| Plan: | Tweede partiële herziening bestemmingsplan Larserknoop |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0995.BP00089-VG01 |
Het bestemmingsplan Lelystad Larserknoop voorziet in een hoofdontsluitingsweg voor de gebiedsontwikkeling van het bedrijventerrein Larserknoop. De ontsluitingsweg is tevens opgenomen in het Exploitatieplan. Deze weg was geprojecteerd in het verlengde van de huidige Pascallaan, maar inmiddels is dat niet meer het geval. De locatie van deze ontsluitingsweg verschuift nu naar de Meerkoetenweg, die daartoe wordt verbreed.
Ten behoeve van de uitvoering is het mogelijk om de verbreding daadwerkelijk uit te voeren, zonder dat het bestemmingsplan moet worden herzien. Vanwege de financiële kant van de ontwikkeling is het echter wel nodig om het bestemmingsplan aan te passen. Om de verhaalsmogelijkheden van de kosten goed vast te kunnen leggen wordt het exploitatieplan aangepast. In samenhang hiermee moet dan ook het bestemmingsplan op onderdelen worden herzien.
Voorliggende tweede partiële herziening van het bestemmingsplan 'Lelystad Larserknoop' voorziet hierin.
Ter plaatse van deze herziening gelden het bestemmingsplan 'Lelystad Larserknoop' (vastgesteld 28 september 2010) en het bestemmingsplan 'Partiële herziening bestemmingsplannen Lelystad - Larserknoop en Lelystad - Larserknoop reparatie' (vastgesteld 2 juli 2020).
Vanwege de wens om een deel van dit gebied te ontwikkelen tot een hoogwaardig bedrijventerrein en knooppunt van meerdere vervoersstromen, is op 28 september 2010 door de gemeenteraad van Lelystad het bestemmingsplan “Lelystad - Larserknoop” vastgesteld. Daarnaast zijn er afgelopen jaren op grond van nieuwe inzichten ook diverse wijzigingen doorgevoerd, zoals in de genoemde partiële herziening.
Beide bestemmingsplannen zijn dus in eerste instantie bedoeld als planologisch toetsingskader voor de realisatie van het bedrijventerrein Larserknoop. Daarnaast wordt ook de bestaande agrarische omgeving geregeld.
Afbeeldingen: verbeeldingen bestemmingsplannen 'Lelystad Laarserknoop' (links) en 'Partiële herziening bestemmingsplannen Lelystad - Larserknoop en Lelystad - Larserknoop reparatie' (rechts)
De voorliggende partiële herziening voorziet niet in nieuwe functies en bebouwing of in een uitbreiding van het programma. Het doel is om de verschuiving van een hoofdontsluitingsweg planologisch vast te leggen en om hierdoor een goede basis vast te stellen voor het kostenverhaal, dat met de derde structurele herziening van het exploitatieplan wordt vastgesteld. Daarnaast ontbreekt er op dit moment voor een bedrijfswoning door een omissie nog een bouwvlak en de functieaanduiding 'bedrijfswoning'. Het gaat om een bestaande bedrijfswoning. Voor hetzelfde perceel is eerder een tijdelijke vergunning voor horeca verleend. Deze wordt nu permanent in deze herziening van het bestemmingsplan vastgelegd. Tenslotte wordt een stuk groenbestemming vervangen door de aangrenzende bedrijfsbestemming zonder bouwvlak. Hiervoor is ook een tijdelijke vergunningaanvraag in afwijking van het bestemmingsplan aangevraagd en wordt nu permanent geregeld met deze herziening.
Het gaat om een partiële herziening van het bestemmingsplan. Dat betekent dat de onderdelen die geen deel uitmaken van deze herziening onveranderd van kracht blijven.
Afbeelding: plangrens tweede partiële herziening bestemmingsplan Lelystad Larserknoop
Zoals hiervoor aangegeven geldt voor deze tweede herziening, dat het bepaalde in de bestemmingsplannen 'Lelystad Larserknoop' (vastgesteld 28 september 2010) en 'Partiële herziening bestemmingsplannen Lelystad - Larserknoop en Lelystad - Larserknoop reparatie' (vastgesteld 2 juli 2020) met uitzondering van de hieronder beschreven wijzigingen onverkort van toepassing blijven. Het gaat hierbij om de volgende punten:
De hoofdontsluiting van het bedrijventerrein Larserknoop met maximaal 6 rijstroken wordt verplaatst van de huidige locatie op de kadastrale percelen Lelystad LLSOO - B - 45, 657, 803, 804, 806 naar de Meerkoetenweg. Op de huidige locatie wordt de bestemming verkeer met maximaal 6 rijstroken vervangen door de bestemming 'Agrarisch'. Dat is conform de werkelijk aanwezige situatie.
Op de nieuwe locatie aan de Meerkoetenweg ligt al een verkeersbestemming met voldoende rijstroken, zodat het bestemmingsplan hier slechts in een gedeelte met een bocht beperkt moet worden aangepast (zie volgende afbeelding). Eerder opgenomen gebiedsaanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied -1', die voorzag in de wijziging van de bestemming 'verkeer' naar 'agrarisch' of andersom, is niet meer nodig en komt daarom te vervallen.
Afbeelding: aanpassingen hoofdontsluiting Larserknoop
Per abuis is het bouwvlak op het agrarisch perceel aan de Meerkoetenweg 9, Kadastraal bekent als Lelystad LLSOO - B - 585, op de verkeerde plek aangebracht en daarnaast veel te klein. Gronden met bebouwing vallen hierdoor buiten het bouwvlak. In deze tweede partiële herziening wordt deze omissie hersteld en wordt het bouwvlak voor dit perceel vergroot, zodat de bebouwing binnen het bouwvlak komt te staan. Daarnaast wordt ter plaatse van de huidige bedrijfswoning de functieaanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen (zie volgende afbeeldingen). De functieaanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - grondgebonden agrarisch bouwperceel' (sa-gab) en 'specifieke vorm van agrarisch - bosbouw en/of houtteelt' (sa-bht) blijven conform het geldende bestemmingsplan behouden. Hierdoor blijft de agrarische bedrijfsvoering met ondergeschikte functies (zoals dagrecreatief medegebruik of een galerie) en bosbouw en houtteelt op het perceel mogelijk.
Afbeeldingen: huidig (links) en nieuw bouwvlak (rechts)
3. Horeca perceel Meerkoetenweg 9
Eerder is voor de schuren op dit percelen met tijdelijke vergunningen horeca mogelijk gemaakt en afgesproken, dat de horeca op termijn ook permanent geregeld zal worden. Dit gebeurt nu met deze partiële herziening. Op de verbeelding wordt de functieaanduiding 'horeca' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is dan horeca in de vorm van een restaurant/café met microbrouwerij en vergaderruimte conform verleende vergunningen toegestaan (zie vorige afbeelding).
Bij een microbrouwerij gaat het om een zeer kleinschalige ambachtelijke brouwerij (omvang hier: 75 m2), die een zeer beperkte hoeveelheid bier produceert (minder dan 5.000 hectoliter per jaar), vaak in combinatie met een café of restaurant (zoals dat hier het geval is), waar de producten ter plaatse geconsumeerd kunnen worden of in een bijbehorende bierwinkel gekocht kunnen worden.
Een vergaderruimte biedt ruimte voor vergaderingen en bijeenkomsten, workshops en andere kleine evenementen, zoals bijvoorbeeld een boekpresentatie of een familiefeest.
4. Bestemming "Groen" (artikel 7) verandert in de bestemming "Bedrijventerrein - 1" (artikel 5).
In de huidige situatie is er een vreemde uitstulping in de groenstrook op het perceel aan de Meerkoetenweg 6, aanwezig. Ter plaatse is de groenstrook daardoor deels ook breder dan de bestemming "Groen" in de aangrenzende percelen. Hierdoor zijn er bovendien ook minder parkeermogelijkheden buiten het bouwblok, waardoor er voor parkeerruimte ook binnen het bouwblok gezocht moet worden. Dat is niet wenselijk in het kader van efficiënt ruimtegebruik.
Afbeelding: het te veranderen gebied (geel omrand)
In de nieuwe situatie is de groenstrook een rechthoekig blok en net zo breed als bij de aangrenzende percelen. Hierdoor komt er ook een extra strook buiten het bouwblok beschikbaar voor verkeers-bewegingen en parkeerplaats op de eigen kavel.
Er ontstaan daardoor bij de bestemmingen rechte lijnen (hetgeen stedenbouwkundig te prefereren is) en meer parkeer- en manoeuvreerruimte, die niet ten koste gaat van de bebouwingsmogelijkheden.
De tweede partiële herziening voorziet niet in nieuwe functies of in een uitbreiding van het op grond van het moederplan reeds toegestane programma, zodat er ook geen effect ontstaat op het verkeer. Door het verplaatsen van de hoofdontsluitingsweg naar de Meerkoetenweg verandert de afwikkeling binnen het bedrijventerrein wel, maar de kwaliteit hiervan blijft ongewijzigd, zodat er geen negatief effect ontstaat op de afwikkeling van het verkeer. Er is geen (nieuwe) invloed op de bestaande geluidgevoelige functies (zie paragraaf 4.5).
Om sluipverkeer tegen te gaan zijn de volgende maatregelen voor de Meerkoetenweg getroffen:
In het kader van het moederplan is de bodemkwaliteit in het plangebied onderzocht. Geconcludeerd werd dat op basis van de beschikbare gegevens over de bodemkwaliteit er geen belemmeringen zijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Sindsdien hebben er geen bodemvervuilende activiteiten plaatsgevonden, zodat deze conclusie nog steeds van toepassing is. De tweede partiële herziening voorziet verder niet in nieuwe ontwikkelingen, zodat bodemonderzoek niet nodig is. In het kader van benodigde omgevingsvergunningen zal wel, zoals gebruikelijke, locatiespecifiek onderzoek nodig zijn.
Deze herziening voorziet niet in een toename aan verharding of in andere bebouwing dan het moederplan reeds toelaat. Één uitzondering vormt het perceel, waar met deze herziening rond 1.000 m2 groenbestemming vervangen wordt door de bedrijfsbestemming. Hier dient deze potentiële toename aan verharding met minimaal 50 m2 oppervlaktewater gecompenseerd te worden. Op het betreffende perceel is reeds aan de zuidwestzijde, parallel aan de Albert Plesmanlaan, water met een oppervlak van rond 600 m2 gerealiseerd.Door het schrappen van de verkeersbestemming voor de oorspronkelijke locatie van de hoofdontsluiting neemt de potentiële verharding met rond 9.600 m2 af. Door de verbreding van de Meerkoetenweg dient de toename van 3.600 m2 met 180 m2 extra waterberging gecompenseerd te worden. Deze compensatie is al binnen de watervergunning van het A6-district opgenomen, waar de waterbalans een overschot kent van rond 10.000 m2. OMALA houdt een actieve waterbalans bij.
Deze herziening heeft geen negatief effect op de waterhuishouding van het gebied. Nader onderzoek is niet nodig.
Op 16 augustus 2021 is voor dit plan de digitale watertoets doorgevoerd. Deze toets heeft het voorafgaande bevestigd. Op 21 oktober 2021 heeft het waterschap Zuiderzeeland een positief wateradvies afgegeven (zie Bijlage 1).
In het moederplan werd geconcludeerd dat er qua milieuzonering geen knelpunten zijn. De herziening voorziet niet in nieuwe functies of in bebouwing, die dichter bij andere functies komt, anders dan wat het moederplan reeds toelaat. De conclusie uit het moederplan verandert niet. Nader onderzoek is niet nodig.
Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe geluidgevoelige functies, zodat een akoestisch onderzoek niet nodig is. De hoofdontsluiting loopt nu langs woningen, maar hier is al op grond van het bestemmingsplan een weg mogelijk, zodat dit voor deze herziening niet tot een verslechtering van het geluidsniveau zal leiden. Voor de zorgvuldigheid is in mei 2021 een akoestisch onderzoek opgesteld (zie Bijlage 2). In de rekenmodellen is rekening gehouden met de nieuwe situatie (= afbuiging naar Ochoaweg), wegindeling en snelheid. De gebruikte verkeersintensiteit komt overeen met die van de provincie. Deze verkeersintensiteiten zijn duidelijk hogere dan de intensiteiten uit de verkeersgegevens van de gemeente. Voor de zorgvuldigheid is besloten om uit te gaan van een worst-case scenario en is gebruik gemaakt van de hogere verkeersintensiteiten op basis van de provincie.
Uit het akoestisch onderzoek is gebleken, dat vanwege de nieuwe verbindingsweg met de Ochoaweg wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB conform de Wgh.
Om uit te sluiten dat door de nieuwe aansluiting op de Ochoaweg lichthinder ontstaat voor omwonende, is in mei 2021 een lichthinderonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 3). Er is in dit kader sprake van twee aandachtspunten:
Naar aanleiding van het onderzoek, worden lichtmasten zodanig gepositioneerd, dat deze geen aanstraling kennen naar de bedrijfswoning in de omgeving. Om overlast door koplampen de voorkomen, zal in overleg met betreffende bewoners/eigenaren een dichte haag worden geplaatst. Dit betreft de wintergroene, zoals de Ligustrum Vulgare Atrovirens of een vergelijkbare haag. De te plaatsen haag zal circa 2 meter hoog zijn. Uit de lichtstudie blijkt dat daarmee lichthinder op de gevels van de betreffende bedrijfswoning wordt geminimaliseerd.
Vanwege de aanwezigheid van kabels en leidingen in de berm en de obstakelvrije afstand kan een grondwal en/of scherm (vaste constructie) niet worden aangebracht. Dit onderwerp vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze partiële bestemmingsplanherziening.
De bestemmingsplanherziening maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, anders dan reeds in het moederplan is toegestaan. Vaststelling van deze herziening leidt daarmee niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is niet nodig.
In het moederplan is het aspect externe veiligheid voldoende onderzocht en geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen geeft voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Voorliggende herziening voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op eerdere conclusies, zodat nader onderzoek niet nodig is.
Er bevinden zich geen cultuurhistorische waarden in het plangebied van deze herziening. Het gebied heeft ook een lage verwachting van eventueel aanwezige archeologische waarden. In het moederplan wordt geconcludeerd dat de aanwezigheid van archeologische waarden weliswaar niet voor 100% kan worden uitgesloten, maar dat gezien de landschapsgenetische context en de diepteligging de kans minimaal is dat behoudenswaardige vindplaatsen aanwezig zijn, laat staan verloren gaan. Gezien de uiterst lage verwachting is uitgebreider onderzoek voor dit gebied niet nodig.
De aanwezigheid van archeologische sporen kan echter nooit volledig worden uitgesloten. Bij de uitvoering van de bodemverstorende werkzaamheden dient men dan ook alert te zijn op de aanwezigheid van archeologische resten. Scheepswrakken kunnen in principe overal op de voormalige Zuiderzeebodem worden aangetroffen. De meeste scheepswrakken liggen relatief dicht aan het oppervlak van de voormalige Zuiderzeeafzettingen.
Indien tijdens de bodemverstorende werkzaamheden archeologische resten of (delen van) een scheepswrak worden aangetroffen dient het werk onmiddellijk te worden stilgelegd. Op grond van artikel 53 van de Monumentenwet 1988 dient melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), ARCHIS-meldpunt). In de Flevolandse praktijk fungeert het archeologisch depot in het Nieuwland Erfgoedcentrum als centraal meldpunt van archeologische vondsten.
Eventuele archeologische vindplaatsen dienen altijd op basis van algemeen geldende criteria te worden gewaardeerd alvorens een gefundeerde uitspraak over behoud of vervolgonderzoek kan worden gedaan. Naast conservering en zeldzaamheid, zijn bij de waardestelling met name gaafheid, informatiewaarde en ensemblewaarde van groot gewicht. Gezien de geringe omvang van het plangebied, de situering in het stedelijk gebied en de zeer diepe ligging (erosiekans) is de kans gering dat een eventuele archeologische vindplaats in het plangebied op deze laatste criteria hoog zal scoren.
Deze partiële herziening voorziet naast kleinere correcties vooral in de verschuiving van de locatie van de hoofdontsluitingsweg van het gebied naar de Meerkoetenweg. De Meerkoetenweg is reeds een weg, waardoor er in principe alleen sprake is van het wegvallen van een weg. Het verkeer komt hierdoor op een bestaande weg uit, waardoor per saldo niets verandert. Verder wordt niet voorzien in een verruiming of aanpassing van het reeds toegestane programma. De aanpassingen van het bestemmingplan zullen niet leiden tot meer verkeersbewegingen en dus ook niet tot meer emissies. Daarom zal er geen sprake zijn van een negatief effect op stikstofdepositie in voor stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden, zoals bijvoorbeeld De Veluwe. Ook door de afstand tot De Veluwe is een effect op voorhand uit te sluiten. Onderzoek in de vorm van een Aerius-berekening is niet nodig.
Het plangebied van deze herziening bevindt zich binnen het iwerkingsgebied van het Luchthavenbesluit Lelystad. Er wordt echter niet voorzien in ontwikkelingen waarvoor het besluit een belemmering kan zijn.
In het kader van het huidige bestemmingsplan is geen Milieueffectrapportage opgesteld. Omdat de voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan niet voorziet in nieuwe functies of in een groter programma is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een MER is daarom niet nodig.
Aangezien de voorliggende tweede partiële herziening van het bestemmingsplan alleen ondergeschikte aanpassingen van de verbeelding bevat, heeft deze geen financiële gevolgen voor de gemeente; de tweede partiële herziening is in dit opzicht dan ook uitvoerbaar.
Op grond van de Grondexploitatiewet als onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is het verhaal van kosten verplicht. De wetgever acht het wenselijk dat de gemeente en ontwikkelaar het onderling eens worden over het kostenverhaal (zoals bepaalt in artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening). Dit kan middels een exploitatieplan dan wel een anterieure overeenkomst. Voor vaststelling van het daarvoor in aanmerking komende planologische besluit dient vast te liggen op welke wijze het kostenverhaal wordt gedekt. In deze tweede partiële herziening van het bestemmingsplan worden geen nieuwe bouwmogelijkheden gecreëerd zoals bedoeld in artikel 6.2.1. Bro. Het bestaande exploitatieplan wordt wel structureel herzien in samenhang met de inhoud van deze herziening.
In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1, lid 1 Bro, is het concept ontwerp-bestemmingsplan “Tweede partiële herziening Larserknoop” op 29 september 2021 verzonden naar de overleginstanties. Het gaat hierbij om volgende instanties:
Ad 1.
Opmerking provincie
De provincie Flevoland geeft in haar reactie van 26 oktober 2021 aan dat de in de Tweede partiële herziening beoogde herstelacties het ruimtelijk provinciaal belang niet raken en daarmee geen aanleiding geven voor het maken van opmerkingen.
Reactie gemeente
De gemeente neemt kennis van de opmerking.
Opmerking provincie
Met betrekking tot de infrastructuur wordt wel aangegeven dat in principe de afspraak is gemaakt om de aansluiting/doortrekking van de Pascallaan te laten vervallen en het verkeer via de Meerkoetenweg te laten gaan. Volgens de provincie kon de Pascallaan daar ook helemaal niet meer technisch aansluiten (onvoldoende afstand tussen de kruisingen en kwam uit op de halve aansluiting). Nu is als uitgangspunt gekozen dat alleen die bestemming vervalt, maar er wordt volgens de provincie verder niets aan de bestemming van de Meerkoetenweg verandert. Wat er hierbij gemist wordt, is dat er in het kader van het provinciaal inpassingsplan is afgesproken om te monitoren of er sluipverkeer via de Meerkoetenweg zal gaan. In het plan wordt niet gesproken over de maatregelen en de verwachtingen over het sluipverkeer op de Meerkoetenweg. Gaat het verkeer nu via een bocht vanaf het industrieterrein en hoe loopt dan de Meerkoetenweg zodat ook eventueel sluipverkeer wordt ontmoedigd. Ook kan men niet afleiden wat het ontwerp/insteek is ten aanzien van de breedte van de Meerkoetenweg. De provincie gaat er vanuit dat het ontwerp ook nog met de provincie wordt gedeeld.
Reactie gemeente
Het ontwerp van de Merkoetenweg zal inderdaad met de provincie gedeeld worden. Daarnaast wordt in paragraaf 4.1 van de toelichting opgenomen, dat de volgende maatregelen voor de Meerkoetenweg getroffen zijn om sluipverkeer tegen te gaan:
Opmerking provincie
Met betrekking tot stikstofdepositie wordt aangegeven dat men ervan uitgaat, dat de juiste Aerius-berekeningen worden gebruikt.
Reactie gemeente
In het kader van deze partiële herziening is geen Aerius-berekening uitgevoerd. Dat is in deze situatie niet zinvol, omdat de herziening geen nieuwe fucties- of een uitbreiding van bestaande functies mogelijk maakt. De aanpassingen van het bestemmingplan zullen daarom niet leiden tot meer verkeersbewegingen en dus ook niet tot meer emissies. Daarom zal er geen sprake zijn van een negatief effect op stikstofdepositie in voor stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden, zoals bijvoorbeeld De Veluwe. Ook door de afstand tot De Veluwe is een effect op voorhand uit te sluiten.
Ad 2.
Opmerking Veiligheidsregio/Brandweer Flevoland
In de reactie van 6 oktober 2021 geeft de Brandweer Flevoland aan geen opmerkingen te hebben op de Tweede partiële herziening van het bestemmingsplan.
Reactie gemeente
De gemeente neemt kennis van de opmerking.
Ad 3.
Opmerking Waterschap Zuiderzeeland
Op 29 september 2021 heeft het waterschap Zuiderzeeland een positief wateradvies afgegeven. De gewenste ontwikkeling heeft geen extra gevolgen voor de waterhuishouding en waterstaatswerken ten opzichte van het oorspronkelijke plan. De potentiële toename aan verharding in het gebied is volgens het waterschap reeds ruimschoots gecompenseerd.
Deze herziening heeft dan ook volgens het waterschap geen effect op de waterhuishouding van het gebied.
Reactie gemeente
De gemeente neemt kennis van de opmerking. Het wateradvies wordt als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd.
Conclusie
Naar aanleiding van de opmerking van de provincie Flevoland wordt een beschrijving van de maatregelen voor de Meerkoetenweg opgenomen in de toelichting. Het wateradvies wordt als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Verder geven de ontvangen overlegreacties geen aanleiding voor het aanpassen van het bestemmingsplan.
Het ontwerpbestemmingsplan '2e Partiële herziening bestemmingsplan Larserknoop' heeft gedurende 6 weken, vanaf 11 november 2021 tot en met 22 december 2021, ter inzage gelegen. Van de ter inzagelegging is op 10 november 2021 kennisgegeven in de Flevopost en in het Gemeenteblad (2021, 399358). Daarin werd vermeld dat gedurende bovengenoemde termijn van terinzagelegging een ieder zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren kon brengen bij de gemeenteraad van Lelystad, naar keuze schriftelijk (waar de voorkeur naar uitgaat) of mondeling.
Er is 1 zienswijze ingediend. Deze wordt in een separate Nota van zienswijzen behandeld (zie Bijlage 4). Naar aanleiding van deze zienswijze is het uitgevoerde akoestisch onderzoek als bijlage bij het vast te stellen bestemmingsplan opgenomen en in paragraaf 4.5 Geluid samengevat. Daarnaast is ook het uitgevoerde lichthinderonderzoek als bijlage opgenomen en in een nieuwe paragraaf 4.6 Lichthinder samengevat.
Verder heeft de zienswijze geen aanleiding gegeven tot het wijzigen van het bestemmingsplan voor vaststelling.