| Plan: | Sportpark Bosschenhoofd |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1655.BP4002-C001 |
Regelgeving
Bij het mogelijk maken van nieuwe (gevoelige) functies is het aspect externe veiligheid van groot belang. Bij ruimtelijke plannen heeft dit betrekking op:
Ten zuiden van de projectlocatie, op ongeveer 360 meter, bevindt zich de rijksweg A58. Ten noorden van de projectlocatie, op ongeveer 230 meter, ligt een spoorweg (traject Roosendaal-Breda).
Circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (2010)
Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is op dit moment gebaseerd op de Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (NRVGS). Met de circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (CRNVGS) wordt dit beleid verder geoperationaliseerd en verduidelijkt.
De uitgangspunten van de NRVGS zullen op hoofdlijnen overgenomen worden in een Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) op grond van de Wet milieubeheer. Het gaat om het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het Bevb en Bevt zullen de NRVGS en de CRVGS gaan vervangen. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) zal naar verwachting in 2012 in werking treden.
Voor het transport van gevaarlijke stoffen houdt het beleid in dat ruimtelijke plannen moeten worden getoetst aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico (PR) en de oriënterende waarde voor het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat er binnen de risicocontour van 10-6 geen kwetsbare objecten kunnen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Daarnaast moet voor transportroutes het invloedsgebied worden bepaald.
In lijn met de circulaire RNVGS gelden er in principe geen beperkingen aan het ruimtegebruik in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Bestuursorganen kunnen wel andere maatregelen overwegen voor de mogelijke effecten van een ongeval met gevaarlijke stoffen, die soms verder reiken dan de genoemde 200 meter. Denk daarbij aan maatregelen voor de zelfredzaamheid van de bevolking, zoals goede vluchtwegen, slimme bouwvoorschriften en specifieke voorlichting.
Basisnet
Momenteel wordt het Basisnet Vervoer Gevaarlijke Stoffen ontwikkeld. Voor de basisnetten Water, Weg en Spoor wordt beoogd een duurzaam evenwicht tussen ruimtelijke ontwikkelingen, vervoer van gevaarlijke stoffen en veiligheid te creëren. Dit gebeurt door alle hoofdvaarwegen, rijkswegen en spoorwegen in te delen in categorieën. Deze categorieën verschillen in de mate waarin er beperkingen gelden voor vervoer en /of ruimtelijke ontwikkelingen. Beperkingen voor het vervoer worden vastgelegd in een gebruiksruimte, beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen in een veiligheidszone. Voor de modaliteiten water en weg zijn voorlopige indelingen gemaakt. Hier kunnen nog geen rechten aan ontleend worden. Het streven is het basisnet voor de modaliteiten spoor, weg en water tegelijk vast te stellen. In de eerder genoemde Bevt wordt het Basisnet vervolgens van een juridische basis voorzien.
In december 2009 is, vooruitlopend op de inwerkingtreding van het Bevt, een wijziging gepubliceerd van de CRVGS. Deze wijziging houdt in dat ten aanzien van de risico's die samenhangen met het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en over het water reeds moet worden aangesloten bij de benadering van het Basisnet Weg respectievelijk het Basisnet Water. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg is een bijlage aan het CRVGS toegevoegd waarin de maatgevende contour voor het PR (10-6) per wegvak is aangegeven.
Voor het GR geldt voor de weg een verantwoordingsplicht voor ruimtelijke plannen indien daardoor het aantal aanwezige personen in het invloedsgebied wordt vergroot. Als invloedsgebied geldt de grootste afstand gemeten aan de hand van 1%-letaliteitsgrens.
Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor en de weg is de risicobenadering uit de CRVGS ongewijzigd. Dit houdt in dat zowel de maatgevende risicocontour voor het PR (10-6) als het invloedsgebied voor het bepalen van het GR moeten worden bepaald aan de hand van een veiligheidsstudie. Op grond van de CRVGS geldt voorts dat buiten een afstand van 200 meter een afweging van het GR niet noodzakelijk is.
