| Plan: | Lelystad - Uitbreiding luchthaven |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0995.BP00057-VG01 |
het bestemmingsplan Lelystad - Uitbreiding Luchthaven met identificatienummer BP00057-VG01 van de gemeente Lelystad;
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren;
bedrijvigheid, geheel of overwegend gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen vanuit een niet-permanent verkooppunt zoals een marktkraam of een verkoopwagen, waaronder in elk geval geen gebouwen worden begrepen;
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische overblijfselen;
waarden die aan een gebied zijn toegekend vanwege de kennis en wetenschap
van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of
activiteiten uit het verleden;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd, dit met inbegrip van de oppervlakte van (overdekte) bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en/of verhandelen van goederen, dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel productiegebonden detailhandel plaatsvindt;
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
de totale (bruto) vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten c.q. een (dienstverlenend of detailhandels-) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;
een centrum voor bedrijfsondersteunende en/of serviceverlenende functies ten behoeve van de gezamenlijke bedrijven in het plangebied <plannaam>, met inbegrip van restauratieve serviceverlening;
een langs een openbare weg gesitueerd bedrijf, gericht op het bedrijfsmatig aan bestuurders van gemotoriseerde voertuigen te koop aanbieden, verkopen en leveren van motorbrandstoffen en bijbehorende serviceartikelen, zoals motorolie en schoonmaakartikelen, alsmede lectuur, kleine etenswaar en niet-alcoholische dranken;
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid Inrichtingen een richtwaarde voor het risico casu quo een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;
de grens van een bestemmingsvlak;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
een in het Besluit externe veiligheid inrichtingen bedoelde inrichting die in belangrijke mate een verhoging van de veiligheidsrisico's kan veroorzaken vanwege risicobronnen die buiten de perceelsgrens van de betreffende bedrijfslocatie waarop die risicobronnen aanwezig zijn, een plaatsgebonden risico veroorzaakt van meer dan 10-6 per jaar;
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
de grens van een bouwvlak;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
een grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten (in bp Buitengebied 2009 is toegevoegd: Een bouwvlak wordt aan de zij- en achterzijde omsloten door een erfsingel);
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor het uitoefenen van een winkelbedrijf, horeca en/of ondersteunende functies inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke, ten dienste van de betreffende winkels, horeca en administratieruimten;
de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw;
een horecabedrijf waar de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van dranken, met een in het algemeen gespreide bezoekersfrequentie gedurende de dag en een hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, waarbij de bedrijvigheid zich voornamelijk binnen de lokaliteit voltrekt;
een parkeerterrein voor campers waar overnacht mag worden, eventueel aangevuld met beperkte voorzieningen als een elektriciteitspunt en een sani-zuil;
een gebouw waarin ten minste één grote zaal is waar een congres of vergadering gehouden kan worden, waarbij tevens maaltijden en dranken worden verstrekt aan de bezoekers van een congres of vergadering;
de waarden van een gebied en/of de daarin voorkomende bebouwing, elementen en structuren, die uitdrukking geven aan de beschavingsgeschiedenis en/of het gebruik door de mens in de loop van die geschiedenis;
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
een gedeelte van een gebouw, gesitueerd op de bovenste bouwlaag van een gebouw, met een oppervlakte van maximaal 60% van de oppervlakte van de bovenste bouwlaag en een afstand van minimaal .. meter tot de voorgevel;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting;
het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden;
de bouwlaag op de begane grond;
het binnen de (woon) bestemming gelegen gedeelte van het bouwperceel, met uizondering van het binnen het bouwvlak gelegen gedeelte van het bouwperceel;
(in bp Buitengebied 2009: het bouwvlak (met aansluitende erfbeplanting) tot aan het hart van de (denkbeeldige) erfsloot, plus de daarbij behorende gronden gelegen tussen het bouwvlak en de weg;)
een extensief dagrecreatief medegebruik van gronden, dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatief gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, met de daarbijbehorende voorzieningen zoals een vissteiger, een picknickplaats, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen voorziening;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
de mogelijkheden om gronden en daarop toegelaten bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken;
de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein, een spoorweg of een luchtvaartterrein;
in een gebouw of op een terrein aanwezige functies die maken dat een gebouw of terrein als geluidsgevoelig object wordt aangemerkt;
gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder c.q. de Luchtvaartwet;
een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld;
een terrein waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van geluidzoneringsplichtige inrichtingen en rondom welk terrein als geheel een geluidzone kan worden vastgesteld;
een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtsteeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder c.q. de Luchtvaartwet;
een veehouderij-, akkerbouw-, tuinbouw- of fruitteeltbedrijf, dat functioneel geheel of hoofdzakelijk afhankelijk is van de ter plaatse bij het bedrijf behorende grond als agrarisch productiemiddel;
geconcentreerde grootschalige detailhandelsvestiging, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder c.q. de Luchtvaartwet;
een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn functie, constructie en/of afmetingen, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;
een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;
aan de detailhandelsfunctie verwante daghoreca, zijnde een kleinschalig horecabedrijf (<150 m²) die in beginsel alleen overdag en 's avonds behoeven te zijn geopend (vooral voor verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken, zoals een automatiek, een broodjeszaak, een cafetaria, een croissanterie, een koffiebar, een lunchroom, een ijssalon, een snackbar, een tearoom, een traiteur, een grand-café, en/of een naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen horecabedrijf;
een horecabedrijf dat in beginsel alleen overdag en 's avonds geopend behoeft te zijn (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaakt. Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden:
a. bedrijven met een relatief beperkte verkeersaantrekkende werking (categorie 2a), namelijk een restaurant (zonder bezorg- en/of afhaalservice), een hotel of horecabedrijven in categorie 1 met een bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 150 m²;
b. bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking (categorie 2b), namelijk een restaurant met een bezorg- en/of afhaalservice (onder andere pizzeria, Chinees of McDonald's);
een horecabedrijf waar tegen vergoeding, naast logies ook maaltijden en dranken kunnen worden verstrekt;
een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
een gebouw dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi) overheidsinstellingen, het bankwezen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen;
iedere bovenbeëindiging van een gebouw met een zekere helling;
voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een aqua-, navi- of viaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening;
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden;
de cultuurhistorische en de visuele waarden van het landschap;
grootschalige voorzieningen op het vlak van vrije tijd, sport en recreatie, zoals musea, expositieruimte en dergelijke;
bedrijven die functioneel aan de luchthaven gerelateerd zijn vanwege het feit dat
een substantieel deel van de goederen door de lucht wordt vervoerd, en producten
en/of diensten worden aangeboden die rechtstreeks in relatie staan met het functioneren van de luchthaven;
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen;
de situatie, waarbij milieuaspecten dienen te worden beoordeeld, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking. In het bijzonder dient er bij de situering en omvang van milieubelastende functies (o.a. bedrijven) op te worden gelet dat de uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies (o.a. woningen) zo weinig mogelijk wordt beperkt. Omgekeerd dient er bij uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies op te worden gelet dat bestaande milieubelastende functies zo weinig mogelijk in hun functioneren worden beperkt;
de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied. Onderdeel van de natuurlijke waarden vormt steeds een beoordeling van de soortbescherming op basis van de Flora- en faunawet;
het snijpunt van twee hellende vlakken;
het onderhoud, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren;
voorzieningen ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, gasreduceerstations, pompstations, gemalen, telefooncellen, zendmasten en middelen voor (ondergrondse) afvalinzameling;
informatieve functies (bijvoorbeeld VVV, ANWB) en overige functies, zoals een crèche of speelplaats;
wegen, voet- of fietspaden, water en/of groen;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand;
(in buitengebied 2009: een bouwwerk, al dan niet aangebouwd aan een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, en bestaande uit een slechts van boven afgesloten of afgedekte ruimte, dat:
een gebouw waarin op bedrijfsmatige wijze feesten en partijen worden georganiseerd;
detailhandel volgens een formule die vanwege de aard en/of omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, bouwmaterialen, keukens en sanitair, alsmede woninginrichtingartikelen, waaronder meubelen;
bedrijven die direct gerelateerd zijn aan het opstijgen en landen van luchtvaartuigen en de daarmee rechtstreeks verbonden functies;
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie;
een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse;
een horecabedrijf dat voornamelijk is gericht op het verstrekken van maaltijden (Atolwijk - Zuiderzeewijk);
een gezamenlijke bedrijfsrestauratie uitsluitend ten behoeve van de gezamenlijke bedrijven in het plangebied <plannaam>. Hieronder wordt niet verstaan een openbare eet- en/of drinkgelegenheid;
een strook van de rijbaan van een weg, welke voldoende plaats biedt aan een enkele rij rijdende motorvoertuigen op meer dan drie wielen, of, indien door middel van markering een bredere strook als rijstrook is aangegeven, die strook;
een bouwwerk c.q. object als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, dat kan worden aangemerkt in de zin van dat besluit als een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object;
een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
een caravan die gedurende langere tijd op een kampeerterrein op dezelfde plaats
blijft staan en die door zijn plaatsing als bouwwerk is aan te merken;
een plek waar ambulante handelaren een dagdeel, een dag en/of een aantal dagen per week waren kunnen verkopen;
een in stedenbouwkundig opzicht samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, dat zich in het algemeen kenmerkt door:
een gebouw dat een ruimte omvat, welke door haar indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor de detailhandel in voedings- en genotmiddelen;
een gebouw voor vertrek en aankomst van passagiers en het afhandelen van
bagage en vracht;
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel;
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;
de bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder c.q. de Luchtvaartwet;
dat deel van het bouwperceel dat vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van de gebouwen ligt;
een bedrijf dat is gericht op de vervaardiging of assemblage van vuurwerk of de (detail)handel in vuurwerk, c.q. de opslag van vuurwerk en/of de daarvoor benodigde stoffen;
motorbrandstoffen, motorolie en andere verwante artikelen ten behoeve van auto's en motoren;
een turbine, voorzien van wieken, geplaatst op een hoge mast, waarmee de bewegingsenergie van de lucht (wind) wordt omgezet in rotatie-energie voor het opwekken van electricteit;
de eenheid van een bijelkaar behorende verzameling van windturbines van gelijke afmeting en op de bij deze verzameling behorende onderlinge technische afstand tussen de windturbines die bepalend is voor een optimale windvang van de molens.
een gebouw dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor de detailhandel;
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, dan wel twee of meer huishoudens in het geval een deel van de woningruimte wordt gebruikt als buidelwoning
een gebouw dat één woning omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
het bedrijfsmatig verlenen van diensten en/of het leggen van contacten of het uitvoeren van commerciële handelingen, uitgezonderd detailhandel.
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
vanaf het dichtstbijzijnde punt van een (hoofd)gebouw tot de (zijdelingse) bouwperceelgrens;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;
De voor 'Verkeer - Luchthaven' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
i.gebouwen;
j. platforms;
k. wegen;
l. paden;
m. (gebouwde) parkeervoorzieningen;
n. bijzondere opstellingen in verband met de luchthavenoperatie en het luchtvaartverkeer, zoals een verkeerstoren, licht- en antenneopstellingen;
o. een brandweergarage;
p. een brandweeroefenplaats;
q. een voorziening voor het proefdraaien van vliegtuigmotoren;
r. groenvoorzieningen;
s. water;
t. nutsvoorzieningenaangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor:
u. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstobjecten en reclamemasten;
v. (bouw)werken ten behoeve van duurzame energieopwekking
Voor het bouwen van gebouwen, gelden de volgende regels:
a. het bebouwingspercentage van het bouwperceel zal ten hoogste 60% bedragen;
b. in aanvulling op het gestelde onder a zal de oppervlakte van een gebouw ter
plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van verkeer - terminal 2” ten
hoogste 25.000 m² bedragen;
c. de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste 15,00 m bedragen;
d. de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens zal ten minste
3,00 m bedragen, tenzij de bestaande afstand kleiner is.
e. gebouwen op bouwpercelen gelegen aan de oostzijde van het RDW-terrein worden niet voorzien van doorzichtige gevelopeningen boven een hoogte van 4 m;
f. gebouwen op bouwpercelen gelegen aan de oostzijde van het RDW-terrein worden niet voorzien van een dakterras
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van de milieusituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.1, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke inpassing, het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en voor zover hiertegen geen onevenredige bezwaren bestaan vanuit de luchtvaart, met een omgevingsvergunning
worden afgeweken van:
a. het bepaalde in lid 3.2.1 sub c in die zin dat de bouwhoogte van gebouwen
wordt vergroot tot ten hoogste 20,00 m;
b. het bepaalde in lid 3.2.1 sub c in die zin dat de bouwhoogte van gebouwen ten
behoeve van luchtverkeersleiding wordt vergroot tot ten hoogste 25,00 m;
c. het bepaalde in lid 3.2.2 sub d in die zin dat de bouwhoogte van bouwwerken,
geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 25,00 m; mits:
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van andere bedrijven
dan platformgebonden bedrijven ter plaatse van de aanduiding “specifieke
vorm van bedrijf - platformgebonden bedrijvigheid”;
b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van andere bedrijven
dan bedrijven genoemd in bijlage 1 onder categorie 1 tot en met 4.1, ter plaatse
van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.1";
c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van andere bedrijven
dan bedrijven genoemd in bijlage 1 onder categorie 1 tot en met 4.2, ter plaatse
van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.2";
d. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor bewoning;
e. het gebruik van de gebouwen voor de huisvesting van studenten;
f. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel, met uitzondering
van:
1. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de ter plaatse uitgeoefende
(bedrijfs-)activiteiten;
g. het gebruik van de gebouwen voor kantoren;
h. het gebruik van de gebouwen voor klassikaal theorie-onderwijs gerelateerd
aan het luchtvaartverkeer en het ruimtevaartverkeer;
i. het gebruik van de gebouwen ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm
van verkeer - terminal 2" voor kantoren, detailhandel, cafés en restaurants over
een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 40% van de totale
bedrijfsvloeroppervlakte;
j. het gebruik van de gronden voor een hotel buiten de gronden die ter plaatse
zijn voorzien van de aanduiding "horeca";
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.5, mits, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de landschappelijke inpassing, het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden met een omgevingsvergunning
worden afgeweken van:
a. het bepaalde in lid 6.5 sub b, in die zin dat tevens bedrijven worden gevestigd
die naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de genoemde
bedrijven, mits:
1. deze bedrijven platformgebonden zijn, ter plaatse van de aanduiding
“specifieke vorm van bedrijf - platformgebonden bedrijvigheid";
2. deze bedrijven luchthavengebonden zijn, ter plaatse van de aanduiding
“specifieke vorm van bedrijf - luchthavengebonden bedrijvigheid";
3. het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 1 onder categorie 1
tot en met 4.1, maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven
die wel worden genoemd en toegestaan zijn of bedrijven die wel zijn
genoemd in bijlage 1 onder een hogere dan de toegestane categorie, maar
in een individueel geval een lagere milieubelasting hebben;
4. het geen risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven betreft;geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid;
b. het bepaalde in lid 6.5 sub c, in die zin dat tevens bedrijven worden gevestigd
die naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de genoemde
bedrijven, mits:
1. deze bedrijven platformgebonden zijn, ter plaatse van de aanduiding
“specifieke vorm van bedrijf - platformgebonden bedrijvigheid";
2. deze bedrijven luchthavengebonden zijn, ter plaatse van de aanduiding
“specifieke vorm van bedrijf - luchthavengebonden bedrijvigheid";
3. het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 1 onder categorie 1
tot en met 4.2, maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven
die wel worden genoemd en toegestaan zijn of bedrijven die wel zijn
genoemd in bijlage 1 onder een hogere dan de toegestane categorie, maar
in een individueel geval een lagere milieubelasting hebben;
4. het geen risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven betreft;
c. het bepaalde in lid 6.5 sub d en e in die zin dat de gebouwen worden gebruikt
voor de huisvesting van studenten, mits:
1. dit noodzakelijk is voor het aan het luchtvaartverkeer en het ruimtevaartverkeer
gerelateerde onderwijs;
2. deze gronden niet zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "veiligheidszone
- luchthaven 1" of "veiligheidszone - luchthaven 2";
d. het bepaalde in lid 6.5 sub g in die zin dat kantoren worden gevestigd, mits:
1. deze gronden niet zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "veiligheidszone
- luchthaven 1" of "veiligheidszone - luchthaven 2";
e. het bepaalde in lid 3.5 sub h in die zin dat gebouwen worden gebruikt voor
klassikaal theorie-onderwijs gerelateerd aan het luchtvaartverkeer en het ruimtevaartverkeer, mits:
1. ten hoogste 10.000 m² bedrijfsvloeroppervlak wordt gebruikt ten behoeve
van klassikaal theorie-onderwijs gerelateerd aan het luchtvaartverkeer en
het ruimtevaartverkeer;
2. deze gronden niet zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "veiligheidszone
- luchthaven 1" of "veiligheidszone - luchthaven 2";
f. het bepaalde in lid 6.5 sub k in die zin dat de gronden die ter plaatse niet zijn
voorzien van de aanduiding "horeca", worden gebruikt voor een hotel, mits:
1. deze gronden niet zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "veiligheidszone
- luchthaven 1" of "veiligheidszone - luchthaven 2".
Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a. de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - terminal 1" wordt verwijderd,
mits:
1. de betreffende functie ter plaatse beëindigd is.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals: plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- , goot- en kroonlijsten, overstekende daken, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,50 m bedraagt.
Tot een strijdig gebruik met de bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor permanente of recreatieve bewoning;
b.het gebruik van gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, zand, grond en bodemspecie, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden;
c.het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen;
d.het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
e. gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
f. het gebruik van gronden als standplaats.
Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel:
Tot een gebruik, strijdig met deze gebiedsaanduiding, wordt in ieder geval gerekend:
In afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende bestemming(en) mogen op in deze gronden geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd.
Tot een gebruik, strijdig met deze gebiedsaanduiding, wordt in ieder geval gerekend:
Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
Burgemeester en Wethouders kunnen toepassing geven aan de wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen.
In afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende bestemming(en) mogen op in deze gronden geen nieuwe kwetsbare objecten worden gebouwd.
Tot een gebruik, strijdig met deze gebiedsaanduiding, wordt in ieder geval gerekend:
Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
Burgemeester en Wethouders kunnen toepassing geven aan de wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen.
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Lelystad - Uitbreidng Luchthaven
Behorend bij het besluit van de gemeenteraad d.d. <datum>.