| Plan: | Gemert-Bakel Buitengebied, herziening december 2023 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1652.Buitengebied122023-VA03 |
Sinds het verschijnen van het integrale bestemmingsplan "Gemert-Bakel Buitengebied 2017", hebben in het afgelopen jaar in het buitengebied weer meerdere planologische ontwikkelingen plaatsgevonden. Na de integrale herziening van genoemd bestemmingsplan in 2017-2018, behoeft het plan wederom een herziening vanwege ontwikkelingen die niet rechtstreeks mogelijk zijn in het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in regeling van deze ontwikkelingen. Het beleid en de planregels uit het 'moederplan' voor het buitengebied vormen het uitgangspunt bij de ontwikkelingen.
In dit bestemmingsplan gaat het om de volgende locatie:
Omzetting van een agrarisch bedrijf (VAB) naar niet-agrarisch bedrijf, met uitbreiding van de bedrijfsbebouwing aan de achterzijde, vervanging van de bestaande inpandige bedrijfswoning door een vrijstaande bedrijfswoning en herbegrenzing van het Natuur Netwerk Brabant (NNB).
In het volgende hoofdstuk (2) is in het kort algemeen beleid verwoord dat voor alle plannen geldend is. Hierbij dient gedacht te worden aan het algemene rijksbeleid en provinciaal beleid. In een separate bijlage is dit beleid nader uitgewerkt. Specifieke aspecten van dit beleid worden bij het project zelf benoemd.
Voor de planontwikkeling is in hoofdstuk 3 een korte toelichting opgenomen. De situatie wordt kort omschreven en aangegeven wordt wat de plannen zijn. De uitgebreide ruimtelijke onderbouwing, eventueel bijbehorende adviezen, (aanvullende) onderzoeken et cetera zijn separaat als bijlagen bij dit bestemmingsplan gevoegd. Deze documenten zijn onlosmakelijk verbonden met onderliggend bestemmingsplan. Uit deze documenten blijkt dat de plannen voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. In deze documenten wordt ook het beleid uitvoeriger, in relatie tot de plannen, besproken.
Hoofdstuk 4 van deze toelichting gaat in op de algemene haalbaarheid van dit bestemmingsplan.
In hoofdstuk 5 is ten slotte ruimte opgenomen voor het vooroverleg, de resultaten en verwerking van zienswijzen en eventuele ambtshalve aanpassingen.
Bij het opstellen van het bestemmingsplan moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In dit hoofdstuk worden de van toepassing zijnde beleidsstukken benoemd en wordt een samenvatting gegeven van de belangrijkste beleidskaders. Een uitgebreide beschrijving van deze en overige beleidsstukken is opgenomen in bijlage 1.
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk richting aan de grote opgaven die de inrichting van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving.
De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen, zoals:
De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken: niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:
De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden, zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden. Deze ontbrekende regionale uitwerking samen met het hoge schaalniveau van de NOVI maken dat concrete aanwijzingen voor de diverse planonderdelen van deze bestemmingsplanherziening ontbreken.
Tevens zijn op rijksniveau de volgende wettelijke- en beleidskaders van belang voor dit bestemmingsplan:
de nationale belangen, die juridische borging vragen, zijn uitgewerkt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is ook wel bekend als de AMvB Ruimte. Het Besluit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is gebaseerd op het Barro;
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat de uitwerking van bepalingen uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
Deze beleidskaders zijn nader beschreven in bijlage 1.
Op 14 december 2018 heeft de provincie Noord-Brabant de Omgevingsvisie Noord-Brabant "De kwaliteit van Brabant" vastgesteld. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
Met de omgevingsvisie wil de provincie vast aansluiten bij en gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Samen met andere overheden, initiatiefnemers en andere betrokken partijen wordt actief gezocht naar een praktijk waarin deze nieuwe manier van werken centraal staat.
De Omgevingsvisie gaat over twee vragen:
De doelstelling die Noord-Brabant heeft voor 2050 is dat zij in dat jaar welvarend, verbonden en klimaatproof is. De welvaart wil de provincie bereiken door te investeren in een gezonde en sterke concurrentiepositie door het goede vestigingsklimaat voor bedrijven en kenniswerkers, maar ook door de voortrekkersrol in de transitie naar een innovatieve en duurzame economie. De provincie ziet welvaart niet alleen als economische bestaanszekerheid, maar ook als geluk, gezondheid en veiligheid van mensen. In dat kader stelt de provincie dat in 2050 bestaande problemen in de fysieke leefomgeving zijn opgelost en dat het robuuste natuurnetwerk uitstekend functioneert.
Dankzij investeringen in natuur, verdrogingsbestrijding, bodem, waterkwaliteit, een groene (natuurrijke) inrichting van woon- en werkgebieden en het terugdringen van emissies uit landbouw en industrie wil de provincie zowel de menselijke leefomgeving als die voor flora en fauna verbeteren. Dit leidt tot een goed welbevinden en een grote soortenrijkdom.
Voor wat betreft de verbondenheid is het streven van de provincie dat Brabant de centrale ligging uitstekend weet te benutten door goede verbindingen op zowel fysiek als op sociaal-maatschappelijk (digitaal) gebied. Daarbij is een van de doelen dat de logistieke bedrijvigheid nog steeds een top sector is, maar dan op een schonere en slimmere manier.
Daarnaast bieden nog zichtbare historische waarden, erfgoed en landschappelijke verscheidenheid een verbinding met het verleden. Deze elementen dienen te blijven behouden voor een aantrekkelijke omgeving als uitloopgebied voor de inwoners van steden en dorpen en voor recreatie. Met betrekking tot het streven klimaatproof te zijn wil de provincie in 2050 geheel energieneutraal zijn. Dit willen zij bereiken door alleen nog duurzame energie te gebruiken. Daarnaast wil de provincie verdere klimaatverandering tegengaan door de uitstoot van koolstofdioxide en de uitstoot van methaan uit de landbouw fors terug te dringen. Daarnaast wil de provincie goed om kunnen gaan met de klimaatverandering en de effecten daarvan. Hierbij staat duurzaam, gezond en klimaatbestendig bouwen centraal. Daarnaast dient voldoende ruimte beschikbaar te zijn om water op te vangen en vast te houden in tijden van droogte en om wateroverlast te voorkomen.
Op basis van deze doelstellingen heeft de provincie vier hoofdopgaven geformuleerd:
Deze opgaven worden niet los van elkaar gezien, maar zijn vanuit de basis met elkaar verbonden. Hierbij wordt gekeken vanuit een gebied specifieke benadering om de kansen en bedreigingen van de opgaven te benoemen en rekening te houden met de kansen vanuit andere hoofdopgaven.
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (planidn: NL.IMRO.9930.InterimOvr.va01) vastgesteld.
De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit zijn de:
De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In bijlage 1 is de Verordening Ruimte Noord-Brabant uitgebreid beschreven. De hierin genoemde structuren, aanduidingen, algemene regels en functies zijn veelal ongewijzigd teruggekomen in de Interim omgevingsverordening.
Deze beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. De wijzigingen zijn in de toelichting van de verordening toegelicht. Op hoofdlijnen gaat het om:
De 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant vormen samen de Woningmarktregio Metropoolregio Eindhoven. In deze regio worden jaarlijks afspraken gemaakt over de regionale, subregionale of lokale woningmarkt. In de 'Regionale begrippenlijst wonen' staan de definities van die begrippen die nodig zijn om die afspraken af te bakenen en/of toe te lichten. Voor de begrippen en prijsgrenzen worden de actuele regionale afspraken gehanteerd, zoals afgesproken in de 'Regionale begrippenlijst wonen'.
Binnen de woonregio De Peel zijn regionale woningbouwafspraken gemaakt. Deze afspraken zijn vastgelegd in 'Woonafspraken De Peel'. Mochten de regionale woonafspraken wijzigen dan worden deze gehanteerd.
Plannen worden onderling gedeeld en er vindt afstemming plaats over de woningbouw. De afspraken gaan onder andere over afstemming van uitbreidingslocaties, niet-traditionele woonvormen en de huisvesting van specifieke doelgroepen, waaronder arbeidsmigranten en doelgroepen die 'claims' leggen op Wmo-budget. In 2023 zijn de woonafspraken De Peel geactualiseerd en bekrachtigd. Dit gelet op de woningbehoeften en de wens om goede plannen binnen bestaand stedelijk gebied te kunnen blijven faciliteren. Voor uitbreidingslocaties zijn nadere afspraken gemaakt. Deze woonafspraken zijn nu in uitvoering en vormen de leidraad waarlangs gewerkt wordt.
Afgesproken is dat voor plannen buiten bestaand stedelijk gebied, waarbij de harde plancapaciteit lager blijft dan de gemeentelijke bruto nieuwbouwopgave zoals opgenomen in de 'Woondeal Zuidoost-Brabant' (maximaal 100% harde plancapaciteit), goed gemotiveerd wordt waarom het binnenstedelijk niet kan. De ontwikkeling past dan binnen de regionale afspraken.
In de 'Woondeal Zuidoost-Brabant' en de 'Regionale Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant' zijn woningbouwafspraken uitgewerkt. Deze worden gehanteerd. In de 'Woondeal Zuidoost-Brabant' zijn regionale afspraken gemaakt met de rijksoverheid, provincie Noord-Brabant, gemeenten en corporaties. Hierin is concreet vastgelegd hoeveel woningen erbij komen in deze regio en gemeente. Streven is om de grote woningopgave, het realiseren van voldoende betaalbare woningen en de versnelling voor elkaar te krijgen. In de 'Regionale Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant' is een gezamenlijke ontwikkelstrategie beschreven om tot een evenwichtige schaalsprong te komen, met een focus op wonen, werken en mobiliteit.
De volgende beleidskaders waren van belang bij het opstellen van het bestemmingsplan “Gemert-Bakel Buitengebied 2017”:
- Structuurvisie+ Gemert-Bakel 2010-2020;
- Beleidskader plattelandswoningen;
- Beleidsnotitie Boerderijsplitsing
- Woonvisie 2016 - 2020;
- Watertakenplan 2013-2016;
- Gemeentelijk geurbeleid;
- Gemeentelijk archeologisch beleid;
- Gemeentelijk cultuurhistorisch beleid [Oude akkers];
- Gemeentelijk VAB-beleid;
- Beleidsnota Bed & Breakfast;
- Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Gemert-Bakel;
- Handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap Gemert-Bakel;
- Beleidsnotitie pluimvee;
- Memo Duurzaamheid - Duurzaamheid in bestemmingsplan Buitengebied.
Een korte beschrijving van de genoemde beleidsdocumenten en de relevantie voor en de borging daarvan in het onderliggende bestemmingsplan (moederplan) is weergegeven in bijlage 1. Inmiddels zijn enkele kaders geactualiseerd. Een korte beschrijving van deze kaders volgt hierna.