Basisnet Weg
Het Basisnet Weg gaat alleen over het hoofdwegennet (rijkswegen en verbindende wegen die van belang worden geacht voor het vervoer van gevaarlijke stoffen). Voor deze wegen wordt een maximale ligging van de plaatsgebonden risicocontour (10-6) vastgelegd (= veiligheidszone). Bij nieuwe ruimtelijke plannen moet de gemeente rekening gaan houden met deze maximale risico's als gevolg van vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen de veiligheidszone mogen geen nieuwe kwetsbare objecten gebouwd worden. De veiligheidszone is langs elke weg anders van grootte. De grootte is afhankelijk van de hoeveelheid en samenstelling van het vervoer.
Bii het Basisnet weg wordt voor een aantal wegen een plasbrandaandachtgebied (PAG) van 30 meter van de (rechterrand van de rechterrijstrook van de) weg vastgesteld waarbinnen, bij realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Deze zone wordt gelegd rond wegen waar relatief veel transport van brandbare vloeistoffen plaatsvindt.
Basisnet Spoor
Door het veilig samenstellen van treinen die LPG vervoeren, het treffen van maatregelen aan de infrastructuur en door meer gebruik te maken van de Betuweroute, kan het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor blijven groeien. Tegelijkertijd kunnen de bouwplannen die gemeenten hebben in stationsgebieden worden uitgevoerd.
Op 8 juli 2010 hebben de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, IPO en VNG op hoofdlijnen ingestemd met het 'Rijksontwerp Basisnet Spoor voor het vervoer van gevaarlijke stoffen'.
Op dit moment worden drie nieuwe vervoersscenario's onderzocht (waaronder het scenario met extra LPG vraag van SABIC) en wordt doorgerekend wat de effecten hiervan zijn op de externe veiligheid in de omgeving van het spoor. Vervolgens zal besloten worden of deze ontwikkelingen meegenomen worden in het rijksontwerp 'Basisnet spoor vervoer gevaarlijke stoffen', dat waarschijnlijk in 2012 in werking treedt.
Onderzoek
De locatie ligt in de nabijheid van twee transportroutes, te weten de snelweg A58 en de spoorlijn Roosendaal-Breda.
Snelweg A58
PR
Uit het definitieve ontwerp voor het basisnet weg blijkt dat voor deze weg (wegvak B114) sprake is van een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 m aan weerszijden van de weg, welke alleen voor nieuwe situaties geldt. Deze afstand reikt niet tot aan de de beoogde ontwikkeling. Het PAG vormt daarom geen knelpunt.
Er is daarnaast geen sprake van een veiligheidszone (maximale PR-10-6-contour) voor dit wegvak.
GR
Uit de Basisnet-tabel (bijlage 7 van het basisnet weg) blijkt dat er voor het betreffende wegvak in de huidige situatie sprake is van een GR dat kleiner is dan 0,1 maal de orientatiewaarde. Het is een dunbevolkt gebied.
De beoogde ontwikkeling zal naar verwachting geen relevante invloed hebben op de hoogte van het GR. De toename van het aantal personen vindt plaats op meer dan 200 meter van de weg. Een verantwoording van het GR is daarom niet aan de orde.
Spoorlijn Roosendaal-Breda
PR
Het betreffende traject heeft een PR 10-6 kleiner dan 10 meter. Met het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor hoeft geen rekening te worden gehouden.
GR
Volgens de beleidsvrije marktprognose van ProRail worden op het traject Roosendaal-Breda alleen brandbare gassen (stofcategorie A) vervoerd. Op basis van deze stofcategorie strekt het invloedsgebied GR zich uit tot 300 meter aan weerszijden van het spoor. Het plangebied ligt daarom binnen het invloedsgebied op een afstand van 230 meter van de spoorlijn. Op grond van beleid zijn echter buiten een afstand van 200 meter geen maatregelen nodig.
Conclusie
Zowel risicovolle inrichtingen als vervoer van gevaarlijke stoffen vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van het sportveld. Externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering.