direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01

Regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het waarborgen van een TAM-plankader op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn en is als een nieuw hoofdstuk [22R] opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Borger-Odoorn. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22R] van het omgevingsplan van de gemeente Borger-Odoorn. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer [22R] gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage [22R] gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten als bedoeld in artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, met uitzondering van:
    • a. het facetbestemmingsplan 'Wonen met zorg', vastgesteld 27-06-2024, met identificatienummer NL.IMRO.1681.15BP0003-VG01;
    • b. het parapluplan 'Geluidzone Avebe', vastgesteld 08-07-2021, met identificatienummer NL.IMRO.1681.00BP0068-VG01.
  • 2. In afwijking van lid 1, blijft ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - rijksinpassingsplan windpark' het rijksinpassingsplan 'Windpark De Drentse Monden - Oostermoer', met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip15WDMOM-3001, vastgesteld op 22 september 2016, onverminderd van kracht. Het rijksinpassingsplan heeft voorrrang op de regeling uit dit TAM-omgevingsplan.
  • 3. De regels in hoofdstuk 22 (zijnde de Bruidsschat) blijven van toepassing en voorzover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn gaan de regels uit hoofdstuk 22 voor, tenzij in de regels van dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn is bepaald dat deze regels voorgaan.
  • 4. De regels in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01.

Artikel 2 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk. Daarnaast geldt dat bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de aanvrager dient te motiveren waarom hij/zij van oordeel is dat voldaan wordt aan de beoordelingsregels.

Artikel 3 Algemene begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in:

  • a. bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • b. bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
  • c. bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving
  • d. bijlage I bij het Omgevingsbesluit; en
  • e. bijlage I bij de Omgevingsregeling;

zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in artikel 4 daarvan is afgeweken.

Artikel 4 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

4.1 TAM-omgevingsplan

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn met identificatienummer NL.IMRO.1681.TAMH22r-VG01 van de gemeente Borger-Odoorn;

4.2 Omgevingsplan

het omgevingsplan van de gemeente Borger-Odoorn;

4.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

4.4 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

4.5 aardkundige waarden

landvormen en aardlagen met een informatiewaarde (over de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied), een belevingswaarde (omdat zij identiteit en variatie aan het landschap geven) en een ecologische waarde (als aiotische basis van de biodiversiteit);

4.6 aan woning gebonden beroep of bedrijf

het uitoefenen van een beroep of het verlenen van diensten op juridisch, medisch, therapeutisch, administratief of kunstzinnig gebied, als ondergeschikt onderdeel in een woning of bijbehorend bouwwerk, waarbij de woonfunctie centraal staat. Commerciële dienstverlening als bankfilialen, uitzendbureaus, makelaardij en reisbureaus, alsmede detailhandel en horeca worden niet begrepen onder een aan een woning gebonden beroep of bedrijf;

4.7 agrarisch aanverwant bedrijf

een bedrijf dat hoofdzakelijk is gericht op het leveren van diensten aan agrarische bedrijven of aan groene en recreatieve functies in het buitengebied, zo nodig met behulp van werktuigen en apparatuur, en agrarisch loonwerk, al dan niet in combinatie met onderhoud en/of reparatie van werktuigen of apparatuur;

4.8 agrarisch bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond waarop bebouwing met een hoofdgebouw en bijbehorende gebouwen van een agrarisch bedrijf is toegestaan;

4.9 agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, inclusief een productiegebonden paardenhouderij;

4.10 agrarisch loonwerkbedrijf

een bedrijf waarbinnen uitsluitend of overwegend arbeid wordt verricht ter productie of levering van goederen of diensten ten behoeve van agrarische bedrijven, zoals het uitvoeren van cultuurtechnische werken, mestdistributie, grondverzet of soortgelijke dienstverlening;

4.11 agrarische hobbyactiviteit

het houden van dieren op een kleinschalige, niet-bedrijfsmatige wijze, waarop het Activteitenbesluit niet van toepassing is;

4.12 akkerbouw

de vorm van grondgebonden agrarisch bedrijf die zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighoudt met de grootschalige teelt van veldgewassen op of in de open grond;

4.13 ambacht

het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of het leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die verband houden met het ambacht;

4.14 archeologisch deskundige

een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie;

4.15 archeologisch onderzoek

onderzoek (bureauonderzoek, booronderzoek, gravend onderzoek, begeleiding van bodemingrepen) verricht door een daartoe bevoegde instantie of onderneming;

4.16 archeologische verwachtingswaarden

waarden die aan een gebied zijn toegekend op basis van de kans op het voorkomen van archeologische resten, ook wel archeologische verwachting genoemd. De archeologische verwachting zegt iets over de dichtheid waarin archeologische terreinen binnen een landschappelijke eenheid voorkomen of worden verwacht. Hoe hoger de archeologische verwachting, hoe groter de verwachte dichtheid aan archeologische resten. Hoe groter de dichtheid aan archeologische resten, hoe groter de (verwachte) archeologische waarde van een bepaalde landschappelijke eenheid. Met de termen hoge, middelhoge en lage verwachting wordt dit tot uitdrukking gebracht;

4.17 archeologische waarden

waarden die aan een gebied zijn toegekend vanwege de kennis en wetenschap van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. Bij toetsing aan de archeologische waarde zal telkens de Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Borger-Odoorn toetsingskader zijn;

4.18 bebouwde oppervlakte

de som van de oppervlakte van alle gebouwen op een bouwperceel;

4.19 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

4.20 bed & breakfastvoorziening

een kleinschalige aan de woonfunctie ondergeschikte accommodatie voor uitsluitend logies en ontbijt met maximaal 6 kamers en maximaal 10 personen, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw en die geen zelfstandige eenheid mag zijn of kan verworden tot een zelfstandige eenheid;

4.21 bedrijf

een inrichting voor de bedrijfsmatige uitoefening van industrie, ambacht, handel, vervoer of nijverheid;

4.22 bedrijfsbebouwing

één of meerdere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van de uitoefening van een bedrijf, waaronder niet wordt begrepen een bedrijfswoning met de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken;

bedrijfswoning:

4.23 bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het gezin van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de functie van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;

4.24 belemmeringenstrook

een strook grond of water waaraan beperkingen kunnen worden opgelegd in verband met de veiligheid van ondergrondse en/of bovengrondse leidingen;

4.25 bestaand
  • 1. bij bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, tenzij in de regels anders is bepaald;
  • 2. bij gebruik: het legaal gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald.
4.26 bijbehorend bouwwerk

een uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceelbevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;

4.27 biovergisting (co-vergisting)

het vergisten van dierlijke mest en andere organische (afval)stromen waardoor biogas wordt opgewekt, dat daarna wordt verwerkt tot groen gas of groene stroom;

4.28 bos

vlakvormig element met bosbeplanting van minimaal 1 ha;

4.29 bosbouw

het geheel van bedrijfsmatig handelen en van activiteiten gericht op de instandhouding en ontwikkeling van bestaande respectievelijk nieuwe bossen ten behoeve van (de functies) natuur, landschap, milieu en recreatie;

4.30 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

4.31 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

4.32 bouwwerk voor recreatief nachtverblijf

een bouwwerk dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatief nachtverblijf, met een met de grond verbonden constructie en een plaatsgebonden karakter, hiertoe worden gerekend chalets, trekkershutten, stacaravans en dergelijke;

4.33 chalet

een demontabel bouwwerk, ten behoeve van recreatief verblijf, bestaande uit hout of kunststof en zonder vaste verankering in de grond;

