direct naar inhoud van 2.10 Water
Plan: Lelystad Midden-West (gedeeltelijk)
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0995.BP00036-VG01

2.10 Water

Grotere, ruimtelijk en functioneel van belang zijnde waterlopen en -partijen, hebben de bestemming "Water".

2.10.1 Doel van de bestemming

Het doel van de bestemming is het behoud en de bescherming van de ruimtelijke en functionele structuur van het water in het plangebied.

2.10.2 Toelichting op de regeling

Functionele mogelijkheden

De hoofdfunctie van de bestemming is water, in de vorm van waterlopen en waterpartijen. Bijbehorende functies als oevers, bermen en extensief dagrecreatief medegebruik zijn ook mogelijk. Daarnaast zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, wegen en paden mogelijk. Door het toestaan van deze functies is flexibiliteit in het gebruik van de gronden met deze bestemming mogelijk.

Bouwmogelijkheden

Gebouwen zijn in deze bestemming niet mogelijk. Wel zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogelijk. In dit geval erf- en terreinafscheidingen, bruggen, palen en masten en overige bouwwerken.

Daarbij mogen erf- en terreinafscheidingen een maximale bouwhoogte van 2,00 meter hebben. Palen en masten zijn maximaal 6,00 meter hoog, bruggen en vergelijkbare bouwwerken en overige bouwwerken zijn maximaal 5,00 meter hoog. De genoemde hoogten zijn van belang voor een optimaal functioneren van de bouwwerken.

Omgevingsvergunning

Voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, niet zijnde bouwen, moet een omgevingsvergunning verleend worden. Voordat de omgevingsvergunning verleend is, moet aangetoond zijn dat deze uitvoerbaar is. Overleg met het beherende waterschap is daarbij gewenst. Bij vergunningplichtige werken en werkzaamheden gaat het onder meer om het dempen en afgraven van waterpartijen en het ophogen van gronden.

2.10.3 Uitgangspunten
  • Watergangen, bijbehorende bermen en voorzieningen zijn mogelijk in deze bestemming;
  • bruggen, dammen en duikers zijn ondergeschikt mogelijk gemaakt;
  • de bestaande breedte van watergangen blijft minimaal gehandhaafd, versmallen ervan door middel van dempen is niet zonder vergunning toegestaan;
  • afgraven, dempen etc is niet zonder vergunning toegestaan, anders dan voor onderhoud en beheer.

2.10.4 Huidige situatie

In en in de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere watergangen en -partijen aanwezig die ruimtelijk en/of functioneel van belang zijn. Watergangen met een ruimtelijk structurerend belang zijn bijvoorbeeld aanwezig in de Landstrekenwijk. Watergangen die een functioneel belang hebben, zijn bijvoorbeeld het Havendiep aan de noordzijde van de Landstrekenwijk en langs de watergangen langs de Westerdreef, Larserdreef en Houtribdreef. Deze watergangen zijn van belang voor de waterhuishouding van Lelystad.

Over de watergangen zijn bruggen aanwezig. In andere gevallen is sprake van dammen en duikers. De hoogte van deze bouwwerken varieert en is afhankelijk van de functie.

Huidige situatie Landstrekenwijk

afbeelding "i_NL.IMRO.0995.BP00036-VG01_0013.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0995.BP00036-VG01_0014.jpg" afbeelding "i_NL.IMRO.0995.BP00036-VG01_0015.png"

2.10.5 Beleid

Hieronder is beleid opgenomen dat een direct verband heeft met de bestemming en daarvoor uitgangspunten biedt.

Structuurplan Lelystad 2015

Het structuurplan is vastgesteld op 7 april 2005 en bevat een visie op de integrale leefomgeving, waarbij behalve het ruimtelijk beleid, ook bijvoorbeeld duurzaamheid, milieu en verkeer deel van uitmaken.

De identiteit van Lelystad wordt mede bepaald door de aanwezigheid van een grootschalige stedelijke groenstructuur en de daarin aanwezige samenhang tussen groen en water. Het gemeentelijk beleid is er op gericht om deze identiteit te waarborgen en de stedelijke hoofdstructuur te handhaven en daar waar mogelijk te versterken.

Het Havendiep en de watergangen langs de Westerdreef, Larserdreef en Houtribdreven maken deel uit van de hoofdwaterstructuur van Lelystad. In verband met de waterhuishouding is het van belang deze hoofdwaterstructuur te behouden. De aanvoer van water vanaf de Zuigerplas gaat via de hoofdwatergangen naar de stadswateren.

Het structuurplan richt zich vooral op het uitbouwen van de ecologische functie van het groen en het water. Ook het versterken van de oriëntatie op het water moet aan de orde komen. Deze uitgangspunten moeten vertaald worden naar een uitvoeringsprogramma.

Waterplan

Voor de gehele gemeente Lelystad is een waterplan (Royal Haskoning, april 2002) opgesteld. Dit plan bevat de vertaling van het gewenste waterbeheer ('watervisie') naar inrichtingsmaatregelen op hoofdlijnen. Het waterplan is opgesteld waarbij rekening gehouden is met het vigerend beleid in de Vierde Nota Waterhuishouding (ministerie van V&W), de startovereenkomst “Waterbeleid 21e eeuw” (WB21), de “Handreiking watertoets” (ministerie van VROM), het Omgevingsplan Flevoland (Provincie Flevoland) en het Waterbeheerplan (Waterschap Zuiderzeeland).

Ook de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) zijn belangrijke beleidskaders. De KRW heeft als doel de kwaliteit van de Europese wateren in een goede toestand te brengen en te houden. Het NBW heeft tot doel om in 2015 het watersysteem op orde te hebben en daarna op orde te houden, anticiperend op veranderende omstandigheden zoals onder andere de verwachte klimaatverandering, zeespiegelstijging, bodemdaling en toename van het verharde oppervlak. Bij het opstellen van het NBW is rekening gehouden met de richtlijnen volgens de KRW. Het NBW bevat taakstellende afspraken ten aanzien van veiligheid en wateroverlast en procesafspraken ten aanzien van watertekorten, verdroging, verzilting, water(bodem)kwaliteit, sanering waterbodems en ecologie.

Het bovenstaande resulteert in twee drietrapsstrategieën:

  • 1. Waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren).
  • 2. Waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren).

Concreet voor het plangebied worden geen uitspraken gedaan.