direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Sint Jozefslaan oost
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0988.TAMStJozefslnoost-ON01

Regels

Regels TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Sint Jozefslaan oost

Preambule

Dit Tam-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op locatie Sint Jozefslaan te Weert en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22d) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Weert.

Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van gemeente Weert. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22d]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22d' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:

2.1 TAM-omgevingsplan

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Sint Jozefslaan oost

2.2 Omgevingsplan Weert

Het omgevingsplan van de gemeente Weert.

2.3 Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

2.4 Bedrijf aan huis

Een dienstverlenend ambachtelijk bedrijf, dat op kleine schaal in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Het bedrijf wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de woning.

2.5 Beroep aan huis

Een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Onder een aan huis gebonden beroep worden hier eveneens begrepen consument verzorgende activiteiten (bijvoorbeeld kapper, schoonheids-specialist(e), nagelstudio, atelier). Het beroep wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de woning en aan maximaal 2 personen tegelijk mogen diensten worden aangeboden.

2.6 Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

2.7 Bouwgrens

De grens van een bouwvlak.

2.8 Bouwlaag

Een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouw of zolder.

2.9 Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens dit hoofdstuk een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

2.10 Bouwperceelsgrens

De grens van een bouwperceel.

2.11 Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

2.12 Bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt op of in de grond.

2.13 Functie

Het gebruiksdoel dat een onderdeel van de fysieke leefomgeving op een bepaalde locatie heeft.

2.14 Gebruik

De wijze waarop gronden en bouwwerken worden gebruikt, waarbij het kan gaan om functies en gebruiksactiviteiten.

2.15 Hoofdstuk

Het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Sint Jozefslaan oost met identificatienummer NL.IMRO.0988.TAMStJozefslnoost-ON01 van de gemeente Weert.

2.16 Locatievlak

Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een locatie met een bepaald gebruiksdoel.

2.17 Plangebied

Het gebied zoals weergegeven in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0988.TAMStJozefslnoost-ON01 bestaande uit de locaties waar de regels uit dit hoofdstuk van toepassing zijn.

2.18 Verbeelding

De verbeelding van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Sint Jozefslaan oost.

2.19 Wonen

Het wonen in een woning.

2.20 Woning

Een (gedeelte van een) gebouw dat uitsluitend dient voor de huisvesting van één zelfstandige huishouding.

2.21 Woningsplitsing

Het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen.

2.22 Zelfstandige woning

De kleinste binnen één of meer gebouwen gelegen en voor woondoeleinden geschikte eenheid van gebruik die in functioneel opzicht zelfstandig is.

Artikel 3 Artikel 3 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid.
  • 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
  • 3. De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Sint Jozefslaan oost (deelgebied noord en zuid) te Weert, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0988.TAMStJozefslnoost-ON01, zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in 4.1 tot en met 4.5.

4.1 Bouwhoogte van een bouwwerk

De bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, ventilatiekanalen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

4.2 De inhoud van een bouwwerk

De inhoud van een bouwwerk wordt gemeten tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

4.3 Goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Daar waar een gevellijn staat aangegeven op de verbeelding wordt de goothoogte gemeten in de gevellijn.

4.4 De oppervlakte van een bouwwerk

De oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

4.5 Overschrijding van de bouw- c.q. functiegrenzen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, technische installaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftopbouwen, vluchtrappen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. functiegrenzen niet meer dan 0,50 meter bedraagt. Voor luifels, erkers, balkons en vluchttrappen geldt dat de bouw- c.q. functiegrenzen met maximaal 2,0 meter wordt overschreden.

Artikel 5 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 8 Waarde - Archeologie middelhoog

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie middelhoog'.

8.2 Functieomschrijving

Een voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen locatie is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.

8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
8.3.1 Aanwijzing vergunningplicht

In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in lid 8.3.2, zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de in lid 8.2 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 2.500 m2:

  • a. het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen tot een diepte van meer dan 40 cm beneden maaiveld en het aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 40 cm beneden maaiveld;
  • b. heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen;
  • c. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
  • d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
  • e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen vandaarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • f. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen;
  • g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten;
  • h. het tot stand brengen en of in exploitatie brengen van boor- en pompputten;
  • i. het aanleggen of verbreden/verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met grondverstoringen dieper dan 40 cm beneden maaiveld.
8.3.2 Uitzonderingen vergunningplicht

Het in sublid 8.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als:

  • a. de activiteiten betrekking hebben op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
  • b. de activiteiten betrekking hebben op een bouwwerk met een verstoringsoppervlakte kleiner dan 2.500 m², ongeacht de diepte;
  • c. de activiteiten betrekking hebben op een bouwwerk met een verstoringsoppervlakte groter dan 2.500 m² dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm beneden maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst, of
  • d. de activiteiten betrekking hebben op een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd waarvan de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3,00 m;
  • e. de activiteiten betrekking hebben op het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen over een oppervlakte van minder dan 2.500 m² tot een diepte van meer dan 40 cm beneden maaiveld en het aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 40 cm beneden maaiveld;
  • f. de activiteiten betrekking hebben op heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen over een oppervlakte van minder dan 2.500 m²;
  • g. de activiteiten betrekking hebben op het verlagen of verhogen van het waterpeil over een oppervlakte van meer dan 2.500 m²;
  • h. de activiteiten betrekking hebben op het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd over een oppervlakte van minder dan 2.500 m²;
  • i. de activiteiten betrekking hebben op het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen vandaarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur over een oppervlakte van minder dan 2.500 m²;
  • j. de activiteiten betrekking hebben op het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen over een oppervlakte van minder dan 2.500 m²;
  • k. de activiteiten betrekking hebben op het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten over een oppervlakte van minder dan 2.500 m²;
  • l. de activiteiten betrekking hebben op het tot stand brengen en of in exploitatie brengen van boor- en pompputten over een oppervlakte van minder dan 2.500 m²;
  • m. de activiteiten betrekking hebben op het aanleggen of verbreden/verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met grondverstoringen dieper dan 40 cm beneden maaiveld over een oppervlakte van minder dan 2.500 m²;
  • n. de activiteiten betrekking hebben op werken die ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd;
  • o. de activiteiten betrekking hebben op werken die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten;
  • p. de activiteiten betrekking hebben op werken die worden uitgevoerd in het kader van regulier onderhoud en beheer.
8.3.3 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein is vastgesteld.
8.3.4 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

De omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 8.3.1 voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:

  • a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; of
  • b. schade door de bodemingreep kan worden voorkomen of voldoende kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften;
  • c. de werkzaamheden waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd zijn toegestaan op grond van de regels van de andere functies, waarmee deze functie samenvalt.

Artikel 9 Wonen

9.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Wonen'.

9.2 Functieomschrijving

Een voor 'Wonen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:

  • a. wonen;

met daaraan ondergeschikt:

  • b. beroep aan huis, uitsluitend ten behoeve van de functie wonen, overeenkomstig artikel 9.4.1;

met daarbij behorende:

  • c. in- en uitritten;
  • d. ontsluitingswegen;
  • e. paden en verhardingen;
  • f. parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein';
  • g. groenvoorzieningen;
  • h. nutsvoorzieningen;
  • i. tuinen en erven;
  • j. waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen.
9.3 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken
9.3.1 Algemeen

Op deze locatie mogen ten behoeve van de functie 'Wonen' uitsluitend worden gebouwd:

  • a. hoofdgebouwen;
  • b. bijbehorende bouwwerken, zoals balkons;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
9.3.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. hoofdgebouwen moeten en bijbehorende bouwwerken mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bouwvlak mag voor 100% worden bebouwd;
  • c. Het aantal woningen/wooneenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden is aangegeven;
  • d. de goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' is aangegeven;
  • e. de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven.
  • f. het aantal bouwlagen van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen' is aangegeven.
9.3.3 Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak gelden de volgende regels:

  • a. het bouwen van bijbehorende bouwwerken is uitsluitend in het achtererfgebied toegestaan;
  • b. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 3,2 meter;
  • c. de bouwhoogte van een bijbehorende bouwwerk mag niet meer bedragen dan 6,0 meter;
  • d. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 350 m2 per deelgebied.
9.3.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen de locatie met de functie 'Wonen' worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan aangegeven in onderstaande tabel
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde   Maximale bouwhoogte  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd erfafscheidingen   4,0 meter  
Vluchttrappen in de vorm van een open constructie   dezelfde hoogte als het aangrenzende hoofdgebouw  
Erfafscheidingen   2,0 meter  
Geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm'   2,0 meter  
9.3.5 Ondergronds bouwen

Op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Wonen' gelden voor ondergronds bouwen de volgende regels:

  • a. op de gronden mag uitsluitend ondergronds worden gebouwd op plaatsen waar hoofd- en bijbehorende bouwwerken zijn of gelijktijdig worden gebouwd, en daarnaast mogen direct aansluitend in- en uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd;
  • b. de verticale diepte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter.
9.3.6 Voorwaardelijke verplichting parkeren

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. er dient bij de aanvraag te worden aangetoond dat ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte wordt aangebracht en in stand wordt gehouden dan wel op het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
  • b. er dient bij de aanvraag te worden aangetoond dat ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's van bezoekers in de openbare ruimte in voldoende mate wordt aangebracht en in stand wordt gehouden.
  • c. aan de onder a en b. bedoelde voorwaarde wordt voldaan indien de bedoelde aanvraag voor omgevingsvergunning voldoet aan de parkeernormen zoals aangegeven in onderstaande 'tabel parkeren'.
  • d. de onder a. bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:
    • 1. indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 2,5 x 5,0 meter bedragen bij haaksparkeren;
    • 2. indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 2,0 x 6,0 meter bedragen bij langsparkeren.
Woning type   Aantal parkeerplaatsen per wooneenheid  
Huur, appartement, sociale huur, <75m² bvo   0,6 parkeerplaats  
Huur, appartement, vrije sector, <75m² bvo   0,7 parkeerplaats  
Huur, appartement, vrije sector, 75-100m² bvo   0,8 parkeerplaats  
Koop, appartement, <75m² bvo   1,1 parkeerplaats  
Koop, appartement, 75-100m² bvo   1,2 parkeerplaats  
Bezoekersparkeren   0,1 parkeerplaats  

Tabel parkeren

9.4 Specifieke functieregels voor gebruik
9.4.1 Beroep aan huis

Het uitoefenen van een beroep aan huis, of hiermee naar aard, uitstraling en omvang gelijk te stellen bedrijfsmatige activiteiten, is toegestaan, mits:

  • a. de activiteit plaats vindt in de woning;
  • b. degene die de activiteit uitoefent, tevens de bewoner van de woning is;
  • c. de woning met inbegrip van bijbehorende bouwwerken gebruikt mag worden voor de uitoefening van het beroep met dien verstande dat de woning in overwegende mate ten behoeve van het wonen in gebruik blijft;
  • d. het beroep aan huis geen omgevingsvergunningplichtige activiteit of meldingplichtige activiteit betreft, tenzij ten aanzien van meldingsplichtige activiteiten door de aanvrager middels onderzoek kan worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat door desbetreffende activiteit niet onevenredig worden aangetast;
  • e. de uiterlijke verschijningsvorm van de woning niet verandert;
  • f. er geen detailhandel plaatsvindt;
  • g. er geen ontoelaatbare publieks- en verkeersaantrekking ontstaat;
  • h. voorzien is in de eigen parkeerbehoefte;
  • i. maximaal 50 m² van het vloeroppervlak van de woning/bijbehorende bouwwerken gebruikt wordt voor het beroep aan huis;
  • j. aan maximaal 2 personen tegelijk diensten worden aangeboden.
9.4.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging

Het bebouwen van de gronden en de aanleg van verhardingen op de locaties voor 'Wonen' is slechts toegestaan als binnen 'Wonen' is voorzien in de aanleg en instandhouding van een waterberging van ten minste 100 liter per vierkante meter bebouwd en verhard oppervlak, die binnen 24 uur na een bui weer voor 100% beschikbaar is.

9.4.3 Voorwaardelijke verplichting geluidschermen

Het gebruik en/of het laten gebruiken van de voor 'Wonen' aangewezen locaties en opstallen conform de functie 'Wonen' is alleen toegestaan als er erfscheidingen in de vorm van geluidschermen met een hoogte van 2,0 meter zijn opgericht ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm'.

9.4.4 Voorwaardelijke verplichting afschermend groen

Het gebruik en/of het laten gebruiken van de voor 'Wonen' aangewezen locaties en opstallen conform de functie 'Wonen' is alleen toegestaan als ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarde' afschermend groen in stand wordt gehouden (in de vorm van bestaande bomen) dan wel wordt aangeplant en in stand wordt gehouden (in de vorm van nieuw aan te planten bomen). Het betreft bestaande bomen en nieuwe bomen die worden aangeplant met een plantmaat van minimaal 16/18 en in volgroeide situatie een kruinhoogte van minimaal 6 meter hebben ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarde'. In de eindsituatie is de afstand tussen de bomen maximaal 11 meter.

9.4.5 Voorwaardelijke verplichting gebruik woningen

Het gebruik van de nieuwe woningen in het plangebied is uitsluitend toegestaan indien het parkeren op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw behoort en indien 15 openbare parkeerplaatsen met een afmeting van 2,0 x 6,0 meter per parkeerplaats aangrenzend aan het plangebied zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden.

9.4.6 Aanwijzen vergunningplicht ten behoeve van parkeren

Het bevoegd gezag kan bij een tekort aan parkeerplaatsen op eigen terrein met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.4.5, indien in de directe omgeving voldoende openbare parkeerplaatsen aanwezig zijn.

9.5 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen voor het slopen van een gebouw

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bestaand gebouw te slopen indien uit een quickscan flora en funna blijkt dat gebouw geschikt is voor beschermende soorten.

9.6 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit slopen

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 9.5 wordt verleend indien aan de volgende regels wordt voldaan:

  • a. Bestaande gebouwen mogen allen gesloopt worden indien:
    • 1. (vervolg)onderzoek heeft plaatsgevonden naar het voorkomen van vleermuizen of andere beschermde soorten binnen de bebouwing, en
    • 2. eventueel te nemen noodzakelijke mitigerende en/of compenserende maatregelen met het oog op de gunstige staat van instandhouding van de onder 1. bedoelde soorten zijn genomen, en/of
    • 3. op grond van het onderzoek als bedoeld onder 1. eventueel noodzakelijk gebleken verleende ontheffingen van het bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet (flora- en fauna-activiteit) kunnen worden overlegd.

Hoofdstuk 3 Thema geluid

Artikel 10 Gezamenlijk geluid

10.1 Gebiedsaanduiding

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - gezamenlijk geluid' bedraagt het gezamenlijke geluid de in onderstaande tabel en afbeelding aangegeven maximale waarde op de gevels.

afbeelding "i_NL.IMRO.0988.TAMStJozefslnoost-ON01_0042.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0988.TAMStJozefslnoost-ON01_0043.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0988.TAMStJozefslnoost-ON01_0044.png"

Hoofdstuk 4 Algemene regels

Artikel 11 Algemeen

11.1 Aanwijzing vergunningplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning:

  • a. de op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van maximum goot- en/of bouwhoogten dan wel maximum aantal bouwlagen te overschrijden;
  • b. de op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen te overschrijden.
11.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit met betrekking tot bouwwerken
11.2.1 Afwijkende hogere maten

Een omgevingsvergunning als bedoeld in 11.1 sub a. wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. een onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden alsmede de elders in dit hoofdstuk beschreven ruimtelijke -, cultuurhistorische -, landschappelijke - en natuurwaarden, en;
  • b. de op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van goot- en/of bouwhoogten en percentages met ten hoogste 10% wordt overschreden, mits:
    • 1. dit in verband met het realiseren van de functie noodzakelijk is of,
    • 2. indien door de afwijking een betere bouwkundige en/of stedenbouwkundige aansluiting ontstaat met direct aangrenzende percelen en/of bouwwerken waarbij
    • 3. deze afwijking mag niet cumulatief worden gebruikt ten opzichte van eerder met een omgevingsvergunning mogelijk gemaakte afwijkingen: uitgangspunt voor de afwijking is de normstelling zoals opgenomen in de bouwregels van bouwregels van Artikel 9 Wonen van dit hoofdstuk.
11.2.2 Overschrijden van de op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen

Een omgevingsvergunning als bedoeld in 11.1 sub b. wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden alsmede de elders in dit hoofdstuk beschreven ruimtelijke -, cultuurhistorische -, landschappelijke - en natuurwaarden, en;
  • b. een meetverschil daartoe aanleiding geeft, waarbij de afwijking niet meer mag bedragen dan 10%.
  • c. uit nader akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai blijkt dat het woon- en leefklimaat van geluidsgevoelige objecten in voldoende mate wordt gewaarborgd.

Artikel 12 Overige regels

Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de verschillende functies geldt dat functie gericht op bescherming van archeologische waarden voor gaat op de functie wonen.

Hoofdstuk 5 Overgangsrecht

Artikel 13 Overgangsrecht

13.1 Bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan;
  • c. het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2 Gebruik
13.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

13.2.2 Verandering gebruik

Het is verboden het met dit hoofdstuk strijdige gebruik, bedoeld in artikel 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

13.2.3 Voorwaarde

Indien het gebruik, bedoeld in artikel 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

13.2.4 Uitzondering

Artikel 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.