4.34 cultuurgrond

grasland, akkerbouw- of tuingronden (waaronder de houtteelt), met uitzondering van bos;

4.35 cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan en door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt;

4.36 dagrecreatief medegebruik

een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de locatie waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; de inrichting van de gronden is beperkt tot voet-, fiets- en ruiterpaden, picknickplaatsen, parkeervoorzieningen, visoevers en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen;

4.37 delfstof

uit de aardkorst gewonnen nuttige stof waaronder fossiele brandstof, zout, zand, grind en klei;

4.38 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

4.39 dienstverlening

inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verlenen van commerciële en niet commerciële diensten;

4.40 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

4.41 geluidbelasting

de geluidbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg;

4.42 grondgebonden agrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond;

4.43 hoofdgebouw

een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

4.44 horeca

een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, hieronder niet begrepen discotheken en dancings;

4.45 horeca, categorie I

horeca die wat betreft exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en daarmee qua openingstijden nagenoeg spoort en waar naast kleinere etenswaren alcoholvrije dranken worden verstrekt, zoals een lunchroom, koffiehuis, ijssalon, broodjeszaak, croissanterie, patisserie en crêperie, cafetaria, snackbar en shoarmazaak;

4.46 horeca, categorie II

horeca die wat betreft de exploitatievorm behoort bij en ondergeschikt is aan de hoofdfunctie van een bestemming, zoals een kantine;

4.47 horeca, categorie III

horeca waar in hoofdzaak maaltijden worden verstrekt, die (deels) ter plaatse worden geconsumeerd, zoals een restaurant, bistro, poffertjeszaak, pannenkoekenhuis, hotel-restaurant, pension, pizzeria, Chinese restaurants

4.48 houtteelt

het telen van hout gericht op uitsluitend de productie als onderdeel van een agrarisch bedrijf;

4.49 intensieve veehouderij

agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en die gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkveehouderij en het biologisch houden van dieren conform de Landbouwkwaliteitswet;

4.50 manege

bedrijfsactiviteiten met een publieksgericht karakter, gericht op het bieden van gelegenheid voor het organiseren van wedstrijden en/of andere hippische evenementen, alsook ondergeschikte horeca ten dienste van deze activiteiten;

4.51 mobiel kampeermiddel

een onderkomen dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatief nachtverblijf, maar zonder een met de grond verbonden constructie en zonder een plaatsgebonden karakter. Hiertoe worden gerekend tenten, toercaravans en campers; onder 'zonder een plaatsgebonden karakter' wordt verstaan het innemen van een standplaats op hetzelfde terrein voor niet langer dan het zomerseizoen;

4.52 kampeerplaats

een afgeschermd terrein van circa 100 m2, waarop één tot ten hoogste drie kampeermiddelen voor een familie of een bij elkaar horende groep personen kunnen worden geplaatst;

4.53 kampeerterrein

een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen behoeve van recreatief nachtverblijf;

4.54 kantoor

een inrichting voor het op commerciële basis verlenen van diensten, zonder een baliefunctie;

4.55 kleinschalig kampeerterrein

een verblijfsrecreatieterrein, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van ten hoogste 25 kampeerplaatsen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, hieronder niet begrepen chalets, trekkershutten en stacaravans;

4.56 karakteristieke gebouwen

gebouwen die behoren tot het cultureel erfgoed vanwege hun cultuurhistorische waarde, architectonische en/of kunsthistorische waarde, situationele en/of ensemblewaarde, gaafheid en/of herkenbaarheid of zeldzaamheid;

4.57 kil- of zakgoot

de schuin aflopende goten die zich bevinden in de overgang (kil) tussen twee naar binnen gerichte dakvlakken;

4.58 landgoed

een openbaar toegankelijk (bos)complex, al dan niet met overige gronden, met daarin een woongebouw 'van allure' met maximaal twee à drie wooneenheden en een minimale omvang van de bebossing van minimaal 5 hectares; bovendien vormt het woonhuis een architectonische eenheid met het omringende grond;

4.59 landschappelijk inpassingsplan

plan dat aangeeft op welke wijze de inpassing van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in het desbetreffende gebied plaatsvindt; tot deze inpassing behoren de situering van de opstallen en de inrichting van het perceel, waaronder de erfbeplanting ten opzichte van het landschap; het gaat om bestaande en gewenste karakteristieken en kwaliteiten van het landschap;

4.60 landschappelijke waarden

de essentiële elementen en kenmerken van landschappen, fysiek van aard, zoals beschreven in het 'kwaliteitsdocument buitengebied Borger-Odoorn';

4.61 LOFAR-radiotelescoop

een over het plangebied verspreide ontvangstinrichting, hoofdzakelijk gericht op de ontvangst van signalen uit de ruimte en daarnaast te gebruiken voor ander wetenschappelijk onderzoek, bestaande uit diverse antenne- en sensorgroepen, die door middel van glasvezelkabels zijn verbonden met een centrale computer;

4.62 logies

het bedrijfsmatig (nacht)verblijf bieden aan een recreant of tijdelijke werknemer, waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft;

4.63 maatschappelijke voorzieningen

voorzieningen op het gebied van educatie, waaronder begrepen peuterspeelzaal, kinderopvang en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen, religieuze, museale, sociaal-culturele en sociaal-medische en publieksgerichte voorzieningen;

4.64 mestbassin

een voorziening, niet zijnde een opslagtank of verpakking, die bestemd en geschikt is voor het bewaren van drijfmest;

4.65 mestsilo

een opslagplaats voor dierlijke mest, niet zijnde mestbassin, mestzak of mestkelder en geheel of grotendeels gelegen boven het aansluitende terrein;

4.66 monovergisting

het kleinschalig vergisten van uitsluitend dierlijke meststoffen tot een hoeveelheid van maximaal 25.000 m3 per jaar;

4.67 Natura 2000-gebied

een natuurgebied dat onderdeel uitmaakt van het Europese netwerk van natuurgebieden ‘Natura 2000’;

4.68 natuurlijke waarden

biotische en abiotische waarden van een gebied;

4.69 nevenactiviteiten

activiteiten die ruimtelijk in aard en omvang ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie ter plekke;

4.70 neventak agrarisch bedrijf

activiteiten die niet rechtstreeks tot de bedrijfsvoering van de agrarische hoofdactiviteit behoren en die op basis van de standaardopbrengst (SO-)norm daaraan ondergeschikt zijn, hierbij kan worden gedacht aan glastuinbouw, intensieve veehouderij of biovergisting (co-vergisting);

4.71 ondergeschikte horeca

horeca die ondergeschikt en in hoofdzaak ten dienste staat van en gerelateerd is aan de functie en tot doel heeft het verstrekken van kleine etenswaren en dranken;

4.72 normaal onderhoud

werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden;

4.73 oorspronkelijk agrarisch gebouw

bebouwing die de afgelopen 15 jaar nog feitelijk agrarisch is gebruikt of die in het vorige bestemmingsplan een agrarische bestemming had en waarvan het hoofdgebouw het uiterlijk van een boerderij heeft;

4.74 openbaar toegankelijk gebied

een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

4.75 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient ter overdekking en dat met een of twee wanden is omgeven; hieronder wordt in elk geval een carport verstaan;

4.76 peil
  • 1. peil gebouw: de hoogte van de afgewerkte vloer ter plaatse van de hoofdtoegang;
  • 2. peil ander bouwwerk:de hoogte ter plaatse van het gemiddelde afgewerkte terrein;
4.77 permanente bewoning

bewoning van een ruimte als hoofdverblijf;

