| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Biezenakker, Ulft |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1509.OP000008-VA01 |
Dit plan wijzigt het omgevingsplan Oude IJsselstreek in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan Oude IJsselstreek een hoofdstuk 22a TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Biezenakker, Ulft wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.
De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan Oude IJsselstreek. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22a TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Biezenakker, Ulft gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Biezenakker, Ulft gelezen worden.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in artikel 1.4. voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet.
De regels in afdeling 22.2 en afdeling 22.3 van Omgevingsplan Oude IJsselstreek zijn, voor zover die regels in strijd zijn met regels in onderhavig plan, niet van toepassing op de locatie, bedoeld in artikel 1.4.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Biezenakker, Ulft, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01.
Een kavel zoals aangegeven op de verkavelingskaart, inclusief eventuele overige gronden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, jn van toepassing op de locatie, bedoeld in artikel 1.4.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.2 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in artikel 2.4 tot en met artikel 2.57 gehanteerd.
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Biezenakker, Ulft met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01 van de gemeente Oude IJsselstreek.
Een geometrisch bepaald vlak dat in de regels is aangewezen voor een gebruiksdoel.
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
Een beroepsmatig uitgevoerde activiteit die is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten die in (een gedeelte van een woning of bijgebouw worden uitgeoefend door de bewoner van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Een beroepsmatig uitgevoerde activiteit die enkel is gericht op het leveren van diensten (op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied) dat in een (een gedeelte van) een woning of bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Document bestaande uit een aanbestedingsprotocol en een voorgenomen besluit tot gunning van werken, werkzaamheden en maatregelen ten behoeve van de inrichting van de openbare ruimte aan de hand waarvan het bevoegd gezag kan bepalen hoe is voldaan aan de aanbestedingsregels.
Document waarin is aangegeven hoe de aanbesteding van werken, werkzaamheden en maatregelen wordt vormgegeven op een dusdanige wijze dat de aanbesteding voldoet aan de Europese aanbestedingsrichtlijn voor overheidsopdrachten 2014/23/EU45 of het gestelde bij of krachtens de Aanbestedingswet 2012.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik of het bebouwen van deze gronden.
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
Een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer woningen.
Waarde van een terrein in verband met de zich (mogelijk) daarin bevindende oudheidkundige zaken.
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Een kleinschalige verblijfsaccommodatie, zonder kookgelegenheid, voor kortdurend recreatief verblijf waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en waarbij de ruimtelijke uitwerking of uitstraling van de B&B ondergeschikt is aan de woonfunctie waarbij de bewoner degene is die de B&B uitoefent.
Een onderneming gericht op het bedrijfsmatig produceren, bewerken, installeren, herstellen, opslaan en/of distribueren van goederen of op het bedrijfsmatig verlenen van diensten.
De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder.
Dit betreft koopwoningen met een prijsgrens tot maximaal € 382.000 (prijspeil 2026), die jaarlijks wordt geïndexeerd conform de CPI-prijsindex van alle huishoudens.
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, kelder, dakopbouw en/of zolder.
Een verzameling bij elkaar horende gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw dan wel twee of meer aaneen gebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen.
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Een grens van een bouwperceel.
Een clustering van bouwkavels, een en ander zoals aangegeven op de 11 Verkavelingskaart met woningbouwcategorieën.
Het geschikt maken van de grond voor bebouwing en voor de inrichting van de openbare ruimte'. De gronden moeten namelijk ook bouwrijp worden gemaakt voor o.a. aanleg wegen, fietspaden.
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één of meer huishoudens met een hulpbehoevende bewoner op het fysieke, psychische en/of sociale vlak eventueel met extra zorg en/of begeleiding, met bijbehorende voorzieningen, zoals een gemeenschappelijke ruimte en kantoor.
Het college van burgemeester en wethouders.
Het inkomen dat past bij sociale huurwoningen zoals die vallen onder Diensten van Algemeen en Economisch Belang, zoals bedoeld in de vrijstellingsregelingen van de Europese Unie over staatssteun.
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Afrekening ten opzichte van een op grond van een kostenverhaalsbeschikking betaalde kostenverhaalsbijdrage, als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°, van de Omgevingswet.
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen.
Dit betreft koopwoningen met een prijsgrens tot maximaal € 269.000 (prijspeil 2026), die jaarlijks wordt geïndexeerd conform de CPI-prijsindex van alle huishoudens.
De waarde zoals bedoeld in artikel 8.17 van het Omgevingsbesluit onderscheiden in:
Aanleg of aanpassing van openbaar toegankelijke straten, wegen, fietspaden, trottoirs, verlichtingen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, waterbergende en -afvoerende voorzieningen, waterpartijen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, het plaatsen van brandkranen, verkeers- en straatnaamborden, artistieke, sierende en overige inrichtingselementen.
De instandhoudingstermijn voor sociale huurwoningen is minstens 25 jaar en voor middenhuurwoningen minstens 10 jaar.
De kostensoorten, bedoeld in bijlage IV van het Omgevingsbesluit.
Beschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.
Geldsom die verschuldigd is op grond van een beschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.
Gebied als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet.
Activiteiten als bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit.
Het principe dat kosten slechts verhaald kunnen worden tot ten hoogste het bedrag van de opbrengsten, zoals vastgelegd in artikel 13.14, tweede lid, van de Omgevingswet.
Huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c lid 1 onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving (geliberaliseerde woning voor middenhuur).
De ruimte die bedoeld is voor gebruik of beleving door een ieder, zoals wegen en bermen, riolen, voet- en fietspaden, parkeerplekken, groenelementen dan wel plantsoenen of parken, speelplekken, straatverlichting, brandkranen, kunstwerken zoals bruggen en tunnels, duikers, elementen voor de buffering en/of afvoer van water (zowel boven- als ondergronds), waterpartijen.
Percelen waar de bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, van de Omgevingswet, worden verricht door een burger of een groep van burgers - in dat laatste geval georganiseerd als rechtspersoon zonder winstoogmerk of krachtens een overeenkomst - die tenminste een zakelijk recht op het gebruik van de grond verkrijgt waarbij de burger of rechtspersoon volledige zeggenschap heeft over en verantwoordelijkheid draagt voor het gebruik van de grond, het ontwerp en de bouw van de woning.
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof deze bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
Huurwoning met een huurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en artikel 5.161c lid 1 onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Een afrekening op verzoek van de houder van een kostenverhaalsbeschikking als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet.
De totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond.
Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten.
Het naar de definitieve vorm inrichten van de openbare ruimte, voor zover nodig ook nadat de bebouwing is voltooid.
door de initiatiefnemer van een kostenverhaalsplichtige activiteit uitgevoerde werken, werkzaamheden en maatregelen waarvan de kosten worden verrekend met toepassing van artikel 13.18, tweede lid, onder b, van de Omgevingswet aan de hand van Bijlage 9 SSK-raming.
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van het Omgevingsplan Oude IJsselstreek, gelden de volgende meetbepalingen:
De kortste afstand tussen de (zijdelingse) perceelsgrens en enig punt van een bouwwerk.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij het bepalen van de goothoogte worden ondergeschikte gootonderdelen, zoals bij een verhoogde entree/toegang, buiten beschouwing gelaten.
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen gebouwen tezamen.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, verticaal geprojecteerd op het horizontale vlak.
De diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf peil.
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwperceelgrens niet meer dan 1 m. bedraagt.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01 is aangewezen als Groen.
Een locatie die is aangewezen als Groen heeft de volgende functies:
Voor het gebruiken van gronden ten behoeve van een Ontsluiting voor (auto)verkeer gelden de volgende voorwaarden:
Voor het gebruiken van gronden ten behoeve van een fruitboomgaard gelden de volgende voorwaarden:
Voor het gebruiken van gronden ten behoeve van het telen van gewassen gelden de volgende voorwaarden:
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01 is aangewezen als Tuin.
Een locatie die is aangewezen als Tuin heeft de volgende functies:
Het is verboden om gronden te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 5.2 genoemde functies van de gronden.
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
Voor het bouwen van erfafscheidingen gelden de volgende regels:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01 is aangewezen als Verkeer en verblijfsgebied.
Een locatie die is aangewezen als Verkeer en verblijfsgebied heeft de volgende functies:
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01 is aangewezen als Woongebied
Een locatie die is aangewezen als Woongebied heeft de volgende functies:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 7.2 genoemde functies van de gronden.
Het is verboden om vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning of als afhankelijke woonruimte te gebruiken.
Voor het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een Aan huis verbonden beroepsactiviteit gelden de volgende voorwaarden:
In aanvulling op artikel 7.2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'voorwaardelijke verplichting spuiten' dat woningen niet in gebruik genomen mogen worden indien er op basis van artikel 26.2 Overgangsrecht gebruik de gronden binnen 50 m van de betreffende woningen gebruikt mogen worden ten behoeve van het bespuiten van gewassen met gewasbeschermingsmiddelen.
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
In aanvulling op artikel 7.5.2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'voorwaardelijke verplichting geluid' dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw niet eerder wordt verleend dan dat:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken onder de grond gelden de volgende regels:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van artikel 7.5.2 sub 2 onder b onder de voorwaarden dat:
De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01.
Het is verboden gewasbeschermingsmiddelen te spuiten.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het in stand houden van bouwwerken waarvan de maatvoering afwijkt van het bepaalde in dit TAM-omgevingsplan is toegestaan indien de bestaande maatvoering bestond op het moment dat dit artikel in werking is getreden en het bouwwerk is gerealiseerd overeenkomstig een daartoe verleende omgevingsvergunning.
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 Specifieke regels over functies en Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01 aangewezen als Leiding - Riool.
Een locatie die is aangewezen als Leiding - Riool heeft mede als functie het behoud, bescherming en veiligstelling van de rioolleiding.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten:
Het verbod van artikel 13.5.1 geldt niet voor de volgende aanlegactiviteiten:
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 Specifieke regels over functies en Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01 is aangewezen als Waarde - Archeologie.
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologie heeft mede als functie het behoud, bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in de bodem.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren.
Het verbod zoals opgenomen onder artikel 14.4.1 is niet van toepassing indien:
In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het Omgevingsplan Oude IJsselstreek, de volgende verplichtingen worden verbonden:
Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten:
Het verbod van artikel 14.6.1 geldt niet voor aanlegactiviteiten:
In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden:
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 Specifieke regels over functies en Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01 is aangewezen als Waarde - Archeologische verwachting 1.
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologische verwachting 1 heeft mede als functie het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren.
Het verbod zoals opgenomen onder artikel 15.4.1 is niet van toepassing indien:
In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het Omgevingsplan Oude IJsselstreek, de volgende verplichtingen worden verbonden:
Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten:
Het verbod van artikel 15.6.1 geldt niet voor aanlegactiviteiten:
In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden:
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 Specifieke regels over functies en Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01 is aangewezen als Waarde - Archeologische verwachting 2.
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologische verwachting 2 heeft mede als functie het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren indien de bouwactiviteit betrekking heeft op een bouwwerk groter dan 1.000 m2 en de bouwactiviteit gepaard gaat met een grondbewerking die dieper is dan 30 cm vanaf het maaiveld.
Het verbod zoals opgenomen in artikel 16.4.1 is niet van toepassing indien:
In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van dit omgevingsplan, de volgende verplichtingen worden verbonden:
Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten:
Het verbod van artikel 16.6.1 geldt niet voor aanlegactiviteiten:
In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden:
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 Specifieke regels over functies en Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01 is aangewezen als Waarde - Archeologische verwachting 3.
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologische verwachting 3 heeft mede als functie het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten uit te voeren indien de bouwactiviteit betrekking heeft op een bouwwerk groter dan 5.000 m2 en de bouwactiviteit gepaard gaat met een grondbewerking die dieper is dan 30 cm vanaf het maaiveld;
Het verbod zoals opgenomen in artikel 17.4.1 is niet van toepassing indien:
In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van dit omgevingsplan, de volgende verplichtingen worden verbonden:
Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift nadere eisen stellen aan de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten:
Het verbod van artikel 17.6.1 geldt niet voor aanlegactiviteiten:
In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden:
De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000008-VA01.
Aanlegactiviteiten zijn in beginsel zonder meer toegestaan, tenzij specifieke regels gelden op grond van Hoofdstuk 4 Regels ter bescherming van waarden en objecten. In dat geval moet worden voldaan aan de specifieke regels die gelden voor de desbetreffende aanlegactiviteit.
Het is toegestaan gronden bouwrijp te maken als deze werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente Oude IJsselstreek worden uitgevoerd.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden bouwrijp te maken, indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 19.1.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 19.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 19.2 wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 19.2 kunnen voorschriften worden verbonden.
Het is toegestaan gronden woonrijp te maken als deze werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente Oude IJsselstreek worden uitgevoerd.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden woonrijp te maken, indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 20.1.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20.2 wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20.2 kunnen voorschriften worden verbonden.
De regels in dit artikel gaan over fasering in deelgebieden en in tijd en zijn voor wat betreft de deelgebieden van toepassing ter plaatse van de locaties Fase 1, Fase 2A, Fase 2B, Fase 2C, Fase 3, Fase 4A en Fase 4B, zoals aangegeven op de Bijlage 6 Faseringkaart. De regels in dit artikel gaan ook over koppelingen tussen bouwrijp maken en het verlenen van omgevingsvergunningen voor het bouwen.
Voor de ontwikkeling van het kostenverhaalsgebied geldt de indeling in deelgebieden, zoals aangegeven op de Bijlage 6 Faseringkaart.
Voor de ontwikkeling van de deelgebieden geldt de fasering in tijd volgens onderstaande tabel.
| Fase | Bouwrijp maken | Verlenen omgevingsvergunning bouwen | Woonrijp maken |
| 1 | 2026-2028 | 2027-2028 | 2028-2029 |
| 2a en 2b | 2028-2029 | 2028-2029 | 2029-2031 |
| 2c | 2028-2029 | 2030-2030 | 2029-2031 |
| 3 | 2030-2033 | 2031-2034 | 2034-2035 |
| 4a en 4b | 2026-2033 | 2026 | 2034-2035 |
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op het gebied aangeduid als 'kostenverhaalsgebied'.
Bij de aanvraag voor een kostenverhaalsbeschikking worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Burgemeester en wethouders stellen eindafrekeningen op verzoek, als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet, eenmaal per jaar vast uiterlijk op 15 december. Verzoeken om een eindafrekening dienen ten minste 8 weken voor die datum te worden ingediend.
Bij het verzoek worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Voor het kostenverhaalsgebied geldt een tijdvak van een periode van 10 jaren, welk tijdvak ingaat op de prijspeildatum van 1 januari 2026.
De opbrengsten worden geraamd op het bedrag conform de hierna opgenomen tabel.
Tabel 1a Grondopbrengsten per eenheid van een uitgiftecategorie in euro's
Tabel 1b Grondopbrengsten voor het totaalaantal per uitgiftecategorie
Per eigenaar c.q. eigendom zijn de opbrengsten verdeeld conform de hierna opgenomen tabel.
Tabel 2 Grondopbrengsten per eigenaar/eigendom
Naast grondopbrengsten uit gronduitgifte ten behoeve van woningbouw zijn er subsidies, te weten een bijdrage van de provincie Geldereland (versnellingsgelden) en een bijdrage in verband met niet gesprongen explosieven (bommenregeling). Betreffende bijdragen zijn reeds ontvangen en bedragen respectievelijk € 17.500 en € 11.723.
De inbrengwaarden van de gronden met de daarop eventueel te slopen opstallen in het kostenverhaalsgebied zijn geraamd op de bedragen zoals opgenomen in de volgende tabel in de onderdelen:
Tabel 3 Inbrengwaarden gronden
Andere onderdelen dan bodemsaneringskosten van onderdeel d als bedoeld in de definitie van inbrengwaarden, zijn verdisconteerd in de raming zoals opgenomen in artikel 22.9.
Voor de kosten anders dan die van de inbrengwaarde zijn de bedragen geraamd als opgenomen in de volgende tabel.
Tabel 4 Overige kosten
Voor het toerekenen van rente, discontering en indexering van de kosten en opbrengsten zijn de parameters gehanteerd, uitgaande van een prijspeil van 1 januari 2025 en een einde van het in artikel 22.6 Tijdvak voor het kostenverhaal bedoelde tijdvak op 31 december 2035, alles conform de volgende tabel. Het grondprijsadvies als basis voor de grondopbrengsten en de taxatie inbrengwaarde hebben als waarde-peildatum 1 januari 2026.
Tabel 5 Parameters
Tabel 6 Contante kosten
Tabel 7a Contante opbrengsten per woningcategorie
Tabel 7b Contante opbrengsten per eigendom/eigenaar
Het bedrag aan totaal te verhalen kosten na toepassing van de macroaftopping bedraagt € 31.491.299, berekend door het totale niveau van de contant gemaakte kosten te nemen na aftrek van het subsidie, als overige opbrengstpost, en het totale niveau van de contant gemaakte kosten, alles conform de volgende tabel.
Tabel 8 Verhaalbare kosten
Op de locatie 'particulier opdrachtgeverschap' moeten de woning in Particulier opdrachtgeverschap gerealiseerd worden.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 26.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 26.1.1 met maximaal 10 %.
Het bepaalde in artikel 26.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het Omgevingsplan Oude IJsselstreek zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 26.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 26.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde in artikel 26.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het Omgevingsplan Oude IJsselstreek voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.