direct naar inhoud van 3.6 Milieuaspecten
Plan: Noordersluis 2012
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0995.BP00035-VG01

3.6 Milieuaspecten

3.6.1 Hinder door bedrijven

Algemeen

In dit bestemmingsplan is getracht te zorgen voor een goede scheiding van milieubelastende activiteiten en milieugevoelige objecten. Het bedrijventerrein is omringd door een aantal milieugevoelige objecten: woonwijken, een woonschepenhaven en een tweetal terreinen waar binnen de planperiode woningbouw is voorzien. In de omgeving van het bedrijventerrein zijn echter geen bijzonder gevoelige gebieden zoals milieubeschermingsgebieden aanwezig.

Om de milieugevoelige objecten te beschermen is het bedrijventerrein inwaarts gezoneerd. Deze inwaartse milieuzonering is gebaseerd op de circulaire Bedrijven en Milieuzonering van de VNG, versie 2009 en de Staat van bedrijfsactiviteiten (Sba). Gelet op de aanwezigheid van grote lawaaimakers als bedoeld in de Wet geluidhinder is bovendien een geluidszone om het bedrijventerrein vastgelegd. Het planologische instrument inwaartse milieuzonering is gebruikt ter ondersteuning van de beschikbare milieu-instrumenten. Door het zoneren kunnen activiteiten zodanig worden geplaatst dat zo min mogelijk milieuhinder optreedt en worden toekomstige milieuproblemen grotendeels voorkomen. Waar nodig worden aanvullend milieu-instrumenten als vergunningverlening ingezet om milieuhinder te voorkomen.

Inwaartse milieuzonering

Uitgangspunt bij de toepassing van milieuzonering is de grens tussen (toekomstige) milieugevoelige en milieubelastende objecten. Op de plankaart is deze grens aangegeven als de geluidzonegrens. Ter plaatse van Lelystad-Haven geldt niet de geluidzonegrens als scheiding maar de plangrens. De langs de rand van het plan gelegen en voorziene woonwijken zijn te karakteriseren als rustig; er rijdt weinig verkeer en bedrijvigheid komt binnen de woonwijken zo goed als niet voor. De randen van de woonwijken langs de dreven vormen hierop een uitzondering. Het bedrijventerrein is ingedeeld in zones. Daarbij zijn de volgende afstanden aangehouden ten opzichte van de geluidzonegrens:

1 10 meter

2 30 meter

3.1 50 meter

3.2 100 meter

4.1 200 meter

4.2 300 meter

Bij de indeling van de zones is zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande lijnen in het terrein (wegen, terreingrenzen e.d.) Sinds 1991 is in Lelystad ervaring opgedaan met een systeem van milieuzonering: de inwaartse integrale milieuzonering. Belangrijk element van deze wijze van milieuzonering is het cumuleren van milieubelasting. Met cumulatie wordt bedoeld het optellen van bijvoorbeeld de geurbelasting of de stofemissie van alle bedrijven samen, maar ook het optellen van verschillende emissies per bedrijf. Omdat het niet mogelijk is deze emissies kwantitatief op te tellen (behalve voor geluid), is gekozen voor een kwalitatieve methode van cumulatie in de vorm van een bufferzone. Door deze bufferzone wordt voorkomen dat milieugevoelige objecten hinder ondervinden van het bedrijventerrein.

Bij de uitgifte van bedrijfsterrein is sinds 1991 rekening gehouden met deze milieuzonering. De ervaring leert echter dat de gereserveerde milieuruimte lang niet volledig gebruikt wordt. Op veel terreinen zijn bedrijven gekomen, die lichter zijn dan op basis van de zonering is toegestaan. Bovendien veroorzaken slechts weinig bedrijven gelijktijdig meer vormen van overlast (zoals lawaai, stank, stofoverlast of gevaar) Cumulatie van andere parameters dan geluid is dan ook niet nodig gebleken. In dit bestemmingsplan is dan ook gekozen voor inwaartse milieuzonering waarbij geen extra zone voor cumulatie is gereserveerd.

De huidige wijze van zoneren is gebaseerd op de publicatie Bedrijven en milieuzonering. Kern van deze publicatie is de bedrijventabel. In deze bedrijventabel zijn de bedrijven ingedeeld op SBI-code. Aan elke SBI-code zijn indicatieve afstanden gekoppeld voor geur, stof, geluid en gevaar. Deze afstanden zijn gebaseerd op de gewenste afstand ten opzichte van een rustige woonwijk met weinig verkeer en praktisch geen bedrijven en/of winkelcentra. Aan de hand van de grootste afstanden zijn de bedrijven ingedeeld in zes categorieën (zie bovenstaand). Voor dit bestemmingsplan is de maximale categorie 4.2, zijnde de "oude" categorie V.; de categorieën 5.1, 5.2, 5.3 en 6 zijn hier niet aan de orde omdat deze niet passen bij het karakter van het bedrijventerrein.

Rondom het woonwagencentrum geldt een andere zonering. Het woonwagencentrum is centraal gelegen op het bedrijventerrein. In de omgeving van het woonwagencentrum is relatief lichte bedrijvigheid gevestigd. Gelet op het feit dat sprake is van een bestaande situatie die nog niet geleid heeft tot klachten en het geringe aantal woonwagens is een zekere mate van milieuoverlast verdedigbaar. Om onaanvaardbare overlast in de toekomst te voorkomen is een aparte zone rondom het woonwagencentrum gelegd. Binnen dit gebied mogen alleen bedrijven met een categorie van 3.2 of lager gevestigd worden. Deze bedrijven veroorzaken over het algemeen geen onduldbare overlast.

Afwijking

De Staat van bedrijfsactiviteiten is gebaseerd op gemiddelden. Zo kunnen enorme verschillen qua bedrijfsgrootte of milieubelasting binnen een bedrijfscategorie voorkomen. Met name bedrijven die veel minder milieubelasting veroorzaken dan binnen hun branche gebruikelijk is, zouden hierdoor ten onrechte van het bedrijventerrein geweerd worden.Om de benodigde flexibiliteit te waarborgen zijn afwijkingsbepalingen opgenomen de regels. Afwijking is mogelijk voor bedrijfsactiviteiten die in de Staat van bedrijfsactiviteiten niet zijn opgenomen maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel worden genoemd.

Ook is afwijking mogelijk voor bedrijfsactiviteiten die in een categorie die hoger zijn dan is toegestaan, maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die in de betreffende zone zijn toegestaan,

De Staat van bedrijfsactiviteiten is gebaseerd op het huidige kennis van zaken en stand der techniek. Nieuwe inzichten kunnen aanpassing van de Staat van bedrijfsactiviteiten noodzakelijk maken. De regels maakt dit mogelijk.

3.6.2 Geluid

De herziening van het bestemmingsplan Noordersluis, voorziet in de herziening van de onder 1.3 genoemde bestemmingsplannen. Onderstaand wordt het gebied Noordersluis aangetroffen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0995.BP00035-VG01_0007.png"

Het doel van de herziening is om de geldende regelingen te actualiseren. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen in het bestemmingsplan opgenomen. Het betreft hier een vrijwel conserverend bestemmingsplan. In hoofdlijnen wordt de geldende bestemming of de huidige situatie bestemd.

Wegverkeerslawaai

Ten aanzien van het onderdeel geluid behoeft geen toetsing plaats te vinden aan het gestelde in de Wet geluidhinder (Wgh), aangezien er sprake is van een vrijwel conserverend bestemmingsplan. Alleen mogelijke nieuwe ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de Wgh.

Spoorweggeluid

Het plangebied valt buiten de gestelde contouren van de Hanzelijn en heeft daarom geen invloed op het plangebied.

Geluidszone

afbeelding "i_NL.IMRO.0995.BP00035-VG01_0008.jpg"

Geluidszone (incl. partiele herziening 2008)

In 1991 is door Gedeputeerde Staten van Flevoland een geluidszonegrens rondom het industrieterrein gelegd, bij Koninklijke Besluit goedgekeurd in 1992. De grootte van de geluidszone is destijds gebaseerd op de gedachte dat Noordersluis zich zou ontwikkelen tot een industrieterrein voor zware industrie. Inmiddels is het bedrijventerrein bijna volledig uitgegeven en blijkt dat slecht weinig bedrijven veel geluid produceren. Op veel plaatsen wordt de beschikbare geluidsruimte nauwelijks benut. Het gevolg daarvan is dat onnodig veel ruimte gereserveerd is en niet voor andere doeleinden kan worden aangewend. Inkrimping van de geluidszone was mogelijk.

Daarvoor is op 17 juni 2004 ingevolge artikel 41 van de Wet geluidhinder een nieuwe geluidszone vastgesteld. De nieuwe geluidszonegrens is langs de nieuwe woonwijken gelegen, waardoor er geen geluidgevoelige objecten (woningen van derden) binnen de geluidszone liggen, met uitzondering van Lelystad-Haven waar de bestaande woningen binnen de geluidszone blijven liggen. Voor een deel van de bestaande woningen van Lelystad-Haven heeft Gedeputeerde Staten van Flevoland op 27 augustus 2001 een geluidsbelasting van 56 dB(A) vastgesteld. Dit betreffen de woningen aan de Binnendijk 105, 107, 109, 113, 115, 117, 119 en 143. Voor de overige woningen van Lelystad-Haven die vallen binnen de geluidszone geldt van rechtswege een maximale waarde van 55 dB(A).

De woonschepenhaven blijft binnen de geluidszone liggen. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de belasting op de gevel van de woonschepen niet meer zal bedragen dan 55 dB(A) etmaalwaarde. Woonschepen worden op grond van de Wet geluidhinder met ingang van 1 juli 2012 wel als geluidgevoelig beschouwd. Tot 1 juli 2022 geldt een overgangsrecht met die verstande dat ze kunnen worden opgenomen in het bestemmingsplan zonder dat ze worden getoetst als geluidgevoelig terrein.

De bedrijfswoningen op het bedrijventerrein zijn op grond van de Wet geluidhinder niet geluidgevoelig. Door het niet opnemen van (nieuwe) grote lawaaimakers in de staat van bedrijfsactiviteiten worden de aanwezige bedrijfswoningen enigszins beschermend tegen onduldbare geluidsoverlast. Nieuwe bedrijfswoningen worden niet toegelaten binnen het plangebied. De reden hiervan is dat niet gewenst is dat nog mogelijke vestiging van bedrijven die invloed hebben op het woon- en leefklimaat gefrustreerd wordt. Tevens moet worden voorkomen dat de bedrijfszekerheid van bestaande bedrijven niet in gevaar komen.

Binnen de geluidszone (niet op het industrieterrein zelf) kunnen alleen nieuwe woningen worden gerealiseerd indien hiervoor hogere grenswaarden worden vastgesteld. Dit is alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijk.

Van het bedrijventerrein Noordersluis is een akoestisch model gemaakt. Dit akoestische model wordt gebruikt bij het beheren van de geluidszone en is gebaseerd op de “Handleiding meten en reken industrielawaai”.

De uitgangspunten van het model zijn als volgt:

  • van de milieuvergunningplichtige bedrijven is de vergunde geluidsruimte ingevoerd, indien aanwezig gebaseerd op een akoestisch onderzoek;
  • voor meldingsplichtige bedrijven wordt de werkelijk benodigde geluidsruimte zo goed mogelijk ingeschat gebaseerd op de beschrijving van het bedrijf en de geluidproducerende werkzaamheden, een bezoek aan het bedrijf en/of de publicatie Bedrijven en milieuzonering;
  • voor lege kavels is een bepaalde geluidsruimte gereserveerd; deze geluidsruimte is gebaseerd op de Leidraad geluiduitgiftebeleid Provincie Flevoland en is afhankelijk van de milieuzone.

De systematiek van milieuzonering houdt ook een zekere vorm van geluiduitgiftebeleid in. Hoe meer geluid een bedrijf produceert, hoe hoger de milieucategorie, dus hoe groter de afstand tot de geluidzonegrens wordt en hoe geringer de bijdrage op de geluidszonegrens is. Deze vorm van geluiduitgiftebeleid is nodig om te voorkomen dat door de vestiging van grote lawaaimakers nabij de zonegrens alle geluidruimte in één keer op is.

Voor de invoering van de milieuzonering en de wijziging van de geluidzonegrens hebben Arcadis en Witteveen+Bos onderzocht of dit gevolgen heeft voor de bedrijfszekerheid van bestaande bedrijven. Uit het onderzoek van Arcadis blijkt dat een viertal bedrijven door de invoering van milieuzonering in een te lage zone terechtkomen. Aanvullend onderzoek heeft echter uitgewezen dat deze bedrijven naar hun aard en effecten op het milieu gelijk te stellen zijn aan bedrijven die in de betreffende zone zijn toegelaten.

Daarnaast is een extra onderzoek uitgevoerd ten aanzien van geluid, geur en stof bij betonwarenfabriek Heembeton. Uit het onderzoek blijkt dat Heembeton geen onaanvaardbare milieuoverlast veroorzaakt. Sanering is dan ook niet noodzakelijk. Ook is er nader onderzoek uitgevoerd voor geluid en geur bij de afvalwaterzuiveringsinstallatie. De conclusie is dat de afvalwaterzuiveringsinstallatie veel minder geluid produceert dan in de milieuvergunning is vergund.

Sanering van de afvalwaterzuiveringsinstallatie is dan ook niet noodzakelijk.

Huidige akoestische situatie industrieterrein Noordersluis

In het kader van de herziening van bestemmingsplan Noordersluis is een actualisatie onderzoek gedaan naar de akoestische situatie van industrieterrein Noordersluis. Daarbij is de situatie berekend zoals bekend in december 2011 van het gezoneerde industrieterrein. Ook wordt de ruimte die vrijkomt door de gesloopte Galjoenbrug benut voor het vestigen van bedrijven.

In het onderzoek is rekening gehouden met de toekomstige situatie door invulling te geven aan de geluidsruimte voor alle kavels. De conclusie is dat op de zonebewakingspunten de norm van 50 dB(A) niet wordt overschreden.

Tevens blijkt dat de geluidsbelasting in de toekomst op de gevels van de binnen de geluidzone gelegen woonschepen de 55 dB(A) niet overschrijdt. Daarnaast worden bij de woningen (Binnendijk) van Lelystad-Haven de vastgestelde hogere grenswaarde van 56 dB(A) niet overschreden.

De voorgestane voltooiing van het bestemmingsplan Noordersluis is dus mogelijk.

De geluidszonegrens van 2004 is overigens grotendeels opgenomen in de herziening(en) van de omringende bestemmingsplannen. Waar de geluidszone niet ingebed is of nog niet kan worden is deze op de verbeelding aangegeven.

3.6.3 Bodemkwaliteit

Naar het historisch bodemgebruik van het plangebied is een onderzoek uitgevoerd gebaseerd op de methodiek zoals beschreven in de leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek (NEN 5725). De relevante gegevens worden hieronder vermeld.

Voor dit onderzoek zijn luchtfoto's bestudeerd en is het bodemarchief van de gemeente Lelystad geraadpleegd.

Voor dit onderzoek zijn geen boringen verricht. In deze fase werd dit niet noodzakelijk geacht.

Na de drooglegging is het terrein gebruikt als landbouwgrond en heeft deels braak gelegen.

De terreinen waar dit plan betrekking op heeft hebben een divers gebruik zoals elders in dit plan beschreven.

Op het terrein bevindt zich een grote verscheidenheid aan bedrijven. Een deel van de bedrijven voert activiteiten uit waardoor de bodem verontreinigd zou kunnen raken. Bij een deel van de bedrijven bevindt zich een bedrijfswoning.

Delen van het terrein zijn opgehoogd met ± 1 meter zand.

Vanaf de aanleg van het terrein is er riolering (gescheiden stelsel) aanwezig. Voor zover bekend vindt er geen lozing van bedrijfsafvalwater op de bodem plaats.

Het regenwater blijft in het gebied.

Diverse bedrijven werken met bodembedreigende stoffen. Op een aantal plaatsen bevinden zich ondergrondse tanks met brandstoffen of andere procesvloeistoffen.

Op diverse plaatsen heeft brand gewoed, ook bij enkele bedrijven die met bodembedreigende stoffen werken.

Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er in het plangebied een verhoogd achtergrondniveau bestaat voor diverse zware metalen en vluchtige aromaten. Deze stoffen worden regelmatig in licht verhoogde concentraties aangetroffen. Arseen en barium worden over het hele terrein in matig tot sterk verhoogde concentraties in het grondwater aangetroffen.

Op een aantal plaatsen is verontreiniging aangetroffen die ontstaan is door de bedrijfsactiviteiten. Op diverse locaties hebben saneringen plaatsgevonden. Een aantal aangetroffen verontreinigingen is van een dermate omvang en concentratieniveau dat er sanerende maatregelen noodzakelijk zijn.

Conclusie

Op enkele plaatsen zal, voordat tot uitbreiding of wijziging van de activiteiten overgegaan kan worden, een sanering plaats moeten vinden. Op basis van de gegevens uit het historisch onderzoek naar het bodemgebruik wordt geen belemmering gezien die vaststelling van het bestemmingsplan in de weg staat.