4.78 plattelandswoning

een (voormalige) agrarische bedrijfswoning die (tevens) door derden mag worden bewoond en die niet wordt beschermd tegen de milieugevolgen van het bijbehorende agrarische bedrijf; de bedrijfswoning blijft juridisch-planologisch deel uitmaken van het agrarisch bedrijf (zie Wet Plattelandswoningen);

4.79 publieksgerichte dienstverlening

het al dan niet op commerciële basis verlenen van publieksgerichte diensten in de vorm van technische, administratieve en persoonlijke dienstverlening met een publieksgericht karakter, inclusief (sociaal-) culturele, medische en maatschappelijke dienstverlening met of zonder baliefunctie en de daarbij ondersteunende voorzieningen;

4.80 recreatiewoning

een woonverblijf bestemd voor recreatief gebruik door gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben;

4.81 rijstrook

het deel van een rijbaan dat de breedte heeft van een voertuig, plus enige speling aan beide zijden;

4.82 seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan; een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

4.83 sierteelt

de teelt van siergewassen, zoals bloemen en struiken, in de volle grond (open teelt);

4.84 stacaravan

een caravan, die als een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf dient te worden aangemerkt;

4.85 stalvloeroppervlakte

de gezamenlijke vloeroppervlakte van de stalruimtes waarin dieren worden gehouden op de wijze van een intensieve veehouderij, alsmede de hiermee onlosmakelijk verbonden ruimtes waaronder gang- en looppaden;

4.86 stikstofdepositie

het neerslaan van stikstof uit de lucht op een oppervlakte; de depositie wordt uitgedrukt in mol per hectare per jaar (mol/ha/jaar);

4.87 trekkershut

een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf van eenvoudige (houten) constructie met slaap- en kookgelegenheid, maar zonder verwarming of sanitaire voorzieningen, dat dienst doet in plaats van een zelf meegenomen tent of caravan;

4.88 verblijfsrecreatie

recreatief verblijf, waarbij wordt overnacht in kampeermiddelen, recreatiewoningen, appartementen en/of recreatieverblijven, waarbij hoofdverblijf elders wordt gehouden;

4.89 verblijfsrecreatie met een kleinschalig karakter

het houden van een kampeerterrein van kleinschalige omvang waarop mobiele kampeermiddelen kunnen worden geplaatst;

4.90 volwaardig agrarisch bedrijf

een duurzaam agrarisch bedrijf waarvan het aannemelijk is dat het aan ten minste één arbeidskracht volledige werkgelegenheid biedt of op termijn zal bieden;

voorgevel

4.91 voorgevel

de naar de weg, het voetpad of andere openbare ontsluiting toegekeerde gevel van een gebouw, met dien verstande dat slechts één gevel als zodanig kan worden aangemerkt;

4.92 vrijkomende agrarische bebouwing

bebouwing op een bestaand agrarisch bouwperceel dat door (gedeeltelijke) beëindiging van het agrarisch bedrijf vrijkomt voor invulling met een niet-agrarische functie, dan wel gebouwen die als agrarisch gebouw zijn opgericht met een voormalige overeenkomstige bestemming en ook agrarisch in gebruik zijn geweest, maar inmiddels een niet-agrarische functie hebben;

4.93 windturbine

een door wind aangedreven molen die wordt gebruikt voor de productie van electriciteit;

4.94 woning

een complex van ruimten in een gebouw, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één persoon of meerdere personen of een gezin;

4.95 zomerseizoen

de periode van 1 maart tot 1 november.

Artikel 5 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in lid 5.1 tot en met lid 5.6.

5.1 de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

5.2 de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

5.3 de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

5.4 de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

5.5 de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

5.6 perceelgrensafstand:

de afstand van de perceelgrens tot het zijgevelvlak van een gebouw, daaronder niet begrepen bouwonderdelen, voor zover deze minder dan 0,5 m buiten het zijgevelvlak uitsteken en mits bedoeld onderdeel geen grotere lengte verkrijgt dan een derde van de lengte van de zijgevel van het hoofdgebouw, gemeten daar waar de afstand het kleinst is.

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en toegangsportalen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de buitenzijde van de gevel niet meer dan 1,5 m bedraagt.

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van bouwen worden wolfseinden niet meegerekend.

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 6 Agrarisch

6.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Agrarisch.

6.2 Functieomschrijving

Binnen de als Agrarisch aangewezen locaties zijn uitsluitend de volgende functies en activiteiten toegestaan:

  • a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf;
  • b. agrarische cultuurgrond;
  • c. het kleinschalig vergisten van dierlijke mest (monovergisting);
  • d. bestaande (vergunde) mestbassins buiten de bouwvlakken;
  • e. bestaande houtteelt, bosbouw en opgaande boom- en fruitteelt;
  • f. een agrarisch loonwerkbedrijf als ondergeschikt bedrijfsonderdeel;

en tevens voor:

  • g. het behoud en het herstel van de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden;
  • h. bestaande (vergunde) bed & breakfastvoorzieningen, kleinschalige kampeerterreinen en recreatieappartementen;

met de daarbij behorende:

  • i. openbare nutsvoorzieningen;
  • j. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • k. verkeersdoeleinden in de vorm van wegen, paden en parkeervoorzieningen.
6.3 Beoordelingsregels voor bouwwerken
6.3.1 Gebouwen en overkappingen

Binnen de als Agrarisch aangewezen locaties mogen agrarische bedrijfsgebouwen en overkappingen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van bestaande schuilstallen.

6.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, de volgende beoordelingsregels binnen de als Agrarisch aangewezen locaties:

  • a. de bouwhoogte van perceel- en/of erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3 m.
6.4 Verboden gebruiksactiviteiten

Binnen de als Agrarisch aangewezen locaties mogen de gronden en bouwwerken in ieder geval niet worden gebruikt voor:

  • a. het gebruik van de gronden en gebouwen voor verblijfsrecreatie;
  • b. het gebruik van gronden voor reclamedoeleinden;
  • c. nieuwe boom- en fruitteelt, met uitzondering van de teelt van niet-opgaande gewassen;
  • d. houtteelt en bosbouw, met uitzondering van bestaand productiebos.

Artikel 7 Gemengd

7.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Gemengd.

7.2 Functieomschrijving

Binnen de als Gemengd aangewezen locaties zijn uitsluitend de volgende functies en activiteiten toegestaan:

  • a. wonen, uitsluitend overeenkomstig de bestaande situatie;
  • b. publieksgerichte dienstverlening;
  • c. detailhandel;
  • d. bedrijfsactiviteiten, indien de woonfunctie onderdeel uitmaakt van de bedrijfsfunctie, genoemd in de milieucategorie 1 en 2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijven als bedoeld in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering;
  • e. kantoren;
  • f. de instandhouding van de bestaande karakteristieke hoofdvorm ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’;
  • g. verkeersdoeleinden in de vorm van ontsluitingswegen, paden en parkeervoorzieningen;
  • h. groenvoorzieningen;
  • i. openbare nutsvoorzieningen;
  • j. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • k. speelvoorzieningen.
7.3 Beoordelingsregels voor bouwwerken
7.3.1 Gebouwen en overkappingen

Binnen de als Gemengd aangewezen locaties mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

7.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, de volgende beoordelingsregels binnen de als Gemengd aangewezen locaties:

  • 1. de bouwhoogte van een perceel- en erfafscheiding bedraagt ten hoogste 1 m indien zij voor de naar de weg gekeerde gevel of het verlengde van het gebouw worden opgericht, en in overige gevallen ten hoogste 2 m;
  • 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt ten hoogste 8 m.
7.4 Verboden gebruiksactiviteiten

Binnen de als Gemengd aangewezen locaties mogen de gronden en bouwwerken in ieder geval niet worden gebruikt voor:

  • a. horecavoorzieningen tot en met categorie III;
  • b. de vestiging van bedrijven die niet zijn genoemd in de milieucategorieën 1 en 2;
  • c. het gebruik van de gronden voor de opslag van aan hun gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen, werktuigen of machines of onderdelen daarvan, verpakkingsmaterialen, schroot en afbraak- en bouwmaterialen, bagger en grondspecie, afval, puin, grond of brandstoffen, anders dan in verband met het normale onderhoud of ten dienste van de betreffende functie;
  • d. het voor de handel in ABC-goederen plaatsen/uitstallen van goederen voor de voorgelrooilijn.

Artikel 8 Groen

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Groen.

8.2 Functieomschrijving

Binnen de als Groen aangewezen locaties zijn uitsluitend de volgende functies en activiteiten toegestaan:

  • a. groenvoorzieningen;

tevens voor:

  • b. sport- en speelvoorzieningen;
  • c. autowasplaatsen;

met de bijbehorende:

  • d. openbare nutsvoorzieningen;
  • e. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.

8.3 Beoordelingsregels voor bouwwerken

8.3.1 Gebouwen en overkappingen

Binnen de als Groen aangewezen locaties mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

8.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, de volgende beoordelingsregels binnen de als Groen aangewezen locaties:

  • a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt ten hoogste 2 m.

Artikel 9 Natuur - 2

9.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Natuur - 2.

9.2 Functieomschrijving

Binnen de als Natuur - 2 aangewezen locaties zijn uitsluitend de volgende functies en activiteiten toegestaan:

  • a. bestaande bos- en natuurgebieden;
  • b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden;
  • c. bosbeheer en houtproductie;

en tevens voor:

  • d. extensief dagrecreatief medegebruik;
  • e. extensief agrarisch medegebruik;

met de daarbij behorende:

  • f. openbare nutsvoorzieningen;
  • g. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • h. bestaande wegen, paden en parkeervoorzieningen.
9.3 Beoordelingsregels voor bouwwerken
9.3.1 Gebouwen en overkappingen

Binnen de als Natuur - 2 aangewezen locaties mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

9.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, de volgende beoordelingsregels binnen de als Natuur - 2 aangewezen locaties:

  • a. de bouwhoogte van perceel- en/of erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3 m.
9.4 Verboden gebruiksactiviteiten

Binnen de als Natuur - 2 aangewezen locaties mogen de gronden en bouwwerken in ieder geval niet worden gebruikt voor:

  • a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest;
  • b. het gebruik voor recreatiedoeleinden, met uitzondering van de recreatiedoeleinden benoemd in lid 9.1;
  • c. het gebruik van een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf voor permanente bewoning;
  • d. het beoefenen van lawaaisporten;
  • e. het inrichten van gronden zodanig dat de bestaande landschappelijke en natuurlijke kenmerken wezenlijk worden veranderd.
9.5 Vergunningplichtige overige activiteiten
9.5.1 Vergunningplichtige overige activiteiten

Het is verboden in het gebied Natuur - 2 zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals voet-, fiets- en ruiterpaden en picknickplaatsen, parkeervoorzieningen en de inrichting van visoevers;
  • b. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
  • c. het rooien of planten van bomen en andere opgaande opgaande houtige gewassen;
  • d. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • e. het aanbrengen en verwijderen van oppervlakteverhardingen;
  • f. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage.
9.5.2 Uitzonderingen vergunningplichtige activiteiten

Het verbod als bedoeld in lid 9.5.1 is niet van toepassing op activiteiten die:

  • a. die het normale onderhoud tot doel hebben;
  • b. die al in uitvoering zijn op het moment van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.
9.5.3 Beoordelingsregels
  • 1. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.5.1 wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de omschreven waarden in lid 9.1.
  • 2. Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden omgevingsvergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken.

Artikel 10 Recreatie - Verblijfsrecreatie 3

10.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Recreatie - Verblijfsrecreatie 3.

10.2 Functieomschrijving

Binnen de als Recreatie - Verblijfsrecreatie 3 aangewezen locaties zijn uitsluitend de volgende functies en activiteiten toegestaan:

  • a. een verblijfsrecreatieterrein met voorzieningen in de vorm van staanplaatsen voor mobiele kampeermiddelen en standplaatsen voor bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf;
  • b. sanitaire voorzieningen;

en tevens voor:

  • c. groenvoorzieningen;
  • d. sport- en speelvoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • e. openbare nutsvoorzieningen;
  • f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • g. verkeersdoeleinden in de vorm van ontsluitingswegen, paden en parkeervoorzieningen.
10.3 Beoordelingsregels voor bouwwerken
10.3.1 Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwwerk en overkappingen gelden de volgende beoordelingsregels binnen de als Recreatie - Verblijfsrecreatie 3 aangewezen locaties:

  • a. de goothoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m.
10.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, de volgende beoordelingsregels binnen de als Recreatie - Verblijfsrecreatie 3 aangewezen locaties:

  • a. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 12 m.
10.4 Verboden gebruiksactiviteiten

Binnen de als Recreatie - Verblijfsrecreatie 3 aangewezen locaties mogen de gronden en bouwwerken in ieder geval niet worden gebruikt voor:

  • a. het gebruik van een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf voor permanente bewoning;
  • b. het inrichten van gronden zodanig dat de bestaande begroeiing, houtopstanden en de beplantingssingel gesitueerd aan de buitenzijde van het recreatieterrein met een breedte van minimaal 10 m wezenlijk worden veranderd.

Artikel 11 Verkeer

11.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Verkeer.

11.2 Functieomschrijving

Binnen de als Verkeer aangewezen locaties zijn uitsluitend de volgende functies en activiteiten toegestaan:

  • a. wegen, met daarbij inbegrepen paden, bermen, bushaltes, parkeervoorzieningen en dergelijke;

en tevens voor:

  • b. groenvoorzieningen;
  • c. cpenbare nutsvoorzieningen;
  • d. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.

Het aantal rijstroken bedraagt ten hoogste twee.

11.3 Beoordelingsregels voor bouwwerken
11.3.1 Gebouwen en overkappingen

Binnen de als Verkeer aangewezen locaties mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van bestaande gebouwen.

11.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, de volgende beoordelingsregels binnen de als Verkeer aangewezen locaties:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt ten hoogste 10 m.

Artikel 12 Water

12.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Water.

12.2 Functieomschrijving

Binnen de als Water aangewezen locaties zijn uitsluitend de volgende functies en activiteiten toegestaan:

  • a. water;

en tevens voor:

  • b. groenvoorzieningen;
  • c. openbare nutsvoorzieningen.
12.3 Beoordelingsregels voor bouwwerken
12.3.1 Gebouwen en overkappingen

Binnen de als Water aangewezen locaties mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van bestaande gebouwen.

12.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, de volgende beoordelingsregels binnen de als Water aangewezen locaties:

  • a. de bouwhoogte van perceel- en/of erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 3 m.

Artikel 13 Leiding - Gas

13.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Leiding - Gas. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende locaties van toepassing zijn.

13.2 Functieomschrijving

Binnen de als Leiding - Gas aangewezen locaties zijn mede bestemd voor de instandhouding van ondergrondse hoge drukgastransportleidingen met de daarbij behorende belemmeringenstrook.

