);
  • als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl.

Op grond van artikel 4.2 Ow moet het omgevingsplan, dan wel een afwijking daarop, er in ieder geval toe leiden dat voor het gehele grondgebied van de gemeente functies evenwichtig aan locaties zijn toegedeeld. Deze taak vormt een voortzetting van het criterium van een goede ruimtelijke ordening uit de Wro, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving. Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in het omgevingsplan bereikt door activiteiten onderling evenwichtig over locaties te reguleren. Evenwichtig reguleren van activiteiten, impliceert een locatiegerichte benadering waarbij de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo goed mogelijke wijze wordt verdeeld, ingericht en benut. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet als resultante worden beschouwd van alle regels in het omgevingsplan.

Met het plan wordt het planologisch-juridische kader ter plaatse van de witte vlekken aangebracht. Hierbij is het uitgangspunt dat de bestaande situatie wordt vastgelegd. In de voorgaande hoofdstukken is getoetst aan relevant beleid en aan de instructieregels van het Bkl. Op basis van alle resultaten kan worden geconcludeerd dat ten aanzien van deze ruimtelijke ontwikkeling voldaan kan worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan de betreffende locaties. Hierbij is voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0 e van het Bkl.