| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Maaseikerweg 257 |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0988.TAMMaaseikerwg257-ON01 |
Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Maaseikerweg 257
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op locatie Maaseikerweg 257 te Weert en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22g) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Weert.
Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2, van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit, op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven, deel van het omgevingsplan (hierna: 'dit deel') weergegeven hoofdstukken, moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22g van het omgevingsplan van de gemeente Weert. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22g' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22g' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Maaseikerweg 257.
Het omgevingsplan van de gemeente Weert.
Een extra woonruimte inpandig of in een direct aan het hoofdgebouw aangebouwd bijgebouw bij een woning, waarin een huishouding gevestigd is, dat mantelzorg ontvangt van de bewoner(s) in de zelfstandige woonruimte. Onder mantelzorg wordt verstaan langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
Een inhoudelijk document waarin het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van een archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek verwoord staan, alsook de randvoorwaarden van het onderzoek, bijvoorbeeld met betrekking tot de omgang met het vondstmateriaal. Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd.
een turbine met een tiphoogte tot maximaal 15 m en een relatief klein vermogen, geschikt voor gebruik in (de buurt van) stedelijk gebied.
Een advies, opgesteld door de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag, waarin de kaders voor een uit te voeren archeologisch onderzoek zijn aangegeven en aan de hand waarvan opdrachtverstrekking kan plaatsvinden aan de instantie die het archeologisch onderzoek verricht.
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel - binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.
Kleinschalige verblijfsrecreatie als kleinschalige toeristisch-recreatieve activiteit in de vorm van het ter beschikking stellen van maximaal 4 slaapplaatsen binnen de bestaande woning ten behoeve van overnachting voor een of enkele nachten waarbij het ontbijt voor de volgende dag inbegrepen is. Onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.
Een dienstverlenend ambachtelijk bedrijf, dat op kleine schaal in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Het bedrijf wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de woning.
Een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Onder een aan huis gebonden beroep worden hier eveneens begrepen consument verzorgende activiteiten (bijvoorbeeld kapper, schoonheids-specialist(e), nagelstudio, atelier). Het beroep wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de woning en aan maximaal 2 personen tegelijk mogen diensten worden aangeboden.
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
De grens van een bouwvlak.
Een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouw of zolder.
Een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens dit hoofdstuk een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
De grens van een bouwperceel.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt op of in de grond.
Verkoop waarbij klanten een online winkel bezoeken, producten selecteren en een aankoop doen door middel van betaling online. De verkoper verzendt vervolgens het product naar de klant of bezorgt het product bij de klant. Het proces werkt door middel van een combinatie van websites, databases en betalingssystemen.
Het gebruiksdoel dat een onderdeel van de fysieke leefomgeving op een bepaalde locatie heeft.
De wijze waarop gronden en bouwwerken worden gebruikt, waarbij het kan gaan om functies en gebruiksactiviteiten.
De grens van de (bouw)aanduiding 'bijbehorende bouwwerken'.
Het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22g Maaseikerweg 257 met identificatienummer NL.IMRO.0988.TAMMaaseikerwg257-ON01 van de gemeente Weert.
Horeca die tijdens winkelopeningstijden en in de avonduren (tot 10.00 uur) is geopend en die tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden (restaurant).
Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een locatie met een bepaald gebruiksdoel.
Het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, culturele, medische en educatieve doeleinden.
De gehele omgeving van een molen, voor zover van invloed op het functioneren van de molen als maalwerktuig én als monument, waarbij naast windvang ook gelet moet worden op de belevingswaarde van de molen.
Het gebied zoals weergegeven in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0988.TAMMaaseikerwg257-ON01 bestaande uit de locatiesgronden waar de regels uit dit hoofdstuk van toepassing zijn.
Voorzieningen/constructies inclusief containervelden met als doel het gewas te forceren tot meer groei en of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel het vervroegen als het verlaten van de teelt ten opzichte van de normale open teelt en/of het beschermen van het gewas tegen weersinvloeden, ziekten en plagen hetgeen leidt tot een beter kwaliteit van het product. De teeltondersteunende voorzieningen dienen ter ondersteuning van de vollegrondsteelt.
De verbeelding van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22g Maaseikerweg 257.
Het wonen in een woning.
Een (gedeelte van een) gebouw dat uitsluitend dient voor de huisvesting van één zelfstandige huishouding.
Het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen.
De kleinste binnen één of meer gebouwen gelegen en voor woondoeleinden geschikte eenheid van gebruik die in functioneel opzicht zelfstandig is.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in 4.1 tot en met 4.5.
De bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zzoals schoorstenen, ventilatiekanalen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
De inhoud van een bouwwerk wordt gemeten tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Daar waar een gevellijn staat aangegeven op de verbeelding wordt de goothoogte gemeten in de gevellijn.
De oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, technische installaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. functiegrenzen niet meer dan 0,50 meter bedraagt. Voor luifels, erkers en balkons geldt dat de bouw- c.q. functiegrenzen met maximaal 1,20 meter wordt overschreden.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Agrarisch'.
Een voor 'Agrarisch' aangewezen locaties heeft de volgende functies:
met daaraan ondergeschikt:
met daarbij behorende:
Op deze gronden mogen ten behoeve van de functie 'Agrarisch' uitsluitend worden gebouwd:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie middelhoog'.
Een voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen locatie is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in lid 9.3.2, zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de in lid 9.2 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 2.500 m²:
Het in sublid 9.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als:
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein is vastgesteld.
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
Aan de omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg de volgende voorschriften worden verbonden:
a. het voorschrift tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden verbonden;
b. het voorschrift tot het doen van opgravingen;
c. het voorschrift om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie hoog'.
Een voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen locatie is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in lid 10.3.2, zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de in lid 10.2 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 250 m²:
Het in sublid 10.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als:
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
Aan de omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg de volgende voorschriften worden verbonden:
a. het voorschrift tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden verbonden;
b. het voorschrift tot het doen van opgravingen;
c. het voorschrift om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Wonen'.
Een voor 'Wonen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met daaraan ondergeschikt:
met daarbij behorende:
Op deze locaties mogen ten behoeve van de functie 'Wonen' uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij woningen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
| Bouwwerken, geen gebouw zijnde | Maximale bouwhoogte |
| Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, uitgezonderd erfafscheidingen | 4,0 m |
| Erfafscheidingen | 2,0 m |
Op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Wonen' gelden voor ondergronds bouwen de volgende regels:
Het uitoefenen van een beroep aan huis, of hiermee naar aard, uitstraling en omvang gelijk te stellen bedrijfsmatige activiteiten, vanuit de woning is toegestaan mits:
Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
| woningtype | aantal parkeerplaatsen per eenheid, inclusief bezoekersparkeren |
| vrijstaande woning | 3 |
Het bebouwen van de gronden en de aanleg van verhardingen op de gronden voor 'Wonen' is slechts toegestaan als binnen 'Wonen' is voorzien in de aanleg en instandhouding van een waterberging van ten minste 100 liter per vierkante meter bebouwd en verhard oppervlak, die binnen 48 uur na een bui weer voor 100% beschikbaar is.
Het gebruik voor wonen (met uitzondering van niet voor het verblijven van personen bestemde ruimten) is uitsluitend toegestaan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. bij de aanvraag omgevingsvergunning moet een gevelweringsonderzoek aangeleverd worden.
b. uit een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevel moet blijken dat de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevel (GA;k) voldoet aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving.
In afwijking van het overigen in dit TAM-omgevingsplan bepaalde is het niet toegestaan op de gronden gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - spuitvrije zone', vanwege het garanderen van een goed woon- en leefklimaat, gebruik te maken van verspuitbare gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 13.1 sub a. wordt verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 13.1 sub b. wordt verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 13.1 sub c. wordt verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit hoofdstuk strijdige gebruik, bedoeld in artikel14.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 14.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Artikel 14.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.