13.3 Beoordelingsregels voor bouwwerken
13.3.1 Gebouwen en overkappingen

Binnen de als Leiding - Gas aangewezen locaties mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

13.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden als regels bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, de volgende beoordelingsregels binnen de als Leiding - Gas aangewezen locaties:

  • a. op of in de lid 13.1 aangewezen locaties mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) en/of het gasontvangststation worden gebouwd;
  • b. ten behoeve van de andere, voor deze locaties aangewezen functie(s) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
13.4.1 Vergunningplichtige overige activiteiten

Het is verboden op de locaties die zijn aangewezen als Leiding - Gas zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplanting en bomen;
  • b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
  • d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
13.4.2 Uitzonderingen vergunningplichtige activiteiten

Het verbod als bedoeld in lid 13.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:

  • a. reeds in uitvoering zijn of vergund zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan;
  • b. het normale onderhoud van de leiding en belemmeringenstrook of van de andere, voor deze locaties aangewezen functie(s) betreffen;
  • c. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.
13.4.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.4.1 wordt slechts verleend indien de betreffende werken of werkzaamheden het veilig en doelmatig functioneren van de leiding niet schaden.

13.4.4 Advies omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.4.1 wordt schriftelijk advies bij de leidingbeheerder ingewonnen over de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de leiding niet worden geschaad en welke maatregelen moeten worden genomen ter voorkoming van eventuele schade.

Artikel 14 Leiding - Hoogspanningsverbinding

14.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Leiding - Hoogspanningsverbinding. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende locaties van toepassing zijn.

14.2 Functieomschrijving

Binnen de als Leiding - Hoogspanningsverbinding aangewezen locaties zijn mede bestemd voor:

  • a. een bovengrondse hoogspanningsleiding;

met de daarbij behorende:

  • b. belemmeringenstrook;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
14.3 Beoordelingsregels voor bouwwerken
14.3.1 Gebouwen en overkappingen

Binnen de als Leiding - Hoogspanningsverbinding aangewezen locaties mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

Ten behoeve van de andere, voor deze locaties aangewezen functie(s) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken.

14.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen de als Leiding - Hoogspanningsverbinding aangewezen locaties mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze aangewezen locaties worden gebouwd.

14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
14.4.1 Vergunningplichtige overige activiteiten

Het is verboden op de locaties die zijn aangewezen als Leiding - Hoogspanningsverbinding zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het aanbrengen en/of rooien van hoogopgaande beplanting en bomen;
  • b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgrondin of ophoging;
  • c. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • d. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
  • e. het aanleggen van zonneparken;
  • f. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen en egaliseren;
  • g. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • h. het permanent of tijdelijk opslaan van goederen of brandbare stoffen.
14.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het verbod als bedoeld in lid 14.4.1 is niet van toepassing op activiteiten die:

  • a. normaal onderhoud betreffen van de verbinding en belemmeringenstrook of van de functies van de andere voorkomende functie(s);
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, met een daarvoor verleende omgevingsvergunning.
14.4.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.4.1 wordt slechts verleend indien de betreffende werken of werkzaamheden het veilig en doelmatig functioneren van de hoogspanningsverbinding niet schaden.

14.4.4 Advies omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.4.1 wordt advies bij de leidingbeheerder ingewonnen omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de hoogspanningsverbinding niet worden geschaad en welke maatregelen moeten worden genomen ter voorkoming van eventuele schade.

Artikel 15 Waarde - Archeologie 1

15.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties aangewezen als Waarde - Archeologie 1. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende locaties van toepassing zijn.

15.2 Functieomschrijving

De als Waarde - Archeologie 1 aangewezen locaties zijn mede bestemd voor behoud van archeologische waarden, voor zover het locaties betreft met een archeologische waarde, een hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde.

15.3 Beoordelingsregels voor bouwwerken

Binnen de als Waarde - Archeologie 1 aangewezen locaties mogen geen bouwwerken groter dan 100 m2 worden gebouwd.

Ten behoeve van de andere, voor deze locaties aangewezen functie(s) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering en/of het een bouwwerk uitsluitend voor archeologisch onderzoek met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m betreft.

15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
15.4.1 Vergunningplichtige overige activiteiten

Het is verboden op de locaties aangewezen als Waarde - Archeologie 1 zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het ophogen van de bodem;
  • b. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het aanleggen, verbreden of dempen van watergangen, vijvers en andere wateren;
  • d. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies;
  • f. het diepploegen, mengwoelen of afgraven dieper dan 0,3 m beneden maaiveld, het egaliseren van natuurlijk reliëf, ontginnen, en het aanleggen of rooien van bos en boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
  • g. de aanleg van drainage, waarbij tevens de waterhuishoudkundige noodzaak dient te worden aangetoond.
15.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het verbod als bedoeld in lid 15.4.1 is niet van toepassing op activiteiten die:

  • a. normaal onderhoud betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, met een daarvoor verleende omgevingsvergunning;
  • c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen wordt uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie;
  • d. niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het oplossen van een verdichte bodemstructuur (woelen) tot maximaal 0,1 m onder de bouwvoor.
15.4.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.4.1 wordt slechts verleend indien:

  • a. de schade door de werken of werkzaamheden voorkomen kan worden of zoveel mogelijk beperkt kan worden.
15.4.4 Vergunningvoorschriften omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Aan de omgevingsvergunning, bedoeld in lid 15.4.3 kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:
    • 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
    • 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen dat voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie; of
    • 3. de verplichting om de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerd archeologisch bureau dat werkt conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
  • b. Indien het gestelde sub a, onder 3 van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
15.4.5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.4.1, in aanvulling op artikel 22.35 wordt door de aanvrager een rapport overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders:
    • 1. de archeologische waarden van de aangewezen locaties die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en
    • 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd.
15.4.6 Advies omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

In het geval dat het een terrein van provinciaal belang archeologie betreft, vragen burgemeester en wethouders de provincie om advies, alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend.

Artikel 16 Waarde - Archeologie 4

16.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties aangewezen als Waarde - Archeologie 4. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende locaties van toepassing zijn.

16.2 Functieomschrijving

De als Waarde - Archeologie 4 aangewezen locaties zijn mede bestemd voor behoud van archeologische waarden, voor zover het locaties betreft met een hoge archeologische of middelhoge verwachtingswaarde (stuifzandgebieden en beekdalen).

16.3 Beoordelingsregels voor bouwwerken

Binnen de als Waarde - Archeologie 4 aangewezen locaties mogen geen bouwwerken groter dan 1.000 m2 worden gebouwd.

Ten behoeve van de andere, voor deze locaties aangewezen functie(s) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering en/of het een bouwwerk uitsluitend voor archeologisch onderzoek met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m betreft.

16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
16.4.1 Vergunningplichtige overige activiteiten

Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen de als Waarde - Archeologie 4 aangewezen locaties de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het ophogen van de bodem;
  • b. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het aanleggen, verbreden of dempen van watergangen, vijvers en andere wateren;
  • d. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies;
  • f. het diepploegen, mengwoelen of afgraven dieper dan 0,3 m beneden maaiveld, het egaliseren van natuurlijk reliëf, ontginnen, en het aanleggen of rooien van bos en boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
  • g. de aanleg van drainage, waarbij tevens de waterhuishoudkundige noodzaak dient te worden aangetoond.
16.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het verbod als bedoeld in lid 16.4.1 is niet van toepassing op activiteiten die:

  • a. normaal onderhoud betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, met een daarvoor verleende omgevingsvergunning;
  • c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen wordt uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie;
  • d. niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het oplossen van een verdichte bodemstructuur (woelen) tot maximaal 0,1 m onder de bouwvoor (bouwvoordikte 0,3 m);
  • e. het aanbrengen van drainage;
  • f. een oppervlakte beslaat van ten hoogste 1.000 m2.
16.4.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 16.4.1 wordt slechts verleend indien de schade door de werken of werkzaamheden voorkomen kan worden of zoveel mogelijk beperkt kan worden.
    • 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
    • 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen dat voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, of;
    • 3. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerd archeologisch bureau dat werkt conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
  • b. Indien het gestelde sub a, onder 3 van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
16.4.4 Vergunningvoorschriften omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Aan de omgevingsvergunning, bedoeld in lid 16.4.3 kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:

16.4.5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.4.1, in aanvulling op artikel 22.35 door de aanvrager een rapport overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders:
    • 1. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en;
    • 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
16.4.6 Advies omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

In het geval dat het een terrein van provinciaal belang archeologie betreft, vragen burgemeester en wethouders de provincie om advies, alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend.

Artikel 17 Waarde - Landschap en cultuurhistorie 1

17.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties aangewezen als Waarde - Landschap en cultuurhistorie 1.

17.2 Functieomschrijving

De als Waarde - Landschap en cultuurhistorie 1 aangewezen locaties zijn mede bestemd voor het behoud, het herstel en de versterking van de landschappelijke, en cultuurhistorische waarden van de Hondsrug, alsmede de bescherming van de aardkundige waarden. De waarden van het landschap en de erven zijn beschreven in Bijlage 1 Kwaliteitsdocument Buitengebied Borger-Odoorn.

17.3 Vergunningplichtige overige activiteiten
17.3.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het is verboden op de locaties aangewezen als Waarde - Landschap en cultuurhistorie 1 zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het ophogen, ontgronden, egaliseren, ontginnen en diepploegen van gronden;
  • b. het beplanten en/of bebossen van gronden met houtopstanden, erfbeplanting uitgezonderd;
  • c. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
  • d. het aanleggen van lijnvormige beplantingen;
  • e. het dempen, graven en verleggen van sloten;
  • f. het zoeken naar delfstoffen (seismisch onderzoek en exploratieonderzoek);
  • g. het inplanten van de gronden ten behoeve van boom- en fruitteelt;
  • h. het egaliseren of afvlakken van natuurlijk reliëf;
  • i. het ophogen van de bodem;
  • j. het diepploegen, mengwoelen of afgraven, dieper dan 0,3 m beneden maaiveld en het ontginnen
  • k. het afvoeren van keien groter dan 50 cm doorsnede;
  • l. het kappen en rooien van waardevolle esrandbeplantingen, houtsingels en -wallen, bosstroken en laanbeplanting;
  • m. het verharden van zandpaden;
  • n. het vervangen van klinkerwegen door andersoortige bestrating (zoals asfalt of beton).
17.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het verbod als bedoeld in lid 17.3.1 is niet van toepassing op activiteiten die het normale onderhoud betreffen.

17.3.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • 1. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 17.3.1 wordt slechts verleend indien:
    • a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de omschreven waarden in lid 17.1;
    • b. in geval van lid 17.3.1, sub l, de noodzaak kan worden aangetoond en compensatie plaatsvindt;
    • c. in geval van lid 17.3.1, sub m, dit nodig is ter voorkoming van onevenredige hinder voor het landbouwverkeer; en
    • d. in geval van lid 17.3.1, sub n, dit nodig is voor een veilige verkeersafwikkeling.
  • 2. Voor zover voor meerdere werken of werkzaamheden omgevingsvergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken.

Artikel 18 Waarde - Landschap en cultuurhistorie 2

18.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties aangewezen als Waarde - Landschap en cultuurhistorie 2.

18.2 Functieomschrijving

De als Waarde - Landschap en cultuurhistorie 2 aangewezen locaties zijn mede bestemd voor het behoud, het herstel en de versterking van de landschappelijke, en cultuurhistorische waarden van de randveenontginningslinten van het Hunzedal, alsmede de bescherming van de aardkundige waarden. De waarden van het landschap en de erven zijn beschreven in Bijlage 1 Kwaliteitsdocument Buitengebied Borger-Odoorn.

18.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
18.3.1 Vergunningplicht overige activiteiten

Het is verboden op de locaties aangewezen als Waarde - Landschap en cultuurhistorie 1 zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het ophogen, ontgronden, egaliseren, ontginnen en diepploegen van gronden;
  • b. het beplanten en/of bebossen van gronden met houtopstanden, erfbeplanting uitgezonderd;
  • c. het kappen en rooien van houtwallen en -singels;
  • d. het aanleggen, verwijderen en/of verharden van wegen, voet-, fiets- en ruiterpaden en dagrecreatieve voorzieningen;
  • e. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
  • f. het aanleggen van lijnvormige beplantingen;
  • g. het dempen, graven en verleggen van sloten;
  • h. het zoeken naar delfstoffen (seismisch onderzoek en exploratieonderzoek);
  • i. het inplanten van de gronden ten behoeve van boom- en fruitteelt.
  • j. het egaliseren of afvlakken van natuurlijk reliëf;
  • k. het ophogen van de bodem;
  • l. het diepploegen, mengwoelen of afgraven, dieper dan 0,3 m beneden maaiveld en het ontginnen;
  • m. het afvoeren van keien groter dan 50 cm doorsnede;
  • n. het verharden van zandpaden;
  • o. het vervangen van klinkerwegen door andersoortige bestrating (zoals asfalt of beton).
18.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het verbod als bedoeld in lid 18.3.1 is niet van toepassing op activiteiten die het normale onderhoud betreffen.

18.3.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • 1. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 18.3.1 wordt slechts verleend indien:
    • a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de omschreven waarden in lid 18.2;
    • b. in geval van lid 18.3.1, sub l, de noodzaak kan worden aangetoond en compensatie plaatsvindt;
    • c. in geval van lid 18.3.1, sub m, dit nodig is ter voorkoming van onevenredige hinder voor het landbouwverkeer; en
    • d. in geval van lid 18.3.1, sub n, dit nodig is voor een veilige verkeersafwikkeling.
  • 2. Voor zover voor meerdere werken of werkzaamheden omgevingsvergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken.

Artikel 19 Waarde - Landschap en cultuurhistorie 3

19.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties aangewezen als Waarde - Landschap en cultuurhistorie 3.

19.2 Functieomschrijving

De als Waarde - Landschap en cultuurhistorie 3 aangewezen locaties zijn mede bestemd voor het behoud, het herstel en de versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de Veenkoloniën, alsmede de bescherming van de aardkundige waarden. De waarden van het landschap en de erven zijn beschreven in Bijlage 1 Kwaliteitsdocument Buitengebied Borger-Odoorn.

19.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
19.3.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het is verboden op de locaties aangewezen als Waarde - Landschap en cultuurhistorie 3 zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het egaliseren of afvlakken van natuurlijk reliëf;
  • b. het ophogen van de bodem;
  • c. het diepploegen, mengwoelen of afgraven, dieper dan 0,3 m beneden maaiveld en het ontginnen;
  • d. het afvoeren van keien groter dan 50 cm doorsnede.
  • e. het beplanten en/of bebossen van gronden met houtopstanden, erfbeplanting uitgezonderd;
  • f. het aanleggen, verwijderen en/of verharden van wegen, voet-, fiets- en ruiterpaden en dagrecreatieve voorzieningen;
  • g. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
  • h. het aanleggen van lijnvormige beplantingen;
  • i. het dempen, graven en verleggen van sloten die dienen als kenmerkende kavelscheiding, haaks op de ontginningsas;
  • j. het zoeken naar delfstoffen (seismisch onderzoek en exploratieonderzoek).
19.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het verbod als bedoeld in lid 19.3.1 is niet van toepassing op activiteiten die het normale onderhoud betreffen.

19.3.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • 1. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.3.1 wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de omschreven waarden in lid 19.2.
  • 2. Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden omgevingsvergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken.

Artikel 20 Waarde - Nationaal landschap

20.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties aangewezen als Waarde - Nationaal landschap.

20.2 Functieomschrijving

De als Waarde - Nationaal landschap aangewezen locaties zijn mede bestemd voor het behoud van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het Nationaal landschap Drentsche Aa. Ruimtelijke ontwikkelingen die op basis van andere voorkomende functies en beoordelingsregels voor het bouwen mogelijk zijn, mogen niet strijdig zijn met de doelstellingen, kwaliteiten en kenmerken in de Landschapsvisie Drentsche Aa of het BIO-plan Drentsche Aa 2.0.

20.3 Verboden gebruiksactiviteiten

Binnen de als Waarde - Nationaal landschap aangewezen locaties is het gebruik van de gronden ten behoeve van bosbouw, houtteelt of andere meerjarige opgaande teeltvormen verboden.

20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
20.4.1 Vergunningplichtige overige activiteiten

Het is verboden op de locaties aangewezen als Waarde - Nationaal landschap zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen;
  • b. het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel, het aanbrengen of verwijderen van kunstwerken, zoals dammen en stuwen;
  • c. het aanbrengen van opgaande beplanting;
  • d. ophogen, ontgronden, egaliseren en diepploegen;
  • e. het wijzigen van het greppelsysteem en het aanbrengen van drainage;
  • f. het verharden van wegen en paden;
  • g. het verharden of verwijderen van onverharde wegen.
20.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het verbod als bedoeld in lid 20.4.1 is niet van toepassing op activiteiten die het normale onderhoud betreffen.

20.4.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • 1. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 20.4.1 wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de omschreven waarden in lid 20.2.
  • 2. Voor zover voor meerdere werken of werkzaamheden omgevingsvergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 21 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 22 Algemene regels voor functies en gebruiksactiviteiten

22.1 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden om locaties of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en toegestane gebruiksactiviteiten.

22.2 Specifieke gebruiksverboden

In aanvulling op lid 22.1 wordt in elk geval als strijdig gebruik aangemerkt:

  • a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor permanente bewoning;
  • b. het gebruik van verblijfsrecreatieve voorzieningen voor permanente bewoning;
  • c. het gebruik van (een deel van) de (agrarische) (bedrijfs)woning voor een bed & breakfastvoorziening, met uitzondering van bed & breakfastvoorzieningen die met een omgevingsvergunning zijn vergund;
  • d. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning als recreatieappartement, met uitzondering van recreatieappartementen die met een omgevingsvergunning zijn vergund;
  • e. het gebruik van gronden voor kleinschalig kampeerterrein, met uitzondering van de kleinschalige kampeerterreinen die met een omgevingsvergunning zijn vergund;
  • f. het gebruik van de gronden als seksinrichting, met uitzondering van de seksinrichting die is toegestaan.
22.3 Toegestaan gebruik

In aanvulling op lid 22.1 wordt niet als strijdig gebruik aangemerkt:

  • a. het gebruik van gronden, waarop krachtens het omgevingsplan gebouwen mogen worden gebouwd, ten behoeve van grondgebonden actieve zonnesystemen, zoals zonnepanelen en zonneboilers.

Artikel 23 Aanvullende beoordelingsregels bouwwerken

  • 1. De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en functies, de verkeersveiligheid, het straat- en bebouwingsbeeld en de natuur en het landschap, in de volgende gevallen:
  • a. de gegeven maten en afmetingen tot niet meer dan 10% van die maten en afmetingen, daaronder niet begrepen de oppervlakte voor bijgebouwen en aan- en/of uitbouwen;
  • b. een geringe overschrijding van de in het plan aangegeven bouwgrenzen en indelingslijnen met ten hoogste 5 m;
  • c. het houden van kortdurende evenementen.

  • 2. De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en functies, de verkeersveiligheid, het straat- en bebouwingsbeeld en de natuur en het landschap ten behoeve van:
    • a. logies in de vorm van een bed & breakfastvoorziening, uitsluitend in de woning of (agrarische) bedrijfswoning en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken. Hierbij dienen de volgende voorwaarden in acht te worden genomen:
      • gebruik dient te worden gemaakt van de hoofdentree en andere voorzieningen van de woning of (agrarische) bedrijfswoning;
      • de bed and breakfastvoorziening mag door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet functioneren als een zelfstandige eenheid;
      • de omvang van het verstrekken van logies dient ten opzichte van de huidige bestaande functie van de woning of (agrarische) bedrijfswoning van ondergeschikte betekenis te zijn tot maximaal 50% van het vloeroppervlak van de woning of bedrijfswoning met een maximale oppervlakte van 75 m²;
      • de bed and breakfastvoorziening biedt ruimte aan maximaal zes personen in maximaal twee slaapkamers;
      • er mogen geen verkeersaantrekkende activiteiten ontstaan waardoor extra verkeersmaatregelen nodig zijn;
      • het parkeren dient op eigen erf plaats te vinden;
      • er mag geen extra inrit worden gemaakt als gevolg van de realisatie van een bed and breakfastvoorziening;
      • een bed and breakfastvoorziening is uitsluitend toegestaan in combinatie met de woonfunctie van de woning of (agrarische) bedrijfswoning;
      • de initiatiefnemer van de bed and breakfastvoorziening dient zelf de hoofdbewoner van de woning of bedrijfswoning te zijn.
    • a. een recreatieappartement, uitsluitend in een bestaand vrijstaand bijbehorend bouwwerk. Hierbij dienen de volgende voorwaarden in acht te worden genomen:
      • de oppervlakte van het recreatieappartement bedraagt niet meer dan 50 m2;
      • er mogen geen verkeersaantrekkende activiteiten ontstaan waardoor extra verkeersmaatregelen nodig zijn;
      • het parkeren dient op eigen erf plaats te vinden;
      • er mag geen extra inrit worden gemaakt voor het recreatieappartement;
      • een recreatieappartement is uitsluitend toegestaan in combinatie met de woonfunctie van de woning of (agrarische) bedrijfswoning;
      • de initiatiefnemer van het recreatieappartement dient zelf de hoofdbewoner van de woning of bedrijfswoning te zijn.
    • b. de realisatie van een gereguleerde overnachtingsplaats voor campers. Hierbij dienen de volgende voorwaarden in acht te worden genomen:
      • de overnachtingsplaats mag uitsluitend worden gebruikt voor campers;
      • het totaal aantal camperplaatsen in de gemeente mag niet meer dan 50 bedragen;
      • er worden voorzieningen aangelegd voor drinkwater, afval(water) en elektriciteit;
      • de bouw van nieuwe gebouwen voor voorzieningen is niet toegestaan;
      • de afstand van de overnachtingsplaats tot woningen van derden en/of andere geluidgevoelige bebouwing bedraagt minimaal 50 m;
      • de overnachtingsplaats is zodanig gesitueerd dat er sprake is van een goede sociale veiligheid, zoals nabijheid van en zichtbaarheid vanaf bebouwing en wegen;
      • er wordt voorzien in een goede openbare verlichting;
      • het gebruik van de overnachtingsplaats is gedurende het hele jaar toegestaan;
      • de aanvraag voor een omgevingsvergunning gaat gepaard met een voorstel tot landschappelijke inpassing van de gereguleerde overnachtingsplaats; het gebruik van het terrein is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing is uitgevoerd en in stand gehouden conform het landschappelijk inpassingsplan.

