Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: TAM-omgevingsplan Genooyerweg 55 Venlo
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0983.TAM202504GENOOY55-VA01

Regels

  
Preambule
Dit TAM-IMRO omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op de locatie Genooyerweg 55 te Venlo en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22l) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Venlo. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekendgemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met de landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
 
De in dit op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22l van het omgevingsplan van de gemeente Venlo. In de in dit deel weergegeven artikelen moet in de artikel kop na het woord 'Artikel' en de spatie '22l' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22l' gelezen worden.
 
1 Inleidende regels
Artikel 1 Toepassingsbereik
 
  1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid. met dien verstande dat ter plaatse van de in het eerste lid bedoelde GML-bestand aangegeven locatie 'Spuitvrije zone' die besluiten en de daarin opgenomen regels wel van toepassing blijven voorzover die niet in strijd zijn met de regels als opgenomen in Artikel 10. Voor zover die regels wel in strijd zijn met Artikel 10.4, gaat Artikel 10.4 voor op die regels.
  2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
  3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Genooyerweg 55 van het omgevingsplan ‘TAM-IMRO Hoofdstuk 22l Genooyerweg 55 Venlo’, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0983.TAM202504GENOOY55-VA01 zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart
 
Artikel 2 Begripsbepalingen
 
Artikel 1.1 van het Omgevingsplan van gemeente Venlo is van overeenkomstige toepassing voor dit hoofdstuk 22l In aanvulling dan wel in afwijking daarvan gelden voor de toepassing van dit hoofdstuk 22l de volgende begripsbepalingen:
 
2.1 Plan:
Het omgevingsplan van de gemeente Venlo.
 
2.2 TAM-omgevingsplan:
Het TAM-IMRO Omgevingsplan ‘Genooyerweg 55 Venlo’ van de gemeente Venlo.
 
2.3 Verbeelding:
De verbeelding van het TAM-Omgevingsplan ‘Genooyerweg 55 Venlo’ met identificatienummer NL.IMRO.0983.TAM202504GENOOY55-VA01 van de gemeente Venlo.
 
2.4 Aanduiding:
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld, ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
 
2.5 Aanduidingsgrens:
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
 
2.6 Aangebouwd bijgebouw:
Een bijgebouw, dat op enigerlei wijze aan het hoofdgebouw is aangebouwd door het verankeren van vloer, dak of mu(u)r(en) en/of door het gebruik maken van dezelfde constructiemu(u)r(en) en in bouwkundige zin ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
 
2.7 Aan- en/of uitbouw:
Een aan een hoofdgebouw vastgebouwd gebouw, dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in directe verbinding staat met het hoofdgebouw.
 
2.8 Aan-huis gebonden bedrijf:
Het hoofdzakelijk door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel. Behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten.
 
2.9 Aan-huis-gebonden beroep:
Het door de bewoner van de woning beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen beroep dat door zijn omvang in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend.
Hieronder dienen niet te worden begrepen de uitoefening van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten noch detailhandel.
 
2.10 Ander bouwwerk:
Een bouwwerk geen gebouw zijnde.
 
2.11 Bebouwing:
Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
 
2.12 Bebouwingspercentage:
Het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de aan de locatie toegewezen functie, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die aan de locatie toegewezen functie.
 
2.13 Bed and breakfast:
Een horecagelegenheid ondergeschikt aan een woning die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf voor korte tijd en waarbij het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten (daaraan) ondergeschikt is.
 
2.14 Begane grond:
Een bouwlaag geen verdieping zijnde.
 
2.15 Bestaand:
Bebouwing:
De als zodanig op de verbeelding aangegeven bebouwing, welke bestaat op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, dan wel op dat tijdstip op basis van een afgegeven bouwvergunning mag worden gebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald.
 
Gebruik:
Gebruik van gronden en bouwwerken, zoals dat bestaat ten tijde van het van kracht worden van dit plan.
 
2.16 Bestaande legale situatie
op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan overeenkomstig het tot dat moment geldende bestemmingsplan, dan wel een daartoe strekkende (omgevings)vergunning in afwijking van dat bestemmingsplan, bestaande situatie.
 
2.17 Bijgebouw:
Een gebouw behorende bij en dienstbaar aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat in functioneel en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw.
 
2.18 Bouwgrens:
De grens van een bouwvlak.
 
2.19 Bouwhoogte:
Het hoogste punt van een schuin dak.
 
2.20 Bouwlaag:
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback en met een maximale hoogte van 3,00 m voor woningen.
 
