direct naar inhoud van Planregels
Plan: Boogaardweg 2 Zonnemaire
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1676.00324BphZO404596-VA01

Planregels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan

het bestemmingsplan "Boogaardweg 2 Zonnemaire" met identificatienummer NL.IMRO.1676.00324BphZO404596-VA01 van de gemeente Schouwen-Duiveland.

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 aan- en uitbouw

een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.

1.4 aan-huis-gebonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.5 agrarisch bedrijf

een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en /of het houden van dieren, nader te onderscheiden in:

  • a. grondgebonden agrarisch bedrijf:
    • 1. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt;
    • 2. bollenteelt: de teelt van bloembollen al dan niet in samenhang met de teelt van bolbloemen;
    • 3. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond;
    • 4. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond waarvoor in de bedrijfsvoering de weidegang essentieel is;
    • 5. paardenfokkerij: het fokken van paarden en het houden van paarden ten behoeve van de vlees- en /of melkproductie;
    • 6. sierteelt: de teelt van siergewassen op open grond al dan niet gecombineerd met de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten;
  • b. niet-grondgebonden agrarisch bedrijf:
    • 1. glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen;
    • 2. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen, paddenstoelen daaronder begrepen, in gebouwen;
    • 3. intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij de teelt niet afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel;
  • c. aquacultuur: de teelt van (zout)watergebonden organismen waaronder begrepen zagers, schelpdieren en vissen;
  • d. overige teelten van gewassen of dieren al dan niet in gebouwen.
1.6 agrarisch deskundige

de agrarische adviescommissie van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten dan wel een andere door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of onafhankelijke commissie van deskundigen op het gebied van land- en tuinbouw.

1.7 antennedrager

antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.

1.8 antenne-installatie

installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

1.9 bebouwing

een of meer gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.10 bed & breakfast

een nevenactiviteit voor kortdurend toeristisch verblijf bij een woning in het hoofdgebouw of in een bijbehorend bouwwerk waar logies (maximaal 5 slaapplaatsen) en ontbijt worden aangeboden.

1.11 bedrijf

een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen.

1.12 bedrijfs- of dienstwoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein.

1.13 bedrijfsmatige exploitatie van verblijfsrecreatie

het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon exploiteren en beheren van een verblijfsrecreatief complex, gericht op het als onderneming jaarlijks aanbieden van recreatief verblijf aan meerdere, steeds wisselende personen.

1.14 bedrijfsvloeroppervlak intensieve veehouderij

de gezamenlijke oppervlakte van vaste vloeren in gebouwen, mestdoorlatende vloeren daaronder begrepen, die worden gebruikt voor de huisvesting van dieren, ten behoeve van intensieve veehouderij die bestaat uit de ruimten waar de dieren worden gehuisvest, waaronder worden begrepen de hok- of stalruimten, inclusief scheidingswanden en gangpaden.

1.15 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen

afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet.

1.16 bestemmingsvlak

een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde bestemming.

1.17 bijgebouw

een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en door zijn ligging, constructie of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.18 boerderij- en streekproducten

al dan niet bewerkte agrarische producten, afkomstig van het eigen agrarische bedrijf of van andere agrarische bedrijven uit de streek (Schouwen-Duiveland).

1.19 boog- en gaaskassen

al dan niet verplaatsbare gebouwen, overtrokken met en omsloten door lichtdoorlatend materiaal anders dan glas, ten behoeve van de teelt van gewassen.

1.20 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats, zoals bedoeld in artikel 1 van de Woningwet.

1.21 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.22 bouwvlak

een op de plankaart als zodanig aangegeven vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.23 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.24 dagrecreatieve voorzieningen

voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van extensieve dagrecreatie.

1.25 detailhandel

het bedrijfsmatig, of in een omvang als ware zij bedrijfsmatig, te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.26 dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen.

1.27 evenementen

gebeurtenissen, gericht op een groot publiek, op het gebied van kunst, sport, ontspanning en cultuur.

1.28 extensieve dagrecreatie

kleinschalige extensieve recreatieve activiteiten gericht op de beleving van het buitengebied, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, kanoën, vissen, zwemmen en natuurobservatie.

1.29 gastenverblijf

een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw welke ten dienste staat van een woning en welke

uitsluitend gebruikt wordt om logies te bieden aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben.

1.30 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.31 gebruiksgerichte paardenhouderij

paardenhouderij primair gericht op het recreatief gebruik van paarden in de vorm van bijvoorbeeld paardrijden of aangespannen rijden.

1.32 geluidgevoelige objecten

woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder, alsmede verblijfsrecreatieve voorzieningen, minicampings uitgezonderd.

1.33 hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

1.34 kampeermiddel

tenten, vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.

1.35 kassen

gebouwen van glas of ander lichtdoorlatend materiaal (ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering) met een hoogte van 1,5 meter of meer.

1.36 Landschappelijk Raamwerk

het Landschappelijk Raamwerk zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 27 september 2007 inhoudende de analyse, waardering en beschrijving van de ontwikkelingsruimte van het landschap van Schouwen-Duiveland.

1.37 landschapswaarde

de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur.

1.38 landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige

een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake aanwezige landschaps- en/of natuurwaarden die zijn beschreven in het Landschappelijk Raamwerk.

1.39 ligplaats

de ruimte in de haven die door een schip wordt ingenomen.

1.40 mestbassins

voorzieningen niet zijnde bouwwerken ten behoeve van de opslag van mest, zoals mestzakken, foliebassins en daarmee vergelijkbare vormen van mestopslag.

1.41 mestopslagruimten

bouwwerken ten behoeve van de opslag van mest.

1.42 milieudeskundige

een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake milieuhygiëne.

1.43 natuurwaarde

de aan een gebied toegekende waarden in verband met de aanwezige flora en fauna.

1.44 NED

nieuwe economische drager: een niet-agrarische nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, of een vervolgfunctie bij een voormalig agrarisch bedrijf.

1.45 NEN

door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan.

1.46 nevenactiviteit

niet-agrarische activiteiten die in ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie op een (voormalig) agrarisch bouwvlak.

1.47 neventak

een agrarische bedrijfstak op een agrarisch bedrijf die wat productieomvang betreft ondergeschikt is aan de hoofdtak en waarvan de productieomvang minder bedraagt dan 70% van de minimale omvang van een zelfstandig volwaardig agrarisch bedrijf in de productierichting van de neventak.

1.48 niet-permanente standplaats

standplaats waarbij het kampeermiddel niet zijnde een stacaravan voor een aaneengesloten periode van ten hoogste het zomerseizoen aanwezig mag zijn.

1.49 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.50 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.

1.51 peil
  • a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg;
  • b. bij ligging in het water: het Normaal Amsterdams Peil (NAP);
  • c. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
1.52 permanente standplaats

standplaats waar gedurende het gehele jaar een kampeermiddel mag worden geplaatst.

1.53 permanente teeltondersteunende voorzieningen

boog- en gaaskassen, overkappingsconstructies en stellingen als teeltondersteunende voorzieningen.

1.54 plattelandswinkel

detailhandel in levensmiddelen als ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf.

1.55 productiegerichte paardenhouderij

paardenhouderij waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en /of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van paarden, inclusief bijbehorende pensionstalling of sportstallen.

1.56 privé-sanitair

een sanitaire unit (voorzien van douche, toilet en wastafel) slechts voor gebruik door de huurder van een standplaats, waarbij de unit gedurende het gehele jaar op of bij een standplaats aanwezig is.

1.57 reëel agrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf, dat duurzaam werkgelegenheid biedt aan ten minste een halve arbeidskracht (afhankelijk van het aantal en soort dieren, aard van de gewassen, de hoeveelheid grond en inrichting van het bedrijf), waarbij de continuïteit op langere termijn gewaarborgd is.

1.58 ruimtelijke kwaliteitswinst

ruimtelijke meerwaarde die bestaat uit de inrichting van het erf, landschaps- en /of natuurontwikkeling, herstel of herkenbaar maken van cultuurhistorische waarden of het vergroten van de toegankelijkheid van het agrarisch gebied ten behoeve van extensieve dagrecreatie.

1.59 seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.60 Staat van Bedrijfsactiviteiten

de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 2 van deze regels deel uitmaakt.

1.61 standplaats

een gedeelte van een terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten.

1.62 teeltondersteunende voorzieningen

bouwwerken, ten behoeve van de bescherming van teeltgewassen en /of de voorkweek van ten behoeve van het eigen bedrijf benodigd plantmateriaal en /of de voorkoming van de verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen, ten behoeve van grondgebonden agrarische teelten.

1.63 volwaardig agrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf, dat duurzaam werkgelegenheid biedt aan ten minste één volledige arbeidskracht die een hoofdberoep, hoofdbestaan en volledige dagtaak in het bedrijf vindt (afhankelijk van het aantal en soort dieren, aard van de gewassen, de hoeveelheid grond en inrichting van het bedrijf), waarbij de continuïteit op langere termijn gewaarborgd is.

1.64 voorgevel

de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

1.65 voorgevelrooilijn

de lijn gelegen:

  • a. evenwijdig aan de weg en in het verlengde van de dichtst bij de weg gelegen gevel van een (bedrijfs)woning;
  • b. dan wel (indien deze gevel niet evenwijdig is aan de weg): evenwijdig aan de weg door het dichtst bij de weg gelegen hoekpunt van gevels van een (bedrijfs)woning.
1.66 voorzieningen voor dagrecreatie

voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, barbequeplaats, observatiepunten, informatieborden en banken ten behoeve van dagrecreatie.

1.67 waterbassins

voorzieningen, niet zijnde bouwwerken, ten behoeve van de opslag van water, zoals foliebassins en daarmee vergelijkbare vormen van wateropslag.

1.68 wateropslagruimten

bouwwerken, ten behoeve van de opslag van water, zoals wateropslagtanks en daarmee vergelijkbare vormen van wateropslag.

1.69 windturbine

een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van windkracht, met uitzondering van bemalingsinstallaties ten behoeve van de waterhuishouding.

1.70 winterseizoen

de periode van 16 november tot 1 maart.

1.71 woonwagen

een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats, zoals bedoeld in artikel 1 onder h van de Woningwet, en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.

1.72 zomerseizoen

de periode van 1 maart tot en met 15 november.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 afstanden

afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

2.2 bouwhoogte van een antenne-installatie

tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenneinstallatie.

2.3 bouwhoogte van een bouwwerk, geen antenne-installatie zijnde

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antenne-installaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.4 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.

2.5 vloeroppervlakte

de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.

2.6 dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.7 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot-/de druiplijn, het boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel; indien een bouwwerk met betrekking tot deze constructiedelen over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten:

  • a. indien zich aan de voorgevelzijde een goot-/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de hoogte aan de voorgevelzijde;
  • b. indien zich – in geval van een lessenaarsdak – aan de voorgevelzijde van het gebouw geen goot-/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de laagste hoogte.
2.8 hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de turbine.

2.9 inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.10 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. grondgebonden agrarische bedrijven;
  • b. aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets- en wandelpaden en voorzieningen;
  • c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, natuurvriendelijke oevers, water, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen;
  • d. alsmede voor de landschappelijke karakteristiek zoals beschreven in het Landschappelijk Raamwerk van de gemeente Schouwen-Duiveland.
3.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

3.2.1 Bouwregels voor bouwvlakken
  • a. ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
  • b. tenzij anders is aangeduid op de verbeelding, is per bouwvlak ten hoogste één bedrijfswoning met aan- en uitbouwen en bijgebouwen toegestaan;
  • c. indien gebouwen en overkappingen niet aaneen worden gebouwd, bedraagt de onderlinge afstand ten minste 3 meter.
3.2.2 Bouwregels voor gronden buiten bouwvlakken

Buiten een bouwvlak mogen slechts worden gebouwd:

  • a. kuilvoerplaten en sleufsilo's, direct aansluitend op bouwstedes en bouwvlakken;
  • b. terreinafscheidingen.
3.2.3 Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud

De bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen ten hoogste:

Bouwwerk   Goothoogte   Bouwhoogte   Oppervlakte/Inhoud  
Bedrijfswoning   6 meter   10 meter   750 m³  
Bijgebouwen bij een woning, inclusief overkappingen   3 meter   6 meter   60 m²  
Overige agrarische bedrijfsgebouwen en overkappingen binnen een bouwvlak   6 meter   12 meter    
Mestopslagruimten als zelfstandige bouwwerken   5 meter   7 meter   2.500 m³  
Sleufsilo's     2 meter    
Voedersilo's     12 meter    
Wateropslagruimte     6 meter    
Kunstobject     3 meter    
Vlaggenmast     10 meter    
Overige bouwwerken of overkappingen, geen gebouwen zijnde     1 meter    

3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Afwijking grotere mestopslagruimte

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 en 3.2.3 voor het bouwen van een mestopslagruimte als zelfstandig bouwwerk, ter plaatse van een bouwvlak, met in achtneming van het volgende:

  • a. de totale inhoud van mestopslagruimten en mestbassins op het betreffende erf bedraagt ten hoogste 5.000 m²;
  • b. het gebruik van de mestopslagruimten ten behoeve van handelsdoeleinden is niet toegestaan;
  • c. de afwijking wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf;
  • d. de afwijking is noodzakelijk voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering;
  • e. alvorens de afwijking te verlenen vragen burgemeester en wethouders over het bepaalde onder c en d schriftelijk advies van de agrarisch deskundige;
  • f. voorzien wordt in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 meter;
  • g. de afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
  • h. de afwijking leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer;
  • i. indien het verhard oppervlak toeneemt of kan toenemen met 1.000 m² of meer, vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de afwijking te verlenen;
  • j. ontheffing wordt slechts verleend als een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing.
3.3.2 Afwijking bouwen windturbine

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 en 3.2.3 voor het bouwen van een windturbine ter plaatse van een bouwvlak, met inachtneming van het volgende:

  • a. de hoogte van een windturbine bedraagt ten hoogste 15 meter;
  • b. de afstand van de windturbine tot de weg bedraagt ten minste 20 meter;
  • c. de afstand van de windturbine tot gebouwen bedraagt ten minste 10 meter;
  • d. de afwijking wordt niet verleend:
    • 1. binnen een afstand van 100 meter van gronden met de bestemming Natuur, of gronden met de bestemming Water en de aanduiding 'deltawater';
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'natuurwaarden';
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'uitbreiding natuur';
    • 4. ter plaatse van de aanduiding 'randzone';
  • e. per bouwvlak is ten hoogste 1 windturbine toegestaan;
  • f. de afwijking wordt slechts verleend als daardoor de landschappelijke karakteristiek zoals benoemd in het Landschappelijk Raamwerk van de gemeente Schouwen-Duiveland niet onevenredig wordt aangetast;
  • g. alvorens de afwijking te verlenen vragen burgemeester en wethouders over het bepaalde onder f schriftelijk advies van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige;
  • h. de afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
3.3.3 Afwijking hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 en 3.2.3 voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde hoger dan 1 meter, met in achtneming van het volgende:

  • a. de bouwhoogte van het bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 2,0 meter;
  • b. de afwijking is noodzakelijk in verband met de aard en omvang van de agrarische bedrijfsvoering;
  • c. alvorens de afwijking te verlenen vragen burgemeester en wethouders over het bepaalde onder b schriftelijk advies van de agrarisch deskundige;
  • d. ontheffing leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
3.4 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. de opslag van goederen, anders dan agrarische producten afkomstig van het eigen agrarisch bedrijf, buiten een bouwvlak, is niet toegestaan;
  • b. de opslag van dierlijke mest, anders dan in een mestopslagruimte, in hoeveelheden groter dan 600 m³, is niet toegestaan;
  • c. de opslag van dierlijke mest ten behoeve van handelsdoeleinden, is niet toegestaan;
  • d. het gebruik van kuilvoerplaten en sleufsilo's ten behoeve van de opslag van producten die niet afkomstig zijn van, of worden gebruikt op, het eigen agrarisch bedrijf, is niet toegestaan;
  • e. het gebruik van mestbassins buiten het bouwvlak, is niet toegestaan;
  • f. containervelden zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan;
  • g. het gebruik van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor een aaneengesloten periode van langer dan 10 weken is niet toegestaan;
  • h. paardenbakken zijn niet toegestaan;
  • i. bij een paardenbak is het gebruik maken van een geluidsinstallatie, of verlichting door middel van lichtmasten niet toegestaan;
  • j. het gebruik van (een deel van) de gebouwen als seksinrichting is niet toegestaan;
  • k. detailhandel, anders dan een plattelandswinkel met een oppervlak van ten hoogste 150 m² of het verkopen van boerderij- of streekproducten met een oppervlak van ten hoogste 150 m² per bouwvlak of bouwstede, is niet toegestaan;
  • l. het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep met een oppervlak meer dan 50 m² per agrarische bedrijfswoning is niet toegestaan;
  • m. het gebruiken van een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw als gastenverblijf is niet toegestaan;
  • n. fruitteelt ter plaatse van gronden die zijn gelegen binnen een afstand van 50 meter van woningen van derden, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (minicampings daaronder inbegrepen) is niet toegestaan;
  • o. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting in kassen is niet toegestaan, tenzij de kassen (gevel en dak) aan de binnenzijde volledig zijn afgeschermd tegen horizontale en verticale lichtuitstraling;
  • p. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting in boog- en gaaskassen is niet toegestaan.
3.4.1 Voorwaardelijke verplichtingen
  • a. Landschappelijke inpassing:

Het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor de doeleinden als bedoeld in lid 3.1 is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing en erfbeplanting van het bouwperceel van het betreffende bedrijf overeenkomstig het Landschappelijke inpassingsplan 'Landschappelijk inrichtingsplan Boogaardweg, Zonnemaire' (DLV Advies, gedateerd 16 juni 2020, definitief gewijzigd 13 december 2021), zoals opgenomen in Bijlage 3, binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan wordt gerealiseerd en vervolgens duurzaam in stand wordt gehouden.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Afwijking tijdelijke huisvesting seizoensarbeiders

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 en in lid 3.4 onder b, ten behoeve van tijdelijk huisvesten van seizoensarbeiders, met in achtneming van het volgende:

  • a. de afwijking wordt slechts verleend ter plaatse van een bouwvlak;
  • b. de afwijking wordt slechts verleend voor de plaatsing van verplaatsbare wooneenheden ten behoeve van de huisvesting van aan het betreffende agrarisch bedrijf verbonden seizoensarbeiders, met een gezamenlijk oppervlak van ten hoogste 220 m² en een bouwhoogte van ten hoogste 3,5 meter voor een aaneengesloten periode van ten hoogste 15 weken per kalenderjaar;
  • c. de afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van naastgelegen percelen.
3.5.2 Afwijking gastenverblijf

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4 onder t, ten behoeve van inrichten en gebruiken van een aan- of uitbouw of een bijgebouw als gastenverblijf bij de woning, met in achtneming van het volgende:

  • a. de afwijking wordt slechts verleend ter plaatse een bouwperceel waarop krachtens het plan een woning is toegestaan en ook feitelijk aanwezig is en als de woning permanent wordt bewoond;
  • b. de afwijking wordt slechts verleend als de aanvrager eigenaar en /of bewoner is van de onder a bedoelde woning;
  • c. de afwijking wordt slechts verleend indien sprake is van een goed woon- en verblijfsklimaat;
  • d. de afwijking wordt slechts verleend als op eigen terrein voorzien wordt in parkeerruimte voor ten minste één auto;
  • e. de afwijking wordt slechts verleend als het gastenverblijf uitsluitend voor niet-permanente bewoning wordt gebruikt;
  • f. per bedrijf is slechts 1 aan- of uitbouw of bijgebouw als gastenverblijf toegestaan;
  • g. het gastenverblijf uitsluitend niet-commercieel wordt gebruikt;
  • h. de afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
3.6 Wijzigingsbevoegdheid
3.6.1 Wijziging Nieuwe Economische Dragers (NED's)

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen ten behoeve van het vestigen van een NED door het opnemen van de aanduiding 'NED' op de plankaart en het opnemen van de activiteit en de oppervlakte in de tabel in bijlage 10, met in achtneming van het volgende:

  • a. wijziging kan worden toegepast voor:
    • 1. een NED die voorkomt in de positieve lijst Nieuwe Economische Dragers zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels;
    • 2. overige bedrijfsactiviteiten, die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de NED's zoals vermeld in bijlage 1 bij deze regels;
  • b. de oppervlakte van een NED bedraagt ten hoogste de in bijlage 1 bij deze regels genoemde omvang;
  • c. de NED vindt plaats in bestaande gebouwen op een bouwvlak;
  • d. de NED, of alle NED's tezamen, behorende bij een agrarisch bedrijf, wordt of worden uitgeoefend in een kleinschalige omvang, hetgeen blijkt uit:
    • 1. de arbeidsbehoefte;
    • 2. de ruimtelijke uitstraling;
    • 3. de verkeersaantrekkende werking, waarbij de ontheffing niet tot een onevenredige toename leidt van de automobiliteit;
    • 4. de categorie uit de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 2 bij deze regels) waartoe de activiteit behoort, waarbij geldt dat:
      • de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 2 uit de Staat van bedrijfsactiviteiten behoort;
      • de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 3 uit de Staat van bedrijfsactiviteiten behoort, mits is aangetoond dat daardoor geen milieuhinder voor aangrenzende percelen ontstaat; alvorens de ontheffing te verlenen vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de milieudeskundige;
  • e. de wegcapaciteit, wegconstructie en verkeersveiligheid worden niet negatief beïnvloed, alvorens wijziging toe te passen winnen burgemeester en wethouders hieromtrent schriftelijk advies in bij de wegbeheerder;
  • f. wijziging wordt toegepast met inachtneming van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ingevolge de Wet geluidhinder ten aanzien van wegverkeerslawaai;
  • g. opslag van goederen ten behoeve van de NED buiten gebouwen is niet toegestaan;
  • h. nieuwe bouwwerken, geen gebouwen zijnde, lichtmasten en lichtbakken voor reclamedoeleinden daaronder begrepen zijn niet toegestaan;
  • i. voorzien wordt in een afschermende landschappelijke inpassing van het erf die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 meter;
  • j. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
  • k. wijziging wordt niet toegepast alvorens zorg wordt gedragen voor ruimtelijke kwaliteitswinst;
  • l. wijziging wordt niet toegepast alvorens een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitswinst.
3.6.2 Wijziging installatie opwekken duurzame energie

Burgemeester en wethouders kunnen de plankaart wijzigen ten behoeve van het realiseren van een installatie voor het opwekken van duurzame energie ten behoeve van het eigen bedrijf, of meerdere samenwerkende agrarische bedrijven, met in achtneming van het volgende:

  • a. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 12 meter;
  • b. de installatie wordt gesitueerd op of aansluitend aan het bouwvlak;
  • c. de installatie past qua aard, schaal en omvang bij de reeds aanwezige bebouwing op het bouwvlak;
  • d. in geval de installatie voor meerdere samenwerkende bedrijven wordt benut, dienen deze bedrijven ten hoogste op 1.000 meter afstand van elkaar te zijn gelegen;
  • e. wijziging wordt niet toegepast:
    • 1. binnen een afstand van 100 meter van gronden met de bestemming Natuur, of gronden met de bestemming Water en de aanduiding 'deltawater';
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'natuurwaarden';
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'uitbreiding natuur';
    • 4. ter plaatse van de aanduiding 'randzone';
  • f. wijziging leidt niet tot een onevenredige toename van de automobiliteit;
  • g. voor de omvang van de opslagcapaciteit van mest gelden de elders in dit artikel opgenomen regels;
  • h. de verkeersveiligheid wordt niet negatief beïnvloed;
  • i. de te vergisten producten zijn overwegend afkomstig van het eigen bedrijf of van de samenwerkende bedrijven;
  • j. de reststof (het digestaat) is een meststof die overwegend wordt verwerkt op het eigen bedrijf of op de samenwerkende bedrijven;
  • k. wijziging wordt slechts verleend als daardoor de landschappelijke karakteristiek zoals benoemd in het Landschappelijk Raamwerk van de gemeente Schouwen-Duiveland niet onevenredig wordt aangetast;
  • l. alvorens het plan te wijzigen vragen burgemeester en wethouders over het bepaalde onder k schriftelijk advies van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige;
  • m. wijziging wordt slechts toegepast als voorzien wordt in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 meter;
  • n. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
  • o. wijziging vindt slechts plaats als zorg wordt gedragen voor ruimtelijke kwaliteitswinst;
  • p. wijziging vindt slechts plaats als een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de ruimtelijke kwaliteitswinst.
3.6.3 Wijziging stellingen als teeltondersteunende voorziening

Burgemeester en wethouders kunnen de plankaart wijzigen door het toekennen van bouwvlakken ten behoeve van de bouw van stellingen als teeltondersteunende voorziening, met inachtneming van het volgende:

  • a. het bouwvlak grenst aan een bouwstede of een agrarisch bouwvlak;
  • b. het oppervlak van de stellingen bedraagt ten hoogste 1 ha;
  • c. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 1,5 meter;
  • d. wijziging wordt niet toegepast:
    • 1. binnen een afstand van 50 meter van gronden met de bestemming Natuur, of gronden met de bestemming Water en de aanduiding 'deltawater';
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'natuurwaarden';
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'uitbreiding natuur';
    • 4. ter plaatse van de aanduiding 'randzone';
  • e. de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan en is bedrijfseconomisch ondergeschikt aan het grondgebonden agrarisch bedrijf;
  • f. voorzien wordt in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 meter;
  • g. wijziging wordt slechts verleend als daardoor de landschappelijke karakteristiek zoals benoemd in het Landschappelijk Raamwerk niet onevenredig wordt aangetast;
  • h. alvorens het plan te wijzigen vragen burgemeester en wethouders over het bepaalde onder g schriftelijk advies van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige;
  • i. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
  • j. wijziging is noodzakelijk ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf;
  • k. alvorens de wijziging toe te passen vragen burgemeester en wethouders over het bepaalde onder j schriftelijk advies aan de agrarisch deskundige;
  • l. wijziging wordt niet toegepast alvorens een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing.
3.6.4 Wijziging voor bassins ten behoeve van aquacultuur

Burgemeester en wethouders kunnen de plankaart wijzigen door het toekennen van bouwvlakken op de plankaart uitsluitend ten behoeve van de bouw van bassins voor aquacultuur inclusief afschermende netconstructies, met inachtneming van het volgende:

  • a. het oppervlak van de bassins bedraagt per bedrijf van ten hoogste 3 ha;
  • b. de hoogte van de bassins inclusief afschermende netconstructies bedraagt ten hoogste 0,5 meter;
  • c. wijziging wordt niet toegepast:
    • 1. binnen een afstand van 100 meter van gronden met de bestemming Natuur;
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'natuurwaarden';
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'uitbreiding natuur';
    • 4. ter plaatse van de aanduiding 'randzone';
  • d. wijziging wordt slechts toegepast ten behoeve van bassins die aansluiten op een bouwvlak;
  • e. voorzien wordt in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een met gras begroeide omwalling direct rondom de bassins, met een hoogte die ten minste gelijk is aan de hoogte van de bassins;
  • f. in afwijking van het bepaalde onder b mag de hoogte van afschermende netconstructies ten hoogste 3 meter bedragen, mits wordt voorzien in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van ten minste 5 meter;
  • g. wijziging wordt slechts verleend als daardoor de landschappelijke karakteristiek zoals benoemd in het Landschappelijk Raamwerk van de gemeente Schouwen-Duiveland niet onevenredig wordt aangetast;
  • h. alvorens het plan te wijzigen vragen burgemeester en wethouders over het bepaalde onder g schriftelijk advies van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige;
  • i. wijziging wordt slechts toegepast ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf;
  • j. alvorens de ontheffing te verlenen vragen burgemeester en wethouders over het bepaalde onder i schriftelijk advies van de agrarisch deskundige;
  • k. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 4 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 5 Algemene bouwregels

5.1 Overschrijding bouwgrenzen

De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van de plankaart en Hoofdstuk 2 slechts worden overschreden door:

  • a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer dan 2,5 meter bedraagt;
  • b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt;
  • c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt.
5.2 Afstand geluidsgevoelige objecten tot wegen
5.2.1 Nieuwe geluidsgevoelige objecten

In geval van nieuwe geluidsgevoelige objecten ingevolge rechtstreeks bouwrecht, afwijking of planwijziging mag de afstand van een geluidsgevoelig object (inclusief aan- en uitbouwen) tot de as van de weg - ter beperking van de geluidshinder - niet minder bedragen dan 15 meter.

5.2.2 Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de afstandseisen genoemd in lid 5.2.1 indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse van een nieuw geluidsgevoelig object ten hoogste 48 dB bedraagt.

5.3 Waarborgingszone langs wegen

Met betrekking tot de afstand van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot aan wegen, gelden, in aanvulling op hetgeen is bepaald in hoofdstuk 2, de volgende regels:

  • a. burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van een gebouw of overkapping binnen de onder a genoemde afstanden tot de as van de weg, met in achtneming van het volgende:
    • 1. de afwijking leidt niet tot een verkeersonveilige situatie;
    • 2. de afwijking leidt niet tot aantasting van de verkeersplanologische functie van de weg;
    • 3. alvorens ontheffing te verlenen vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de wegbeheerder.

Artikel 6 Algemene gebruiksregels

6.1 Strijdig gebruik
  • a. Het is verboden gronden te gebruiken of te laten gebruiken als uitstallings- of opslagplaats, of als stand-, of ligplaats voor kampeermiddelen, met uitzondering van de gronden die in hoofdstuk 2 daartoe zijn bestemd.
  • b. Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, de bestemmingsomschrijving en de overige regels.
  • c. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a of b, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot beperkingen in het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd.
6.2 Toegestaan gebruik
6.2.1 Bed & Breakfast

Het aanbieden van bed & breakfast als nevenactiviteit bij een (bedrijfs)woning is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. bed & breakfast bestaat uit maximaal vijf slaapplaatsen;
  • b. de woning dient bewoond te zijn door de hoofdbewoner(s);
  • c. de woning is geschikt voor permanente bewoning;
  • d. er ontstaat geen onevenredige verkeers- of parkeeroverlast voor de omgeving;
  • e. alleen terughoudende reclame-uitingen zijn toegestaan, neonreclame is niet toegestaan.

Artikel 7 Algemene afwijkingsregels

  • a. burgemeester en wethouders kunnen – tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds kan worden afgeweken – bij omgevingsvergunning afwijken van de regels in het plan voor:
    • 1. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%;
    • 2. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 meter bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot;
  • b. de afwijking wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Artikel 8 Algemene wijzigingsregels

8.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.

Artikel 9 Overige regels

9.1 Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen, waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 10 Overgangsrecht

10.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan;
  • b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%;
  • c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 11 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan "Boogaardweg 2 Zonnemaire".