direct naar inhoud van Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden
Plan: Buitengebied Vinkelsestraat 104 en 149 en Koksteeg 41
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1671.BPBG2009PP000005-01ON

Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden

3.1 Bestemmingsomschrijving

3.1.1 De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  • a. agrarisch grondgebruik;
  • b. (extensief) recreatief medegebruik;
  • c. behoud, herstel en versterking van cultuurhistorische en landschappelijke waarden,

een en ander met bijbehorende voorzieningen.

3.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de doeleinden zoals omschreven in 3.1.

Op de voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht, zoals afrasteringen ten behoeve van het agrarisch grondgebruik, met een maximale hoogte van 2 meter.

3.3 Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Gebruiksregels gronden.

Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt tenminste verstaan het gebruik van gronden voor:

  • a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voorzover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • b. het aanbrengen van foliemestbassins;
  • c. het beoefenen van lawaaisporten;
  • d. volkstuinen;
  • e. reclamedoeleinden;
  • f. het diepwoelen en diepploegen van de bodem (dieper dan 40 cm);
  • g. het aanbrengen van (half)verhardingen.

3.3.2 Gebruiksregels opstallen.

Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt tenminste verstaan het gebruik van opstallen voor:

  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten;
  • b. detailhandel;
  • c. woondoeleinden.
3.4 Aanlegvergunning
3.4.1 Het is verboden op binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' gelegen gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren:
  • a. het verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem, met uitzindering van gevallen waarin een ontgrondingsvergunning ingevolge de Ontgrondingenweet vereist is;
  • b. het aanleggen of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen of halfverhardingen;
  • c. het aanbrengen van boven- of ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies;
  • d. het graven van poelen;
  • e. het verwijderen van beplantingselementen.

3

3.4.2 Het in 3.4.1 bepaalde is niet van toepassing:
  • a. op werken of werkzaamheden waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een aanlegvergunning is verleend;
  • b. op werken of werkzaamheden, welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;
  • c. op werken of werkzaamheden welke betreffen het normale onderhoud, dan wel voorzover het de leidingen betreft, het normale onderhoud en beheer van leidingen;
  • d. indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de cultuurhistorische waarden niet onevenredig aangetast worden;
  • e. indien die werken of werkzaamheden noodzakelijk zijn in verband met de normale bodemexploitatie en bodemgebruik, dan wel in verband met het extensief recreatief medegebruik.

3.4.3 Burgemeester en Wethouders volgen bij het verlenen van een aanlegvergunning de in artikel 8 gegeven procedure.