direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Nieuw-Buinen, Noorderdiep 204
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1681.TAMH22f-VG01

Regels

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie van het perceel sectie P, nummers 301 en 688 van de gemeente Borger-Odoorn, en is als een nieuw hoofdstuk 22f opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Borger-Odoorn. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22f van het omgevingsplan van de gemeente Borger-Odoorn. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22f gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22f gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Algemene begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen

Voor dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

2.1 TAM-omgevingsplan

Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Nieuw-Buinen, Noorderdiep 204 met identificatienummer NL.IMRO.1681.TAMH22f-VG01 van de gemeente Borger-Odoorn;

2.2 Omgevingsplan

het omgevingsplan van de gemeente Borger-Odoorn;

2.3 aan- of uitbouw

een onderdeel van een hoofdgebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

2.4 bebouwde oppervlakte

de som van de oppervlakte van alle gebouwen op een bouwperceel;

2.5 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

2.6 bed & breakfastvoorziening

een kleinschalige aan de woonfunctie ondergeschikte accommodatie voor uitsluitend logies en ontbijt met maximaal 2 kamers en maximaal 6 personen, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken van de (bedrijfs)woning en die geen zelfstandige eenheid mag zijn of kan verworden tot een zelfstandige eenheid;

2.7 bedrijf

een inrichting voor de bedrijfsmatige uitoefening van industrie, ambacht, handel, vervoer of nijverheid;

2.8 bestaande
  • 1. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning;
  • 2. het onder 1 bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening, of een andere planologische toestemming;
2.9 bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;

2.10 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, het vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

2.11 bouwgrens

de grens van een bouwvlak;

2.12 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

2.13 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel;

2.14 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan;

2.15 bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

2.16 gebouw

elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

2.17 hoofdgebouw

een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is;

2.18 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeelte met wanden is omgeven, waaronder in elk geval een carport wordt verstaan;

2.19 peil

peil gebouw: de hoogte van de afgewerkte vloer ter plaatse van de hoofdtoegang;

peil ander bouwwerk: de hoogte ter plaatse van het gemiddelde afgewerkte terrein;

2.20 seksinrichting

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

2.21 voorgevel

de naar de weg, het voetpad of andere openbare ontsluiting toegekeerde gevel van een gebouw, met dien verstande dat slechts één gevel als zodanig kan worden aangemerkt;

2.22 woning

een complex van ruimten in een gebouw, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één persoon of meerdere personen of een gezin;

Artikel 3 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid.
  • 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
  • 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Nieuw-Buinen, Noorderdiep 204, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1681.TAMH22f-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in 4.1 tot en met 4.5.

4.1 de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van de daken en dakkapellen;

4.2 de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

4.3 de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

4.4 perceelgrens afstand

de afstand van de perceelgrens tot het zijgevelvlak van een gebouw, daaronder niet begrepen bouwonderdelen voor zover deze minder dan 50 cm buiten het zijgevelvlak uitsteken en mits bedoeld onderdeel geen grotere lengte verkrijgt dan een derde van de lengte van de zijgevel van het hoofdgebouw, gemeten daar waar de afstand het kleinst is.

4.5 Overschrijding bouwgrenzen
  • a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en toegangsportalen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de buitenzijde van de gevel niet meer dan 1,5 m bedraagt.
  • b. Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van bouwen worden wolfseinden niet meegerekend.
  • c. Bij toepassing van de wijze van meten met betrekking tot de afstand tussen de gebouwen wordt de afstand gemeten als kortste afstand tussen de buitengevels van de hoofdgebouwen en/of (bedrijfs)woningen.

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 5 Gemengd

5.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Gemengd.

5.2 Functieomschrijving

Binnen als Gemengd aangewezen gronden zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:

  • a. wonen;
  • b. bedrijven, uitsluitend overeenkomstig het bepaalde in 5.4.1 en 5.4.2;

met de daarbij behorende:

  • c. groenvoorzieningen;
  • d. openbare nutsvoorzieningen;
  • e. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • f. verkeersdoeleinden in de vorm van ontsluitingswegen, paden, parkeervoorzieningen;
  • g. speelvoorzieningen.
5.3 Bouwactiviteiten
5.3.1 Hoofdgebouwen

Binnen de als Gemengd aangewezen locaties zijn de volgende beoordelingsregels voor hoofdgebouwen van toepassing:

  • 1. de woning mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat per bouwvlak maximaal 1 woning is toegestaan;
  • 2. de woning wordt vrijstaand gebouwd;
  • 3. de maximale bouwdiepte van de woning bedraagt 15 m;
  • 4. de goot- en bouwhoogte van de woning bedraagt niet meer dan respectievelijk 4,5 m en 9 m;
    • a. de dakhelling van de woning bedraagt ten minste 35°;
  • 5. de afstand van de zijgevels van de woning, niet zijnde de aangebouwde zijgevels of geschakelde zijden van de woning, tot de zijdelingse grens van het bouwperceel bedraagt ten minste 3 m.
5.3.2 Gebouwen

Binnen de als Gemengd aangewezen locaties zijn de volgende beoordelingsregels voor gebouwen van toepassing:

  • a. de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan respectievelijk 4,5 m en 9 m, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze hoger zijn;
  • c. per bedrijf mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd.
5.3.3 Bijbehorende bouwwerken

Binnen de als Gemengd aangewezen locaties zijn de volgende beoordelingsregels voor bijbehorende bouwwerken van toepassing:

  • a. de bijbehorende bouwwerken worden binnen het bouwvlak gebouwd;
  • b. de afstand tot de zijdelingse grens van een bouwperceel dient ten minste 1 m te bedragen, tenzij op de grens van het bouwperceel wordt gebouwd;
  • c. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken, exclusief overkappingen, bedraagt niet meer dan 75 m²;
  • d. in afwijking van sub b geldt dat de gezamenlijke oppervlakte maximaal 100 m² mag bedragen indien een medische indicatie dit noodzakelijk maakt en voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels in 5.3.5;
  • e. indien zowel een goot- als bouwhoogte wordt toegepast, bedragen de hoogtematen ten hoogste respectievelijk 3 m en 6 m, mits wat betreft de bouwhoogte een verschil van 25% ten opzichte van het hoofdgebouw in acht wordt genomen. Bij het toepassen van uitsluitend een bouwhoogte bedraagt de hoogtemaat ten hoogste 3 m;
  • f. de bouwhoogte van een overkapping bedraagt ten hoogste 3,5 m, waarvan de bebouwde oppervlakte ten hoogste 35 m2 bedraagt en welke niet voor de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde hiervan mag worden opgericht;
  • g. de bijbehorende bouwwerken, exclusief overkappingen, dienen ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde hiervan te worden gebouwd;
  • h. in afwijking van sub e en f geldt dat bijbehorende bouwwerken mogen worden opgericht voor de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde hiervan indien voldaan wordt aan de aanvullende beoordelingsregels in 5.3.5.
5.3.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen de als Gemengd aangewezen locaties zijn de volgende beoordelingsregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde van toepassing:

  • a. de bouwhoogte van perceel- en erfafscheidingen bedragen ten hoogste 1 m indien zij voor de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde hiervan wordt opgericht en in overige gevallen 2 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt niet meer dan 8 m.
5.3.5 Aanvullende beoordelingsregels

Voor de bouwactiviteiten in 5.3.3 sub c en g geldt dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend als er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de woonsituatie;
  • de milieusituatie;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • natuur en landschap;
  • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
5.4 Specifieke functieregels
5.4.1 Aanwijzing vergunningplichtige functies

Het is verboden zonder omgevingsvergunning:

  • a. een bedrijf te vestigen.
5.4.2 Beoordelingsregels vergunningplichtige functies

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 5.4.1 sub a wordt slechts verleend als:

  • 1. sprake is van een bedrijf in de milieucategorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijven of van een bedrijf die wat betreft geur, stof, geluid en gevaar daarmee gelijkgesteld kan worden;
  • 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
    • a. het straat- en bebouwingsbeeld;
    • b. de woonsituatie;
    • c. de milieusituatie;
    • d. de verkeersveiligheid;
    • e. de sociale veiligheid;
    • f. natuur en landschap;
    • g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7 Algemene regels voor functies en activiteiten

7.1 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden om locaties of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

7.2 Specifieke gebruiksverboden

In aanvulling op 7.1 wordt in elk geval als strijdig gebruik aangemerkt:

  • a. het gebruiken of laten gebruiken van (vrijstaande) bijbehorende bouwwerken en/of bijgebouwen ten behoeve van (permanente) bewoning;
  • b. het gebruiken of laten gebruiken van verblijfsrecreatieve voorzieningen voor permanente bewoning;
  • c. het gebruiken of laten gebruiken van (een deel van) de woning voor een bed & breakfastvoorziening, met uitzondering van bed & breakfastvoorzieningen die met een omgevingsvergunning zijn vergund;
  • d. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als recreatieappartement, met uitzondering van recreatieappartementen die met een omgevingsvergunning zijn vergund;
  • e. het gebruiken of laten gebruiken van locaties en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
  • f. het gebruiken of laten gebruiken van locaties als kleinschalig kampeerterrein, met uitzondering van de kleinschalige kampeerterreinen die met een omgevingsvergunning zijn vergund.

Artikel 8 Overige regels

8.1 Parkeergelegenheid
  • a. Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsvergunning voor een gewijzigde functie moet, indien de omvang of de functie van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeerkencijfers in de CROW-publicatie 381 en dat, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging.
  • b. Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel.
  • c. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a en b, moeten na de realisering in stand worden gehouden.
  • d. Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het bepaalde in sub a en b:
    • 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of
    • 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
8.2 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f.

Hoofdstuk 4 Overgangsregels

Artikel 9 Overgangsrecht

9.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Nieuw-Buinen, Noorderdiep 204' aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Nieuw-Buinen, Noorderdiep 204', mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
      • gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
      • na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%.
  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Nieuw-Buinen, Noorderdiep 204', maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
9.2 Overgangsrecht functioneel gebruik
  • 1. Het gebruik van gronden en bouwwerken ten dienste van de functie (of andere gebiedsaanwijzing) als bedoeld in hoofdstuk 2 dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Nieuw-Buinen, Noorderdiep 204' en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • 2. Het is verboden het met dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Nieuw-Buinen, Noorderdiep 204' strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Nieuw-Buinen, Noorderdiep 204' strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Nieuw-Buinen, Noorderdiep 204' voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan van rechtswege voor die locatie, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.

Artikel 10 Titel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Nieuw-Buinen, Noorderdiep 204 met identificatienummer: NL.IMRO.1681.TAMH22f-VG01 van de gemeente Borger-Odoorn.