direct naar inhoud van Artikel 3 Groen
Plan: beheersverordening Hellebeuk
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0986.BVOHellebeuk-VA01

Artikel 3 Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Doeleinden

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen, zoals trapvelden, speelvoorzieningen, plantsoenen, waterpartijen met de daarbij behorende voet- en fietspaden en andere voorzieningen (waaronder de bestaande individuele perceelsontsluitingen);
  • b. een geluidwal, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak geluidwal;
  • c. een tennisbaan, uitsluitend ter plaatse van het besluitsubvlak tennisbaan;
  • d. landschappelijke inpassing in de vorm van groenvoorzieningen, zoals hagen, gebiedseigen bomen en opgaande/afschermende beplanting, een en ander overeenkomstig het inpassingsplan zoals weergegeven in bijlage 2 bij de regels;
  • e. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling;
3.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen het aangewezen besluitvlak (dubbelbestemming) Waarde - Archeologie zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13.1.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen

Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten dienste van het openbaar nut (nutsvoorzieningen). Deze mogen:

  • a. een oppervlakte hebben van maximaal 6 m2;
  • b. een hoogte hebben van maximaal 3 meter.
3.2.2 Andere bouwwerken

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken ten behoeve van of in de vorm van:
  • 1. de regeling van het verkeer;
  • 2. de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden;
  • 3. het openbaar nut;
  • 4. recreatieve voorzieningen, zoals recreatieve bewegwijzering en informatieborden;
  • 5. straatmeubilair, speelvoorzieningen, en daarmee gelijk te stellen bouwwerken.
  • b. De bouwhoogte van andere bouwwerken mag maximaal 3 meter bedragen, met uitzondering van:
    • 1. voorzieningen voor verlichting en het verkeer, waarvan de bouwhoogte maximaal 5 meter mag bedragen;
    • 2. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter mag bedragen.
3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.3.1 Vergunningplicht

Het is verboden op of in gronden aangewezen voor 'Groen' en gelegen binnen het besluitsubvlak 'geluidwal' zonder of afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waaronder ontgronden, afgraven, diepploegen en het aanbrengen van leidingen;
  • b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een andere wijze indrijven van (scherpe) voorwerpen in de bodem;
  • c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • d. het rooien van beplanting;
  • e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil.
3.3.2 Uitzonderingen

Het bepaalde in artikel 3.3.1 is niet van toepassing op:

  • a. normale onderhoudswerkzaamheden;
  • b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik;
  • c. werken of werkzaamheden, zoals het rooien dan wel aanbrengen van beplanting conform het in bijlage 2 opgenomen landschappelijk inpassingsplan;
  • d. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd.
3.3.3 Toelaatbaarheid

De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.3.1 kan alleen worden verleend indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 3.1.1 genoemde waarden en doeleinden, te weten de bescherming van de geluidwal, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

3.4 Specifieke gebruiksregels

De gronden gelegen binnen het besluitsubvlak 'geluidwal' mogen slechts ten behoeve van een geluidwal worden gebruikt.