Inhoudsopgave
Artikel 3 Waarde - Archeologie 4
Artikel 5 Algemene afwijkingsregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
In deze verordening wordt verstaan onder:
1.1 verordening:
de beheersverordening Buitengebied, beheersverordening landgoed Hunzebergen met identificatienummer NL.IMRO.1681.00BP0049-VG01 van de gemeente Borger-Odoorn;
1.2 beheersverordening:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.
1.3 bestemmingsplan:
het aan de beheersverordening voorafgaande onherroepelijk bestemmingsplan.
1.4 gemeentelijk bouwarchief:
het geheel van bij de gemeente in beheer zijnde documenten over de bouw- en gebruiksrechten van gronden en opstallen binnen het grondgebied van de gemeente;
1.5 illustratie:
de illustratie van de plankaart van (een uitsnede van) het aan de beheersverordening voorafgaande onherroepelijk bestemmingsplan.
Hoofdstuk 2 Beheerregels
Artikel 2 Relatiebepaling
Het beheer van het bestaande gebruik, waaronder mede bouwen is begrepen, op de gronden die deel uitmaken van de beheersverordening, wordt bepaald door toepassing van de:
-
voorschriften, zoals opgenomen in de bijlagen;
-
plankaart, die als illustratie is opgenomen in de bijlagen;
van het bestemmingsplan Landgoed Hunzebergen, vastgesteld op 29 maart 2007 door de gemeenteraad van de gemeente Borger-Odoorn, dan wel:
-
de na inwerking van het bestemmingsplan Landgoed Hunzebergen d.d. 29 maart 2007 onherroepelijk geworden buitenplanse afwijking krachtens artikel 2.1 sub c Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het gebruik van het perceel Vlintweg 42 in Valthe (kadastraal bekend gemeente Odoorn, sectie G, nummer 3310) voor woondoeleinden, waarbij het recht voor de bouw van een tweede dienstwoning vervalt. Een en ander zoals blijkt uit het bijgevoegde besluit d.d. 26 oktober 2016.
Een en ander met inachtneming van de volgende wijziging van de voorschriften:
Artikel 2. Wijze van meten
Toegevoegd wordt:
'afstand tussen de recreatiebungalows:
de afstand tussen recreatiebungalows, gemeten daar waar de afstand het kleinst is; overkappingen groter dan 0,5 m worden meegerekend;'
Artikel 3. Verbijfsrecreatieve doeleinden
lid 2, sub a onder 3 wordt vervangen door:
'de onderlinge afstand tussen de recreatiebungalows bedraagt ten minste 7,4 m'.
Artikel 3 Waarde - Archeologie 4
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van archeologische waarden, voor zover het gronden betreft met een hoge verwachtingswaarde.
3.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.2.1 Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op de in lid 3.1 omschreven gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
-
het ophogen van de bodem;
-
het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
-
het aanleggen, verbreden of dempen van watergangen, vijvers en andere wateren;
-
het verlagen of verhogen van het waterpeil;
-
het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies;
-
het diepploegen, mengwoelen of afgraven dieper dan 0,3 m beneden maaiveld, het egaliseren van natuurlijk reliëf, ontginnen, en het aanleggen of rooien van bos en boomgaard waarbij stobben worden verwijderd.
3.2.2 Onderzoeksplicht
De aanvrager van een in lid 3.2.1 genoemde omgevingsvergunning, legt een (onderzoeks)rapport over, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
3.2.3 Afwegingskader
-
Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in lid 3.2.2 genoegzaam blijkt dat de schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.
-
In het geval dat het een terrein van provinciaal belang archeologie betreft, vragen burgemeester en wethouders de provinciaal archeoloog om advies, alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend.
3.2.4 Voorwaarden
-
Burgemeester en wethouders kunnen de volgende voorschriften aan de in lid 3.2.3, onder a genoemde omgevingsvergunning verbinden:
-
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
-
de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, of;
-
de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.
-
Indien het gestelde sub a, onder 3 van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
3.2.5 Uitzonderingen vergunningplicht c.q. onderzoeksplicht
Het in lid 3.2.1 tot en met lid 3.2.2 is niet van toepassing op de volgende werken of werkzaamheden:
-
normaal onderhoud;
-
werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, met een daarvoor verleende vergunning;
-
werken of werkzaamheden die in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen wordt uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie;
-
een bodemingreep die een oppervlakte beslaat van ten hoogste 1.000 m2;
-
grondbewerkingen die niet dieper reiken dan 0,3 m beneden maaiveld op gronden met een agrarische bestemming;
-
niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het oplossen van een verdichte bodemstructuur (woelen) tot maximaal 0,1 m onder de bouwvoor;
-
het aanbrengen van drainage.
3.3 Omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk
3.3.1 Onderzoeksplicht
De aanvrager van een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op de in lid 3.1 genoemde gronden, legt een (onderzoeks)rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
3.3.2 Afwegingskader
-
Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in lid 3.3.1 genoegzaam blijkt dat de schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.
-
In het geval het een terrein van provinciaal belang archeologie betreft, vragen burgemeester en wethouders de provinciaal archeoloog om advies, alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend.
3.3.3 Voorwaarden
-
Burgemeester en wethouders kunnen de volgende voorschriften aan de in lid 3.3.2, onder a genoemde omgevingsvergunning verbinden:
-
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
-
de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen;
-
de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.
-
Indien het gestelde sub a, onder 3 van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
3.3.4 Uitzondering onderzoeksplicht
De leden 3.3.1, 3.3.2 en 3.3.3 zijn niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op:
-
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
-
een bouwwerk dat een oppervlakte beslaat van ten hoogste 1.000 m2;
-
een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,3 beneden maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst;
-
een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m.
3.4 Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door:
-
deze bestemming te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 4 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 5 Algemene afwijkingsregels
5.1 Bed & breakfastvoorziening
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in het plan voor een bed & breakfastvoorziening, mits:
-
de bed & breakfastvoorziening in het woongedeelte van het hoofdgebouw van de woning of bedrijfswoning wordt gerealiseerd;
-
de woonfunctie gehandhaafd blijft en de initiatiefnemer van de bed &breakfastvoorziening zelf de hoofdbewoner van de woning of bedrijfswoning is;
-
de omvang van het verstrekken van logies ten opzichte van de huidige bestaande functie van de woning of (agrarische) bedrijfswoning van ondergeschikte betekenis is, voor de bed & breakfastvoorziening mag maximaal 50% van het vloeroppervlak van de woning of bedrijfswoning worden gebruikt, met een maximale oppervlakte van 75 m²;
-
gebruik wordt gemaakt van de hoofdentree en andere voorzieningen van de woning of (agrarische) bedrijfswoning;
-
er geen verkeersaantrekkende activiteiten ontstaat waardoor extra verkeersmaatregelen nodig zijn;
-
het parkeren op eigen erf plaatsvindt;
-
er geen extra inrit wordt aangelegd voor de bed & breakfastvoorziening.
Artikel 6 Overige regels
6.1 Afstemming Wet natuurbescherming
Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten zal rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen planten- en diersoorten op grond van de Wet natuurbescherming. Indien uit gegevens, dan wel uit onderzoek blijkt dat sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen, dan wel ontworteling of vernieling veroorzaken, zal de betreffende (bouw)werkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden nadat vrijstelling, dan wel ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is verkregen.
6.2 Parkeergelegenheid en los- en laadmogelijkheden
-
Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering moet, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeerkencijfers in de CROW-publicatie 317en dat, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging.
-
Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel.
-
Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a en b, dienen na de realisering in stand te worden gehouden.
-
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in sub a en b:
-
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of
-
voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 7 Overgangsrecht
7.1 Overgangsrecht bouwwerken
-
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van de beheersverordening, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
-
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
-
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
-
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%.
-
Het bepaalde sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan of de daarvoor geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan of de verordening.
7.2 Overgangsrecht gebruik
-
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
-
Het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met de beheersverordening strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
-
Indien het gebruik, bedoeld sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
-
Het bepaalde sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan of de verordening.
Artikel 8 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van de beheersverordening 'Buitengebied, beheersverordening landgoed Hunzebergen'.