Artikel 24 Algemene aanduidingsregels

24.1 Geluidzone - industrie
24.1.1 Functieomschrijving

De locaties met de gebiedsaanduiding Geluidzone - industrie zijn behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) mede bedoeld voor een zone waarbinnen beperkingen gelden voor geluidsgevoelige gebouwen.

24.1.2 Beoordelingsregels bouwwerken

Binnen de locaties aangeduid met Geluidzone - industrie zijn in aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 de volgende beoordelingsregels voor bouwwerken van toepassing:

  • a. geluidsgevoelige gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd mits de geluidsbelasting niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende standaardwaarde.
24.2 Overige zone - radiotelescoop 2
24.2.1 Functieomschrijving

De locaties met de gebiedsaanduiding Overige zone - radiotelescoop 2 zijn behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bedoeld voor de de LOFAR radiotelescoop.

24.2.2 Beoordelingsregels bouwwerken

Binnen de locaties aangeduid met Overige zone - radiotelescoop 2 zijn in aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 de volgende beoordelingsregels voor bouwwerken van toepassing:

  • a. er mogen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de LOFAR-radiotelescoop, met uitzondering van de bestaande antennelocaties met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
24.2.3 Verboden gebruiksactiviteiten

Binnen de locaties aangeduid met Overige zone - radiotelescoop 2 zijn bedrijfsvestiging, -uitbreiding, intensivering van verkeer, en andere activiteiten als hierbij elektromagnetische straling ontstaat die een storend effect heeft op de waarnemingen van de LOFAR-radiotelescoop, verboden.

24.3 Overige zone - Rijksinpassingsplan windpark
24.3.1 Functieomschrijving

De locaties met de gebiedsaanduiding Overige zone - Rijksinpassingsplan windpark zijn behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bedoeld voor het windpark, bestaande uit windturbines met bijbehorende nutsvoorzieningen, kabeltracés, parkinfrastructuur en wegen.

24.3.2 Beoordelingsregels bouwwerken

Binnen de locaties aangeduid met Overige zone - Rijksinpassingsplan windpark zijn in aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 de volgende beoordelingsregels voor bouwwerken van toepassing:

  • a. er mogen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van de bestaande windturbines en bijbehorende nutsvoorzieningen, inkoopstations, kunstwerken, voorzieningen ten behoeve van de bediening van kunstwerken en overige bijbehorende bouwwerken.
24.3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het is verboden op de locaties aangewezen als Overige zone - Rijksinpassingsplan windpark zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen of afgraven, dieper dan 1 m onder peil;
  • b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen, dieper dan 1 m onder peil;
  • c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen, dieper dan 1 m onder peil;
  • d. diepploegen, dieper dan 1 m onder peil;
  • e. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de aanduidingsomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies, dieper dan 1 m onder peil;
  • f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen, dieper dan 1 m onder peil;
  • g. het uitvoeren van grondbewerkingen, dieper dan 1 m onder peil.
24.3.4 Uitzonderingen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het verbod als bedoeld in lid 24.3.3 is niet van toepassing op activiteiten die:

  • a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de functie als bedoeld in lid 24.3.1;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  • c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning, of;
  • d. betrekking hebben op de realisatie van een windturbinepark als bedoeld in lid 24.3.1.
24.3.5 Beoordelingsregels vomgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

De activiteiten als bedoeld in lid 24.3.3 zijn slechts toelaatbaar, mits:

  • a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van het windpark als bedoeld in lid 24.3.1;
  • b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.
24.4 Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied
24.4.1 Aanduidingsomschrijving

De locaties met de gebiedsaanduiding Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied zijn behalve voor de andere daar voorkomende functies mede bedoeld voor de bescherming van het grondwater met het oog op de winning van grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening.

Voor deze gebieden is de Provinciale Omgevingsverordening paragraaf 6.3.3 Grondwaterbeschermingsgebieden van toepassing. De verordening bevat regels ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater, met het oog op de waterwinning in bij de verordening aangewezen gebieden.

24.5 Milieuzone - hydrologie
24.5.1 Functieomschrijving

De locaties met de gebiedsaanduiding Milieuzone - hydrologie zijn behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bedoeld voor het herstel, het behoud en de ontwikkeling van de hydrologische waarden van het Natura 2000-gebied Drouwenerzand.

24.5.2 Verboden overige activiteiten

Binnen de locaties aangeduid met Milieuzone - hydrologie is het verboden:

  • a. grondbewerkingen te verrichten dieper dan 0,4 m, zoals diepploegen en het aanbrengen van drainage;
  • b. het greppel- en slotenpatroon te wijzigen.
24.6 Vrijwaringszone - laagvliegroute
24.6.1 Functieomschrijving

De locaties met de gebiedsaanduiding Vrijwaringszone - laagvliegroute zijn behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) mede bedoeld voor een militaire laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen.

24.6.2 Beoordelingsregels bouwwerken

Binnen de locaties aangeduid met Vrijwaringszone - laagvliegroute zijn in aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 de volgende beoordelingsregels voor bouwwerken van toepassing:

  • a. de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 40 m.
24.6.3 Verboden gebruiksactiviteiten

Binnen de locaties aangeduid met Vrijwaringszone - laagvliegroute is het verboden het luchtruim te gebruiken voor het vliegen met een drone of ander onbemand luchtvaartuig, voor zover dit een hoogte van 40 m overstijgt.

Artikel 25 Regels met betrekking tot parkeren

25.1 Specifieke beoordelingsregel bouwwerken vanwege parkeren
  • 1. In aanvulling van artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning, als het bouwwerk, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, wordt uitgebreid of van functie wijzigt, alleen verleend als in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.
  • 2. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de CROW-publicatie 744. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de gewijzigde regels.
  • 3. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in lid 1, dienen na de realisering in stand te worden gehouden.
25.2 Specifieke beoordelingsregel bouwwerken vanwege afwijken van parkeernormen
  • 1. In aanvulling van artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning, als het bouwwerk, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, of het gebruik van dat bouwwerk, een behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen oproept, alleen verleend als:
    • a. in voldoende mate wordt voorzien aan, in of onder dat bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat bouwwerk behoort, en deze laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd.
  • 2. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld onder 1, dienen na de realisering in stand te worden gehouden.
25.3 Specifieke beoordelingsregel bouwwerken vanwege afwijken van parkeernormen

In afwijking van lid 25.1 en lid 25.2 wordt de omgevingsvergunning verleend als niet in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid en/of ruimte voor hte laden en lossen van goederen wordt voorzien, en naar het oordeel van het bevoegd gezag:

  • a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of
  • b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

Hoofdstuk 4 Overgangsregels

Artikel 26 Overgangsrecht

26.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn' aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn', mag aanwezig zijn, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%.
  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn', maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
26.2 Overgangsrecht gebruik
  • 1. Het gebruik van gronden en bouwwerken ten dienste van de functie (of andere gebiedsaanwijzing) als bedoeld in hoofdstuk 2 dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn' en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • 2. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn' strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn' strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22R reparatie witte vlekken Borger-Odoorn' voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan van rechtswege voor die locatie, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.