Woonvisie Gemert-Bakel 2020 - 2024
De ambitie van de gemeente Gemert-Bakel is een woningmarkt die aan de woningvraag en woonbehoefte voldoet. De huidige woonvisie 2020 - 2024 wordt naar verwachting op onderdelen aangepast. Ook zijn twee verordeningen vastgesteld waarin regels zijn opgenomen, dit zijn de Verordening middenhuur en de Verordening sociale huur en koop.
De gemeente Gemert-Bakel heeft de ambitie om te groeien naar 35.000 inwoners, waardoor het aantal huishoudens toeneemt. Groei biedt kansen om een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te blijven bieden. De woningbehoefte voor eigen inwoners is groot. Ook in de regio Zuidoost Brabant staat de gemeente voor de uitdaging van de schaalsprong. Met de groei van kennisintensieve- en maakindustrie op komst is de vraag naar arbeidsplaatsen en woningen enorm. De gemeente Gemert-Bakel levert een belangrijke bijdrage aan de maatschappelijke uitdagingen om de aantrekkelijkheid van de gemeente en de regio te vergroten. Om dit in balans te houden worden op provinciaal, regionaal en lokaal niveau woningbouwafspraken gemaakt.
In de periode 2022-2032 wordt ernaar gestreefd om in Gemert-Bakel 2400 nieuwe woningen te bouwen voor de eigen inwoners, voor werknemers én voor de regio. De ambitie van de gemeente Gemert-Bakel is een woningmarkt die aan de woningvraag en woonbehoefte voldoet. Er is vooral behoefte aan betaalbare huur- en koopwoningen voor starters, senioren en kleine huishoudens, naast andere aandachtsgroepen. Dit is daarom het soort woningen waarvoor de komende 10 jaar de bouw gestimuleerd wordt.
Gemeentelijk watertakenplan 2019 – 2023
Het gemeentelijk waterbeleid is opgenomen in het watertakenplan 2019 – 2023 van de gemeente Gemert-Bakel d.d. 25 oktober 2018. De gemeente Gemert-Bakel hanteert bij ontwikkelingen een norm van 60 mm berging van regenwater per m2 verhard oppervlak. Deze eis geldt voor elke toename of wijziging van afvoerend verhard oppervlak, ongeacht de lozingssituatie.
Door klimaatverandering wordt het steeds belangrijker om de omgeving klimaatadaptief in te richten. Dat betekent onder meer dat we in staat moeten zijn om extreme neerslag hoeveelheden te verwerken. Het is vanuit economisch oogpunt niet haalbaar om deze doelstelling (alleen) te behalen door het ondergrondse systeem te verzwaren. De aanleg van waterberging op eigen terrein ontlast de regenwatervoorziening op openbaar terrein en levert een bijdrage aan het verminderen van wateroverlast. Daarom wordt in dit plan de aanleg van waterberging bij nieuwe ontwikkelingen voorgeschreven.
Uitgangspunten Watertoets
In december 2004 heeft het Dagelijks Bestuur van waterschap Aa en Maas de beleidsnota 'uitgangspunten watertoets Aa en Maas’ vastgesteld. De uitgangspunten zorgen ervoor dat de ‘watersysteembelangen’ een plek hebben in het watertoetsproces. Daarnaast is er nog een aantal ‘waterschapsbelangen’ die vanwege de directe ruimteclaims ook een plek in de ruimtelijke ordening moet krijgen. Daarmee wordt gekomen tot de volgende lijst van onderwerpen die uitgewerkt worden in het watertoetsproces:
Beleid waterschap Aa en Maas
Het beleid van waterschap Aa en Maas is er op gericht om bij nieuwbouw geen vermenging te laten optreden van schoon en vuil water en hanteert zij de stappen hergebruik - infiltratie - bufferen - afvoer als zijnde gewenst.
Beleidsuitgangspunten:
Waterbeheerplan 2022-2027 Waterschap Aa en Maas
In het Waterbeheerplan 2022 – 2027 zijn de doelen van het waterschap en de strategie om deze doelen te bereiken voor de genoemde periode vastgelegd. Ook wordt beschreven hoe wordt ingespeeld op veranderende omstandigheden, zoals het klimaat en stoffen in het oppervlaktewater. Bij het waterbeheer is de missie van het waterschap leidend. Deze luidt: het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten. Onderdeel van het beheerplan zijn drie programma's.
Programma Waterveiligheid
Dit programma is erop gericht Oost-Brabant beter te beschermen tegen overstromingen vanuit de Maas. Voor de gemeente Gemert-Bakel heeft dit niet direct betekenis.
Programma Klimaatbestendig en gezond watersysteem
Dit programma is gericht op een goede waterkwaliteit en -kwantiteit voor mens en natuur. Het is belangrijk dat het watersysteem goed werkt in normale en in extreem droge en natte situaties. Het watersysteem moet klimaatbestendig en stuurbaar zijn, qua hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte) en kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). Daarnaast richt het programma zich ook op gezond en natuurlijk water. Voor het creëren van goede omstandigheden voor planten en dieren in en om het water moeten de doelstellingen uit de Europese Kaderrichtlijn Water gehaald worden.
Programma Schoon water
In dit programma staan goede zuiveringsresultaten voor gezond water in sloten en beken centraal. Het streven is het rioolwater nog schoner te maken en om ervoor te zorgen dat het water in de sloten en beken nog gezonder wordt. Daarbij wil het waterschap de voor zuivering benodigde energie zelf duurzaam opwekken en komen tot circulair waterbeheer.
Keur Waterschap Aa en Maas
Op 1 maart 2015 is de keur van waterschap Aa en Maas gewijzigd. De ‘oude’ keur is daarbij
vervangen door een nieuwe keur die geldt voor alle drie de Brabantse waterschappen.
Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op een oppervlaktewater eist het Waterschap daarom een vervangende berging, die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert. Gemeenten stellen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voorwaarden aan de afvoer via een rioleringsstelsel. Bij het invullen van de compensatieopgave wordt tevens gekeken naar de mogelijke realisering van andere waterdoelen. Het gaat hierbij dus om een optimale inpassing van een plan in zijn omgeving, waarbij ook gekeken moet worden naar het huidig en toekomstig functioneren van het totale (deel)stroomgebied waar de ontwikkeling onderdeel van uitmaakt. Naast het behoud van voldoende systeemrobuustheid, kan hiermee beter invulling worden gegeven aan de gewenste doelmatigheid. Bovendien biedt dit mogelijkheden voor waterschappen en gemeenten om ook andere dan hydrologische aspecten mee te nemen in de afweging. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het oplossen van waterkwaliteitsknelpunten of het tegengaan van verdroging.
De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft er toe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatieopgave. Deze rekenregel is onderdeel van de algemene regel. Voor grotere plannen volstaat de rekenregel niet voor het bepalen van de compensatie-opgave, omdat de impact van dergelijke plannen op het watersysteem (veel) groter is. Voor grote plannen is daarom altijd een waterhuishoudkundig onderzoek door de initiatiefnemer noodzakelijk en dient het waterschap vroegtijdig te worden betrokken. Het document ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ bevat de richtlijnen voor het waterhuishoudkundig onderzoek en kan zowel worden gebruikt door initiatiefnemer of adviesbureau voor het uitvoeren van het waterhuishoudkundig onderzoek, als door het waterschap voor het beoordelen ervan.
Voor een optimale inpassing van plannen met een uitbreiding van het verhard oppervlak is het noodzakelijk het waterschap in een vroeg stadium te betrekken. Dit geldt zowel voor kleine als grote plannen en vormt onderdeel van de watertoets. Alleen op deze wijze kunnen waterbeheerder en initiatiefnemer gezamenlijk zorgen voor het behoud van de robuustheid van het watersysteem en kan wateroverlast in de toekomst zoveel mogelijk worden beperkt.
Initiatiefnemer is eigenaar van het agrarische bouwperceel op de locatie Fuik 24 te Handel. Op deze locatie was in het verleden sprake van een champignonkwekerij. De champignonkwekerij is echter reeds gestaakt. Ter plaatse wordt al sinds circa 20 jaar een niet-agrarisch bedrijf gevoerd in de vorm van een handelsonderneming gespecialiseerd in de ontwikkeling en installatie van roer- en mengsystemen voor met name de agrarische industrie. Beoogd wordt dan ook om de agrarische bestemming te herbestemmen naar een bedrijfsbestemming ten behoeve van het ter plaatse gevestigde niet-agrarisch bedrijf. Bij dit bedrijf vindt bovendien buitenopslag van producten van het bedrijf plaats. Uitbreiding van de bedrijfsbebouwing is noodzakelijk ten behoeve van de opslag van deze veelal volumineuze goederen. Deze uitbreiding is voorzien aan de achterzijde van het bedrijf. Daarnaast wordt beoogd een nieuwe bedrijfswoning te realiseren ten noordwesten van de bestaande bebouwing, ter vervanging van de nu nog inpandige bedrijfswoning.
Met onderhavige ontwikkeling wordt tevens gemotiveerd verzocht om herbegrenzing van de provinciale aanduiding als Natuurnetwerk Brabant (NNB) op grond van artikel 3.21 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov). De in de Iov opgenomen begrenzing komt niet overeen met de feitelijke grens tussen het bedrijfsperceel en de omliggende natuurgronden. Herbegrenzing is daarnaast noodzakelijk om de gewenste uitbreiding aan de achterzijde mogelijk te kunnen maken. Per saldo zal hierdoor een deel van de aanduiding NNB komen te vervallen. Daar in de directe nabijheid geen compensatiegronden zijn gelegen, wordt een financiële compensatie geleverd met gebruikmaking van artikel 3.24 Iov.
Om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken, is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk.
De planlocatie is gelegen aan Fuik 24, in het gebied bekend als De Fuik. De Fuik is gelegen tussen de kernen Handel en Elsendorp, in het buitengebied van de gemeente Gemert-Bakel. De planlocatie bestaat uit een gedeelte van het perceel kadastraal bekend als gemeente Gemert, sectie G, nummer 133. Het kadastraal perceel kent een oppervlakte van 28.490 m². De planlocatie omvat echter niet het gehele kadastrale perceel, maar enkel dat gedeelte waarvan de bestemming wijzigt.
Figuur 3.1.1 Luchtfoto ligging plangebied (bron: Crijns Rentmeesters BV)
Ter plaatse van de planlocatie is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1998’ van de gemeente Gemert-Bakel het vigerende bestemmingsplan. De gemeente Gemert-Bakel heeft voor De Fuik in 2013 de ‘Ruimtelijke visie De Fuik’ opgesteld. Beoogd werd om naar aanleiding daarvan een bestemmingsplan op te stellen, waarin de bestaande bedrijvigheid, binnen de mogelijkheden van het provinciale beleid, juridisch planologisch zou worden verankerd. Gezien de diversiteit van de belangen van de verschillende eigenaren is geen algehele bestemmingsplanherziening doorlopen, maar is gekozen voor een afzonderlijke bestemmingsplanprocedure per locatie. Derhalve is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1998’ nog steeds vigerend.
Figuur 3.1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan "Buitengebied 1998" (bron: Crijns Rentmeesters BV)
De planlocatie is in het vigerende bestemmingsplan grotendeels bestemd als ‘agrarisch bouwblok’. De omliggende gronden kennen de bestemming ‘agrarisch gebied’. De planlocatie is bestemd voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf met bijbehorende voorzieningen, binnen het bouwblok. Herbestemming van het agrarisch bouwblok naar een bedrijfsbestemming met tevens de uitbreiding van het bestemmingsvlak en uitbreiding van het bedrijfsgebouw behoort niet rechtstreeks tot de mogelijkheden binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan.
Ter plaatse van de planlocatie is sprake van één bouwvolume, bestaande uit verschillende compartimenten. De bestaande bebouwing kent een oppervlakte van circa 2.791 m². Voorheen was de bebouwing in gebruik als champignonkwekerij. Aan de voorzijde van de bedrijfsbebouwing, in het noorden van de planlocatie, is sprake van een kantoor en tevens een inpandige bedrijfswoning. Deze bedrijfswoning is omstreeks 1995 gerealiseerd met als doel als tijdelijke woning te fungeren. Een bedrijfswoning wordt op grond van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 1998 rechtstreeks mogelijk gemaakt.
In het verleden is wel nog een vergunning verleend voor een uitbreiding met 2 champignoncellen aan de achterzijde van de bedrijfsbebouwing. Deze vergunning is niet geëffectueerd maar nog wel overeind. In totaal is 5.230 m2 aan bedrijfsbebouwing vergund. Daarvan is 2.791 m2 aanwezig.
Met uitzondering van het kantoor, de kantine en de bedrijfswoning, is de bedrijfsbebouwing volledig in gebruik voor het bedrijf van initiatiefnemer. Daarbij is voornamelijk sprake van opslag, maar ook van bewerking en reparatie van onderdelen van roer- en mengsystemen ten behoeve van de agrarische sector, zoals voerfabrieken maar ook intensieve veehouderijen.
Voornamelijk vanwege de schaalvergroting in de agrarische sector maar ook de sanering van veehouderijen is het bedrijf van initiatiefnemer de afgelopen jaren flink gegroeid. De bestaande bebouwing biedt dan ook niet voldoende ruimte voor de huidige bedrijfsvoering. Dit heeft geleid tot buitenopslag rondom de bebouwing, bestaande uit veelal volumineuze goederen.
Niet-agrarisch bedrijf
Beoogd wordt een passende herbestemming toe te kennen aan de voormalige agrarische bedrijfslocatie Fuik 24 te Handel. Initiatiefnemer voert ter plaatse al sinds circa 20 jaar een niet-agrarisch bedrijf in de orm van een handelsonderneming gespecialiseerd in de ontwikkeling en installatie van roer- en mengsystemen voor met name de agrarische industrie. Ter plaatse is sprake van buitenopslag van producten van het bedrijf. Uitbreiding van de bedrijfsbebouwing is dan ook noodzakelijk ten behoeve van de opslag van deze veelal volumineuze goederen.
Beoogd wordt om de agrarische bestemming te herbestemmen naar bedrijfsbestemming ten behoeve van het ter plaatse gevestigde niet-agrarisch bedrijf. In de huidige situatie is sprake van circa 2.791 m² aan bedrijfsbebouwing. Beoogd wordt nu een deel van de in 1990 vergunde bebouwing alsnog te realiseren. 1.400 m² wordt toegevoegd. In totaal wordt daarmee dan ook 4.191 m² aan bedrijfsbebouwing beoogd, exclusief bedrijfswoning. Deze 1.400 m² extra bebouwing, past binnen de vergunde oppervlakte. In 1990 is immers een vergunning verleend voor 5.230 m².
Tevens wordt beoogd een nieuwe bedrijfswoning te realiseren ten noordwesten van de bestaande bebouwing, ter vervanging van de nu nog inpandige bedrijfswoning. Deze bedrijfswoning is reeds bestemmingsplanmatig toegestaan dus juridisch wordt hiermee geen wijziging beoogd.
De bedrijfsbestemming behoudt eenzelfde oppervlakte als het vigerende agrarisch bouwvlak, zijnde 7.600 m².
Met de beoogde uitbreiding van het bedrijfsgebouw wordt een oplossing geboden voor de huidige buitenopslag waarmee de bestaande verrommeling ter plaatse wordt opgelost. Met de beoogde bedrijfsbestemming wordt een passende herbestemming gegeven aan de voormalige agrarische bedrijfslocatie ter plaatse. Ter plaatse worden al vele jaren geen agrarische bedrijfsactiviteiten meer
gevoerd. Herbestemming is dan ook een logische stap.
Het agrarisch bouwvlak ter plaatse van de planlocatie kan komen te vervallen. Een passende andere bestemming wordt toegekend in de vorm van een bedrijfsbestemming. De beoogde bedrijfsbestemming zal een oppervlakte kennen van circa 7.600 m² overeenkomstig het huidige agrarische bouwvlak. Binnen de bedrijfsbestemming wordt 4.191 m² aan bedrijfsbebouwing toegestaan en een vrijstaande bedrijfswoningmet bijbehorend bijgebouw. De bedrijvigheid valt binnen de milieucategorie 3.1, dit zal bestemmingsplanmatig worden verankerd. De gronden rondom de bebouwing worden grotendeels bestemd naar ‘Natuur’, overeenkomstig het ter plaatse gevestigde NNB, en voor het overige naar ‘Agrarisch’ daar waar geen specifieke natuur wordt beoogd. Ten oosten van de bebouwing is reeds sprake van landschappelijke inpassing. Deze wordt onder de bestemming ‘Groen’ gebracht. Vastgelegd wordt ook dat de aanduiding NNB ter plaatse van de beoogde bedrijfsbestemming in de Interim omgevingsverordening komt te vervallen.
Figuur 3.1.3 Beoogde situatie na herontwikkeling, indicatief
Landschappelijke inpassing
Voor wat betreft de landschappelijke inpassing dient te worden aangesloten op het gemeentelijke
"Beeldkwaliteitsplan Buitengebied" van oktober 2016. De planlocatie is gelegen binnen het ‘kampenlandschap met oude akkers’. Het kampenlandschap heeft veel kwaliteit van zijn oorspronkelijke groene en kleinschalige uitstraling verloren. Diverse ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat vele landschapselementen zijn verdwenen, zoals perceelsrandbeplantingen en esrandbeplantingen rondom de oude akkers.Het beleid van de gemeente is er dan ook op gericht om het oorspronkelijke aaneengesloten groene en kleinschalige karakter van het kampenlandschap te behouden en te versterken. Dit betekent het toevoegen van lijnvormige landschapselementen, zoals houtwallen en -singels, aan de nog aanwezige landschapselementen in het landschap.
Met de beoogde herontwikkeling wordt de planlocatie verder landschappelijk ingepast. Het westen
grenst aan een recreatiepark. Deze zijde zal worden ingepast met een houtwal over een breedte van 10 meter aan de voorzijde en 26 meter richting het zuiden, bestaande uit streekeigen beplanting als
zomereik, ruwe berk, haagbeuk en beuk als boomvormers en bijvoorbeeld krentenboompje, hazelaar,
hulst, braam, hondsroos, gewone vlier en Gelderse roos als struikvormers. Het noorden van de
planlocatie wordt ingepast met een knip- en scheerhaag bestaande uit veldesdoorn, beuk en/of
haagbeuk. Het oosten van de planlocatie is reeds van het buurperceel afgescheiden middels
streekeigen bomen met kluit. Dit in de vorm van voornamelijk appel en kers. Indien deze bomenrij wordt uitgebreid wordt aangesloten bij de toe te passen soorten voor het ‘Kampenlandschap met oude
akkers’. Gedacht wordt dan aan bijvoorbeeld zwarte els en zomereik. De gronden binnen de
bestemming ‘Natuur’ zullen niet worden gebruikt als ‘tuin’. Ook zal in overleg met de provincie
Noord-Brabant een bosbeheerplan worden opgesteld, waarmee de duurzaamheid van het bos wordt
gewaarborgd.
Figuur 3.1.4 Beoogde landschappelijke inpassing en herontwikkeling (bron: Crijns Rentmeesters BV)
Ontsluiting en parkeren
De planlocatie is gelegen aan het einde van een doodlopende weg. Als gevolg van de beoogde
herontwikkeling zullen de vervoersbewegingen niet toenemen. De beoogde herontwikkeling heeft dan
ook geen effect op de verkeersbewegingen in de omgeving.
De planlocatie is op drie plekken ontsloten op de Fuik. De meest linker ontsluiting kent een breedte van circa 6 meter en dient ten behoeve van het in- en uitrijden van grotere voertuigen. De middelste
ontsluiting dient ten behoeve van parkeren en manoeuvreren van personeel, bezoekers en leveranciers.
De meest rechtse ontsluiting wordt in de huidige situatie voor meerdere doeleinden gebruikt, maar wordt in de beoogde situatie enkel voorzien voor privé gebruik naar de beoogde bedrijfswoning.
Parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. Hiervoor wordt de Nota Parkeernormen 2017 van de
gemeente Gemert-Bakel in acht genomen. Voor een vrijstaande woning in het buitengebied geldt een
parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. Hiervoor is ter plaatse van de bedrijfswoning voldoende ruimte.
Voor een arbeidsextensief bedrijf in het buitengebied geldt een parkeernorm van 0,8 parkeerplaatsen per 100 m² bedrijfsvloeroppervlakte. Voor een totale oppervlakte van 4.200 m² in de beoogde situatie zou
derhalve voorzien moeten worden in 33,6 (34) parkeerplaatsen. Echter, kan hier maatwerk worden
geleverd, daar ter plaatse voornamelijk sprake is van opslag van veelal volumineuze goederen en ter
plaatse niet over de volle oppervlakte bedrijfsgebouwen arbeid wordt verricht. Initiatiefnemer is zelf
werkzaam bij het bedrijf, met daarnaast nog maximaal 5 werknemers. Ruimte wordt daarnaast geboden voor 2 parkeerplaatsen voor bezoekers zoals vertegenwoordigers. Derhalve kan worden volstaan met 7
parkeerplaatsen ten behoeve van de bedrijfsvoering. De planlocatie biedt hiertoe ruim voldoende ruimte.
Op grond van artikel 3.21 uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant kunnen Gedeputeerde Staten de begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant op verzoek wijzigen voor een kleinschalige herbegrenzing. Een klein gedeelte van de planlocatie is aangemerkt als Natuur Netwerk Brabant. Het NNB loopt verder door richting het zuiden. Deze gronden zijn eveneens in bezit van initiatiefnemer. Navolgend is de beoogde herbegrenzing weergegeven op luchtfoto met een rode arcering. Dit is aangeduid op de verbeelding behorende bij de bestemmingsplanprocedure waarvan deze ontwikkeling onderdeel uit maakt.Door de herbegrenzing komt 2.610 m² aan NNB te vervallen. Daarbij is getoetst dat aan de voorwaarden voor kleinschalige herbegrenzing van het NNB wordt voldaan.
Figuur 3.4.4 Beoogde planologische situatie, met daarop het te herbegrenzen gedeelte van het NNB
aangeduid (bron: Crijns Rentmeesters BV)
Artikel 3.21 Kleinschalige herbegrenzing
Lid 1 Een bestemmingsplan kan een ontwikkeling binnen Natuur Netwerk Brabant mogelijk
maken in het geval dat:
a. de aantasting van areaal Natuur Netwerk Brabant kleinschalig is
Het op de kaart aangeduide NNB is direct rondom de bestaande bebouwing gelegen. Ter plaatse is
echter geen sprake van natuurwaarden, maar de gronden zijn thans in gebruik voor de bedrijfsactiviteiten van initiatiefnemer. Ter plaatse is enkel sprake van buitenopslag, waarbij natuurwaarden niet aanwezig zijn. De aantasting van het areaal NNB is hier nihil.
b. de ontwikkeling slechts leidt tot een beperkte aantasting van de ecologische waarden en
kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant
De herbegrenzing leidt niet tot een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB. Geen sprake is van ecologische waarden of kenmerken van het NNB.
c. de ontwikkeling leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische
waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel
In samenhang met de herbegrenzing wordt de planlocatie verder landschappelijk ingepast en ter plaatse bestemd naar ‘Natuur’. In de huidige situatie is er geen sprake van natuurwaarden op het perceel.
Daarnaast vindt financiële compensatie plaats, waarmee op een passende locatie geïnvesteerd wordt in het NNB. Met financiële compensatie wordt elders hoogwaardige natuur ontwikkeld en beheerd.
d. er een afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden
De herbegrenzing is een logisch gevolg van het oplossen van de bestaande buitenopslag waarmee de
verrommeling ter plaatse wordt opgelost. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling zal geen sprake
meer zijn van buitenopslag, waarmee de planlocatie wordt opgeruimd. De noodzaak voor uitbreiding van de bedrijfsbebouwing is groot. Gewerkt wordt met volumineuze producten, welke de ruimte voor opslag
en verwerking nodig hebben. Dit soort bedrijvigheid heeft ook een zodanige link met de agrarische
sector, dat verplaatsing naar een bedrijventerrein niet passend zou zijn. Alternatieve locaties voor de bedrijfsvoering zijn niet aanwezig. Deze bedrijfsvorm, in een
voormalig agrarisch gebied is een passende ontwikkeling in de omgeving.
e. er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing
Met deze herbestemming is sprake van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing. Dit is in
deze toelichting nader toegelicht. Eén en ander is ook vastgelegd in de gesloten anterieure
overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente. De landschappelijke inpassing kan eveneens
gekoppeld worden aan de regels behorende bij het bestemmingsplan waar deze onderbouwing
onderdeel van uit maakt.
f. er bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan artikel 3.22
Compensatie
Ten tijde van aankoop van het perceel door initiatiefnemer, was al geen sprake van natuurwaarden ter plaatse. Ten zuiden van de bestaande bedrijfsgebouwen is zelfs sprake van een verleende vergunning voor de uitbreiding van de bedrijfsbebouwing. Het NNB is dan ook deels foutief aangeduid. Door de huidige situatie (inmiddels ontstane buitenopslag) zijn nooit natuurwaarden verloren gegaan. Geen waarden gaan verloren, ook niet met de beoogde herontwikkeling.Desondanks vindt
compensatie plaats conform artikel 3.22 van de Interim omgevingsverordening.
g. op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd.
De gemeente Gemert-Bakel voert de procedure voor de herbegrenzing uit in samenhang met de
bestemmingsplanprocedure waarvan deze ontwikkeling onderdeel uitmaakt. Aanleg en instandhouding
van de robuuste landschappelijke inpassing is als voorwaardelijke verplichting verankerd in het
bestemmingsplan. Hiermee is wijze van uitvoering en monitoring duurzaam verzekerd.
Lid 2
Voor een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid doen burgemeester en wethouders een verzoek als bedoeld in artikel 6.2 Procedure grenswijziging werkingsgebied op verzoek.
De procedure vindt gelijktijdig met de bestemmingsplanherziening plaats. Na de zienswijzentermijn zal
het college een verzoek tot herbegrenzing doen bij Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.
Artikel 3.22 Compensatie
Omdat het artikel 3.21 niet bedoeld is voor het omzeiling van het beschermingsregime van de NNB dient compensatie plaats te vinden bij kleinschalige ontwikkelingen binnen de NNB. Dit kan plaatsvinden door fysieke of financiële compensatie. Deze compensatie wordt verder uitgewerkt in artikel 3.23 (Fysieke
compensatie) en artikel 3.24 (Financiële compensatie).
Conform artikel 3.22, tweede lid, is de omvang van de compensatie bepaald door de omvang van het
vernietigde of verstoorde areaal en de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur. Daartoe wordt gekeken
naar de natuurbeheertype dat ter plaatse verloren gaat. Het NNB ter plaatse van de planlocatie bestaat
conform het Natuurbeheerplan uit ‘Droog bos met productie’ (N16.03).
Er is geen sprake van natuur binnen de planlocatie. Er is nooit subsidie verleend voor aanleg of
instandhouding. De planlocatie is niet aangelegd of beheerd als bos. Op basis van artikel 3.22, tweede lid onder b geldt hier een toeslag voor compensatie van 2/3 in oppervlak.
Reeds in 2008 heeft initiatiefnemer 1.500 m² natuur gecompenseerd op een locatie elders in het buitengebied van Gemert-Bakel. Daarvoor heeft initiatiefnemer de stukken overlegd met de gemeente.
In de directe nabijheid van de planlocatie bevinden zich geen zogenoemde ‘compensatiegronden’ waarop gecompenseerd kan worden. Om alsnog te voldoen aan de benodigde compensatie, wordt deze compensatie elders gerealiseerd. Dit kan door middel van een fysieke compensatie (artikel 3.23) dan wel een financiële compensatie (artikel 3.24) zodat dit elders gerealiseerd kan worden. Voor dit plan zal de gemeente de fysieke compensatie verzorgen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de financiële berekening zoals geregeld in artikel 3.24 Interim omgevingsverordening. Navolgend wordt deze benodigde compensatie op grond van artikel 3.23 en 3.24 Interim omgevingsverordening nader uitgewerkt.
Artikel 3.23 Fysieke compensatie
Een fysieke compensatie kan plaatsvinden, in de niet gerealiseerde delen van het Natuur Netwerk Brabant of in een niet gerealiseerde ecologische verbindingszone. Indien een fysieke compensatie plaatsvindt, dient verantwoord te worden wat de omvang van het verlies van de ecologische waarden betreft en op welke locatie dit wordt gecompenseerd met de daarbij behorende kwaliteit en kwantiteit van de compensatie. In overleg tussen initiatiefnemer en de gemeente Gemert-Bakel zal de gemeente zorgdragen voor de benodigde fysieke compensatie. Een nadere verantwoording vindt plaats door de gemeente aan de provincie. Door initiatiefnemer wordt dit financieel gecompenseerd aan de gemeente. Voor deze aan de gemeente te compenseren bijdrage is gebruik gemaakt van de berekening zoals opgenomen in artikel 3.24 Interim omgevingsverordening. Deze financiële afdracht is kortgesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Navolgend wordt hierop ingegaan.
Artikel 3.24 Financiële compensatie
Artikel 3.24 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat de richtlijnen voor het berekenen van de financiële compensatie.. De berekening dient onderdeel uit te maken van de toelichting op het bestemmingsplan. De verplichting om financieel te compenseren vloeit rechtstreeks voort uit de Interim omgevingsverordening en ontstaat zodra het bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad. Ondanks dat is kortgesloten dat de gemeente zorg zal dragen voor deuiteindelijke fysieke compensatie, wordt voor de berekening hiervan aangesloten bij artikel 3.24.
Binnen de planlocatie komt 2.610 m² aan NNB te vervallen. Binnen de gemeente is door initiatiefnemer
reeds 1.500 m² gecompenseerd, waarvoor geen subsidie is verkregen. Daarmee resteert nog 1.110 m²
te compenseren NNB. Met een saldobenadering van 2/3 betekent dit dat 1.850 m² gecompenseerd dient te worden. Met een provinciaal geaccepteerd normbedrag à € 11,97 per vierkante meter geldt een financiële compensatie van € 22.144,50. Eén en ander is contractueel vastgelegd, waarmee de compensatie is verzekerd.
Hoofdstuk 5 van de Wro bevat een aantal financiële bepalingen, waaronder een regeling voor grondexploitatie (afdeling 6.4 Wro) en een regeling voor tegemoetkoming in planschade (afdeling 6.1 Wro).
In afdeling 6.4. zijn de mogelijkheden aangegeven die een gemeente heeft om kosten te verhalen en om eisen te stellen met betrekking tot de inrichting, kwaliteit en uitvoerbaarheid van bouwlocaties. In artikel 6.12 is bepaald dat bij de vaststelling van verschillende gemeentelijke plannen die mogelijkheden bieden voor het ontwikkelen van bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen bouwplannen, tevens een exploitatieplan wordt vastgesteld op grond waarvan de gemeente de kosten van grondexploitatie kan verhalen. Dit is een verplichting die geldt voor bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en beheersverordeningen. Artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening bevat een opsomming van de bouwplannen waarvoor een exploitatieplan in principe verplicht is. Er zijn nogal wat bouwplannen waarvoor dit geldt:
Het onderhavige bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor bouwplannen die in deze opsomming zijn genoemd. In principe dient er dus een exploitatieplan te worden vastgesteld. Echter voor de diverse plannen wordt met de eigenaren een exploitatieovereenkomst gesloten waarin de gemeentelijke kosten zullen worden verankerd. De kosten zijn dus anderszins verzekerd en hierdoor is een exploitatieplan niet vereist bij het bestemmingsplan.
Het bestemmingsplan kent ook enkele afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden. Als hiervoor een aanvraag wordt ingediend, is dat een particulier initiatief dat geheel voor rekening komt van de aanvrager en waaraan voor de gemeente geen kosten zijn verbonden. De ambtelijke kosten zijn verdisconteerd in de leges. Als er onverhoopt toch andere kosten zijn, dan dient ter zake een exploitatieovereenkomst te worden afgesloten voordat de afwijkings- of wijzigingsprocedure wordt gestart. Het kostenverhaal is dus ook hier anderszins verzekerd.
Daar waar nieuwe ontwikkelingen door middel van dit bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt, is er een risico op planschade. Als het een particulier initiatief betreft dan zullen dit risico en de kosten die daarmee gemoeid zijn, verhaald worden op de initiatiefnemer. Hiervoor wordt voor elk particulier initiatief een planschadeovereenkomst afgesloten.
Nogal wat zienswijzen komen voort uit het feit dat een planontwikkeling niet met de buren is besproken. De gemeente raadt een initiatiefnemer dan ook dringend aan om zijn/ haar planinitiatief in een vroeg stadium te bespreken met de eigenaren van de omliggende percelen. Daartoe heeft de gemeente Gemert-Bakel de 'spelregels voor het voeren van een zorgvuldige dialoog' vastgesteld. Hiermee dient de initiatiefnemer de direct omwonenden/ belanghebbenden te informeren over de voorgenomen planontwikkeling. Onderstaand een korte weerslag van de voor de ontwikkelingen gevoerde omgevingsdialoog.
Fuik 24, Handel
Ten behoeve van de ontwikkeling is een zorgvuldige dialoog gevoerd. Uit deze gevoerde dialoog blijkt dat de omwonenden geen bezwaren hebben tegen de ontwikkeling.
Ten tijde van het vooroverleg maakten de ontwikkelingen op de locatie Fuik 24, Handel integraal deel uit van het bestemmingsplan Gemert-Bakel Buitengebied, herziening december 2023. Bij de vaststelling van dat bestemmingsplan is in eerste instantie besloten het bestemmingsplan niet vast te stellen voor de locatie De Fuik 24. In tweede instantie is alsnog besloten het bestemmingsplan voor genoemde locatie vast te stellen. Voorliggend bestemmingsplan vormt daarvan de weerslag. De vooroverlegreacties zijn destijds over het gehele plan uitgebracht en in voorliggend plan integraal overgenomen. Echter alleen de passages over Fuik 24 zijn hier van toepassing.
Op 12 oktober 2023 is in het kader van het wettelijk vooroverleg een reactie ontvangen van de provincie Noord-Brabant op het voorontwerp bestemmingsplan Gemert-Bakel Buitengebied, herziening december 2023. Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov). Op 11 maart 2022 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld die gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking zal treden. Daarnaast is op 15 april 2022 de wijziging Interim omgevingsverordening – actualisatie april 2022 in werking getreden. Hierin zijn een aantal thema’s opgenomen en wijzigingen aangebracht ten opzichte van de geldende Interim omgevingsverordening.
Het plangebied bestaat uit verschillende locaties en diverse van aard verschillende ontwikkelingen. Hierom zijn verschillende werkingsgebieden en uiteenlopende artikelen van toepassing op voorliggend plan. Elke ontwikkeling dient zich in ieder geval te verhouden tot de basisprincipes van een evenwichtige toedeling van functies en het vereiste van kwaliteitsverbetering van het landschap.
Hierna volgen per ontwikkellocatie opmerkingen en aandachtspunten over de wijze waarop de afzonderlijke ontwikkelingen zich verhouden tot het provinciale ruimtelijke beleid.
Dr. de Quayweg 75-79, De Mortel
Deze ontwikkellocatie verhoudt zich in voldoende mate tot de provinciale ruimtelijke belangen, zodra voldoende wordt gemotiveerd dat de tweede bedrijfswoning niet langer benodigd is voor de bedrijfsvoering van de melkveehouderij en waarom geen sprake is van overtollige bebouwing. Voorts is de provincie met het oog op de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit nog niet overtuigd waarom de woning buiten het vigerende bouwperceel gesitueerd moet worden. De provincie verzoekt de vormverandering van het bouwperceel met ruimtelijke motieven te onderbouwen.
Reactie
In de ruimtelijke onderbouwing voor deze ontwikkellocatie is in paragraaf 3.2.2 onder 'Afwijkende regels wonen' een nadere toelichting gegeven over het niet langer noodzakelijk zijn van een tweede bedrijfswoning bij de melkveehouderij. In paragraaf 2.2. is aan de hand van ruimtelijke motieven de vormverandering van het bouwperceel onderbouwd.
Dr. de Quayweg 80, De Mortel
Deze ontwikkellocatie verhoudt zich in voldoende mate tot de provinciale ruimtelijke belangen. Wel vraagt de provincie met het oog op het principe van zorgvuldig ruimtegebruik deze ontwikkeling ook in samenhang te bezien met de ontwikkeling op de tegenover gelegen planlocatie Dr. de Quayweg 84 en erop toe te zien dat in zijn totaliteit sprake is en blijft van een aanvaardbare schaal.
Reactie
In het bestemmingsplan wordt geborgd dat sprake is en blijft van een aanvaardbare schaal door het opnemen van afzonderlijke bestemmingsvlakken voor beide locaties, door het daarbinnen opnemen van regels met betrekking tot de maximum oppervlakte bedrijfsbebouwing en door het eisen van een robuuste landschappelijke inpassing rond beide locaties. De aanleg daarvan is als voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen. De landschappelijke inpassingen gaan daarmee als contramallen, die het maximale ruimtebeslag van beide bedrijven bepalen, fungeren.
Dr. de Quayweg 84, De Mortel
Er is sprake van de vestiging van een niet-agrarische functie in de vorm van een paardenhouderij. Daarbij wordt tevens diverse gerelateerde voorzieningen, zoals bijvoorbeeld rijbakken en paddocks. Het bouwperceel wordt hiermee aanzienlijk vergroot. De provincie vraagt zich af of sprake is van een aanvaardbare schaal en of de functie qua aard en schaal passend is in het gebied. De provincie verzoekt de schaal van de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving nader in ogenschouw te nemen en te bezien of de ontwikkeling qua omvang, effect op omliggende functies en ontsluiting past in de omgeving. De wijze van bestemmen kan ook specifieker qua functiedifferentiatie en qua plek binnen het bouwperceel.
Los daarvan heeft de provincie opmerkingen over de uitwerking van de kwaliteitsverbetering van het landschap. De provincie vindt de motivering van de hoogte van de investering van de fysieke maatregelen onjuist en niet in overeenstemming met de gemeentelijke regeling. Bij de motivering van de hoogte van de te investeren maatregelen is in de beoogde situatie namelijk uitgegaan van de agrarische bestemmingswaarde, terwijl sprake is van een bedrijfsbestemming. De provincie verzoekt dit aan te passen. Daarbij merkt de provincie op dat de landschappelijke inpassing zoals bij voorliggend plan gevoegd ruimtelijk kwalitatief volstaat, maar dus niet substantieel genoeg is ter uitvoering van de regeling kwaliteitsverbetering van het landschap.
Zoals gezegd verzoekt de provincie deze ontwikkeling in samenhang te bezien met de ontwikkeling aan de De Quayweg 80. De provincie vraagt zich af of sprake is van samenwerking. Er is in ieder geval sprake van een flinke toename in de paardenbranche. De provincie vraagt toe te zien, ook richting toekomst op scheiding van de locaties en de met de paardenhouderijen gepaard gaande voorzieningen.
Reactie
In de toelichting is uitgebreid beschreven dat de ontwikkeling passend is binnen het gebied qua aard en omvang. Het effect op omliggende functies is uitgebreid besproken in de toelichting, evenals de ontsluiting van het plangebied. De wijze van bestemmen is meer specifiek opgenomen in de regels en verbeelding. Er is een bouwvlak toegevoegd, om de aanwezige geconcentreerde ligging van de bebouwing ook richting de toekomst te waarborgen. Daarnaast is een aanduiding opgenomen, die bepaalt dat ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning ook enkel de bedrijfswoning is toegestaan.
Bij het waarderen van de gronden is aansluiting gezocht bij de gemeentelijke regeling. In paragraaf 3.2.2 is dit nader gemotiveerd. Bij de wijziging van de bestemming dient gerekend te worden met de bedragen zoals opgenomen in de gemeentelijke 'Handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap Gemert-Bakel. Voor de bestemming 'agrarisch verwant bedrijf' geldt een waarde van € 25,00 /m². Voor een niet agrarisch bedrijf dient beoordeeld te worden of de bedrijfsfunctie passend is op een bedrijventerrein. Hierover is in de handreiking het navolgende opgenomen:
'Bij de ontwikkeling van niet-agrarische functies speelt een rol dat er door het toelaten van deze functies in het buitengebied concurrentievervalsing optreedt ten opzichte van de speciaal voor deze functie ontwikkelde bedrijventerreinen of duurdere grond in de kernen van het stedelijk gebied. Daarom wordt voorgesteld om voor niet-agrarische functies aansluiting te zoeken bij de prijzen van de kavels op bedrijventerreinen in de landelijk regio. De grondprijs van een bedrijfskavel op een bedrijventerrein in Gemert-Bakel = € 125,- per m². Een nuancering van deze prijs naar circa 50 % van deze grondprijs is redelijk omdat de gebruiksmogelijkheden van een perceel in het buitengebied beperkter zijn omdat het alleen om lichte bedrijvigheid mag gaan en de bebouwingsmogelijkheden beperkt(er) zijn.'
Een paardenhouderij is geen functie welke passend is binnen een bedrijventerrein of kern van het stedelijk gebied. Om deze reden wordt voor de waarde van de bestemming 'overige bestemmingen' genomen. De uitstraling van een paardenhouderij is vergelijkbaar met die van een agrarisch bedrijf of agrarisch verwant bedrijf. Met de omzetting van de bestemming en daarmee het van kracht worden van andere bestemmingsregels worden de bouwmogelijkheden ingeperkt van 13.828 m² (80% x van het bestemmingsvlak van de agrarische bedrijfsbestemming van 17.285 m²) naar 7.050 m²(vastgelegd binnen de bedrijfsbestemming).
In het bestemmingsplan wordt geborgd dat sprake is en blijft van een aanvaardbare schaal door het opnemen van afzonderlijke bestemmingsvlakken voor beide locaties, door het daarbinnen opnemen van regels met betrekking tot de maximum oppervlakte bedrijfsbebouwing en door het eisen van een robuuste landschappelijke inpassing rond beide locaties. De aanleg daarvan is als voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen. De landschappelijke inpassingen gaan daarmee als contramallen, die het maximale ruimtebeslag van beide bedrijven bepalen, fungeren.
Fuik 24, Handel
Over deze locatie en het omliggende gebied rondom de Fuik is meermaals overleg met de gemeente gevoerd. Hierbij is de gemeente er -kortweg- op gewezen ontwikkelingen in het gebied in samenhang met elkaar te bezien, een ontwikkelingsrichting te bepalen voor het gebied en zorg te dragen voor een goede balans in ruimtebeslag en landschappelijke inpassing. Met dit plan wordt vooruitlopend hierop alsnog enkel voor deze locatie een bestemmingswijziging doorgevoerd. De provincie attendeert de gemeente erop dat hiermee afbreuk wordt gedaan aan integrale ontwikkelmogelijkheden van het gebied en eventuele speelruimte om knelpunten op locaties elders in het gebied op te lossen wordt beperkt. Specifiek ten aanzien van deze locatie heeft de provincie eerder in de ambtelijke overleggen aangegeven dat de uitbreiding in het NNB plaatsvindt en dat ontwikkelingen in NNB op grond van de Iov zijn uitgesloten. Hierbij merkt de provincie op dat de bouw- en gebruiksactiviteiten in het NNB reeds hebben plaatsgevonden. Hierdoor is een onomkeerbare situatie ontstaan waarbij de aantasting van de ecologische waarden van het NNB niet meer is terug te draaien. De provincie betreurt deze situatie en vindt de handelingswijze onaanvaardbaar.
Gelet op de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en gezien de verrommeling ter plaatse door onder meer buitenopslag, is de provincie ervan overtuigd dat een ruimtelijke kwaliteitsslag nodig is. De provincie is er echter nog niet van overtuigd dat dat via de in voorliggend plan beoogde wijze gestalte dient te krijgen en dat hiervoor inbreuk op het NNB dient te worden gemaakt. Hierbij speelt mee dat de provincie geen inzicht heeft in de ontwikkelingsrichting van het gebied. De provincie vindt dat deze ontwikkeling nog niet de juiste balans bevat tussen ruimtebeslag en de omgevingswaarden. De provincie verzoekt tenminste oplossingen te vinden binnen het vigerend bouwperceel en in de ontwikkelingsrichting te onderbouwen aan de hand van een gebiedsgerichte benadering dat de beoogde functie qua aard en omvang en gelet op de effecten passend is in zijn omgeving. De vestiging op een functioneel daartoe ingericht bedrijventerrein acht de provincie meer voor de hand liggen.
Gelet op het vorenstaande zal de provincie vooralsnog niet positief adviseren ten aanzien van een eventueel in te dienen verzoek om wijziging van de grenzen van NNB.
Los hiervan kan de provincie niet instemmen met de uitwerking van de kwaliteitsverbetering van het landschap, aangezien een deel van fysieke maatregelen noodgedwongen in NNB plaatsvindt en de provincie dat in deze situatie niet als kwaliteitsverbetering van het landschap aanmerkt. Bovendien wordt voor een deel via een passende financiële bijdrage in het gemeentelijk landschapsfonds in de fysieke tegenprestatie voorzien. Deze bijdrage is niet verzekerd.
Tot slot wordt voorzien in de nieuwbouw van een bedrijfswoning. De provincie verzoekt de noodzaak van deze bedrijfswoning gelet op de aard van de bedrijfsvoering te onderbouwen, dan wel aan te tonen dat sprake is van een bestaand recht.
De provincie raadt aan deze ontwikkeling in de huidige vorm niet verder in procedure te brengen.
Reactie
De gemeente onderschrijft dat een gebiedsgerichte ontwikkeling van het gebied De Fuik de voorkeur heeft. Echter hebben pogingen daartoe, mede gelet op het grote aantal betrokkenen, tot op heden niet tot het gewenste resultaat geleid. Initiatiefnemer wil ondertussen toch verder met de plannen voor zijn locatie, mede om te voorkomen dat de komende jaren de buitenopslag, zoals deze nu plaatsvindt, moet worden gecontinueerd. De gemeente kiest er daarom voor het voorstel tot uitbreiden van de bedrijfsbebouwing, om alles inpandig te kunnen brengen, en daarmee ook het uitbreiden van de bedrijfsbestemming verder voort te zetten.
Naar aanleiding van de vooroverlegreactie zijn paragraaf 3.2.2.6, 3.2.2.7 en 3.2.2.8 van de ruimtelijke onderbouwing nader aangevuld. De beoogde herbegrenzing vindt plaats op een plek waar nu geen sprake is van gerealiseerd NNB. Feitelijk gaan hier dan ook geen waarden verloren. Niet duidelijk te herleiden is waar de huidige begrenzing vandaan komt, daar ter plaatse geen sprake is of is geweest van natuurwaarden, en dit ook geen verbinding kent met nabijgelegen natuur. Daadwerkelijke inrichting van dit perceel rondom de bestaande bebouwing als NNB, ligt dan ook niet in de logische lijn der verwachting. Om de strijdige situatie ter plaatse, voornamelijk de huidige buitenopslag, op te lossen wordt voorgesteld om de bedrijfsbebouwing te vergroten. Dit tezamen met de beoogde forse landschappelijke inpassing van de locatie zelf, zorgt voor een aanzienlijke kwaliteitsverbetering ter plaatse, wat enkel ten goede komt aan de omgeving.
Voorgesteld wordt daartoe dan ook het niet-gerealiseerde NNB ter plaatse te compenseren. Daar in de directe omgeving geen zogenoemde ‘compensatiegronden’ zijn gelegen waarop kan worden gecompenseerd, wordt voorgesteld om een forse financiële compensatie te leveren. Op deze manier kan GS deze bijdrage zelf elders investeren om het NNB elders in te richten. Feitelijk gaan hiermee geen waarden verloren en kan elders het NNB worden ingericht. Afspraken hierover worden vastgelegd tussen initiatiefnemer en gemeente en/of provincie. Op de Verbeelding is de aanduiding ‘te verwijderen NNB’ inzichtelijk. Na het ontwerpbestemmingsplan zal een formele aanvraag voor herbegrenzing worden gedaan. Gemotiveerd zal zijn dat voldaan wordt aan de voorwaarden voor herbegrenzing.
Voor wat betreft de realisatie van de bedrijfswoning is gemotiveerd dat in de huidige situatie reeds
sprake is van een bedrijfswoning. Deze bedrijfswoning is ook bestemmingsplanmatig toegestaan,
waarmee planologisch geen extra bedrijfswoning wordt toegestaan. Feitelijk wordt deze verplaatst van
inpandig naar vrijstaand, maar bestemmingsplanmatig wijzigt hier niets. Tekstueel is dit in de
ruimtelijke onderbouwing verduidelijkt ten opzichte van het voorontwerp.
Over de vooroverlegreactie is contact gezocht met de provincie. De provincie heeft toegezegd om samen met de gemeente in overleg te gaan met de initiatiefnemer over de verschillende aspecten van de vooroverlegreactie. Een belangrijk onderdeel hierbij is de compensatie van de NNB. Initiatiefnemer zou hiervoor gronden op het oog hebben die aangekocht kunnen worden. Met de initiatiefnemer is daarop de volgende afspraak gemaakt: het plan Fuik 24 gaat met een verbeterde onderbouwing mee in het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied, herziening december 2023. Wanneer de provincie een zienswijze tegen dit ontwerpbestemmingsplan indient, en er niet tegemoet gekomen kan worden aan deze zienswijze, dan zal het bestemmingsplan voor de locatie Fuik 24 niet worden vastgesteld.
Kapelweg ong., Handel
Op grond van artikel 3.79 Iov dient de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimte kavel door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaats te vinden, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit. In verband hiermee merkt de provincie op dat het bewijsstuk van de aanschaf van een ruimte voor ruimte titel nog ontbreekt en daarmee nog niet wordt voorzien in de winst voor de omgevingskwaliteit.
Reactie
De bewijsstukken voor de ruimte-voor-ruimte woning worden aan het bestemmingsplan toegevoegd.
Koksedijk 6-10, Gemert
Deze ontwikkeling verhoudt zich in voldoende mate tot de provinciale ruimtelijke belangen, zodra voldoende wordt gemotiveerd dat de tweede bedrijfswoning niet langer benodigd is voor de bedrijfsvoering van de beoogde niet-agrarische functie.
Reactie
In de toelichting is onderbouwd dat een tweede bedrijfswoning niet langer benodigd is voor de bedrijfsvoering.
Pandelaar 75, Gemert
Deze ontwikkeling verhoudt zich in voldoende mate tot de provinciale ruimtelijke belangen, mede gezien de ligging van de planlocatie in bestaand Stedelijk gebied.
Reactie
De mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Peeldijk 43, Handel
Het plan voorziet ter hoogte van deze planlocatie in de mogelijkheden van permanente teeltondersteunende voorzieningen met een omvang van 6,3 ha. Een ruimere oppervlakte dan 3 ha ten behoeve van teeltondersteunende voorzieningen is bij uitzondering onder voorwaarden mogelijk. Deze voorwaarden zijn benoemd in artikel 3.54, lid 2 Iov. Een onderbouwing aan de hand van de in dat artikel genoemde voorwaarden ontbreekt in het geheel. Verder wijst de provincie erop om aangaande deze ontwikkeling expliciet advies aan te vragen, dan wel in overleg te treden met het waterschap onder verwijzing van de onder artikel 3.54, lid 2 Iov genoemde aspecten.
Reactie
Een onderbouwing aan de hand van artikel 3.54, lid 2 Iov is aan de toelichting toegevoegd.
Voor deze ontwikkeling is ook advies gevraagd bij het waterschap Aa en Maas (zie volgende paragraaf). Het waterschap heeft geen opmerkingen bij het grotere oppervlak aan teeltondersteunende voorzieningen.
Stippelbergseweg 55, De Mortel
Eerder heeft de provincie bij brief van 28 april 2022 gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan ‘Gemert-Bakel Buitengebied, herziening juni 2022’. In dat plan was de ontwikkeling aan de Stippelbergseweg 55 ook reeds opgenomen. In het nu voorliggende plan wordt voorzien in enige landschappelijke inpassing, maar ook in een groter oppervlak van de buiten het bouwperceel in Natuur Netwerk Brabant(NNB) gerealiseerde garage. Daarnaast vindt een beschrijving plaats over de wijze waarop beoogd wordt te voorzien in het vereiste van compensatie. Verder blijft de ontwikkeling nagenoeg gelijk. Aangezien de belangen van de bescherming van het NNB in het geding zijn en met name voor de garage redelijkerwijs alternatieven buiten het NNB (en binnen het vigerend bouwperceel) aanwezig zijn, blijft vooralsnog de eerder toegestuurde reactie gestand en dient deze hier als aangehaald te worden beschouwd. De provincie acht nader overleg over deze ontwikkeling wenselijk voordat deze ontwikkeling verder in procedure wordt gebracht.
Reactie
De opmerking dat sprake is van een onomkeerbare situatie, die de provincie liever niet had gezien, wordt voor kennisgeving aangenomen. Ook de gemeente had dit liever anders gezien.
De voor de herbegrenzing noodzakelijke compensatie, fysiek of financieel, is uitgewerkt in paragraaf 3.2.2 van de ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie. Daarbij is van belang dat sprake is van een herbegrenzing om een kennelijke onjuistheid op de verbeelding van de Iov te repareren. De in de Iov opgenomen uitsparing in het NNB komt niet overeen met de feitelijke ligging van de woning en het woonperceel. De uitsparing wordt verplaatst naar het eigenlijke woonperceel, waarbij de woning en de bijbehorende garage binnen de uitsparing worden gebracht. De overige aanwezige bebouwing wordt gesloopt. De omvang van de uitsparing neemt daarbij af. De verschuiving heeft echter als consequentie dat een deel van het bestaande NNB komt te vervallen. Daarvoor is compensatie noodzakelijk. Gelet op de beperkte omvang van het te compenseren gebied NNB, heeft initiatiefnemer voor een financiële compensatie gekozen. Fysieke compensatie zou in dit geval nauwelijks een robuuste bijdrage leveren aan de natuurdoelen van het betreffende onderdeel van het NNB. De financiële compensatie is berekend op € 2.443,-. De financiële compensatie wordt geborgd door een tussen de initiatiefnemer en de provincie te sluiten overeenkomst. Op de gronden die aan het NNB worden toegevoegd, vindt een passende herinrichting plaats, die recht doet aan de natuurdoelen van het NNB ter plaatse. In paragraaf 3.2.2 van de ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is uitgewerkt op welke wijze de uitruil van de NNB plaatsvindt. Daarbij is ook duidelijk gemaakt dat niet alleen sprake is van uitruil, maar ook van uitbreiding van het NNB.
De voorgestelde landschappelijke inpassing acht de provincie passend. Ook deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. De landschappelijke inpassing blijft onderdeel uitmaken van het plan.
Over de locatie Stippelbergseweg 55 heeft het gevraagde nader overleg met de provincie plaatsgevonden. Bovenstaande reactie is op de uitkomsten van dat overleg gebaseerd.
Weijer 3-5 en Bocht 20, Milheeze
Ten aanzien van de omvang van bouwpercelen ten behoeve burgerwoningen zijn geen concrete bepalingen opgenomen. Wel is uiteraard het principe van zorgvuldig ruimtegebruik aan de orde. Met het oog daarop attendeert de provincie erop de ontwikkelingen kritisch te beschouwen voor wat betreft de concentratie van gebouwen en voorzieningen, waar mogelijk binnen de vigerende bouwpercelen.
Ten aanzien van de ontwikkeling aan de Bocht 20 verzoekt de provincie op te nemen dat ter plaatse enkel een grondgebonden teeltbedrijf is toegestaan en de mogelijkheid voor een veehouderij en overig agrarisch bedrijf in de Regels expliciet uit te sluiten.
Reactie
Bij de situering van de nieuw op te richten bebouwing is als uitgangspunt genomen dat het ruimtebeslag zo compact mogelijk is. Daarbij is wel van belang dat deels sprake is van bestaande bebouwing en een bestaand zwembad, die binnen het bestemmingsvlak moeten worden gebracht. De ligging daarvan is mede bepalend voor de vorm van het bestemmingsvlak. Daarnaast is bepalend de ligging van de bestaande inritten, in verband met de bereikbaarheid van de bijbehorende bouwwerken. De omvang van de bestemmingsvlakken die hiervan het gevolg zijn, zijn vergelijkbaar met de omvang van andere bestemmingsvlakken voor burgerwoningen in het buitengebied.
De mogelijkheid voor een veehouderij en overig agrarisch bedrijf op de locatie Bocht 20 wordt uitgesloten, waardoor voor deze locatie enkel de mogelijkheid voor een (vollegronds) teeltbedrijf resteert.
Zand ong., Bakel
Op grond van artikel 3.79 Iov dient de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimte kavel door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaats te vinden, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit. In verband hiermee merkt de provincie op dat het bewijsstuk van de aanschaf van een ruimte voor ruimte titel nog ontbreekt en daarmee nog niet wordt voorzien in de winst voor de omgevingskwaliteit.
De provincie heeft geconstateerd dat landschappelijke inpassing plaatsvindt en dat daartoe op de daarvoor beoogde gronden de aanduiding ‘Tuin’ wordt toegekend. In verband met evenwichtige toedeling van functies en de borging van de inpassing oppert de provincie een passender bestemming.
Reactie
De bewijsstukken voor de ruimte-voor-ruimte woning worden aan het bestemmingsplan toegevoegd.
Aan de gronden met de landschappelijke inpassing wordt de bestemming 'Groen' toegekend, met de aanduiding 'specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing'.
Snelle Loop - Serisweg, Gemert
Het betreft het herstellen van een omissie. De provinciale belangen zijn niet in het geding.
Geluidzone De Peel
Het betreft het herstellen van een omissie. De provinciale belangen zijn niet in het geding.
Esdonk 32, Gemert
De provincie is niet overtuigd dat er sprake is van een omissie. De Toelichting van het wijzigingsplan ‘Esdonk 32, Gemert’ in combinatie met het daarbij gevoegde landschappelijk inpassingsplan tonen juist aan dat het bouwperceel correct is opgenomen. Op basis van luchtfoto’s constateert de provincie dat bebouwing is gerealiseerd daar waar de landschappelijke inpassing plaats had moeten vinden. Gelet op het vorenstaande is de provincie van mening dat deze ontwikkeling als uitbreiding van een overig-agrarisch bedrijf aangemerkt en als zodanig onderbouwd moet worden. In dat geval merkt de provincie, vooruitlopend op nadere toelichting op dit planonderdeel, op dat de uitwerking, nadere motivatie en borging van de kwaliteitsverbetering van het landschap ontbreekt. De provincie verzoekt dit planonderdeel als volwaardige ruimtelijke ontwikkeling te onderbouwen en uit te werken.
Reactie
In de toelichting van het plan is met een nadere onderbouwing aangetoond, dat wel sprake is van een omissie. Daarmee is kwaliteitsverbetering van het landschap niet aan de orde.
Kreijtenberg 4a, Milheeze
Ook ten aanzien van dit planonderdeel is de provincie niet overtuigd dat het gaat om een omissie. In het vigerende en de drie daarvoor geldende bestemmingsplannen is nimmer een regeling opgenomen die een dergelijke inhoudsmaat toestond. Het betreft dus wat de provincie betreft de vergroting van de inhoudsmaat van de woning. In de Iov zijn geen bepalingen opgenomen ten aanzien van de inhoudsmaat van burgerwoningen. De provincie vertrouwt erop dat de gemeente daarmee bij een evenwichtige toedeling van functies zorgvuldig mee omgaat. Wel verzoekt de provincie deze ontwikkeling te onderbouwen aan de hand van het gemeentelijke kader ter uitwerking van de kwaliteitsverbetering van het landschap.
Reactie
De constatering van de provincie is niet correct. In het bestemmingsplan "Milheeze-Noord", dat voor het eerst de mogelijkheid tot de bouw van de woning (BIO-woning) op de locatie Kreijtenberg 4a juridisch vastlegde, zijn de bouwmogelijkheden door middel van een bouwvlak met bouwaanduiding 'vrijstaand' en goot- en bouwhoogte bepaald. Het oppervlak van de binnen het bouwvlak ingetekende bouwaanduiding bedroeg 156 m². De in de regels vastgelegde goot- en bouwhoogte bedroegen 3,5 m respectievelijk 10 m. Uitgaande van een zadeldak is binnen deze grenzen de bouw van een woning mogelijk ,met een maximum inhoud van circa 1.050 m3. Bij de achtereenvolgende vertalingen van deze bouwregelingen in de bestemmingsplannen "Buitengebied Gemert-Bakel 2013", "Buitengebied juli 2016" en "Gemert-Bakel Buitengebied 2017" is nagelaten deze omvang van de bouwmogelijkheden adequaat over te nemen en wederom vast te leggen. Hiervoor is in de diverse toelichtingen bij genoemde bestemmingsplannen geen onderbouwing en/of motivering opgenomen. Op basis daarvan blijft de gemeente van mening dat sprake is van een omissie en dat onbedoeld de bouwmogelijkheden zijn verkleind. Deze omissie wordt met deze bestemmingsplanherziening ongedaan gemaakt. Het vragen van kwaliteitsverbetering van het landschap is daarbij niet aan de orde.
Op 14 september 2023 heeft het waterschap Aa en Maas geregeerd op het voorontwerp bestemmingsplan Gemert-Bakel Buitengebied, herziening december 2023. Bij een aantal van de opgenomen ontwikkelingen heeft het waterschap opmerkingen gemaakt en vragen gesteld. Deze zijn hierna weergegeven.
Fuik 24, Handel
Op basis van gemeentelijk beleid wordt voorzien in een waterberging van circa 138 m3. In de toelichting wordt aangegeven dat gedacht wordt aan een wadi achter op het perceel, binnen het NNB. Op de verbeelding en het landschappelijk inrichtingsplan is de NNB aangeduid als bos. Hoe verhoudt zich dit met een wadi? Hoe diep kan de wadi/waterberging dan zijn? Hoeveel ruimtebeslag heeft de waterberging dan? En hoe wordt voorkomen dat de waterberging capaciteit verliest door bijvoorbeeld opeenhoping van afvallende bladeren?
Het waterschap viel nog op dat in de legenda van de verbeelding de aanduiding 'overige zone – in interim omgevingsverordening te verwijderen NNB' is opgenomen. Deze aanduiding is echter niet terug te vinden op de kaart. (op figuur 13 van de ruimtelijke onderbouwing staat de aanduiding wel).
Reactie
In paragraaf 5.2 van de ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is de wijze van waterberging nader beschreven. De benodigde capaciteit is daarbij bepaald, alsmede de wijze waarop daarin kan worden voorzien. Daarbij wordt gedacht aan een combinatie van een infiltratieriool en een wadi (als overloopvoorziening).
Pandelaar 75, Gemert
De beoogde woning is gelegen in een gebied dat in het bestemmingsplan is aangeduid als “Vrijwaringszone - invloedszone Peelrandbreuk”. Bouwen in deze zone is alleen toegestaan als van te voren advies is ingewonnen bij de provincie en het waterschap. Gezien de al aanwezige bebouwing, de ondiepe ontgraving die benodigd is voor de fundering van de woning en de aanleg van de wadi boven GHG zullen de hydrologische omstandigheden ter plaatse niet worden aangetast en is er vanuit hydrologisch oogpunt geen bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling.
Reactie
Het voorontwerp bestemmingsplan is voor advies voorgelegd aan provincie en waterschap. Zowel provincie als waterschap geven aan met de ontwikkeling in te kunnen stemmen.
Peeldijk 43, Handel
Toename verhard oppervlak
Uit de toelichting komt niet duidelijk naar voren of er een toename van het verhard oppervlak is en hoe er om wordt gegaan met het hemelwater. Enerzijds wordt gesteld dat: opvang van het hemelwater dat valt op de daken van de dierenverblijven (zowel in situatie 1 als situatie 2), zal worden opgevangen in een watersilo aan de achterzijde van de bedrijfsgebouwen. Dit water zal worden ingezet ten behoeve van de aardbeienteelt. Er wordt echter aangegeven dat de bedrijfsgebouwen worden gesloopt, dit is onduidelijk. Daarnaast staat in hoofdstuk 3 van het landschappelijk inpassingsplan: centraal op het perceel wordt een wadi ontwikkeld met een oppervlakte van 190 m2 m de gewenste 60 mm per m2 verharding op te vangen. Waarop is deze 190 m2 op gebaseerd?
Gevraagd wordt dan ook om een nadere toelichting van het verhard oppervlak in de bestaande en toekomstige situatie, de waterbergingsopgave die hierdoor mogelijk ontstaat op basis van de Keur of gemeentelijk beleid en hoe deze ingevuld kan worden.
A-watergang.
In de waterparagraaf mist een beschrijving van het oppervlaktewatersysteem. Het perceel grenst in het zuiden aan een A-watergang. Ten behoeve van beheer- en onderhoud geldt aan weerszijde van de A-watergang een beschermingszone van 5 meter waar regels vanuit de Keur gelden. Deze zone is op de verbeelding aangegeven als 'vrijwaringszone – waterloop'. Graag zou het waterschap dit ook in de toelichting terug zien.
Regionaal waterbergingsgebied
In paragraaf 4.8 wordt onder het kopje 'Waterkwantiteit' verwezen naar de consequenties voor het regionale waterbergingsgebied. Peeldijk 43 is niet gelegen in een regionaal waterbergingsgebied zoals aangewezen in de interim-omgevingsverordening Noord-Brabant.
GHG
Onder het kopje grondwaterstanden staat aangegeven dat de GHG niet relevant is. Omdat er in het landschappelijke inpassingsplan een wadi is opgenomen kan dit wel relevant zijn aangezien de bodem van een waterbergingsvoorziening boven GHG dient te worden aangelegd.
Reactie
Er kan sprake zijn van een toename in verhard oppervlak, binnen het bouwvlak zal een nieuw bedrijfsgebouw worden gebouwd. Bij de vergunningaanvraag zal worden geborgd dat deze hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld, bovendien wordt het water zoveel mogelijk opgevangen zodat dit hergebruikt kan worden voor de aardbeienteelt. Dit is toegevoegd in paragraaf 4.8 van de ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie.
Rekening gehouden dient te worden met de A-watergang en de bijbehorende ‘vrijwaringszone – waterloop’ ten zuiden van de planlocatie. De planlocatie is niet gelegen binnen de provinciale aanduiding ‘Regionaal waterbergingsgebied. Paragraaf 4.8 van de ruimtelijke onderbouwing is naar aanleiding van deze opmerkingen aangepast.
Vanwege het opnemen van een wadi in het planvoornemen voor de opvang en infiltratie van overtollig hemelwater dient de GHG beschouwd te worden. Een wadi dient immers boven de GHG te worden aangelegd. De GHG wordt eveneens behandeld in paragraaf 4.8 van de ruimtelijke onderbouwing.
Stippelbergseweg 55, De Mortel
Er nog wordt verwezen naar het oude waterbeheerplan. Inmiddels is het waterbeheerplan 2022-2027 vastgesteld.
Reactie
In de toelichting wordt verwezen naar het nieuwe waterbeheerplan.
Weijer 3-5 en Bocht 20, Milheeze
A-watergang
In figuur 24 van de ROB is de ligging van de oppervlaktewateren aangegeven. Hierop is de A-watergang met beschermingszones te zien. Aangegeven wordt dat deze watergang inclusief beschermgingszone op voldoende afstand is gelegen. Het waterschap wijst erop dat in de beschermingszone regels vanuit de Keur gelden die er op gericht zijn de zone vrij te houden van obstakels ten behoeve van het beheer en onderhoud van de watergang. In het landschappelijk inpassingsplan van Weijer 5 worden een aantal landschapsbomen en knotwilgen gepland in de buurt van de watergang. In het landschappelijk inpassingsplan van Bocht 20 wordt aan de zuidzijde een struweelbeplanting ingetekend. Bij beiden is niet duidelijk of die beplanting is gelegen in de 5 meter zone. Het waterschap vraagt de beplanting buiten de 5 meter te plaatsen. Indien de beplanting wel binnen de 5 meter zone zal komen te liggen dan moet hier een vergunning voor worden aangevraagd. De regels hiervoor zijn opgenomen in beleidsregel 3 van de Keur: “werken en objecten in de watergang en beschermingszone”. In het kort komt het erop neer dat beplanting alleen wordt toegestaan als het onderhoud er niet door wordt belemmerd of als het onderhoud van één zijde kan worden uitgevoerd en dit middels zakelijk recht wordt vastgelegd.
Profiel van vrije ruimte
In figuur 24 is aansluitend aan de watergang ook het 'profiel van vrije ruimte” aangegeven. In het voorontwerp is een nieuw bijgebouw ingetekend binnen het profiel van vrije ruimte. Het profiel van vrije ruimte is bedoeld om ruimte vrij te houden voor toekomstige ontwikkeling, bijvoorbeeld beekherstel van de nabijgelegen A-watergang. Voor het oprichten van een bijgebouw binnen het profiel van vrije ruimte is een watervergunning nodig. Vandaar het verzoek om deze vergunningplicht te benoemen in de plantoelichting en het advies om tijdig het vergunningverleningsproces op te starten.
Oppervlakte waterberging
De berekening van de oppervlakte van de benodigde waterberging lijkt niet helemaal te kloppen. Zo wordt voor de Weijer 5 uitgegaan van 300 m2 terwijl in een eerdere tabel wordt aangegeven dat de toename 150 m2 is. Voor Bocht 20 wordt een oppervlakte van 102 m2 met een capaciteit van 51 m3 berekend. (In het LIP 130 m2 met een capaciteit van 65 m3). Dit houdt in dat de waterschijf (boven GHG) dan 50 cm zou zijn. Eerder wordt aangegeven dat de GHG 40 cm is en dat er met een waking van 10 cm rekening wordt gehouden. De benodigde oppervlak is dan groter. Overigens zie het waterschap dat voor het inschatten van de GHG en GLG de kaarten uit de bodematlas van de provincie zijn gebruikt. Actuelere en gedetailleerdere gegevens zijn te vinden via de ondergrondmodellen van de wettelijke Basis Registratie Ondergrond.
Reactie
Naar aanleiding van de reactie is het landschappelijk inpassingsplan aangepast. Bij de locatie Bocht 20 wordt beplanting gerealiseerd binnen de 5 meter zone. In de ruimtelijke onderbouwing voor deze locatie is gemotiveerd dat het onderhoud van de A-watergang hierdoor niet belemmerd wordt. Tevens is beschreven dat dit middels zakelijk recht wordt vastgelegd.
In de ruimtelijke onderbouwing is beschreven dat een watervergunning dient te worden aangevraagd voor het oprichten van bijgebouwen binnen het profiel van vrije ruimte.
Naar aanleiding van de reactie is de berekening aangepast. Tevens zijn de ondergrondmodellen geraadpleegd van de wettelijke Basis Registratie Ondergrond.
Zand ong., Bakel
In paragraaf 5.2.1 wordt het beleid van het waterschap toegelicht, er wordt daarbij nog uitgegaan van het oude waterbeheerplan (2016-2021 in plaats van 2022-2027) en een oude norm voor toename verhard oppervlak (2000 m2 in plaats van 500 m2).
Reactie
In de toelichting wordt verwezen naar het nieuwe waterbeheerplan en de nieuwe norm.
Aerius-berekeningen
Het is wettelijk verplicht om bij vergunningverlening uit te gaan van de actuele versie van AERIUS. Vanaf 1 oktober 2024 is het wettelijk verplicht om AERIUS Calculator versie 2024 te gebruiken voor toestemmingverlening. De uitgevoerde berekeningen zijn hierop aangepast.
Tekstuele/redactionele aanpassingen
In de toelichting en regels is een aantal tekstuele en/of redactionele verbeteringen doorgevoerd teneinde de leesbaarheid te vergroten en onduidelijkheden te verhelpen.
Het ontwerpbestemmingsplan "Gemert-Bakel Buitengebied, herziening december 2023" heeft met ingang van 21 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In totaal zijn er negen zienswijzen ingediend. De gehele beantwoording van de zienswijzen is opgenomen in 'Bijlage I Nota van Zienswijzen' (bijlage bij raadsbesluit). Daarnaast zijn enkele ambtshalve aanpassingen voorbereid. In 'Bijlage II: Nota Ambtshalve wijzigingen' (bijlage bij raadsbesluit) is een overzicht van de ambtshalve aanpassingen opgenomen.
Vastgesteld bestemmingsplan versie -VA01
Tijdens de raadsvergadering van 4 juni 2024 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan "Gemert-Bakel Buitengebied, herziening december 2023" gewijzigd vastgesteld. Voor een totaal overzicht van alle wijzigingen zie 'Bijlage I: Nota van Zienswijzen' en 'Bijlage II: Nota Ambtshalve wijzigingen' behorende bij het raadsbesluit.
Bij de vaststelling is het plan voor de locatie Fuik 24 niet vastgesteld. De planontwikkeling voor deze locatie was op dat moment nog onvoldoende uitgewerkt en aangepast.
Vastgesteld bestemmingsplan versie VA-02
Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan "Gemert-Bakel Buitengebied, herziening december 2023" is door de provincie Noord-Brabant beroep ingesteld bij de Raad van State. Naar aanleiding daarvan heeft overleg met de provincie plaatsgevonden en is besloten het bestemmingsplan gewijzigd opnieuw vast te stellen. Deze gewijzigde vaststelling heeft plaatsgevonden op 27 mei 2025. Met de hierbij doorgevoerde wijzigingen werd tegemoet gekomen aan de beroepsgronden van de provincie, die met name zagen op de borging van de te bereiken ruimtelijke kwaliteitsverbetering, de onderbouwing voor de ontwikkeling op de locatie Peeldijk 43 en de landschappelijke inpassing van de locatie Esdonk 32.
Vastgesteld bestemmingsplan versie -VA03
Voor de locatie Fuik 24 is het bestemmingsplan op 25 september 2025 vastgesteld, nadat alsnog tot een voldoende uitwerking van de planvorming was gekomen. Dit heeft tot gevolg dat deze ontwikkellocatie in een afzonderlijke versie van het vastgestelde bestemmingsplan moet worden opgenomen.
Als gevolg van een en ander zijn de op 4 juni 2024 vastgestelde ontwikkelingen en herstelacties onderdeel van het vastgestelde bestemmingsplan, versie 1, met identificatie NL.IMRO.1652.Buitengebied122021-VA01. Door de gewijzigde vaststelling naar aanleiding van het beroep van de provincie Noord-Brabant op 27 mei 2025, is dit bestemmingsplan in zijn geheel vervangen door een versie 2, met identificatie NL.IMRO.1652.Buitengebied122021-VA02 . Onderdeel hiervan zijn:
De op 25 september 2025 vastgestelde ontwikkeling is onderdeel van het vastgestelde bestemmingsplan, versie 3, met identificatie NL.IMRO.1652.Buitengebied122021-VA03. Onderdeel hiervan is: