direct naar inhoud van Artikel 4 Wonen
Plan: Buitengebied Vinkelsestraat 104 en 149 en Koksteeg 41
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1671.BPBG2009PP000005-01ON

Artikel 4 Wonen

4.1 Bestemmingsomschrijving

4.1.1 De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in woningen, met de daarbij behorende voorzieningen.

4.1.2 Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte-woning' zijn de gronden uitsluitend bestemd voor wonen in Ruimte voor Ruimte-woningen, met de daarbij behorende voorzieningen.

4.1.3 Ter plaats van de aanduiding 'bedrijf' zijn de gronden tevens bestemd voor kleinschalige ambachtelijke bedrijfsactiviteiten.
4.2 Bouwregels

4.2.1 Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten behoeve van doeleinden ten dienste van de bestemming.

4.2.2 Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
  • a. het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het hoofdgebouw mag één woning bevatten;
  • c. de goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 6 meter, met dien verstande dat de goothoogte van de woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte-woning' maximaal 4 meter mag bedragen;
  • d. de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 10 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van de woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte-woning' maximaal 9 meter mag bedragen;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte-woning' mag de dakhelling van het hoofdgebouw niet minder dan 40º en niet meer dan 50º bedragen;
  • f. de inhoud van ruimte voor ruimte woningen mag niet meer bedragen dan 1000 m³; de inhoud van overige woningen mag niet meer bedragen dan 600 m3;
  • g. de breedte van ruimte voor ruimte woningen mag niet meer bedragen dan 15 meter;
  • h. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 5 meter;
  • i. voorzover de bestaande gebouwen niet voldoen aan het bepaalde onder c. tot en met h., zijn in afwijking hiervan de ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan bestaande gebouwen toegestaan.

4.2.3 Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen:
  • a. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen bij een woning mag niet meer dan de aangeduide 'maximum oppervlakte bijgebouwen m²' bedragen;
  • b. de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 3 meter bedragen, met dien verstande dat de goothoogte van bijgebouwen ter plaatse van de aanduidingen 'bedrijf' en 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte-woning' maximaal 3 meter mag bedragen;
  • c. de bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 6 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van bijgebouwen ter plaatse van de aanduidingen 'bedrijf' en 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte-woning' maximaal 6 meter mag bedragen;
  • d. bijgebouwen dienen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) de woning of het verlengde daarvan gesitueerd te worden;

4.2.4 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de hoogte van erfafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen, behoudens voor (het verlengde van) de voorgevel van de woning, waar de hoogte maximaal 1 meter mag bedragen;
  • b. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 6 meter bedragen, behoudens voor (het verlengde van) de voorgevel van de woning, waar de hoogte maximaal 1 meter mag bedragen.

4.2.5 Algehele herbouw van een woning mag uitsluitend plaatsvinden op de bestaande fundamenten.
4.3 Ontheffing van de bouwregels

4.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 4.2.5 teneinde algehele herbouw van een burgerwoning buiten de bestaande fundamenten toe te staan, mits:
  • a. de herbouw plaatsvindt binnen hetzelfde bouwvlak;
  • b. de herbouw vanuit landschappelijk, stedenbouwkundig en/of milieukundig oogpunt een verbeterde situering tot gevolg heeft;
  • c. de belangen van omliggende (agrarische) bedrijven en aangrenzende percelen niet worden aangetast.

4.3.2 Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in 4.2 ten aanzien van het volgende:
  • a. de voorgeschreven goot- en bebouwingshoogten mogen met maximaal 10% worden vergroot;
  • b. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, mits de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen niet onevenredig worden geschaad.
4.4 Specifieke gebruiksregels

4.4.1 Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt tenminste verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor:
  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten;
  • b. bewoning van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning;
  • c. reclamedoeleinden.
4.5 Ontheffing van de gebruiksregels
4.5.1 Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 4.4.1 onder b. ten behoeve van het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als afhankelijke woonruimte, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
  • a. een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens ontheffing te verlenen vragen Burgemeester en Wethouders hieromtrent advies aan een onafhankelijk terzake deskundige instantie;
  • b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;
  • c. de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen, met dien verstande dat de maximale oppervlakte niet meer dan 80 m² mag bedragen;
  • d. er dient gebruik te worden gemaakt van het dichtst bij de woning gelegen bijgebouw, tenzij op grond van doelmatigheidsmotieven een ander op het perceel gelegen bijgebouw meer geschikt is;
  • e. de afhankelijke woonruimte dient te worden bewoond door degene(n) die de zorg nodig heeft/hebben;
  • f. de voorziening dient te voldoen aan de eisen van het bouwbesluit;
  • g. zakenrechtelijke splitsing is niet toegestaan;
  • h. aan de afhankelijke woonruimte mag geen eigen ontsluiting worden toegevoegd;
  • i. parkeren dient op eigen erf plaats te vinden.

4.5.2 Burgemeester en Wethouders trekken de verleende ontheffing zonder nadere afweging in indien de noodzaak van mantelzorg (als gevolg van verhuizen of overlijden) is komen te vervallen.