| Plan: | Bestemmingsplan rotonde James Wattstraat Hamelandweg Lichtenvoorde |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1586.BPBUI1514-VG01 |
Hoofdstuk 1 Algemene gegevens bestemmingsplan
Hoofdstuk 3 Bestaande en gewenste situatie
Hoofdstuk 5 Onderzoeksresultaten
Hoofdstuk 7 Juridische planbeschrijving
Hoofdstuk 8 Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid
| Bestemmingsplan rotonde James Wattstraat Hamelandweg Lichtenvoorde |
| Inlichtingen: |
| Afdeling Omgeving |
In 2012 is een onderzoek uitgevoerd door Royal Haskoning over de verkeersontsluiting in Lichtenvoorde Oost. De conclusie hiervan was dat de ontsluitingsstructuur van de oostzijde van Lichtenvoorde niet optimaal is. De huidige verkeersstructuur leidt tot diverse veiligheids-, leefbaarheids- en bereikbaarheidsknelpunten.
De verkeersafwikkeling op de huidige kruising Hamelandweg-James Wattstraat is matig. In de spits is het lastig om vanaf de James Wattstraat de Hamelandweg op te rijden. Een rotonde levert een bijdrage aan een betere verkeersafwikkeling. Daarnaast is het gewenst om het evenemententerrein Besselinkschans beter te kunnen ontsluiten. Daarom is een plan ontwikkeld voor het aanleggen van een rotonde op de Hamelandweg ter hoogte van de James Wattstraat. Dit plan voorziet tevens in een ontsluiting voor het landbouwverkeer en een vrijliggend fietspad.
Het plangebied is gelegen ten oosten van de Kern Lichtenvoorde, op de Hamelandweg ter hoogte van de James Wattstraat. De James Wattstraat vormt de oostelijke ontsluiting van zowel het bedrijventerrein De Kamp als het oostelijk deel van Lichtenvoorde.
Omgeving plangebied.
De Hamelandweg (N313) vormt de schakel tussen de N18 en Duitsland. Deze gebiedsontsluitingsweg is daarmee de belangrijkste grensoverschrijdende verbinding in de Achterhoek. Naast deze belangrijke doorgaande functie in het regionale wegennet verzorgt de N313 de ontsluiting van de kernen Lichtenvoorde, Vragender, Bredevoort en Aalten. De N313 loopt langs de oostzijde van Lichtenvoorde en ontsluit zowel het oostelijk deel van Lichtenvoorde als de bedrijventerrein De Kamp.
Vanaf het kruispunt James Wattstraat - Hamelandweg kan het verkeer vanaf de zijwegen tijdens de spitsperioden moeizaam de Hamelandweg op rijden. Hierdoor staat de veiligheid, maar ook de bereikbaarheid van met name bedrijventerrein De Kamp onder druk.
foto: vogelvlucht van het plangebied.
Het plangebied is deels gelegen in het 'Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011', met bijbehorend 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre' en deels in het 'Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Oost Gelre'. Het plangebied heeft grotendeels de bestemming 'Verkeer', maar ook de bestemmingen 'Wonen', 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en een heel klein stukje van de bestemming 'Groen' komen in het plangebied voor.
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan
Om de verkeersafwikkeling in het plangebied te verbeteren is een plan opgesteld om een rotonde te realiseren op de Hamelandweg ter hoogte van de James Wattstraat. Daarbij is aan de oostzijde een evenementenontsluiting gepland om het evenemententerrein Besslinkschans beter te ontsluiten. Rapport 'onderzoek ontsluiting Lichtenvoorde-Oost' geeft aan dat een aansluiting van het evenemententerrein op de N313 ontbreekt. De ontsluiting van het terrein is momenteel niet optimaal. De aansluiting hoeft niet permanent gebruik te worden. De gemeente Oost Gelre streeft dan ook naar een 'tijdelijke' aansluiting welke specifiek tijdens evenementen te openen is en de rest van het jaar gesloten is.
De oostzijde van de rotonde wordt tevens toegankelijk voor landbouwverkeer. Deze toekomstige oversteek sluit binnen de bebouwde kom beter aan, namelijk op een weg met een ontsluitingsfunctie, de James Wattstraat. De oostzijde van de rotonde wordt tevens toegankelijk voor landbouwverkeer.
Daarnaast wordt er een vrijliggend fietspad gerealiseerd, zodat er een veilige oversteekmogelijkheid voor fietsers ontstaat.
De nieuwe situatie ziet er als volgt uit:
Afbeelding: nieuwe inrichting plangebied
De nieuwe inrichting van het plangebied past niet binnen de huidige bestemmingsplannen. Met een herziening van het bestemmingsplan kan alsnog medewerking worden verleend aan het plan.
De gemeenteraad heeft op 17 december 2013 besloten de aanleg van de rotonde mogelijk te maken. Het college van Burgemeester en Wethouders heeft vervolgens op 18 oktober 2016 besloten medewerking te verlenen aan het opstellen van een bestemmingsplan voor de aanleg van een rotonde ter vervanging van de huidige kruising Hamelandweg-James Wattstraat. Daarbij heeft het college vastgesteld dat er in aanvulling op de raadsbesluiten van 16 april 2013 en 17 december 2013 naast een evenementenontsluiting ook een ontsluiting voor het landbouwverkeer en een vrijliggend fietspad worden gerealiseerd. Daarnaast worden maatregelen genomen voor landschappelijke inpassing.
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische en beleidskaders van toepassing op het plangebied.
De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten.
De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. Het plan heeft ook geen negatieve gevolgen voor eventuele Vogelrichtlijngebieden.
De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones.
Op basis van de Habitatrichtlijn zijn de zogenaamde Natura2000-gebieden aangewezen. Op ruim drie kilometer afstand van het plangebied ligt het Natura2000 gebied Korenburgerveen. Er is geen sprake van een (direct) ruimtelijk effect van de omlegging van de weg op het Korenburgerveen. Indirect zijn er ook geen negatieve effecten te verwachten. Een mogelijk indirect effect zou kunnen ontstaan door een toenemende uitstoot van en neerslag van stikstofoxiden (NOx) op het Korenburgerveen. Omdat hier sprake is van een verlegging van een bestaande weg die als doel heeft bestaand verkeer over een andere route te laten rijden is er geen effect te verwachten op het Korenburgerveen. Uit het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat ter plaatse van het project geen sprake is van overschrijding van de grenswaarden uit de Wet Luchtkwaliteit. In de toekomstige zichtjaren daalt de concentratie luchtverontreinigende stoffen. De jaargemiddelde concentraties blijven ver onder de grenswaarden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uursgemiddelde concentratie voor PM10 blijft ruim onder het toegestane aantal. Aan de eisen uit het Wet luchtkwaliteit wordt dus voldaan.
Het totale luchtkwaliteitsonderzoek is opgenomen in Bijlage 8 Luchtkwaliteitsonderzoek.
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Het verdrag is uitgewerkt in de Wet op de archologische monumentenzorg. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. Gemeentes moeten bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houden met aanwezige en te verwachten monumentale- en archeologische waarden.
Het verdrag van Valletta is op gemeentelijk niveau verder uitgewerkt in een gemeentelijk beleid en kaart archeologische verwachtingswaarden. In paragraaf 5.6 Cultuurhistorie en archeologie wordt hier nader op ingegaan.
De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn:
Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving.De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen.
In paragraaf 5.2 Watertoets is nader ingegaan op de concrete wateraspecten van dit plan.
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tussen nu en 2040. Met deze visie trekt de Rijksoverheid een beleidslijn door die al met de Nota Ruimte werd ingezet, namelijk een verdere concentratie (voor wat betreft beleidsbemoeienis en investeringen) op de ruimtelijke ordening van de hoofdinfrastructuur van Nederland, te weten de havens, Schiphol, belangrijke wegen, spoorwegen, waterwegen en andere netwerken die van wezenlijk belang zijn voor het economisch functioneren van het land. Daaronder vallen verder industriële en agrarische complexen van nationaal belang. Verder wil het Rijk zich concentreren op de maatregelen die noodzakelijk zijn om het land te beschermen tegen de zee.
Voor verstedelijking en economische activiteiten gaat het Rijk nog steeds uit van de bundelingsstrategie. Daarbij wordt voldoende aanbod van ruimte gereserveerd voor stedelijke functies en bij de vraag aangesloten. Er wordt optimaal gebruik gemaakt van de ruimte die in het bestaande bebouwde gebied aanwezig is en er wordt ruimte geboden aan gemeenten om te kunnen bouwen voor de eigen bevolkingsgroei.
De provincies en gemeenten zijn meer dan voorheen verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening met betrekking tot verstedelijking, de afbakening van de bebouwde kommen en het landelijk gebied en het veilig stellen en de verschillende waarden van het landelijk gebied.
In de Structuurvisie is een aantal nationale belangen benoemd, de twee voor dit plan relevante belangen zijn:
Nationaal belang 10: ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten
Nationaal belang 13: zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Nationaal belang 10 heeft betrekking op onder meer de Nationale Landschappen. Het plangebied ligt in het Nationaal Landschap Winterswijk. In paragraaf 5.4 Kernkwaliteiten Nationaal Landschap is hier nader op ingegaan.
Met de aanwonenden en grondeigenaren heeft overleg plaatsgevonden over de voorgenomen wijziging van de weg. Het bestemmingsplan doorloopt de gebruikelijke wettelijk verplichte procedure.
In december 2015 is de Omgevingsvisie vastgesteld. De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn:
1. een duurzame economische structuur;
2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving.
Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland.
De provincie en haar partners streven samen naar een duurzame mobiliteit: een systeem dat een sterke economie, welvaart en welzijn ondersteunt en rekening houdt met de kwaliteit van de leefomgeving. De opgaven die zij daarbij zien, zijn:
Mobiliteit is een onmisbare voorwaarde voor de ontwikkeling van welvaart en welzijn van onze samenleving. Het gaat daarbij om vlot en veilig vervoer van personen, betrouwbare (tijdsduur) en aantrekkelijke (beleving) verplaatsingen en verantwoorde distributie van goederen.
In december 2015 heeft de Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze verordening vormt samen met de tegelijkertijd vastgestelde Omgevingsvisie het ruimtelijk beleid en ziet toe op het veiligstellen van de provinciale belangen.
Een groot deel van de regels uit de verordening heeft betrekking op bebouwing (nieuwe woningen, bedrijventereinen en uitbreidingen van agrarische bedrijven). In dit geval wordt geen bebouwing opgericht. Een ander deel van de regels gaat over het beschermen van natuurgebieden (het Gelders NatuurNetwerk). Het plangebied ligt niet in het Gelders NatuurNetwerk. Deze regels zijn dus niet van toepassing. Alleen de regels voor het beschermen van het Nationaal Landschap zijn van toepassing.
Landschap
Het plangebied is gelegen in het Nationaal Landschap Winterswijk. Artikel 2.7.4.2. van de provinciale verordening gaat hier nader op in. In gebieden binnen een Nationaal Landschap kunnen slechts bestemmingen worden toegestaan, voor zover deze de kernkwaliteiten van het gebied niet aantasten, maar versterken. Als deze kernkwaliteiten wel worden aangetast, dan moet compensatie plaatsvinden. Bij deze planontwikkeling moet worden bezien of de kernkwaliteiten niet worden aangetast. In paragraaf 5.4 Kernkwaliteiten Nationaal Landschap zijn de kernkwaliteiten omschreven en is beschreven wat de gevolgen zijn voor de kernkwaliteiten door de geplande ontwikkeling.
In 2012 is een onderzoek uitgevoerd naar de ontsluitingsstructuur aan de oostzijde van Lichtenvoorde. De huidige verkeersstructuur leidt tot diverse veiligheids-, leefbaarheids en bereikbaarheidsknelpunten. De Vragenderweg wordt gebruikt als ontsluitingsweg van het oostelijk deel van Lichtenvoorde en de bedrijventerreinen De Kamp en Kamp-Zuid terwijl dit vanuit de gemeentelijke verkeersvisie ongewenst is. Deze ontsluitende functie leidt tot een relatief hoge verkeersdruk welke, in combinatie met de hoeveelheid vrachtverkeer richting de bedrijventerreinen, volgens aanwonenden tot overlast leidt. Op de N313, welke Lichtenvoorde-oost en Vragender ontsluit, is sprake van een bovengemiddelde hoeveelheid ongevallen. Daarnaast staat de bereikbaarheid van bedrijventerrein De Kamp vanwege een matige verkeersafwikkeling op het kruispunt James Wattstraat/N313 onder druk. Aan de oostzijde van de N313 is het evenemententerrein Besselinkschans gelegen. Een aansluiting van het evenemententerrein op de N313 ontbreekt momenteel.
Het onderzoek is uitgevoerd in overleg met de gemeente Oost Gelre, de provincie Gelderland, Vragender Belang, Industriële Kring Groenlo-Lichtenvoorde en de bewoners van de Vragenderweg en Aaltenseweg. In het onderzoek zijn verschillende varianten onderzocht. De gemeenteraad heeft op 7 januari 2013 gekozen voor variant F met een 3-taks rotonde of verkeerslichten, met tijdelijke 4e aansluiting tijdens evenementen. Op 17 december 2013 heeft de raad besloten om de kruising James Wattstraat - Hamelandweg als rotonde uit te voeren.
Het volledige onderzoek is opgenomen in Bijlage 3 Onderzoek verkeersontsluiting Lichtenvoorde Oost.
In het verkeersprogramma is het gemeentelijk verkeer- en vervoersbeleid vastgesteld. In dit nieuwe verkeersprogramma is gekozen voor een bredere insteek dan alleen een verkeerskundige insteek. De nieuwe insteek gaat uit van een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Vanuit deze integrale benadering zijn ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht.
In het Integraal verkeersprogramma zijn de wegen in categorieën ingedeeld. De James Wattstraat is aangewezen als zogenaamde gebiedsontsluitende weg. De weg verbindt de Lievelderweg met de Hamelandweg.
De verkeersafwikkeling op de huidige kruising Hamelandweg-James Wattstraat is matig. In de spits is het lastig om vanaf de James Wattstraat de Hamelandweg op te rijden. Een rotonde levert een bijdrage aan een betere verkeersafwikkeling. Daarnaast is het gewenst om het evenemententerrein Besselinkschans beter te kunnen ontsluiten.
Dit bestemmingsplan maakt deze ontwikkeling mogelijk.
Het Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024 is opgenomen in Bijlage 4 Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024.
In 2007 is het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) 'Groen licht voor het landschap' vastgesteld. Dit LOP biedt de mogelijkheid om de landschappelijke eenheid en kwaliteit in onze gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In dit LOP zijn de Kernkwaliteiten Waardevolle Landschappen meegenomen en zijn per deelgebied de kansen en bedreigingen aangegeven.
Op grond van het LOP is het perceel gelegen aan de rand van het dorpslandschap Lichtenvoorde. Kenmerkend voor Lichtenvoorde is de aaneenschakeling van woonwijken en voorzieningen langs historische wegen. De woonwijken zijn van het omliggende landschap afgesloten. Het dorp heeft veel horeca. In het centrum ligt nog de fundatie en een grachtenstelsel van het kasteel dat hier bij de 'licht voorde' lag, een doorwaadbare plaats in de beek. In het noorden vormt de N18 een belemmering in de overgang naar het ontginningslandschap met elzensingels en zandpaden. Ook in het oosten is het landschap, hier de overgang naar het plateau, moeilijk toegankelijk. Dit overgangsgebied naar het dorp Vragender op het plateau, is een patchwork van allerlei activiteiten. In het zuiden zijn meer mogelijkheden voor een koppeling met het landschap.
In het dorpslandschap Lichtenvoorde zijn op te poetsen en te beschermen parels aangegeven, zoals:
Daarbij zijn te stimuleren landschapselementen aangegeven, zoals:
Karakteristieke beplanting (met name eiken) enkele vergezichten sparen of herstellen zijn benoemd als aandachtspunten in het Landschapsontwikkelingsplan op de locatie van de te ontwikkelen nieuwe rotonde. Het verdwijnen groen ten noorden van de particuliere eigenaar maakt plaats voor aanplant van groen aan de noordzijde van de 4e tak van de rotonde, langs het toekomstige fietspad (zie schetsontwerp hieronder). Het groen bestaat uit inheemse eiken in de vorm van bomenrijen en bomenclusters. Er ontstaat een versterking van de karakteristieke beplanting. De positionering van het groen behoudt het vergezicht op het karakteristieke (Nationale Landschap), zorgt voor een verlenging van de bomenrij van de Vosdijk en accentueert het toekomstige fietspad. Het aanplanten van wilde, inheemse beplanting versterkt het streekeigen, landschappelijke karakter. Landschappelijke beplantingssoorten als brem of gagel zijn geschikt. In Bijlage 2 Landschappelijke inpassing is het gehele plan voor landschappelijke inpassing opgenomen.
Het gebied De Besselinkschans is landschappelijk en recreatief een aantrekkelijk gebied ten oosten van Lichtenvoorde. Het gebied is landschappelijk en cultuurhistorisch uniek voor de Achterhoek.
De hoofddoelstelling van de visie is: een ontwikkelingsrichting waarbij een optimaal gebruik voor nu en op de lange termijn centraal staat. Dat betekent voor De Besselinkschans dat recreatie (waaronder evenementen) en het recreëren een belangrijke positie innemen. Het “decor” hiervoor is een landschappelijk aantrekkelijk gebied. Hierdoor ontstaat een gebied dat tegen een stootje (=duurzaam) kan en tevens recreatief aantrekkelijk is.
De visie voorziet in de volgende subdoelstellingen:
1. De voor de Achterhoek unieke landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden in het gebied versterken op plekken waar dit mogelijk is, en het gebied recreatief verbinden met belangrijke toeristische trekpleisters in de omgeving waardoor er een recreatief netwerk ontstaat.
2. Het gebied geschikter maken voor evenementen door een helder planologisch kader en infrastructurele randvoorwaarden.
3. Een integrale oplossing voor de netwerken verkeer, water, natuur en recreatieve routes binnen de reikwijdte van de structuurvisie.
De laatste jaren zijn er meerdere grote evenementen georganiseerd, met als bekendste de Zwarte Cross. Dit evenement heeft een landelijke uitstraling en heeft een positief effect op de Achterhoek als het gaat om economie, bekendheid en als een plek waar veel mogelijkheden zijn. Dit biedt kansen voor de toekomst. De ondernemers in het gebied maken plannen voor de toekomst en willen duidelijkheid over de planologische kaders.
De visie biedt een antwoord. Het gebied de Besselinkschans is hierbij ook belangrijk op een iets hoger schaalniveau, want enkele belangrijke netwerkstructuren lopen door het gebied. Het gaat om de netwerken verkeer, water, natuur en recreatieve routes. De visie voorziet in een integrale aanpak.
Eén van de onderdelen van de visie is het verbeteren van de verkeerssituatie. Hierbij wordt in de visie genoemd dat de aansluiting ter hoogte van de James Wattstraat verbeterd en opgewaardeerd moet worden om de bedrijventerreinen en het evenemententerrein beter te ontsluiten.
Het kruispunt ter plaatse van de James Wattstraat is ook opgenomen in de projectentabel bij de structuurvisie. Hierbij is ook vermeld dat hier reeds budget beschikbaar voor is.
De gemeenteraad heeft op 17 december 2013 besloten dat in afwijking op het raadsbesluit van 16 april 2013 het kruispunt James Wattstraat-Hamelandweg als rotonde uit te voeren. De extra kosten voor de aanleg van de rotondes zijn opgenomen in de meerjarenbegroting 2015-2018.
In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag ook bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden als het gaat om weginfrastructuur (niet zijnde een autosnelweg of autoweg) zijn:
De volgende drempelwaarden zijn van belang:
Gezien de beperkte lengte en het aantal rijstroken is de beoogde infrastructurele ingreep niet mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig.
Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de volgende paragrafen zijn opgenomen. Voor het project is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit milieueffectrapportage.
Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. In het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Rijn en IJssel staat het beleid beschreven op een drietal hoofdthema's. Voor het thema Veiligheid is bescherming tegen hoog water op de rivieren het speerpunt. Het functioneren van de primaire en regionale waterkeringen staat hierbij centraal. Het thema Watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden - Bergen - Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'.
Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft Waterschap Rijn en IJssel naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.
Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er is meer ruimte nodig voor het waterbeheer van de toekomst. Ook op andere terreinen, zoals recreatie, wonen en landbouw speelt water een centrale rol. Het waterschap wil in het watertoetsproces vroegtijdig meedenken over de rol van het water in de ruimtelijke ontwikkeling en wil samen met de gemeente op zoek naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving.
Hierna is de watertoetstabel van het Waterschap Rijn en IJssel opgenomen met alle relevante waterthema's:
| Thema | Toetsvraag | Relevant |
| HOOFDTHEMA'S | ||
| Veiligheid |
1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? |
Nee Nee |
| Riolering en Afvalwaterketen | 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m3/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het waterschap? |
Nee Nee Nee |
| Wateroverlast (oppervlaktewater) |
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500 m2? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? |
Nee Ja Nee Nee |
| Oppervlakte- waterkwaliteit |
1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd? | Nee |
| Grondwater- overlast |
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? |
Nee Nee Nee |
| Grondwater- kwaliteit |
1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? | Nee |
| Inrichting en beheer |
1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? |
Nee Ja |
| Volksgezondheid | 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? |
Nee Nee |
| Natte natuur | 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? |
Nee Nee Nee Nee |
| Verdroging | 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? | Nee |
| Recreatie | 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? | Nee |
| Cultuurhistorie | 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig? | Nee |
Het thema 'wateroverlast' is relevant omdat het verhard oppervlak toeneemt. De bestaande bermsloot wordt deels gedempt en vervangen door een nieuwe bermsloot. Het hemelwater dat van het wegdek afstroomt zal via de bermsloot geïnfiltreerd en afgevoerd worden naar een nabijgelegen watergang van het waterschap. De oppervlakte verharding neemt daarmee met circa 1.000 m2 toe. De nieuwe watergang zal voldoende capaciteit (T=10+10% = 40 mm berging; bij een toename van verharding van 1.000 m2 resulteert dit in een berging van 40 m3 water) krijgen om hemelwater te infiltreren, piekafvoeren aan te kunnen en voldoende bergingscapaciteit krijgen om wateroverlast op maaiveldniveau te voorkomen. De nieuwe watergang bergt het water tot 40 mm en kan het water daarna vertraagt afvoeren conform de afvoernorm van 0,8 l/s/ha.
Bij de uitvoering van het project zal afstemming plaatsvinden met het waterschap over het project 'optimalisatie watersysteem brongebied Baakse Beek omgeving Lichtenvoorde' dat ook in en nabij het plangebied plaatsvindt.
Onderzoek naar de bodemgesteldheid moet plaatsvinden als er een verblijfsruimte voor personen wordt opgericht. In deze situatie worden geen verblijfsruimten voor personen opgericht zodat onderzoek naar de gesteldheid van de bodem niet noodzakelijk is.
Ten behoeve van de verwerking van eventueel vrijkomende grond wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit bodemkwaliteit.
Het plangebied ligt in het Nationaal Landschap Winterswijk. In artikel 2.7.4.2. van de provinciale Omgevingsverordening is bepaald dat alleen bestemmingen mogelijk zijn die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten.
Het Nationaal Landschap Winterswijk heeft de volgende kernkwaliteiten:
Toets aan de kernkwaliteiten
Het kleinschalige, organisch begroeide halfopen landschap afgewisseld met bosjes, houtwallen, landbouwgroen, lanen, beken en boerderijen blijft gehandhaafd. Dit is de voorwaarde binnen het artikel 2.7.4.2 Nationaal landschap.
Het huidige groen ten noorden van de particuliere eigenaar moet wijken. Van oorsprong is het groen mogelijk beoogd als een hakhoutsingel, maar gezien het achterstallige onderhoud is het hakhout inmiddels van een dusdanige omvang dat het bestaat uit overstaanders met her en der wat onderbegroeiing. Soorten als berk, eik en beuk vertegenwoordigen de singel. De aanleg van de nieuwe rotonde met de evenementen/landbouwontsluiting biedt nieuwe kansen voor het groen. Het groen komt terug aan de noordzijde van de evenementen/landbouwontsluiting van de rotonde. Dit komt ten goede aan het kleinschalige, halfopen landschap. Bewust géén aanplant aan de Heringsgaweg zodat de doorkijkjes naar het landschap in tact blijven. Versterken en verbinden van de groenstructuur door het groen letterlijk over de Hamalandroute te tillen en de grens van industrieterrein en Nationaal Landshap af te zwakken.
De bomenrij ten noorden van de evenementen/landbouwontsluiting langs het toekomstige fietspad versterkt de aanwezige groenstructuur van de bomenrij aan de Vosdijk. Het fietspad krijgt daarmee ook een extra accent en de bomenrij vormt de organische route van het fietspad. De inheemse eiken zijn karakteristiek voor het Achterhoekse landschap en bovendien wordt de potentiele vliegroute van vleermuizen in stand gehouden. Het aanplanten van wilde, inheemse beplanting versterkt het streekeigen, landschappelijke karakter. Landschappelijke beplantingssoorten als brem of gagel zijn geschikt.
In het kader van de herinrichting van de rotonde verricht de gemeente enkele kleine aanpassingen op het gebied van toegankelijkheid en groen nabij het bedrijf aan de Albert Schweitzerstraat.
Conclusie is dat het project de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap niet aantast. In Bijlage 2 Landschappelijke inpassing is de tekening met de landschappelijke inpassing opgenomen. Met een zogenaamde voorwaardelijke verplichting is de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassingsmaatregelen vastgelegd in de planregels.
In opdracht van de provincie Gelderland is op 21 maart 2016 een quickscan flora en fauna uitgevoerd vanwege het voornemen om aanpassingen te verrichten aan de Hamelandweg in Lichtenvoorde. Het gaat hierbij om twee locaties. Het onderzoek is naast voor de locatie James Wattstraat ook uitgevoerd voor de locatie Vragenderweg, waar een keerlus gerealiseerd wordt. In verband met deze ontwikkelingen is een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en -beleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de natuurbescherming. De eerste stap in deze toetsing is de quickscan flora en fauna. De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en -beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.
Op basis van deze quickscan wordt geen toetsing van de effecten van de ontwikkeling op beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebied en/of Ecologische Hoofdstructuur) noodzakelijk geacht. Beschermde (Flora- en faunawet) soorten worden wel verwacht.
Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat het onderzoeksgebied een potentiële habitat biedt voor een aantal beschermde soorten. Hoewel er geen gerichte veldinventarisatie heeft plaatsgevonden, is op basis van de beschikbare literatuurgegevens en een veldbezoek vastgesteld dat het terrein mogelijk van belang is voor enkele licht beschermde soorten (tabel 1-soorten) en voor strikter beschermde broedvogels. In Bijlage 5 Flora en Fauna onderzoek is het onderzoek opgenomen.
Licht beschermde soorten
De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van enkele soorten van tabel 1 van de Flora- en faunawet. Dit heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling. Een ontheffing Flora- en faunawet is daarom niet noodzakelijk.
Rekening houden met vogels
Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Flora- en faunawet een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden.
Conclusie
Er zijn geen directe belemmeringen voor het realiseren van de rotonde. Wel dient er rekening gehouden te worden met verstorende werkzaamheden binnen het broedseizoen.
In het kader van de zorgplicht zijn de volgende maatregelen noodzakelijk:
De Monumentenwet 1988 bevat de implementatie in de Nederlandse wetgeving van het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed, (ook wel het Verdrag van Malta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het Verdrag in 1992 door verscheidene EU-lidstaten is ondertekend). De Monumentenwet 1988 verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden, rekening te houden met de in de bodem aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden.
IKAW en AMK
Archeologische waarden zijn in Nederland veelal onzichtbaar, omdat ze grotendeels verborgen liggen in de bodem, waardoor ze niet eenvoudig te karteren zijn. Voor de onbekende waarden heeft Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) opgesteld. Voor de bekende waarden is de Archeologische Monumentenkaart (AMK) opgesteld.
Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient direct door te werken in het bestemmingsplan. Deze kaart is doorvertaald in het bestemmingsplan voor het buitengebied. Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied.
Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van eeen dubbelbestemming is de voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld.
Bij aanleg van de rotonde zullen, afhankelijk van de bodemgesteldheid, bodemingrepen dieper dan 30 centimeter plaatsvinden. Ook zal de oppervlakte van 100 m2 worden overschreden. Wel is een groot deel van de bodem al geroerd door de aanwezigheid van de weg en bomen. De wortels van deze bomen verstoren de bodem en hebben eventuele archeologische resten verstoord of vernietigd. Bij het kappen van de bomen, het verwijderen van de stobben van de bomen, het dempen van de sloot, het aanleggen van de nieuwe weg met bermen, het aanplanten van nieuwe bomen zal de bodem geroerd worden over een grotere oppervlakte dan 100 m2 en een diepte van 30 centimeter onder maaiveld. Voor dit bestemmingsplan is daarom in opdracht van gemeente Oost Gelre door Econsultancy een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de rotondes Vragenderweg en James Wattstraat te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de archeologische verwachtingswaarde is binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, is men verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren.
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder de ligging in een gebied waar daluitspoelingswaaiers (plaatselijk) zijn afgedekt met dekzand verhoogde de kans daarop. Voor de zuidelijke deellocatie en het zuidelijke deellocatie werd de kans op aanwezigheid van archeologische waarden echter laag geacht. Voor het noordelijke deel van de noordelijke deellocatie gold een middelhoge tot hoge verwachting op basis van het bureauonderzoek.
De aangetroffen bodemopbouw bevestigt de gespecificeerde verwachting. In de zuidelijke deellocatie zijn bodemprofielen aangetroffen die wijzen op (zeer) vochtige bodemcondities. Mogelijk is hier sprake geweest van aftopping van het bodemprofiel. Het uiterst westelijke deel ligt op de overgang naar een gebied met veldpodzolgronden. Op basis van de aangetroffen bodemopbouw blijft de lage verwachting behouden.
Ter plaatse van de zone met hoge verwachting zijn, ten oosten van de Hamelandweg, hoge zwarte enkeerdgronden aangetroffen, met daaronder een restant van een goed ontwikkeld podzolprofiel in dekzand. Hier wordt de middelhoge tot hoge verwachting bevestigd. Ten westen van de Hamelandweg bleek het bodemprofiel diep verstoord.
Kaart met gespecificeerde verwachting
Selectieadvies
Econsultancy adviseert om ter plaatse van de zone met middelhoge tot hoge verwachting, ten oosten van de Hamelandweg en ter plaatse van de geplande bodemingrepen, een karterend booronderzoek uit te voeren om dit deel van het plangebied systematisch te onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Verder wordt geadviseerd om de overige delen van het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen.
In Bijlage 6 Archeologisch onderzoek is het volledige onderzoek opgenomen.
In verband met de huidige eigendomssituatie kan het vervolgonderzoek op dit moment nog niet worden uitgevoerd. Er wordt echter een beschermende regeling opgenomen, waaruit volgt dat het onderzoek voor uitvoering van het plan alsnog moet worden uitgevoerd.
In opdracht van de gemeente Oost Gelre is heeft adviesburo Van der Boom op 24 mei 2016 onderzoek gedaan naar de geluidbelasting door wegverkeer op de maatgevende omliggende woningen voor en na de beoogde herinrichting. Daarbij is bepaald of woningen een verhoogde geluidbelasting ondervinden van 3 dB of meer zodat sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet Geluidhinder, en zo ja, met welke maatrelen een verhoging van 2 dB of meer kan worden voorkomen.
Er is sprake van een reconstructie indien wijzigingen aan een aanwezige weg leiden tot een verhoging van de hoogst toelaatbare geluidbelasting met afgerond 2 dB of meer. De hoogst toelaatbare geluidbelasting bedraagt in een reconstructiesituatie 48 dB op de gevels van woningen dan wel de heersende waarde indien deze hoger is dan 48 dB (art. 100 Wgh).
De geluidbelasting ten gevolge van de Hamelandweg op de maatgevende woning (Heringsaweg 7) neemt na aanleg van de rotonde met afgerond 1 dB toe. De geluidbelasting ten gevolge van de Vragenderweg op de maatgevende woning (Vragenderweg 57) neemt na aanleg van de rotonde met afgerond 1 dB toe. De geluidbelasting ten gevolge van de James Wattstraat op de maatgevende woning (James Wattstraat 14) neemt na aanleg van de rotonde met afgerond 0 dB toe.
Er is bij de aanleg van de rotonde daarom geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet Geluidhinder.
Omdat er geen sprake is van een reconstructie hoeven voor de woningen geen hogere waarden te worden aangevraagd. Er zijn ook geen geluidwerende voorzieningen aan de woningen nodig.
Het complete onderzoek is opgenomen in Bijlage 7 Akoestisch onderzoek.
Het tracé ligt binnen de geluidszone van het bedrijventerrein De Kamp. Aangezien een weg geen geluidgevoelige functie is, vormt de ligging binnen de zone geen belemmering. Een akoestisch onderzoek naar het aspect industrielawaai is dan ook niet noodzakelijk.
Paragraaf 5.2 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen), bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. Op 1 augustus 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden.
Op grond van artikel 5.16 Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit uitoefenen indien:
De reconstructie van een weg kan leiden tot gewijzigde intensiteiten op de omliggende wegen en daarmee gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit.
In opdracht van de gemeente Oost Gelre heeft adviesburo Van der Boom op 24 mei 2016 een onderzoek uitgevoerd naar de luchtkwaliteit voor en na de aanleg van de rotonde.
Onderzocht is of met deze ontwikkeling wordt voldaan aan de eisen voor de luchtkwaliteit conform de Wet Luchtkwaliteit met behulp van de NSL rekentool 2015. Daarbij is gebruik gemaakt van de verkeersgegevens zoals aangeleverd door de gemeente Oost Gelre. Hieronder is de conclusie van het onderzoek beschreven.
Uit de berekeningen blijkt dat ter plaatse van het project geen sprake is van overschrijding van de grenswaarden uit de Wet Luchtkwaliteit. In de toekomstige zichtjaren daalt de concentratie luchtverontreinigende stoffen. De jaargemiddelde concentraties blijven ver onder de grenswaarden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uursgemiddelde concentratie voor PM10 blijft ruim onder het toegestane aantal.
Luchtkwaliteitseisen vormen daarmee geen belemmering voor deze ruimtelijke ontwikkeling. Het volledige onderzoek is opgenomen in Bijlage 8 Luchtkwaliteitsonderzoek.
Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk:
In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. Deze AmvB sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). De toetsings- en bebouwingsafstand zijn vervangen door een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico (PR) en een oriëntatiewaarde voor het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat er binnen de risicocontour van 10-6 geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR wordt een oriëntatiewaarde als ijkpunt gehanteerd. Het GR in de omgeving van buisleidingen moet worden verantwoord. Dit geldt zowel voor bestaande situaties als voor ontwikkelingen die zorgen voor een toename van het GR.
In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig. De aanwezige risicobronnen op het bedrijventerrein zijn op grote afstand van het plangebied gelegen. Een nadere onderzoek naar dit aspect is niet nodig.
De Hamelandweg is aangewezen als een route voor het vervoer over de weg van gevaarlijke stoffen. De verkeersintensiteit blijft echter ongewijzigd.
In de directe omgeving van het plangebied liggen geen risicovolle buisleidingen.
Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn er dan ook geen belemmeringen voor de uitvoering van het project.
Nut en noodzaak
De N313 (Hamelandroute) vormt de schakel tussen de N18 en Duitsland. Deze gebiedsontsluitingsweg is daarmee de belangrijkste grensoverschrijdende verbinding in de Achterhoek. Naast deze belangrijke doorgaande functie in het regionale wegennet verzorgt de N313 de ontsluiting van de kernen Lichtenvoorde, Vragender, Bredevoort en Aalten. De N313 loopt langs de oostzijde van Lichtenvoorde en ontsluit zowel het oostelijk deel van Lichtenvoorde als de bedrijventerreinen welke voornamelijk aan de oostzijde van Lichtenvoorde zijn gelegen.
In 2012 is een onderzoek uitgevoerd door Royal Haskoning over de verkeersontsluiting in Lichtenvoorde Oost. De conclusie hiervan was dat de ontsluitingsstructuur van de oostzijde van Lichtenvoorde niet optimaal is. De huidige verkeersstructuur leidt tot diverse veiligheids-, leefbaarheids- en bereikbaarheidsknelpunten.
De verkeersafwikkeling op de huidige kruising Hamelandweg-James Wattstraat is matig. Vanaf het kruispunt James Wattstraat - Hamelandeweg kan het verkeer vanaf de zijwegen tijdens de spitsperioden moeizaam de Hamelandweg op rijden. Hierdoor staat de veiligheid, maar ook de bereikbaarheid van met name bedrijventerrein De Kamp onder druk.
Nieuwe inrichting plangebied
Om de verkeersafwikkeling in het plangebied te verbeteren is een plan opgesteld om een rotonde te realiseren op de Hamelandweg ter hoogte van de James Wattstraat. De raad heeft op 17 december 2013 besloten de aanleg van de rotonde mogelijk te maken. Het college van Burgemeester en Wethouders heeft vervolgens op 18 oktober 2016 besloten medewerking te verlenen aan het opstellen van een bestemmingsplan voor de aanleg van een rotonde ter vervanging van de huidige kruising Hamelandweg-James Wattstraat. Daarbij heeft het college vastgesteld dat er in aanvulling op de raadsbesluiten van 16 april 2013 en 17 december 2013 naast een evenementenontsluiting ook een ontsluiting voor het landbouwverkeer en een vrijliggend fietspad worden gerealiseerd. Daarnaast worden maatregelen genomen voor landschappelijke inpassing.
De nieuwe situatie ziet er als volgt uit:
Aan de oostzijde is een evenementenontsluiting gepland om het evenemententerrein Besslinkschans beter te ontsluiten. Deze evenemtenontsluiting kan alleen worden gebruikt ten tijde van evenementen. De oostzijde van de rotonde wordt tevens toegankelijk voor landbouwverkeer. Ook wordt er een vrijliggend fietspad gerealiseerd, zodat er een veilige oversteekmoglijkheid voor fietsers ontstaat. Het fietspad sluit aan op het fietspad aan de overkant.
Relatie met de aanleg van andere rotondes
Op de Hamelandweg worden in totaal drie rotondes aangelegd. Het gaat om de rotonde Kamp Zuid die van een 'driepoot' in een rotonde met vier poten wordt veranderd. De huidige kruising Hamelandweg-Vragenderweg wordt vervangen door een rotonde. De Vragenderweg wordt afgesloten voor vrachtverkeer. Direct ten westen van de rotonde wordt een keerlus aangelegd. Op de kruising Hamelandweg-James Wattstraat wordt ook een rotonde aangelegd. Deze rotonde krijgt drie 'volwaardige' poten en een ontsluiting - met een verkeerssluis- richting het evenemententerrein Besselinkschans. Deze ontsluiting wordt alleen gebruikt bij evenementen. Landbouwverkeer richting de aangrenzende agrarische gronden krijgt de mogelijkheid deze verkeerssluis te passeren.
Deze drie rotondes samen moeten de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid van de oostzijde van Lichtenvoorde verbeteren.
De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit -met inachtneming van het vorenstaande- zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.
Het digitale bestemmingsplan 'Bestemmingsplan rotonde James Wattstraat Hamelandweg Lichtenvoorde' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand NL.IMRO.1586.BPBUI1514-VG01met bijbehorende regels. De papieren plankaart (nu bekend als de analoge verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan) is getekend op een schaal 1:1.000 en omvat 1 kaartblad. Het kaartblad geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.
De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn:
Hoofdstuk 1: Inleidende regels
In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2).
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels
In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en eventueel bouwregels opgesteld. In het bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Verkeer' en 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' van toepassing.
Het plan voor de landschappelijke inpassing is als een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de planregels.
Daarnaast geldt de dubbelbestemming "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2" in verband met de archeologische verwachtingswaarde.
Hoofdstuk 3: Algemene regels
In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels
In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
In het bestemmingsplan is grotendeels de bestemming 'Verkeer' van toepassing. Binnen deze bestemming zijn wegen en paden, bermen, groenstroken, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De bouwwerken ten dienste van deze functies en elementen (zoals verkeersborden, lantaarnpalen en dergelijke) zijn ook toegestaan. Lantaarnpalen, verkeersborden en dergelijke mogen maximaal 10 meter hoog zijn. Informatiepanelen mogen maximaal 2,5 meter hoog zijn. Andere bouwwerken mogen maximaal 3 meter hoog zijn.
Voor een klein deel is de bestemming 'Agrarisch met waarden - landschapswaarden' van toepassing.
In verband met de archeologische verwachtingswaarde ligt op het plangebied de dubbelbestemming "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1" en "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2". In deze dubbelbestemming zijn regels opgenomen die de mogelijke archeologische waarden in de bodem beschermen.
Dit project is opgenomen in het uitvoeringsprogramma van het Integraal Verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024. Het project maakt onderdeel uit van een groter project, namelijk het realiseren van drie rotondes aan de Hamelandweg. Dit project maakt onderdeel uit van het investeringsprogramma. In de begroting zijn de budgetten voor deze projecten gereserveerd. Een deel van de grond moet nog worden aangekocht.
Dit bestemmingsplan is een gemeentelijk initiatief. Kostenverhaal is daarom niet aan de orde. Er is daarom geen exploitatieplan nodig.
Er is overleg geweest met aanwonenden over de aanleg van de rotonde en de aankoop van gronden hiervoor. Daarnaast is in het kader van het landschappelijk inpassingsplan overleg geweest met in naastgelegen bedrijven op bedrijventerrein De Kamp.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode is één zienswijze ingekomen. Deze zienswijze is samengevat en beantwoord in de zienswijzennota die is opgenomen in Bijlage 9. Daarnaast worden de ambtshalve wijzigingen ook beschreven in de nota inhoud en beantwoording zienswijzen.
Op basis van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg gevoerd worden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en de relevante diensten van provincie en Rijk. In het kader van vooroverleg is het bestemmingsplan toegestuurd aan Provincie Gelderland en Waterschap Rijn en IJssel en de opmerkingen zijn verwerkt.
Het ontwerpbestemmingsplan is toegestuurd aan de Provincie Gelderland en het Waterschap Rijn en IJssel. Beide instanties hebben aangegeven akkoord te zijn met het plan.