| Plan: | Hoofdstuk_22f_Kazernelaan 101 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0988.TAMKazernelaan101-VA01 |
Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kazernelaan 101
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op locatie Kazernelaan 101 (voormalig kazernekomplex Horne Kwartier) en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22f) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Weert.
Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22f van het omgevingsplan van gemeente Weert. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22f' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22f' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk_22f_Kazernelaan 101.
Het omgevingsplan van de gemeente Weert.
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
Een extra woonruimte inpandig of in een direct aan het hoofdgebouw aangebouwd bijgebouw bij een woning, waarin een huishouding gevestigd is, dat mantelzorg ontvangt van de bewoner(s) in de zelfstandige woonruimte. Onder mantelzorg wordt verstaan langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
Een inhoudelijk document waarin het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van een archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek verwoord staan, alsook de randvoorwaarden van het onderzoek, bijvoorbeeld met betrekking tot de omgang met het vondstmateriaal. Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd.
Een advies, opgesteld door de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag, waarin de kaders voor een uit te voeren archeologisch onderzoek zijn aangegeven en aan de hand waarvan opdrachtverstrekking kan plaatsvinden aan de instantie die het archeologisch onderzoek verricht.
Onderzoek verricht door of namens de gemeente of door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingvergunning en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
De aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten.
De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden.
Één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel - binnen het eventueel aangegeven bouwvlak- ten hoogste mag worden bebouwd.
Kleinschalige verblijfsrecreatie als kleinschalige toeristisch-recreatieve activiteit in de vorm van het ter beschikking stellen van maximaal 4 slaapplaatsen binnen de bestaande woning ten behoeve van overnachting voor een of enkele nachten waarbij het ontbijt voor de volgende dag inbegrepen is. Onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.
Een dienstverlenend ambachtelijk bedrijf, dat op kleine schaal in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Het bedrijf wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de woning.
De beleidsregel 'beeldkwaliteitsplan Horne Kwartier, Van Hornekazerne en Lichtenberg Weert' d.d. 24 september 2025 zoals vastgesteld op 31 maart 2026 of diens rechtsopvolger.
Een woning die boven, danwel beneden een andere woning is gesitueerd in een gebouw bestaande uit maximaal twee bouwlagen met een kap of drie bouwlagen die plat afgedekt zijn en waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het straatniveau is gewaarborgd. Een beneden-bovenwoning wordt gelijk geschaard aan een grondgebonden woning. Een appartementengebouw of gestapelde woning is geen beneden-bovenwoning.
Een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Onder een aan huis gebonden beroep worden hier eveneens begrepen consument verzorgende activiteiten (bijvoorbeeld kapper, schoonheids-specialist(e), nagelstudio, atelier). Het beroep wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de woning en aan maximaal 2 personen tegelijk mogen diensten worden aangeboden.
Onder bestaande bebouwing wordt verstaan bebouwing welke op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp deze wijziging van het omgevingsplan aanwezig is of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning;
Onder bestaand gebruik wordt verstaan het gebruik van grond en bouwwerken dat bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wijziging van het omgevingsplan.
De grens van een bouwvlak.
Een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5 m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouw of zolder.
Een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens dit hoofdstuk een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
De grens van een bouwperceel.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
Een door het college van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. Deze dient in ieder geval te voldoen aan de in de KNA gestelde kwalificaties van senior archeoloog.
Het bedrijfsmatig te koop, te huur of in lease aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen aan diegenen die, die goederen kopen resp. huren, voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Verkoop waarbij klanten een online winkel bezoeken, producten selecteren en een aankoop doen door middel van betaling online. De verkoper verzendt vervolgens het product naar de klant of bezorgt het product bij de klant. Het proces werkt door middel van een combinatie van websites, databases en betalingssystemen.
Het gebruiksdoel dat een onderdeel van de fysieke leefomgeving op een bepaalde locatie heeft.
De wijze waarop gronden en bouwwerken worden gebruikt, waarbij het kan gaan om functies en gebruiksactiviteiten.
Gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid.
Een woning die onderdeel uitmaakt van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat. Beneden-bovenwoningen zijn geen gestapelde woningen.
Groenvoorzieningen die een wezenlijk onderdeel vormen van de ruimtelijke structuur met een duidelijke beeldbepalende rol.
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk_22f_Kazernelaan 101 met identificatienummer NL.IMRO.0988.TAMKazernelaan101-VA01 van de gemeente Weert.
Horecabedrijven die tijdens winkelopeningstijden en in de avonduren (tot 22.00 uur) geopend zijn en die tot hoofddoel het verstrekken van maaltijden (restaurant) hebben.
Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een locatie met een bepaald gebruiksdoel.
Bovenkant van het afgewerkte terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft.
Het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, culturele, medische en educatieve doeleinden.
Werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden te komen. Hieronder wordt tevens verstaan het vervangen van zieke en dode bomen en/of groen en het vervangen van bomen en/of groen die als gevolg van een calamiteit onherstelbaar zijn beschadigd. Hieronder vallen niet incidentele ingrepen in bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie of werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde.
Een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen op ten minste 1,75 m beneden peil.
Het gebied zoals weergegeven in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0988.TAMKazernelaan101-VA01 bestaande uit de locaties waar de regels uit dit hoofdstuk van toepassing zijn.
Een huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c Bkl, met een aanvangshuurprijs die in het jaar dat de huurovereenkomst wordt gesloten onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid onder a van de Wet op de huurtoeslag, welke grenzen van jaar tot jaar zullen kunnen wijzigen.
Een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen regievoerder of (hoofd)ontwerper om stedenbouwkundige en/of architectonische kwaliteit en samenhang tussen veschillende gebouwen, complexen of deelgebieden in een plangebied te bereiken. Een supervisor stuurt op de inrichting van de openbare ruimte en/of stedenbouw en/of architectuur en is gebonden aan de vastgestelde criteria, zoals vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan en het stedenbouwkundig plan zoals opgenomen in Bijlage 1.
Een buiten de besloten ruimte van een hoofdgebouw liggend deel van een horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden verstrekt.
De verbeelding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk_22f_Kazernelaan 101.
Een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag op de begane grond.
Gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg en die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt.
Een virtuele lijn die samenvalt met de bestaande voorgevel van de woning, alsmede zich uitstrekt ter weerszijden van die voorgevel.
Doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang, voorzieningen voor de waterhuishouding e.d.
Het wonen in een woning.
Een (gedeelte van een) gebouw dat uitsluitend dient voor de huisvesting van één zelfstandige huishouding.
Het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen.
Complex met zorgwoningen binnen een complex waarin ook ondersteunende voorzieningen, zoals behandelkamers, dagbesteding, ontmoetingsruimten en dergelijke aanwezig zijn.
De kleinste binnen één of meer gebouwen gelegen en voor woondoeleinden geschikte eenheid van gebruik die in functioneel opzicht zelfstandig is.
Een woning voor de huisvesting van bepaalde categorieën van de bevolking, zoals ouderen, jongeren, of mensen met een beperking, waarin een of meerdere voorzieningen zijn aangebracht gericht op het kunnen verstrekken van zorg aan huis en omtrent welke woning een 'zorgcontract' is gesloten met een zorg verlenende instantie en die gezien de maatschappelijke ontwikkelingen en hun geringe ruimtelijke impact wel aanvaardbaar zijn in de woonomgeving.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in 4.1 tot en met 4.5.
De bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, ventilatiekanalen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
De inhoud van een bouwwerk wordt gemeten tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Daar waar een gevellijn staat aangegeven op de verbeelding wordt de goothoogte gemeten in de gevellijn.
De oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, technische installaties, liftopbouwen, installatieruimten, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. functiegrenzen niet meer dan 0,5 meter bedraagt. Voor luifels, erkers en balkons geldt dat de bouw- c.q. functiegrenzen met maximaal 1,2 meter wordt overschreden.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Groen'.
Een voor 'Groen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
Met daaraan ondergeschikt:
Voor het bouwen van ondergrondse parkeergarages gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Het is verboden op of in de voor 'overige zone - waardevolle boom' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:
Het kappen van bomen als bedoeld in artikel 8.4.1 is slechts toelaatbaar indien door de kap, dan wel door daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de stedenbouwkundige en/of landschappelijke waarden van de desbetreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. Hierbij gelden de volgende criteria:
| Omgevingsvergunningplichtige activiteit | Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning |
| 10.4.1 sub a. kappen van bomen | het kappen moet noodzakelijk zijn voor onderhoud of bereikbaarheid ten behoeve van de functies zoals omschreven in artikel 8.2 of ten behoeve van andere binnen dit hoofdstuk 22f toegestane functies. |
Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning een voorschrift verbinden inhoudende compenserende maatregelen te treffen waaronder een herplantplicht ten behoeve van het behoud van het groene karakter van het gebied.
Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' mogen de aan deze aanduiding grenzende locaties 'Wonen' en parkeerterreinen op maaiveld voor gemotoriseerd verkeer worden ontsloten op de omliggende wegen.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Maatschappelijk'.
Een voor 'Maatschappelijk' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met daarbij behorende:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
| Maatschappelijk | aantal parkeerplaatsen inclusief bezoekersparkeren |
| gezondheidscentrum per 100 m2 bvo | 2,53 |
| lichte horeca per 100 m2 bvo | 4 |
| kinderdagverblijf per 100 m2 bvo | 1,3 |
| zorgwoningen binnen het woonzorgcomplex - per woning | 0,5 |
Voor lichte horeca gelden de volgende regels:
Voor een woonzorgcomplex ter plaatse van de aanduiding 'woonzorgcomplex' gelden de volgende regels:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de in lid 9.5.2 genoemde zorgwoningen te wijzigen naar reguliere woningen.
De omgevingsvergunning zoals genoemd in lid 9.5.3 wordt slechts verleend indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
| woningtype | aantal parkeerplaatsen per eenheid, inclusief bezoekersparkeren van 0,15 parkeerplaats per eenheid |
| huurappartement, betaalbaar/midden | 0,65 |
| huurappartement, sociale huur | 0,55 |
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Verkeer'.
Een voor 'Verkeer' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met daarbij behorende:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Het is verboden op of in de voor 'overige zone - waardevolle boom' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:
Het in artikel 10.4.1 vervatte verbod geldt niet voor:
Het kappen van bomen als bedoeld in artikel 10.4.1 is slechts toelaatbaar indien door de kap, dan wel door daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de stedenbouwkundige en/of landschappelijke waarden van de desbetreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. Hierbij gelden de volgende criteria:
| Omgevingsvergunningplichtige activiteit | Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning |
| 10.4.1 sub a. kappen van bomen | het kappen moet noodzakelijk zijn voor onderhoud of bereikbaarheid ten behoeve van de functies zoals omschreven in artikel 10.2 of ten behoeve van andere binnen dit hoofdstuk 22f toegestane functies. |
Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning een voorschrift verbinden inhoudende compenserende maatregelen te treffen waaronder een herplantplicht ten behoeve van het behoud van het groene karakter van het gebied.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie hoog'.
Een voor 'Waarde-Archeologie hoog' aangewezen locatie is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in lid 11.3.2, zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de in lid 11.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 250 m2:
Het in sublid 11.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als:
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
Aan de omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg de volgende voorschriften worden verbonden:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde-Archeologie middelhoog'.
Een voor 'Waarde-Archeologie middelhoog' aangewezen locatie is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in lid 12.3.2, zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de in lid 12.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 2.500 m2:
Het in sublid 12.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden als:
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
Aan de omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg de volgende voorschriften worden verbonden:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde- Kazernecomplex'.
Een voor 'Waarde - Kazernecomplex' aangewezen locatie is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) met bijbehorende (openbare) ruimte, bestemd voor:
is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dit te voorkomen.
In aanvulling op de overige beoordelingsregels voor de binnenplanse omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken bouwen die van toepassing zijn binnen deze locatie geldt tevens de volgende beoordelingsregel:
Ten behoeve van de beoordeling of voldaan wordt aan lid 13.4 lid 1. vraagt het bevoegd gezag advies aan de Collegeadviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Wonen'.
Een voor 'Wonen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met daaraan ondergeschikt:
met daarbij behorende:
In aanvulling op het bepaalde in lid 14.3.1 gelden voor het bouwen van een hoofdgebouw de volgende algemene beoordelingsregels:
In aanvulling op het bepaalde in lid 14.3.1 en 14.3.2 gelden voor het bouwen van een hoofdgebouw ter plaatse van de 'overige zone - bouwregels 1' ook de beoordelingsregels:
In aanvulling op het bepaalde in lid 14.3.1 en 14.3.2 gelden voor het bouwen van een hoofdgebouw ter plaatse van de 'overige zone - bouwregels 2' ook de beoordelingsregels:
In aanvulling op het bepaalde in lid 14.3.1 en 14.3.2 gelden voor het bouwen van een hoofdgebouw ter plaatse van de 'overige zone - bouwregels 3' ook de beoordelingsregels:
In aanvulling op het bepaalde in lid 14.3.1 en 14.3.2 gelden voor het bouwen van een hoofdgebouw ter plaatse van de 'overige zone - bouwregels 4' ook de beoordelingsregels:
In aanvulling op het bepaalde in lid 14.3.1 gelden voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk ter plaatse van de 'overige zone - bouwregels 2', 'overige zone - bouwregels 3' en 'overige zone - bouwregels 4' de volgende beoordelingsregels:
In aanvulling op het bepaalde in lid 14.3.1 en 14.3.8 gelden voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk ter plaatse van de 'overige zone - bouwregels 2' ook de volgende beoordelingsregel:
In aanvulling op het bepaalde in lid 14.3.1 en 14.3.8 gelden voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk ter plaatse van de 'overige zone - bouwregels 3' ook de volgende beoordelingsregels:
In aanvulling op het bepaalde in lid 14.3.1 en 14.3.8 gelden voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk ter plaatse van de 'overige zone - bouwregels 4' ook de volgende beoordelingsregel:
In aanvulling op het bepaalde in lid 14.3.1 gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
| Bouwwerken, geen gebouw zijnde bij woningen | Maximale bouwhoogte |
| erf- of terreinafscheidingen achter de voorgevel van een hoofdgebouw of het verlengde daarvan. | 2,0 meter |
| overige bouwwerken geen gebouwen zijnde | 4,0 meter |
| Bouwwerken geen gebouwen zijnde in de openbare ruimte | Maximale bouwhoogte |
| bruggen, steigers, duikers e.d. | 2,0 meter |
| nutsvoorzieningen | 3,5 meter |
| overige bouwwerken geen gebouwen zijnde | 3,0 meter |
In aanvulling op het bepaalde in lid 14.3.1 gelden voor het ondergronds bouwen van bouwwerken, gelden de volgende regels:
In aanvulling op het bepaalde in lid 14.3.1 en 14.3.2 gelden voor het bouwen van geluidgevoelige gebouwen binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - regels geluidgevoelige gebouwen' de volgende beoordelingsregels:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw worden in aanvulling op artikel 4 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
| woningtype | aantal parkeerplaatsen per eenheid, inclusief bezoekersparkeren van 0,15 parkeerplaats per eenheid |
| vrijstaande woning, koop | 1,65 |
| twee-onder-een-kap woning, koop | 1,55 |
| rug-aan-rug woning, geschakelde woning, rijwoning, hoekwoning, levensloopbestendige woning, beneden-bovenwoning, koop | 1,45 |
| grondgebonden woning, sociale huur | 0,85 |
| appartement, sociale huur < 75 m2 bvo | 0,55 |
| appartement, sociale huur > 75 m2 < 100 m2 bvo | 0,75 |
| appartement, koop < 75 m2 bvo | 0,65 |
| appartement, koop > 75 m2 < 100 m2 bvo | 1,15 |
| appartement, koop > 100 m2 bvo | 1,45 |
Het bebouwen van de gronden en de aanleg van verhardingen op de gronden voor 'Wonen' is slechts toegestaan als binnen het plangebied is voorzien in de aanleg en instandhouding van een waterberging van ten minste 100 liter per vierkante meter bebouwd en verhard oppervlak, die binnen 24 uur na een bui weer voor 100% beschikbaar is.
Voor het realiseren en gebruiken van woningen gelden de volgende regels:
Het uitoefenen van een beroep aan huis, of hiermee naar aard, uitstraling en omvang gelijk te stellen bedrijfsmatige activiteiten, vanuit de woning is toegestaan mits:
Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - inrit' zijn inritten voor gemotoriseerd en langzaam verkeer toegestaan mits:
14.7.4.1 Omgevingsvergunningplicht afhankelijke woonruimte
14.7.4.2 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit afhankelijke woonruimte
De omgevingsvergunning wordt verleend als:
14.7.4.3. Aanvraagvereisten
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
14.7.5.1 Omgevingsvergunningplicht digitale verkoop via internet
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning digitale verkoop via internet uit te oefenen als ondergeschikte activiteit bij een woonfunctie.
14.7.5.2 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit digitale verkoop via internet
De omgevingsvergunning wordt verleend als:
14.7.5.3 Aanvraagvereisten
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
14.7.6.1 Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bed & breakfast uit te oefenen als ondergeschikte activiteit bij een woonfunctie.
14.7.6.2 Beoordelingsregels anvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bed & breakfast
De omgevingsvergunning wordt verleend als:
14.7.6.3 Aanvraagvereisten
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning:
Een omgevingsvergunning voor het overschrijden van de op de verbeelding aangegeven grenzen wordt ook verleend, indien voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Leiding - brandaandachtsgebied leiding brandstof'.
Binnen het gebied 'Leiding - brandaandachtsgebied leiding brandstof' is het verboden om zeer kwetsbare gebouwen of zeer kwetsbare ruimten in een gebouw te realiseren.
In het belang van de veiligheid van personen, is het verboden, zonder een omgevingsvergunning een kwetsbaar gebouw, een kwetsbare ruimte in een gebouw en/of een kwetsbare locatie te realiseren.
Ten behoeve van de realisatie van een kwetsbaar gebouw, een kwetsbare ruimte in een gebouw en/of locatie gelden de volgende regels:
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Aan de omgevingsvergunning kunnen in het belang van de veiligheid van personen voorschriften worden verbonden, waaronder in ieder geval de verplichting tot het treffen en in stand houden van de bij de aanvraag aangegeven (noodzakelijke) voorzieningen.
Het slopen van gebouwen en de (her)inrichting van de openbare ruimte binnen het plangebied is enkel toegestaan nadat de uit het 'Aanvullend onderzoek ecologie Kazernzelaan 101 te Weert' (d.d. 28 november 2025), zoals opgenomen in Bijlage 13 van de motivering volgende maatregelen zijn/worden getroffen en de benodigde omgevingsvergunning is verkregen.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit hoofdstuk strijdige gebruik, bedoeld in artikel 18.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 18.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Artikel 18.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.