2.21 Bouwperceel:
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
 
2.22 Bouwperceelgrens:
De grens van een bouwperceel.
 
2.23 Bouwvlak:
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. Indien twee of meer bouwvlakken middels de aanduiding ‘relatie’ op de verbeelding aan elkaar zijn gekoppeld gelden deze bouwvlakken gezamenlijk als één bouwvlak.
 
2.24 Coffeeshop:
Een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders.
 
2.25 Dak:
Iedere bovenbeëindiging van een gebouw.
 
2.26 Dakopbouw:
Opbouw van de bovenste bouwlaag voor zover gelegen binnen de snijlijnen van een schuin dak, uitgaande van een maximale dakhelling van 60°, met uitzondering van het gestelde bij ‘setbacks’ in dit artikel.
 
2.27 Detailhandel:
Het bedrijfsmatig te koop of te huur of in lease aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen respectievelijk huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
 
2.28 Eerste bouwlaag:
De bouwlaag op de begane grond. Een onderhuis, zolderverdieping of vliering worden hieronder niet begrepen.
 
2.29 (Eet-)café:
Een horecabedrijf, waarin alcoholvrije en alcoholhoudende dranken worden verstrekt voor gebruik ter plaatse al of niet in combinatie met het bereiden en verstrekken van maaltijden; de nadruk ligt echter op het verstrekken van drank.
 
2.30 Fastfood-vestiging:
Een horecabedrijf, waar frituurwaren en kleine eetwaren, al dan niet in combinatie met alcoholvrije of alcoholhoudende dranken, worden verstrekt in wegwerpverpakkingen al dan niet voor gebruik ter plaatse, zoals een cafetaria, friture of afhaalcentrum.
 
2.31 Functiegrens:
De grens van een functievlak.
 
2.32 Functievlak:
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.
 
2.33 Gebouw:
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
 
2.34 Grondgebonden woning:
Een gebouw met hoofdzakelijk een woonfunctie waar één woning aanwezig is.
 
2.35 Hoofdgebouw:
Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
 
2.36 Horecabedrijf:
Een bedrijf dat is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf en/of ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodaties, een en ander gepaard gaande met dienstverlening, niet zijnde coffeeshops.
 
2.37 Horeca:
Het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren en/of logies.
 
Horeca, categorie 1:
Een horecabedrijf dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast overwegend ter plaatse bereide kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt.
 
Horeca, categorie 2:
Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen te worden genuttigd. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszaak, lunchroom, ijssalon/ijswinkel, koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant.
 
Horeca, categorie 3:
Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het vestrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen te worden genuttigd, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar.
 
Horeca, categorie 4:
Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nacht-café en een zalencentrum (met nachtvergunning).
 
Horeca, categorie 5:
Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf, al dan niet in combinatie met een restaurant. Daaronder wordt begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers.
 
2.38 Horizontale diepte van een gebouw:
De lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel.
 
2.39 Huishouden:
de bewoning van een woning door:
  1. één persoon;
  2. twee of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voeren of willen voeren, waar bij een gemeenschappelijke huishouding sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, waaronder geen kamerbewoning begrepen.
 
2.40 Kamer:
een onzelfstandig gedeelte van een gebouw met een woonfunctie bij kamerverhuur, welk gedeelte dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend is het gemeenschappelijk gebruik (met andere huishoudens) van een toiletruimte, badruimte en/of een keuken.
 
2.41 Kamerbewoning:
Een woning die, al dan niet mede door de rechthebbende, duurzaam en (nagenoeg) zelfstandig kamergewijs door maximaal 2 personen wordt bewoond en welk niet valt aan te merken als het verstrekken van logies.
 
2.42 Kamerverhuur(bedrijf):
Een pand of een deel van een pand dat door meer dan 2 personen, anders dan door de rechthebbende,bedrijfsmatig kamergewijs wordt bewoond en welk niet valt aan te merken als logiesverblijf.
 
2.43 Kampeermiddel:
Een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan;
enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
 
2.44 Kleinschalige bedrijfsmatige activiteit:
De in de Lijst van Bedrijfsactiviteiten genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met overwegend behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend.
 
2.45 Bedrijvenstaat beroepen aan huis regeling
De lijst van bedrijven bevat basisinformatie voor milieuzonering, en is opgenomen in de bijlagen behorende bij deze regels.
 
2.46 Logiesverblijf:
Het in gebruik hebben of houden van een bouwwerk waarin bedrijfsmatig recreatief verblijf of tijdelijk onderdak wordt verschaft aan huishoudens die elders hun hoofdverblijf hebben.
Short stay: het korter dan vier maanden onderdak verschaffen aan internationale werknemers, is hieronder begrepen.
 
2.47 Omgevingsverordening Limburg:
Verordening zoals vastgesteld door Provinciale Staten van Limburg in hun vergadering van 17 december 2021.
 
2.48 Onderbouw:
Een gedeelte van een gebouw dat maximaal 1,50 m boven straatpeil is gelegen en niet als bouwlaag wordt aangemerkt.
 
2.49 Ondergeschikte activiteit
Activiteit waarbij maximaal 30% van de opstallen als zodanig mag worden gebruikt.
  
2.50 Ondergronds bouwwerk:
Een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 m beneden peil.
 
2.51 Overkapping:
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, daaronder begrepen een carport.
 
2.52 Onderkomens:
Voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun functie onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken.
 
2.53 Pand:
De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
 
2.54 Parkeervoorziening:
Een al of niet overdekte, op straat aanwezige dan wel met een straat in open verbinding staande ruimte, die gelet op de ligging en de ontsluiting geschikt is om te worden gebruikt voor het parkeren van motorvoertuigen.
 
2.55 Peil:
  1. Voor bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  2. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld;
  3. Indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil.
 
2.56 Perceelgrens:
Een grenslijn tussen bouwpercelen onderling.
 
2.57 Productiegebonden detailhandel:
Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. Maximaal 10% van het bedrijfsoppervlak, met een maximum van 300 m², mag voor productiegebonden detailhandel worden gebruikt.
 
2.58 Prostitutie:
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding, daaronder begrepen straatprostitutie.
 
2.59 Restaurant:
Een horecabedrijf, waarin in dat bedrijf bereide volledige maaltijden, alsmede alcoholvrije of alcoholhoudende dranken -in principe alleen in combinatie met die maaltijden- worden verstrekt voor gebruik ter plaatse; een volwaardige bedrijfskeuken maakt deel uit van de vestiging.
 
2.60 Seksinrichting:
De voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
 
2.61 Setback:
Een dakopbouw die gelegen is op ten minste 2,00 m achter de doorgetrokken voorgevel van een gebouw met een hoogte van maximaal 3,00 m.
 
2.62 Straatmeubilair:
Lantaarnpalen, banken en dergelijke die aan de openbare weg staan.
 
2.63 Straatprostitutie:
Het zich op de openbare weg of in een zich op de openbare weg bevindend voertuig beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen tegen vergoeding.
 
2.64 Tuin:
Gronden gelegen tussen de (voor)gevelrooilijn dan wel bijgebouwenlijn en het openbare gebied bestaande uit verkeersontsluiting(en), groenvoorzieningen en/of pleinvormige ruimten.
 
2.65 Uitbouw:
Een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
 
2.66 Verkeer:
Wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie, railverkeer, luchtverkeer, voet- en rijwielpaden, parkeervoorzieningen, bermen en beplanting en/of straatmeubilair.
 
2.67 Verticale diepte van een gebouw:
De diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer.
 
2.68 Voorgevel:
Een of meer gevel(s) van een gebouw die is/zijn gelegen aan de zijde van de weg en die in ruimtelijk opzicht de voorkant(en) van een gebouw vorm(t)(en).
 
2.69 Voorgevelrooilijn:
De grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd.
 
2.70 Voorzieningen van algemeen nut:
Voorzieningen ten behoeve van het op het openbaar net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer.
 
2.71 Vrijstaand bijgebouw:
Een bijgebouw, dat in functionele en bouwkundige zin ondergeschikt is aan en qua constructie en in ruimtelijk visueel opzicht vrij staat van het hoofdgebouw of daarmee slechts verbonden is door een tuinmuur, haag of andere tuinafscherming.
 
2.72 Weg:
Een voor het rijverkeer en ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeergelegenheden.
 
2.73 Wet/wettelijke regelingen:
Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen en dergelijke, dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald.
 
2.74 Winkel:
Een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor de detailhandel.
 
2.75 Wonen:
het gehuisvest zijn in een woning.
 
2.76 Woning/wooneenheid:
Een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden.
 
2.77 Woningomzetting:
Het, eventueel in combinatie met bouwactiviteiten, in gebruik nemen voor wonen van een bestaand gebouw dat niet voor wonen is bestemd op basis van het omgevingsplan. Onder het in gebruik nemen van een bestaand gebouw voor wonen wordt dan verstaan het wonen in een woning of een wooneenheid.
 
2.78 Woningsplitsing:
Het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen.
 
2.79 Zolder:
Ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.
 
Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen
 
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het Omgevingsplan van de gemeente Venlo zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
 
3.1 Afstand tot de bouwperceelgrens
Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
 
3.2 Bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
 
3.3 Dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
 
3.4 Goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
 
3.5 Horizontale diepte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voorgevel en de achtergevel.
 
3.6 Inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
 
3.7 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
  
3.8 Oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
 
Artikel 4 Normadressaat
 
Aan de regels in dit hoofdstuk 22l wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
2 Functies en regels voor activiteiten
Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod
 
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies (en activiteiten).
Artikel 6 Wonen
 
6.1 Functieomschrijving
Een locatie die is aangewezen als Wonen heeft de volgende functies:
  1. het wonen, in de vorm van een grondgebonden woning, waaronder begrepen kamerbewoning (maximaal 2 personen per woning);
  2. aan huis gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  3. tuinen, erven en onbebouwde erven;
  4. verhardingen;
  5. waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen;
met daarbij behorende:
  1. gebouwen;
  2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
 
6.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken
 
6.2.1 Toegelaten bouwactiviteiten
Op een locatie die is aangewezen als Wonen mogen uitsluitend worden gebouwd:
  1. bouwwerken met dak, zijnde:
    1. hoofdgebouwen, voor zover wordt voldaan aan 6.2.2;
    2. aan-, uit- en bijgebouwen, voor zover wordt voldaan aan 6.2.3;
    3. overkappingen, voor zover wordt voldaan aan 6.2.4; 
      met dien verstande dat de totale oppervlakte van de gebouwen als bedoeld in 6.2.2, 6.2.3 en 6.2.4 gezamenlijk niet meer bedraagt dan 128 m² 
  2. bouwwerken zonder dak, voor zover wordt voldaan aan 6.2.5.
 
6.2.2 Bouwwerken met dak zijnde hoofdgebouwen
Voor het bouwen van bouwwerken met dak zijnde hoofdgebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:
  1. woningen mogen uitsluitend worden opgericht in het bouwvlak;
  2. per bouwvlak is één vrijstaande woning toegestaan;
  3. de afstand van het hoofdgebouw tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen dient ten minste 5,00 m te bedragen;
  4. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3,50 m;
  5. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 7,50 m;
  6. een hoofdgebouw mag geen grotere inhoud hebben dan 461 m³, met dien verstande dat de inhoud van ondergrondse ruimten hierbij niet worden meegerekend;
  7. de begane grond (hoofdgebouwen) dient op peilniveau te worden gebouwd;
  8. de woning dient in de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd.
 
6.2.3 Bouwwerken met dak zijnde bijgebouwen
In afwijking van het bepaalde in artikel 22.36 gelden voor het bouwen van bouwwerken met dak zijnde aan- en uitbouwen en bijgebouwen de volgende beoordelingsregels:
  1. aan- en uitbouwen dienen minimaal 2,00 m uit de voorzijde van het hoofdgebouw te worden geplaatst;
  2. de afstand van een vrijstaand bijgebouw tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen dient ten minste 5,00 m te bedragen;
  3. de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 3,00 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 6,00 m bedragen;
  5. indien bijgebouwen worden afgedekt met een kap geldt een dakhelling van minimaal 35° en maximaal 50°;
  6. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen mag maximaal 100 m² per bouwvlak bedragen;
  7. aan- en uitbouwen in de vorm van erkers en luifels mogen worden aangebouwd vóór de voorgevel, met een diepte van maximaal 1,50 m, een oppervlakte van 6 m² en een hoogte van maximaal 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping, mits de functiegrens niet wordt overschreden.
 
6.2.4 Bouwwerken met dak zijnde overkapping
Voor het bouwen van bouwwerken met dak zijnde overkappingen gelden de volgende beoordelingsregels:
  1. Overkappingen hoger dan 1,00 m, doch maximaal 2,00 m, dienen ten minste 1,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw -of in het verlengde daarvan- te worden gebouwd;
  2. In hoeksituaties dienen overkappingen hoger dan 1,00 m, doch maximaal 2,00 m, gelegen aan de naar de weg gekeerde zijdelingse perceelsgrens, op een afstand van ten minste 3,00 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw -of het verlengde daarvan- te worden gebouwd.
 
6.2.5 Bouwwerken zonder dak
Voor het bouwen van bouwwerken zonder dak gelden de volgende beoordelingsregels:
  1. erf- en terreinafscheidingen hoger dan 1,00 m dienen tenminste 1,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw - of in het verlengde daarvan - te worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag maximaal 3,00 m bedragen, met uitzondering van:
    1. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 5,00 m mag bedragen;
    2. speeltoestellen, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 4,00 m mag bedragen;
    3. erf- en terreinafscheidingen, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2,00 m mag bedragen.
 
6.2.6 Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten als opgenomen in artikel 22.35 van het omgevingsplan gemeente Venlo zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning op basis van dit hoofdstuk 22l.
 
6.3 Vergunningplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken
 
6.3.1 Verbod overschrijden goot- en bouwhoogte bouwwerken met dak
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de maximale goot- en bouwhoogte als opgenomen in artikel 6.2.2. en 6.2.3 te overschrijden.
 
6.3.2 Beoordelingsregels
  1. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 wordt alleen verleend indien;
    1. er geen onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld plaatsvindt alsmede van de stedenbouwkundige karakteristiek van de omgeving;
    2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
  2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat van omliggende percelen.
  3. de aanvraag vanuit het oogpunt van stedenbouwkundige kwaliteit aanvaardbaar is;
  4. er geen afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid, sociale veiligheid of omgevingsveiligheid.
 
6.3.3 Aanvraagvereisten
  1. Op aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 zijn de aanvraagvereisten als opgenomen in paragraaf 22.5.2.3 van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing;
  2. In aanvulling op het bepaalde onder a wordt een motivering verstrekt waaruit blijkt dat aan artikel 6.3.2 wordt voldaan.
 
6.4 Specifieke regels voor het gebruik van gronden en bouwwerken
 
6.4.1 Verboden gebruik
Het is verboden gronden of bouwwerken ter plaatse van een locatie die is aangewezen als Wonen te gebruiken voor:
  1. het gebruik ten behoeve van een seksinrichting;
  2. het gebruik van gronden als start- en landingsbaan voor spuitvliegtuigjes;
  3. het gebruik van gronden voor het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen;
  4. vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor permanente of tijdelijke bewoning;
  5. opstallen als kamerverhuurbedrijf;
  6. woningen voor kamerbewoning voor meer dan 2 personen;
  7. opstallen voor bed and breakfast.
 
6.4.2 Aan huis gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
Het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is toegestaan in combinatie met het wonen, mits:
  1. het bedrijven betreft welke zijn genoemd in de in bijlage 1 Bedrijvenstaat beroepen aan huis regeling, alsmede bedrijven welke niet in de lijst zijn vermeld, doch naar het oordeel van burgemeester en wethouders, waar het gaat om de verwachting omtrent te duchten gevaar, schade of hinder of overlast voor de (woon)omgeving, daarmee gelijk te stellen zijn. De in de bedrijvenlijst genoemde bedrijven vallen onder milieucategorie 1 of 2. Bedrijven in een hogere milieucategorie zijn vanwege de mogelijke hinder voor de omgeving in dit verband niet toegestaan;
  2. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  3. de beroeps- en/of bedrijfsoppervlakte niet meer bedraagt dan 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m²;
  4. de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten hoofdzakelijk door de bewoner(s) van het hoofdgebouw zelf worden uitgeoefend;
  5. de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten geen hoger bronvermogen hebben dan 50 dB(A)/m²- etmaalwaarde;
  6. de woning en de bij de woning behorende bijbehorende bouwwerken aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) c.q. de Bouwverordening blijven voldoen;
  7. de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten geen parkeeroverlast voor de directe (woon)-omgeving veroorzaken of dat hierdoor geen extra parkeervoorzieningen noodzakelijk zijn;
  8. geen (overig) gevaar schade, hinder of overlast voor de (woon)omgeving ontstaat;
  9. geen detailhandel wordt uitgeoefend, met uitzondering van detailhandel die ondergeschikt is aan en verband houdt met de ter plekke uitgeoefende kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  10. geen horeca-activiteiten worden uitgeoefend;
  11. geen prostitutiebedrijf, seksinrichting of aanverwante activiteiten op erotisch en/of pornografisch gebied wordt/worden uitgeoefend.
 
6.4.3 Voorwaardelijke verplichting sloop
De ingebruikname van een nieuwe woning is alleen dan toegestaan als de, op het moment van vaststelling van dit TAM-omgevingsplan, bestaande bebouwing is teruggebracht tot een maximale oppervlakte van 30 m².
 
6.4.4 Voorwaardelijke verplichting akoestisch onderzoek
Het gebruik van gebouwen, bouwwerken en gronden ten behoeve van de geluidgevoelige functies zoals genoemd in dit artikel is uitsluitend toegestaan indien, blijkens een uitgevoerd akoestisch onderzoek ter plaatse van de woning voldaan wordt aan de van toepassing zijnde voorwaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), alsmede de daartoe eventueel noodzakelijk te realiseren geluidwerende voorzieningen. Een en ander teneinde binnen de woning een aanvaardbaar binnenniveau te realiseren.
 
6.4.5 Voorwaardelijke verplichting onderzoek niet gesprongen explosieven
Het uitvoeren van grondwerkzaamheden ten behoeve van de realisatie van bouwwerken, zoals genoemd in dit artikel, is uitsluitend toegestaan indien onderzoek naar niet gesprongen explosieven is uitgevoerd, danwel de grondwerkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een explosieven-expert.
 
6.5 Vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit gebruiken van gronden en bouwwerken
 
6.5.1 Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken voor: 
  1. Bed and Breakfast;
  2. Kamerverhuurbedrijf;
  3. Kamergewijze bewoning voor meer dan 2 personen per woning.
 
6.5.2 Beoordelingsregels
  1. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.5.1 sub a worden alleen verleend indien:
    1. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft;
    2. bedoeld gebruik geen hinder voor het woonmilieu oplevert en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de wijk of buurt;
    3. bedoeld gebruik geen belemmering voor de omliggende bedrijven oplevert;
    4. het gebruik naar de aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;
    5. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is;
    6. er geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan;
    7. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van verkeer;
    8. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
    9. de bed and breakfast-voorziening in bestaande bebouwing wordt gerealiseerd;
    10. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van een bed and breakfast in gebruik zijn, zulks met een absoluut maximum van 60 m².
  2. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.5.1 sub b en c worden alleen verleend indien:
    1. per kamer wordt voorzien in voldoende gebruiks- en leefoppervlakte;
    2. wordt voorzien in voldoende stallingsruimte voor fietsen en wordt voorzien in voldoende bergruimte voor het opslaan van huishoudelijk afval;
    3. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien;
    4. het gebruik geen overlast voor het woonmilieu oplevert en geen onevenredige afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of buurt;
    5. Bij de beoordeling of wordt voldaan aan de onder 1 tot en met 4 beschreven voorwaarden, wordt getoetst aan de beleidsregel ‘Kamerverhuur, woningsplitsing en woningomzetting Venlo 2024' als vastgesteld door burgemeester en wethouders van Venlo op 30 april 2024, met dien verstande dat wanneer deze beleidsregel wordt herzien, aanvragen worden getoetst aan de geldende beleidsregel ten tijde van het indienen van de aanvraag.
 
6.5.3 Aanvraagvereisten
  1. Op aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.5.1 zijn de aanvraagvereisten als opgenomen in paragraaf 22.5.2.3 van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing.
  2. In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid wordt een motivering verstrekt waaruit blijkt dat aan artikel 6.5.2 wordt voldaan.
 
Artikel 7 Waarde - Archeologie 2
 
7.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde – Archeologie 2'.
 
7.2 Functieomschrijving
De voor ‘Waarde – Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende:
  1. cultuurhistorische waarden;
  2. archeologische hoge en middelhoge waarden.
 
Al hetgeen in deze regels omtrent de ondergeschikte functies binnen de gebieden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ is toegestaan, is uitsluitend toelaatbaar indien, gehoord de gemeentelijke archeoloog en/of de beleidsadviseur monumenten van de gemeente Venlo, het verenigbaar is met het belang van het cultuurhistorisch waardevol gebied.
 
7.3 Beoordelingsregels bouwactiviteit
 
7.3.1 Toegelaten bouwactiviteiten
  1. Ter plaatse van de voor ‘Waarde – Archeologie 2’ aanwezige gronden dient voor bouwwerken:
    1. in geval van nieuwbouw groter dan 100 m², met uitzondering van een verandering of vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande bebouwde oppervlakte gehandhaafd blijft en de bestaande fundering niet wordt gewijzigd en/of uitgebreid, bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld;
  2. Indien uit het onder a bedoelde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de bouwvergunning:
    1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
    2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
    3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
  3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarden van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
 
7.4 Vergunningplicht omgevingsplanactiviteit uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid
 
7.4.1 Verbod veranderen huidig maaiveldniveau
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning het huidige maaiveldniveau te veranderen door ontginningen, bodem verlagen, egaliseren, afgraven, of ophogen.
 
7.4.2 Verbod aanbrengen diepwortelende beplanting en/of bomen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning diepwortelende beplantingen en/of bomen aan te leggen.
    
7.4.3 Verbod uitvoeren grondwerkzaamheden
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning grondwerkzaamheden uit te voeren dieper dan 0,4 m ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage.
 
7.4.4 Verbod aanleggen kabels en leidingen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur aan te leggen.
 
7.4.5 Verbod uitvoeren werkzaamheden
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand uit te voeren.
 
7.4.6 Verbod aanleg oppervlaktewater
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning sloten, greppels, watergangen, vijvers of vaarten te graven, aan te leggen, verbreden, vergroten of te dempen.
 
7.4.7 Verbod sloop bestaande opstallen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning fundering te verwijderen en bestaande opstallen beneden de 30 cm boven maaiveld te slopen.
 
7.4.8 Uitzondering
Het verbod als bedoeld 7.4.1 tot en met 7.4.7 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
  1. betrekking hebbend op normaal onderhoud en beheer;
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het inwerkingtreding van dit plan;
  3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
  4. minder diep reiken dan 0,40 meter onder het maaiveld en waarbij geen grond blijvend wordt afgevoerd en het grondoppervlak van de aanlegwerken minder is dan 100 m²;
  5. archeologisch onderzoek betreffen.
 
7.4.9 Beoordelingsregels
De omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 7.4.1 tot en met 7.4.7 worden alleen verleend indien:
  1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van de in lid 7.2 genoemde doeleinden;
  2. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de gemeentelijk archeoloog van de gemeente Venlo.
 
7.4.10 Aanvraag vereisten
Op aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 zijn de aanvraagvereisten als opgenomen in artikel 22.284 van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing.
 
Artikel 8 Waterstaat - Grote rivieren, stroomvoerend deel van het rivierbed
 
8.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Waterstaat – Grote rivieren, stroomvoerend deel van het rivierbed’.
 
8.2 Functieomschrijving
De voor ‘Waterstaat – Grote rivieren, stroomvoerend deel van het rivierbed’ aangewezen gronden, zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor de berging van rivierwater.
   
8.3 Beoordelingsregels bouwactiviteit
 
8.3.1 Bouwverbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de voor 'Waterstaat - Grote rivieren, stroomvoerend deel van het rivierbed’ aangewezen gronden te bouwen, tenzij wordt gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende functies.
 
8.3.2 Voorwaarden
Een in 8.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien:
  1. de bebouwing zodanig wordt gesitueerd en uitgevoerd dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk is gewaarborgd;
  2. geen sprake is van een feitelijke belemmering van de vergroting van de afvoercapaciteit;
  3. de bebouwing zodanig wordt gesitueerd en uitgevoerd dat de waterstandsverhoging dan wel de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is;
  4. de resterende waterstandseffecten dan wel de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd, waarbij de financiering en tijdige realisering van de maatregelen moet zijn verzekerd.
 
8.3.3 Uitzondering
De toelaatbaarheid van het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van navolgende activiteiten wordt slechts getoetst aan artikel 8.3.2 onderdeel a tot en met c:
  1. tijdelijke activiteiten, anders dan bedoeld in artikel 6.1.1, lid 1 onderdeel b van de Waterregeling;
  2. overige activiteiten van rivierkundig ondergeschikt belang.
 
8.4 Procedure
Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning hoort het bevoegd gezag de rivierbeheerder.
 
3 Algemene regels
   
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 10 Algemene bouwregels
 
10.1 Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. functiegrenzen niet meer dan 1,00 m bedraagt.
 
10.2 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
 
10.2.1 Maximale maatvoering
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande, legale bouwwerken, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het TAM-omgevingsplan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
 
10.2.2 Minimale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande, legale bouwwerken, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het TAM-omgevingsplan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
 
10.2.3 Heroprichting
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in artikel 10.2.1 en artikel 10.2.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats, waarbij het bepaalde in 6.4.3 in acht wordt genomen.
 
10.3 Ondergronds bouwen
 
10.3.1 Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels:
  1. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij hoofd- en bijgebouwen;
  2. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken welke gelegen zijn buiten de buitenmuren van het hoofdgebouw of bijgebouw mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bijgebouwen boven peil;
  3. in aanvulling op het bepaalde in sub a en b is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarde:
    1. het zwembad dient te worden gebouwd in het achtererf en op een afstand van ten minste 3 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens;
    2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijgebouwen als bedoeld in artikel 6.2.3 in acht wordt genomen;
    3. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut;
    4. per perceel mag maximaal 1 zwembad worden gebouwd;
  4. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil.
 
10.4 Algemene bepaling m.b.t. spuitvrije zone
Het is verboden op de locatie die is aangeduid als ‘Spuitvrije zone’ gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
 
Artikel 11 Algemene regels omgevingsplanactiviteiten
 
11.1 Algemene regels - parkeervoorzieningen
  1. Bij het bouwen van bouwwerken op grond van het bepaalde in dit hoofdstuk 22l dient voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd. Er wordt voorzien in tenminste 2 parkeerplaatsen per woning..
  2. Bij een gebruikswijziging waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, dient voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd..
 
11.2 Gebodsbepaling in stand houden parkeervoorzieningen
Indien in het kader van een vergunningplicht als opgenomen in dit hoofdstuk 22l dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig artikel 11.1, dan dient de betreffende parkeervoorziening zoals aangegeven in de aanvraag en vervolgens is vergund na de aanleg ervan duurzaam in stand te worden gehouden.
   
11.3 Algemene regels - hemelwatervoorzieningen
Bij het bouwen van bouwwerken op grond van het bepaalde in dit hoofdstuk 22l, waaronder begrepen het verbouwen en uitbreiden van bestaande bouwwerken, dient op eigen terrein een adequate voorziening te worden getroffen voor de opvang, berging en infiltratie van hemelwater. Er wordt een adequate voorziening getroffen wanneer wordt voldaan aan de 'Afkoppelbeslisboom Gemeente Venlo' zoals opgenomen in het Gemeentelijk rioleringsplan 2021-2031 en als vastgesteld door de gemeenteraad op 30 juni 2021.
 
11.4 Gebodsbepaling in stand houden hemelwatervoorzieningen
Indien in het kader van een vergunningplicht als opgenomen in dit hoofdstuk 22l dient te worden voorzien in een adequate voorziening voor de opvang, berging en infiltratie van hemelwater overeenkomstig artikel 11.4, dan dient de betreffende voorziening zoals aangegeven in de aanvraag en vervolgens is vergund na de aanleg ervan duurzaam in stand te worden gehouden.
 
11.5 In stand houden bestaande bouwwerken
In aanvulling op artikel 22.40 van het Omgevingsplan gemeente Venlo is voor het in stand houden van een bestaand bouwwerk geen omgevingsvergunning vereist, mits het een feitelijk bestaand bouwwerk betreft dat is gebouwd:
  1. overeenkomstig een daarvoor verleende omgevingsvergunning;
  2. overeenkomstig algemene regels als opgenomen in dit omgevingsplan;
  3. overeenkomstig algemene regels, zoals die golden ten tijde van het bouwen van het bouwwerk, hetgeen ook kan worden aangetoond.
 
4 Overgangsrecht
Artikel 12 Overgangsrecht
 
12.1 Overgangsrecht bouwwerken
  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van dit hoofdstuk 22l, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de maatvoering van het bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  3. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22l, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvóór – als onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Venlo - geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat bestemmingsplan, waarbij tevens het bepaalde in 6.4.3 in acht wordt genomen.
 
12.2 Overgangsrecht gebruik
  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22l en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  2. Het is verboden het met dit hoofdstuk 22l strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk 22l strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  3. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22l voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  4. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvóór – als onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Venlo - geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, waarbij tevens het bepaalde in 6.4.3 in acht wordt genomen.
  5. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op een gebruik dat in strijd is met het bepaalde in artikel 10.4.