| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Roermondseweg 10-14 |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0988.Roermondsew10-ON01 |
Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Roermondseweg 10-14
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Roermondseweg 10-14 en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Weert.
Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening ruimtelijke plannen (www.ruimtelijkeplannen.nl) en vervolgens vanaf de ontwerp omgevingsplanwijziging automatisch ontsloten in het nieuwe omgevingsloket, regels op de kaart (Omgevingsloket, Regels op de kaart).
De in dit op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/ uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Weert. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.
Een TAM-omgevingsplan is een wijziging van een deel van het gemeentelijke omgevingsplan, waarbij voor het verbeelden van het plan in de viewer, gebruik is gemaakt van de oude technische standaard voor het plantype bestemmingsplan, zoals die gold voor de invoering van de Omgevingswet. Hierdoor komt de legenda niet helemaal overeen met de benaming van de koppen in de juridische regels. Zo worden bestemmingen in de regels beschreven als functies. Dubbelbestemmingen en/of gebiedsaanduidingen worden in de regels waarden- en beperkingengebieden genoemd.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Roermondseweg 10-14.
Het omgevingsplan van de gemeente Weert.
Een inhoudelijk document waarin het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van een archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek verwoord staan, alsook de randvoorwaarden van het onderzoek, bijvoorbeeld met betrekking tot de omgang met het vondstmateriaal. Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd.
Een advies, opgesteld door de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag, waarin de kaders voor een uit te voeren archeologisch onderzoek zijn aangegeven en aan de hand waarvan opdrachtverstrekking kan plaatsvinden aan de instantie die het archeologisch onderzoek verricht.
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
De grens van een bouwvlak.
Een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouw of zolder.
Een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens dit hoofdstuk een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
De grens van een bouwperceel.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt op of in de grond.
Het gebruiksdoel dat een onderdeel van de fysieke leefomgeving op een bepaalde locatie heeft.
De wijze waarop gronden en bouwwerken worden gebruikt, waarbij het kan gaan om functies en gebruiksactiviteiten.
Het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Roermondseweg 10-14 met identificatienummer NL.IMRO.0988.TAMRoermondsew10- ON01 van de gemeente Weert.
Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een locatie met een bepaald gebruiksdoel.
Het gebied zoals weergegeven in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0988.TAMRoermondsew10-ON01 bestaande uit de gronden waar de regels uit dit hoofdstuk van toepassing zijn.
De verbeelding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Roermondseweg 10-14.
Het wonen in een woning.
Een (gedeelte van een) gebouw dat uitsluitend dient voor de huisvesting van één zelfstandige huishouding.
De kleinste binnen één of meer gebouwen gelegen en voor woondoeleinden geschikte eenheid van gebruik die in functioneel opzicht zelfstandig is.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan (of diens opvolgend artikel) zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in 4.1 tot en met 4.5.
De bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, ventilatiekanalen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
De inhoud van een bouwwerk wordt gemeten tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Daar waar een gevellijn staat aangegeven op de verbeelding wordt de goothoogte gemeten in de gevellijn.
De oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, technische installaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. functiegrenzen niet meer dan 0,50 meter bedraagt. Voor luifels, erkers en balkons geldt dat de bouw- c.q. functiegrenzen met maximaal 1,20 meter wordt overschreden.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan of diens opvolgende paragraaf, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde-Archeologie hoog'.
Een voor 'Waarde-Archeologie hoog' aangewezen locatie is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in lid Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht, zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de in lid Functieomschrijving bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 250 m²:
Het in artikel Omgevingsvergunningplicht gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, indien en voor zover:
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Waarde-Archeologie middelhoog.
Een voor 'Waarde-Archeologie middelhoog' aangewezen locatie is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in lid Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht, zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de in lid Functieomschrijving bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 2.500 m²:
Het in artikel Omgevingsvergunningplicht gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, indien en voor zover:
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Wonen'.
Een voor 'Wonen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met de daarbij behorende:
Op deze gronden mogen ten behoeve van 'Wonen' uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
| Bouwwerken, geen gebouw zijnde | Maximale bouwhoogte |
| Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, uitgezonderd erfafscheidingen | 4,0 m |
| erfafscheidingen voor zover gelegen 1 m achter de voorgevelrooilijn | 2,0 m |
| erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn en tot 1 m achter de voorgevelrooilijn | 1,0 m |
Op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Wonen' gelden voor ondergronds bouwen de volgende regels:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in Functieomschrijving genoemde functies van de gronden.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
| woningtype | aantal parkeerplaatsen per eenheid, inclusief bezoekersparkeren |
| appartementen | 1,6 |
Voor het afvoer van huishoudelijk afvalwater dienen woningen te worden aangesloten op de gemeentelijke riolering.
Voor de nieuwe woningen dient bij de aanvraag om een omgevingsvergunning te worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel worden toegepast om te kunnen voldoen aan het gestelde in artikel 4.103 van het Bbl.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - gezamenlijk geluid' bedraagt het gezamenlijk geluid de in onderstaande afbeelding aangegeven waarde op de gevels (waarbij het gezamenlijk geluid van 59 dB geldt voor de bovenste bouwlaag (gele lijn) en het gezamenlijk geluid van 60 en 65 dB geldt voor de overige bouwlagen).
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning dient uit een gevelweringsonderzoek te blijken dat de karakteristieke geluidwering van de verblijfsgebieden minimaal de in onderstaande tabel aangegeven waarden bedraagt:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in Aanwijzing vergunningplichtige gevallen sub a. wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 12.1 sub b. wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: