| Plan: | Droompark Maasduinen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0983.BP201812DROOMMAAS-VA01 |
Droomparken is sinds 2008 eigenaar van recreatiepark Maasduinen aan de Maalbekerweg in Belfeld, gemeente Venlo. Om de veranderende markt goed te kunnen bedienen, is na de aankoop een sterke kwaliteitsverbetering gegeven aan de faciliteiten, de infrastructuur en het groen op het park. In vervolg hierop wil Droomparken een nieuwe impuls geven door toevoeging van recreatieverblijven die aansluiten bij de wensen van de markt. Daarbij past ook de herontwikkeling van het kampeergedeelte. De herontwikkeling vindt geheel plaats binnen de bestaande terreingrenzen. Er is geen sprake van uitbreiding van het recreatiepark.
Voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het huidige bestemmingsplan 'DroomPark Maasduinen' (vastgesteld op 26 november 2014). Door middel van voorliggend bestemmingsplan worden nieuwe kaders gesteld waarbinnen de herontwikkeling kan plaatsvinden.
Het gehele terrein ligt binnen de Goudgroene Natuurzone (GGN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)). In dat kader maakt een mer-beoordeling onderdeel uit van de ruimtelijke procedure. De aanmeldingsnotie m.e.r.-beoordeling (bijlage 1) is voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan ter besluitvorming voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. Zij hebben op 26 maart 2019 besloten dat een volwaardige m.e.r.-procedure niet nodig is.
Droompark Maasduinen ligt in de gemeente Venlo, nabij de kern Belfeld in het Nederlands-Duitse Grenspark Maas-Swalm-Nette. De globale ligging van het gebied is met rode belijning weergegeven in figuur 1.1.Het park ligt fraai op de overgang van het bosgebied Brachter Wald, gelegen op de Nederlands-Duitse grenssteen. In dit uitgestrekte grenspark ligt aan weerszijden van de grens ruim 10.000 ha aan natuurgebied en vogelbeschermingsgebieden. Ten westen van het park ligt een kleinschalig agrarisch landschap en de autosnelweg A73. De aansluiting Belfeld op deze snelweg ligt op 2,5 km van de entree van het park.
De Maalbekerweg en de Poldersweg ontsluiten het park. De kenmerken van het landschap dat Droompark Maasduinen omringt, spelen een rol voor de landschappelijke inrichting van het recreatiepark.
Figuur 1.1 Ligging plangebied
Binnen Nederland liggen Natura 2000-gebieden op grote afstand van Droompark Maasduinen (ca. 11 km). Het park ligt wel in de nabijheid van het Natura 2000-gebied Vogelschutzgebiet 'Schwalm-Nette-Platte mit Grenzwald u. Meinweg (circa 300 m). Zie figuur 1.2.
Figuur 1.2 Ligging plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden. Bron: Aerius Calculator
Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan 'DroomPark Maasduinen' van de gemeente Venlo (vastgesteld op 26 november 2014).
Huidig programma
Ter plaatse van het park gelden de bestemmingen 'Recreatie' (lichtgroen), 'Bos' (donkerder groen) en water. Daarnaast gelden specifieke bouwaanduidingen die aangeven welke soorten recreatie (inclusief kampeermiddelen) toelaatbaar zijn. Het vigerende bestemmingsplan staat het volgende programma toe:
Hiernaast zijn een bedrijfswoning, ondergeschikte en zelfstandige horeca, detailhandel ten behoeve van het recreatiepark, een receptie en sport- en spelvoorzieningen toegestaan.
Gebiedsaanduidingen
In het gehele gebied geldt de aanduiding grondwaterbeschermingsgebied omdat dit onderdeel is van de Venloschol (tussen Venlo, Venray en Blitterswijck). De kleilagen mogen niet worden aangetast omdat deze het diepe grondwater beschermen. Voor werkzaamheden dieper dan 5 m moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd.
Ook geldt voor zo goed als het hele gebied de aanduiding 'robuuste landbouw en natuur'. Bescherming van natuurwaarden is hier van belang. Nu het gehele terrein van het recreatiepark is aangeduid als Goudgroene natuurzone, is deze aanduiding achterhaald.
Daarnaast is de aanduiding 'bufferzone verdroging' opgenomen. Dit betreft een zone waar maatregelen worden getroffen om de verdroging tegen te gaan (bijvoorbeeld beregenen). Om die reden is ook een vergunningstelsel waarmee voorkomen wordt dat onder meer zonder vergunning wordt ingegrepen in het waterhuishoudingssysteem of water versneld wordt afgevoerd (aanbrengen verharding, draineren e.d.).
De aanduiding 'steilrand' beschermt de cultuurhistorische waarde van de aanwezige steilranden in het gebied.
Figuur 1.3 Bestemmingsplan DroomPark Maasduinen (gemeente Venlo, 2014)
Droomparken wil het bestaande kampeerterrein herinrichten door een deel van de standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen te vervangen voor standplaatsen voor chalets/stacaravans en een grotere diversiteit en mix aan recreatieverblijven aanbieden. Daarnaast wordt water toegevoegd en wordt een deel van de bestaande (zwem)vijver vergraven en komt een deel van de chalets/stacaravans binnen de bestemming 'Bos'. Op basis van het huidige bestemmingsplan is deze herinrichting niet mogelijk. Daarom is een nieuw bestemmingplan opgesteld.
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de bestaande en de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de wettelijke kaders en beleidskaders, waarna het plan in hoofdstuk 4 wordt getoetst aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een planbeschrijving en verantwoording. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de exploitatie waarna ten slotte in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de bestemmingsplanprocedure waarbij vooroverlegreacties en zienswijzen worden behandeld.
Droomparken beheert als eigenaar het recreatiepark Maasduinen en is verantwoordelijk voor alle facilitaire diensten en benodigdheden, waaronder de infrastructuur, het groen en de centrale voorzieningen. Ook is Droomparken als exploitant verantwoordelijk voor de verhuur van de recreatie-eenheden. Op deze wijze is voldoende controle aanwezig met betrekking tot de veiligheid en het voorkomen van oneigenlijk gebruik (zoals verhuur ten behoeve van arbeidsmigranten of (semi-)permanente bewoning).
Het bestaande aanbod van verblijfseenheden bestaat uit 60 recreatiewoningen, 54 jaarplaatsen voor stacaravans, 71 chalets en 3 groepsaccommodaties. Het park biedt naast de mogelijkheden om te verblijven in de recreatieobjecten diverse mogelijkheden om te kamperen: er zijn 45 toeristische seizoenplaatsen en 58 toeristische passantenplaatsen voor tenten en caravans. Deze 103 standplaatsen zijn aanwezig op de open kampeerweiden aan de noordoostzijde van het park. Er zijn recreatieve voorzieningen in de vorm van een outdoor fitness park, een geleidelijk aflopend zandstrand en speeltoestellen rondom een zwemvijver. Een gedeelte van het water is afgebakend voor zwemmers. Er is in het water een klim-/glijbaanconstructie aanwezig.
De herontwikkeling in hoofdlijnen
In vervolg op de reeds doorgevoerde kwaliteitsverbetering wil Droomparken een nieuwe impuls geven door toevoeging van verschillende recreatieverblijven die aansluiten bij de wensen van de markt. Zonder herontwikkeling zal de bezetting van het park steeds verder teruglopen. Daarnaast dient het aantal eenheden waarvan jaarrond gebruik kan worden gemaakt toe te nemen om de aanwezige centrale voorzieningen in stand en op peil te kunnen houden. Daarom wordt ingezet op een hoogwaardige en toekomstbestendige ontwikkeling, waarbij recreatieverblijven worden geplaatst met meer luxe die jaarrond kunnen worden gebruikt. De basis hiervoor ligt in drie concepten welke gezamenlijk het plan en de ruimtelijke kwaliteit bepalen. Het zijn:
Concreet betekent het dat ten opzichte van de huidige situatie het aantal toeristische seizoens- en passantenplaatsen zal afnemen, terwijl het aantal recreatieverblijven zal toenemen. De ontwikkeling is noodzakelijk om het recreatiepark rendabel te maken, zodanig dat de exploitatie van het park ook op lange termijn duurzaam kan worden voortgezet. De ontwikkelingen die het bestemmingsplan uit 2014 mogelijk maakt, bieden hiervoor onvoldoende garantie.
De natuurlijke omgeving in en om het park vormt de basis van de beleving die Droompark Maasduinen wil oproepen bij haar gasten. In het bijgevoegde Groenbeheerplan (bijlage 4) is dit uitgewerkt. De herinrichting houdt dan ook nadrukkelijk rekening met deze groene setting en de steilrand. Inheemse beplanting is daarbij uitgangspunt. In potentie biedt de herinrichting ook mogelijkheden om het leefgebied van de aanwezige en andere soorten te versterken. Dit sluit aan bij de visie en ambitie om Droompark Maasduinen verder te ontwikkelen tot een recreatiepark met bijzondere natuurwaarden waar de natuurlijke omgeving optimaal kan worden beleefd.
Exploitatie en beheer
Droomparken gaat oneigenlijk gebruik van de recreatiewoningen actief tegen, om verhuur ten behoeve van arbeidsmigranten, (semi-)permanente bewoning) en zakelijke langverhuur te voorkomen. Op het park is alleen bedrijfsmatige exploitatie van verblijfsrecreatie toegestaan, en gebruikers moeten hun hoofdverblijf elders hebben. Er is door (verplichte) schoonmaak controle aanwezig in de recreatiewoningen. Daarnaast wordt samen met de buurt gelet op het gedrag rondom het terrein in het kader van buurtpreventie.
Ook zakelijke langverhuur is in strijd met de regels van de recreatieve bestemming. Zakelijke langverhuur wordt ontmoedigd door verplichte afname van diensten, zoals verhuur linnen en schoonmaak. Dit maakt het minder aantrekkelijk. Hoewel het vanwege de privacywetgeving en de digitale boekingssystemen moeilijk is inzicht te krijgen in degene die de recreatiewoning huurt en waarom, zijn ook hier maatregelen genomen. Er is een mal om rekening houdend met de privacywetgeving toch paspoortkopieën te kunnen maken, de naam bij wat langere verhuur (maximaal 4 weken) van de boeker moet dezelfde zijn als die van de betaler en contante betaling is niet mogelijk.
De steilrand en het Brachter Wald
Het inrichtingsconcept is erop gericht dat het recreatieterrein de sfeer van het landschap van het Brachter Wald en de voormalige groeves ademt. Bij de herontwikkeling worden de sfeer van het bos, het water en de natuurlijke hoogteverschillen versterkt. Er wordt aangesloten bij de huidige terreininrichting en bij het landschap in de directe omgeving van Droompark Maasduinen, waardoor het park zich ontwikkelt tot een hoogwaardig onderdeel van het beboste steilrandenlandschap en de voormalige groeves.
Bij de herontwikkeling is behoud en versterking van de beboste steilrand uitgangspunt. De steilrand wordt beschermd als groene boszone, en om de uitstraling van het park naar de omgeving te beperken. Een belangrijke planologische maatregel ter versterking van de steilrand is dat deze over vrijwel de gehele lengte 2 meter breder wordt. Op enkele plekken kan deze gezien de bestaande situatie niet worden verbreed, maar dit is door een bredere zone in het zuidelijk deel gecompenseerd.
Op een aantal plekken in de steilrand is de bosbeplanting te mager ten opzichte van het gewenste beeld. Vanuit de buurt is aangegeven dat het zicht op het park vanuit de omgeving ongewenst is. Het Groenbeheerplan (bijlage 4) gaat in op de oorzaak en oplossingen hiervoor.
De randen van het park behouden hun groene karakter. Aan de noordoostzijde wordt de groenstrook langs de plas onderdeel van dit bestemmingsplan.
Wat komt er?
Binnen de groene sfeer verandert de inrichting en de accommodaties waarbij zoveel mogelijk (loof)bomen worden behouden en het water wordt uitgebreid. De verhuur van kampeerplaatsen aan passanten en seizoengasten blijft als standaard onderdeel van het exploitatiemodel van Droomparken gehandhaafd, maar krijgt een kleiner aandeel. Deze plaatsen bevinden zich in de oostelijke punt van het park.
De herontwikkeling op basis van het vigerende bestemmingsplan in het westelijk deel is in uitvoering. De volgende fase omvat de zone langs de zwemplas en de laagte van het huidige kampeerterrein, aan de oostzijde.
De ruimtelijke randvoorwaarden zijn beschreven in het Beeldkwaliteitplan in bijlage 5. Dit zal als nieuwe module van de Welstandsnota worden vastgesteld en daarmee onderdeel worden van de gemeentelijke welstandseisen.
Verruiming productmix
Binnen de herontwikkeling is een verruiming van de productmix noodzakelijk, om een robuuste duurzame exploitatie die inspeelt op de markt mogelijk te maken. Dat betekent een grotere diversiteit, van heel kleine chalets – tiny houses – tot grote recreatieverblijven voor groepen, samengestelde gezinnen, mindervaliden e.d. Het programma is hieronder in tabelvorm samengevat, en in de regels qua grootte en flexibiliteit gespecificeerd.
| programma | huidige situatie | toekomstige situatie |
| verblijfseenheid | ||
| stacaravan | 54 | 54 |
| kampeerplaats | 103 | 30 |
| chalet | 71 | 93 |
| tiny house | 0 | 20 |
| groot recreatieverblijf | 0 | 20 |
| recreatiewoning | 60 | 60 |
| groepsaccommodatie | 3 | 3 |
| Totaal | 291 | 280 |
Van de bestaande 103 kampeerplaatsen worden er 30 behouden in de oostelijke hoek van het park. De andere worden vervangen door verschillende recreatieverblijven. De verschillende typen worden op het terrein verspreid waardoor een mix ontstaat in plaats van vaste clusters met eenvormige recreatiewoningen.
Groen en water
De inrichtingsschets uit het Masterplan van Maasduinen (Jan van Tellingen 14 februari 2018) laat één grote vijver zien, waarbij de zwemvijver werd doorgetrokken naar de natuurplas ten noorden. Deze schets is inmiddels uitgewerkt in een verkaveling. Deze is beschreven in het Beeldkwaliteitplan waar ook kavelpaspoorten in zijn opgenomen.
In het kader van het optimaleren van de zwemwaterkwaliteit en het verhogen van de biodiversiteit op het park is een aangepaste inrichting voor de vijverpartij opgesteld met als doel:
De zwemplas heeft een goede waterkwaliteit maar het water is niet echt helder en er is een sliblaag op de bodem. Dit is niet aantrekkelijk voor een zwemvijver. De hoeveelheid slib in de zwemvijver kan worden verminderd en de waterkwaliteit kan verbeteren door natuurlijke zuivering en de aanleg van een helofytenfilter.
Het voorstel is om een gesloten systeem te maken van:
Noordzijde zwemplas
De zwemplas staat indirect in verbinding (lage dam en beek) met de fraaie plas van groeve Maalbeek, die direct aansluitend ten noorden buiten het park ligt. Deze verbinding is echter in de loop der tijd vervaagd door begroeiing. In de zone net ten noorden van de dam zijn vijvers en een smalle hoge rug gelegen. Ondanks de hekwerken wordt dit gebied gebruikt als speelterrein. Het gebied geeft het gevoel van een ontdekkingsreis en optimale natuurbeleving. Vanuit het oogpunt van natuurlijk spelen en de biodiversiteit is het wenselijk om de huidige situatie te verbeteren door:
De vijvers en beek hebben een functie voor de afvoer van het overtollig water van de zwemplas. Hiervoor is er een overstort van de hoge vijver naar het natuurspeelbos. Feitelijk is dit de bovenloop van een beek die in droge zomer droogvalt. Plaatselijk blijven dus vijvers staan. Het is wenselijk om in de bovenloop zo lang mogelijk (stromen) water te hebben. Dit kan door het plaatsen van een paar kleine stuwen of dammen net ten noorden van het park. Ook de natuurvijver loost in deze beek dus met elkaar verbonden via de beek. Het is zinvol om de stuw te plaatsen na de monding van de vijver van SBB zodat er de meeste kans op uitwisseling van soorten is.
Oostzijde zwemplas en laagte
Door toevoeging van een nieuwe waterpartij, een langgerekte retentievijver op de laagte, ontstaat een grotere oeverlengte met meer bezonning. Deze retentievijver is gekoppeld aan de zwemplas.
Door de afwezigheid van beschoeiing kan zich hier een natuurlijke oever ontwikkelen met bloemrijke inheemse oevervegetaties waar soorten groeien als gele lis, grote kattenstaart, grote lisdodde, dotterbloem, harig wilgenroosje en verschillende zeggensoorten.
De laagte in het oostelijke deel van het recreatiepark is nu aangemerkt als 'Kampeerterrein'. Hier geldt: geen maximum aantal staanplaatsen, maar wel ten minste 20 toeristische slaapplaatsen met wasgelegenheid en toiletten. Aan de oostzijde van de zwemplas ligt naast het pad een smalle rug. Deze vormt de scheiding met het toeristisch veld. De rug heeft een hoogteligging van circa 37 m +NAP. De maaiveldligging van het toeristisch terrein is circa 34 m +NAP. Boven op deze 3 m hoge rug staat een hekwerk. De rug wordt afgegraven (tot circa 32 m +NAP), zodat de chalets zicht hebben op de zwemplas. Op het bestaande kampeergedeelte maken de kampeerplaatsen gedeeltelijk plaats voor recreatieverblijven langs de natuurplas van de groeve Maalbeek.
De laagte van het huidige kampeerterrein is aan de zijde van het dagrecreatiestrand bereikbaar via een wegverbinding die vanaf de steilrand via een dijklichaam naar de laagte van het kampeerterrein voert. Het huidige dijklichaam kan worden vervangen door een brug. Een tweede verbinding wordt gerealiseerd door de huidige (nood)aansluiting van de laagte op de Maalbekerweg op te waarderen.
Zuidzijde zwemplas
Een circa 15 m brede zone van de zwemplas wordt gedempt ten behoeve van standplaatsen. De steilwand aan de westzijde van de zwemplas met graspad blijft behouden. In een zone langs de zwemplas zijn nieuwe recreatieverblijven voorzien die uitkijken over het water. Momenteel is hier geen bebouwing toegestaan. Door vergraving van de zwemplas wordt ruimte gecreëerd voor chalets. Het huidige strand wordt grotendeels behouden. De vergraving van de zwemplas vindt in noord(oost)elijke richting plaats, waarbij de vijver in de richting van de huidige dam wordt gebracht. Deze dam verbindt de hoogte van het huidige chaletgedeelte met de laagte van het huidige kampeergedeelte. De dam kan worden vervangen door een brug.
Aan de zuidzijde van de plas is het onverharde pad als grens voor de herontwikkeling aangehouden om zo het bestaande bos op de steilwand te respecteren. De ontsluiting van de chalets ligt op de grasbaan. Alleen aan de oostzijde wordt voor de ontsluiting en een logische ligging van de kavels een deel van de beplanting gerooid.
Door omwonenden is benadrukt dat deze plas van oudsher ook door de omgeving wordt gebruikt. Deze zal openbaar toegankelijk blijven.
Watertoets en zwemwaterkwaliteit
Hydrologisch is de vergraving van de zwemplas haalbaar, zonder dat de kwelzone in gevaar komt. Het opgestelde hydrologische advies laat dat zien. In het kader van de watertoets wordt hierover afgestemd met de waterbeheerder. Er is ook nadrukkelijk aandacht besteed aan de wijze waarop de zwemwaterkwaliteit kan worden gewaarborgd.
Compensatie van bos
Droompark Maasduinen is in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) geheel aangeduid als onderdeel van de Goudgroene Natuurzone (GGN) met uitzondering van de zwemplas. De GGN vormt het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk. Binnen de GGN streeft de provincie naar behoud en beheer van de reeds aanwezige natuur en de ontwikkeling van nieuwe natuur.
De natuuraanduiding GGN is ondergeschikt aan het vigerende bestemmingsplan. De reeds bestaande recreatiefuncties worden niet als natuur beschouwd en hoeven niet te worden gecompenseerd.
Om de beoogde ontwikkeling te realiseren, zullen delen van Droompark Maasduinen die in het vigerende bestemmingsplan zijn bestemd als Bos, bij de bestemming Recreatie worden betrokken waarbij de aanwezige bomen en houtopstanden deels worden verwijderd. Voor de delen die wijzigen als gevolg van de beoogde inrichting, wordt een tegenprestatie gedaan binnen het provinciale natuurnetwerk conform de Omgevingsverordening Limburg (2014). In de bijlage van de notitie m.e.r.-beoordeling is dit beschreven en in bijlage 6 wordt hiertoe een overeenkomst opgenomen.
Na ambtelijke vooroverleg is dit voorstel voorgelegd aan de provincie Limburg. De gedeputeerde is hiermee op 15 april 2019 akkoord gegaan.
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en vertaald in de verbeelding en in de regels.
Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. In deze structuurvisie worden ambities voor Nederland gesteld voor de periode tot in 2040, die inspelen op de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven bepalen richting 2040. Het Rijk zet het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving.
De Structuurvisie gaat in grote mate uit van decentralisatie van verantwoordelijkheden. In vergelijking tot de 33 nationale belangen uit de bij de Nota Ruimte behorende Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid is het aantal Rijksbelangen sterk in omvang teruggebracht. Het Rijk legt hiermee op het vlak van de ruimtelijke ordening meer verantwoordelijkheid bij de provincies en gemeenten.
Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Deze doelen betreffen nadere uitwerkingen van een aantal Rijksbelangen uit de Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk beleid.
Conclusie
Op het bestemmingsplan voor Droompark Maasduinen zijn de drie hoofddoelen niet van toepassing.
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd.
Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de EHS (nu GGN genaamd), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Ook is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen.
Conclusie
Op het bestemmingsplan voor Droompark Maasduinen geldt alleen het belang ten aanzien van de GGN.
Sinds 1 oktober 2012 is het op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro, verplicht om in het geval dat een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting de zogenoemde Ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen.
Het bestaande verblijfsrecreatiepark krijgt een upgrade, door het vervangen van standplaatsen voor kamperen door andere recreatieverblijven. Deze woningen worden verkocht en professioneel verhuurd.
Relevante regio
Consumenten kiezen eerst voor een toeristische bestemming en vervolgens een gewenste overnachtingsvorm. De relevante toeristische regio voor de verhuur/verkoop van recreatiewoningen is in dit geval het Maasduinengebied in Noord-Limburg.
De meest populaire en daarmee ook kansrijke locaties voor recreatiewoningen zijn locaties bij water en bos. De locatie is daarmee een kansrijke locatie, mits het aanbod aansluit bij de vraag naar meer luxe.
Het inrichtingsconcept is erop gericht dat het recreatieterrein de sfeer van het landschap van het Brachter Wald en de voormalige groeves ademt. Bij de herontwikkeling worden de beleving van het bos, het water en de natuurlijke hoogteverschillen versterkt.
Aanbod en plannen
Op dit moment (18 februari 2019) staan in heel Limburg 213 recreatiewoningen te koop via Funda. In de regio Noord-Limburg gaat het om 28 woningen. Binnen het relevante marktgebied zijn 16 recreatiewoningen te koop (per 18 februari 2019).
Het enige min of meer vergelijkbare aanbod is te koop op Klein Vink en Resort Arcen in Arcen (in totaal 6 woningen). Het overige aanbod ligt niet aan het bos of betreft geen bungalow.
Figuur 3.1 Inventarisatie relevant aanbod binnen marktgebied Maasduinen
(Bron: Funda, bewerking Rho)
De ruimte voor nieuwe parken wordt steeds beperkter en er is een steeds sterker wordende tendens naar de ontwikkeling van parken op campingsites (NVM, De Nederlandse markt voor recreatiewoningen 2018, juni 2018).
Het aantal transacties in Limburg is in de periode 2015-2017 toegenomen. Na een sterke stijging in 2016 nam in 2017 de gemiddelde transactieprijs met ruim 15% af. Dit terwijl het aantal transacties sterk toenam (met ruim 30%). In Limburg worden dus meer maar goedkopere recreatiewoningen verkocht. Het aantal verleende bouwvergunningen in 2017 en het eerste kwartaal van 2018 lag op ongeveer 240 en in dezelfde periode zijn ongeveer 35 woningen opgeleverd.
Daarnaast blijkt uit een inventarisatie van de plancapaciteit (bron: advies vitaliteitsmanager in opdracht van gemeente Venlo) dat er in Noord- en Midden-Limburg plancapaciteit is voor ruim 2.000 woningen. In de relevante regio gaat het om plancapaciteit voor ongeveer 200 woningen. De prijs, ligging en rendementsverwachtingen op de verkoopobjecten zijn echter voldoende interessant voor investeerders. Het versterkte product kan door de juiste marketinginspanningen ook toeristisch goed vermarkt worden.
Vernieuwing in de sector is bovendien noodzakelijk.
Verhuurmarkt
Het uiteindelijk doel is dat de recreatieverblijven gebruikt worden. De recreatiewoningen zijn zowel voor eigen gebruik door de eigenaar, als voor de verhuur. De laatste jaren, mede onder invloed van de laag blijvende rente, komt een recreatiewoning als investeringsobject steeds vaker in beeld. Toch kopen de meeste mensen recreatiewoningen voor met name eigen gebruik en af en toe met extra verhuurmogelijkheden (NVM, de Nederlandse markt voor recreatiewoningen).
Recreatiewoningen verouderen relatief snel omdat consumenten behoefte hebben aan meer luxe en dus ook nieuwe luxe recreatiewoningen. Daarom zullen recreatieparken regelmatig moeten vernieuwen om aan te blijven sluiten op de marktvraag.
In de het relevante onderzoeksgebied Maasduinen zijn enkele vakantieparken met een min of meer vergelijkbaar aanbod aan recreatiewoningen:
In de buurt, maar buiten het Maasduinengebied, onder meer:
Conclusie aanbod
Er is in Limburg een beperkt aanbod aan te koop staande bestaande en nieuwe recreatiewoningen. Er zijn diverse recreatieparken voor verhuur in de omgeving, maar slecht beperkt in het relevante onderzoeksgebied. Gelet op de groeiende vraag en de vraag naar meer luxe (zie hierna), zal de vraag naar luxe nieuwe recreatiewoningen voor eigen gebruik en verhuur ook toenemen en de vraag naar recreatief kamperen verder afnemen.
Behoefte vanuit de markt (zie voor achtergronden bijlage 3)
Uit de Toeristische trendrapportage Limburg 2016 (2017) blijkt dat het aantal gasten en overnachtingen in Limburg toeneemt. De Nederlandse consument is steeds meer op zoek naar luxe. Dit vertaalt zich in minder overnachtingen op campings en meer overnachtingen op vakantieparken.
In de trendrapportage is geconstateerd dat in Noord-Limburg een aantal transformaties gaande is, bijvoorbeeld op Droompark Maasduinen in Belfeld. Dergelijke verstening past bij de vraag van de consument naar meer luxe en is ook in andere delen van Nederland zichtbaar.
Met het toevoegen van recreatiewoningen wordt een luxer aanbod op een bestaand recreatiepark in Noord-Limburg toegevoegd. Binnen de marktregio beschikken slechts recreatiepark Klein Vink en Resort Arcen over een min of meer vergelijkbaar aanbod. Op deze parken staan nog slechts 6 woningen te koop. Ook is de plancapaciteit in de relevante regio beperkt.
Door de ligging kan Limburg mogelijk extra profiteren van de toegenomen vraag naar Nederlandse recreatiewoningen vanuit Duitsland en België.
Conclusie
Er is in Limburg voldoende vraag naar nieuwe recreatiewoningen, zowel voor huur als voor koop. De beoogde ontwikkeling op een bestaand recreatiepark met een afname van het aantal toeristische seizoens- en passantenplaatsen en een toename van het aantal verhuur- en privéchalets geeft invulling aan de behoefte naar meer luxe overnachtingsmogelijkheden en is daarom kansrijk. Deze transformatie past bij de vraag van de consument naar meer luxe en is ook in andere delen van Nederland zichtbaar. Nieuwe initiatieven op onderscheidende locaties en met een luxe aanbod worden snel verkocht.
De sfeer van het Brachter Wald (water, bos, hoogteverschillen en groeves) zorgt voor een onderscheidend concept en de toevoeging zal tegelijk een upgrading betekenen van het bestaande recreatiepark.
De ontwikkeling is noodzakelijk om het recreatiepark toekomstbestendig te maken zodat de exploitatie van het park ook op de lange termijn duurzaam kan worden voortgezet.
Op 12 december 2014 is door Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) vastgesteld. Het POL2014 geeft een visie op de ontwikkeling van de Limburgse omgeving en de regio's Noord-, Midden- en Zuid-Limburg in de komende 10 tot 15 jaar. In samenhang met POL2014 zijn er programmatische beleidsdocumenten, een omgevingsverordening met bijbehorende beleidsregels en inpassingsplannen vastgesteld.
In het POL2014 staan de twee principes 'kwaliteit' en 'uitnodigen' centraal. Verder zijn er verschillende visies gemaakt voor Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.
Ten slotte zijn er vijf thematische vraagstukken, ambities en opgaven uitgewerkt. Deze betreffen:
Ambities Noord-Limburg
De regio Noord-Limburg laat zich in ruimtelijk, economisch en maatschappelijk opzicht het beste karakteriseren door twee dominante assen: een snelle, hoog-dynamische as van oost naar west en een meer op (be)leefkwaliteit gerichte as van noord naar zuid.
De ruimtelijke as van oost naar west is dynamisch en economisch georiënteerd. Het is de wereld van infrastructuur en logistiek, agrofood en tuinbouw, maar ook de maakindustrie in vele gedaanten. De regio maakt optimaal gebruik van zijn strategische ligging als logistiek knooppunt tussen de mainports in Nederland en Vlaanderen, en het Duitse achterland. De infrastructurele ontsluiting is goed, herbergt diverse topsectoren en combineert dat met een kwalitatief goede omgeving. Daarbij wordt optimaal geprofiteerd van de aanwijzing als Greenport, en de daaruit voortvloeiende campusachtige ontwikkeling.
Mede vanwege haar gunstige ligging kent de regio een sterke en duurzame economische structuur en neemt het een internationale toppositie in waar het gaat om duurzaamheid en maakindustrie. De leidende positie bij het toepassen van de Cradle to Cradle-principes blijft behouden.
Het plangebied aan de Maalbekerweg in Belfeld wordt op de ambitiekaart (figuur 3.2) aangeduid als groene (be)leefomgeving, waarin variatie in landschappen, ecologische waarden en woonkwaliteiten belangrijke aandachtspunten zijn. In dit gebied wordt aandacht besteed aan verblijfsrecreatie, dagtoerisme en diverse wandel-, fiets-, en ruiterroutes.
Figuur 3.2 Ambitiekaart Noord-Limburg (Provinciaal Omgevingsplan Limburg, 2014)
Conclusie
Het plangebied wordt aangeduid als groene (be)leefomgeving, waarin variatie in landschappen, ecologische waarden en woonkwaliteiten belangrijke aandachtspunten zijn. In dit gebied wordt aandacht besteed aan verblijfsrecreatie, dagtoerisme en diverse wandel-, fiets-, en ruiterroutes. De beoogde ontwikkeling voorziet in een kwaliteitsverbetering omtrent de faciliteiten, de infrastructuur en het groen op het park en speelt hiermee in op de ambities uit het Provinciaal Omgevingsplan Limburg.
Op 12 december 2014 is door Provinciale Staten tevens de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Deze is later nog een aantal keer (partieel) gewijzigd. De Omgevingsverordening is vanuit juridisch-bestuurlijk oogpunt het belangrijkste instrument voor de provincie Limburg om haar provinciale belangen te bewaken. In de verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit het provinciaal en Rijksbeleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De regels in de verordening gelden voor gemeenten en niet rechtstreeks voor burgers. Hierna is getoetst aan de voor dit bestemmingsplan relevante artikelen.
Goudgroene Natuurzone
In de Provinciale Omgevingsverordening Limburg is – met uitzondering van de zwemplas – het gehele recreatiepark aangewezen als GGN, voorheen EHS geheten, zie figuur 3.3. De GGN vormt het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk. Binnen de GGN streeft de provincie naar behoud en beheer van de reeds aanwezige natuur en de ontwikkeling van nieuwe natuur.
De kenmerken en waarden van de GGN zijn uitgewerkt op de Natuurbeheertypenkaart en de Ambitiekaart in het Provinciaal Natuurbeheerplan, zie figuur 3.3 en 3.4. Het gebied waarin de gewenste herontwikkeling voorziet is hierop aangegeven en omvat de natuurbeheertypen kruiden- en faunarijk grasland alsook droog bos met productie. Op andere locaties op het recreatiepark komen de natuurbeheertypen zandverstuiving, dennen-, eiken- en beukenbos voor.
Figuur 3.3 Ambitiekaart Provinciaal Natuurbeheerplan, Droompark Maasduinen ligt in de GGN
(GISViewer Limburg, 2017)
Figuur 3.4 Natuurbeheertypenkaart conform Natuurbeheerplan (GISViewer Limburg, 2017)
Verbod op activiteiten die GGN aantasten
Activiteiten binnen de GGN mogen de wezenlijke kenmerken en waarden van de GGN niet aantasten. De wezenlijke actuele en potentiële waarden van het gebied omvatten niet alleen de aanwezige flora en fauna maar ook de geomorfologische en aardkundige waarden en processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte, openheid of juist geslotenheid van de landschapsstructuur.
Uitzondering voor individuele activiteiten
De omgevingsverordening voorziet in drie type uitzonderingen op bovengenoemd verbod. Voor de ontwikkeling in dit bestemmingsplan is van belang dat individuele kleinschalige activiteiten zijn toegestaan die:
Ontgronding
Op basis van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is een ontgrondingsvergunning nodig als de omvang van de ontgronding meer dan 10.000 m³ bedraagt, het project niet in overeenstemming is met het ruimtelijk plan en dieper dan 3 m beneden het oorspronkelijke maaiveldniveau wordt ontgraven.
Toetsing en conclusie
Goudgroene natuurzone
De visie en ambitie van Droomparken is om Droompark Maasduinen verder te ontwikkelen tot een recreatiepark met bijzondere natuurwaarden waar de natuurlijke omgeving optimaal kan worden beleefd. De natuurlijke omgeving in en om het park dient als basis en als nadrukkelijk onderdeel van de beleving die Droompark Maasduinen wil oproepen bij haar gasten. De herinrichting biedt nadrukkelijk mogelijkheden om het leefgebied van de aanwezige flora en fauna te versterken. Het doel is dan ook om deze mogelijkheden te benutten. De recreatieverblijven worden geplaatst in een doorlopend landschap waarin de sfeer van een kruiden- en faunarijk grasland en een bossfeer elkaar afwisselen.
De oppervlakte waarop de planvorming betrekking heeft omvat een gebied van circa 4,5 ha. Daarbinnen vinden de volgende ingrepen plaats:
Zoals gesteld betreft de ontwikkeling een 'individuele kleinschalige activiteit'. Dat blijkt uit het volgende.
Het gaat om een gebied van 1,07 ha bos dat versnipperd aanwezig is binnen een gebied dat intensief voor recreatie wordt gebruikt, conform bestemmingsplan. Daardoor heeft zich hier een beperkte natuurwaarde ontwikkeld, wat wordt bevestigd door het ecologisch veldonderzoek. Op de locaties waar een tegenprestatie kan worden geleverd, kan na inrichting (aangevuld met beheer) een veel hogere kwaliteit worden gerealiseerd aangezien dit locaties betreffen met een veel minder intensief medegebruik.
Als gevolg van de tegenprestatie zal de omvang van de GGN gelijk blijven doordat de natuurlijke kwaliteit op het Droompark verbetert en de GGN hier van kracht blijft. En op de locatie met de tegenprestatie komt een nieuwe inrichting met bos waardoor deze op termijn onderdeel kan uitmaken van de GGN en het oppervlak toeneemt.
Ontgronding
Op basis van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is naar verwachting een ontgrondingsvergunning nodig, daar de omvang van de ontgronding bijna 10.000 m³ bedraagt. Het project is in overeenstemming met het ruimtelijk plan en er wordt niet dieper dan 3 m beneden het oorspronkelijke maaiveldniveau ontgraven.
Conclusie
Het bestemmingsplan voorziet in de tegenprestatie waarbij de gronden die onttrokken worden aan de bestemming Bos en Natuur buiten het plangebied worden gecompenseerd volgens de regels uit de Omgevingsverordening Limburg.
De stukken voor de aanvraag ontgrondingsvergunning liggen bij de provincie voor een eerste beoordeling. Deze wordt qua tijdspad parallel aan de bestemmingsplanprocedure aangevraagd. De ontwikkeling voldoet aan de Omgevingsverordening Limburg.
In de Strategische Visie Venlo 2030 'Venlo Vertelt' geeft de gemeente Venlo een afwegingskader voor toekomstige besluiten. Binnen dit afwegingskader kunnen nieuwe ontwikkelingen in een perspectief worden geplaatst.
De stad en de regio Venlo hebben zich in de afgelopen decennia ontwikkeld tot een bloeiende economische regio. Veel bedrijven hebben zich gevestigd in de nabijheid van de logistieke hotspot die Venlo sinds de tweede helft van de 20e eeuw is geworden. De regionale economie is sterk en groeit. In de economische kracht gemeten was Venlo in 2007 de 2e regio van Nederland. De regio Venlo bezet wereldwijd een koppositie in de ontwikkeling van 'Cradle tot Cradle' als vernieuwend economisch concept en heeft het initiatief genomen om ook de innovatiekracht op dit gebied aan de regio te binden.
Conclusie
Aansluitend op de wensen van de markt worden verschillende recreatieverblijven toegevoegd en het kampeergedeelte herontwikkeld. Hiermee wordt wederom een kwalitatieve impuls gegeven aan het recreatiepark Maasduinen. Verder zorgt de ontwikkeling voor een toevoeging van de werkgelegenheid en versterking van de economie op de grens met Duitsland.
Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad de Ruimtelijke Structuurvisie 'Ruimte binnen grenzen' vastgesteld. In deze structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo tot het jaar 2030 beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. In de nieuwe structuurvisie van de gemeente Venlo zijn niet de regels, maar de ambities en opgaven het uitgangspunt. Het is verdeeld in vijf thema's, de zogenaamde 'majeure opgaven'.
Naast deze 'majeure opgaven' gaat de gemeente Venlo uit van drie basisprincipes, aandachtspunten die van toepassing zijn op elk ruimtelijk initiatief. Dit betekent concreet dat de gemeente Venlo een initiatief als kansrijker beschouwt als:
Voor de uitvoering van de structuurvisie streeft de gemeente ernaar om initiatiefnemers, binnen de voorgestelde kaders, de ruimte te geven.
Toetsing en conclusie
Bijdragen aan de Majeure Opgaven
De beoogde ontwikkeling heeft voornamelijk overlap met de opgave 'drukte in het ommeland' en 'voorzieningen op maat'.
De gemeente Venlo streeft ernaar om het contrast tussen stedelijk gebied en buitengebied te verscherpen en de kansen die dit biedt maximaal te benutten. Daar is ook alle aanleiding toe, omdat de druk op de dorpen en de stad afneemt en er steeds meer activiteiten plaatsvinden in het buitengebied. Hiertoe behoort onder meer de toeristisch-recreatieve sector welke een belangrijke economische pijler voor de regio vormt. Het kwantitatieve aanbod van verblijfsrecreatie volstaat, de kwaliteit laat echter te wensen over in de regio. In vervolg op de reeds doorgevoerde kwaliteitsverbetering wil Droomparken een nieuwe impuls geven door toevoeging van verschillende recreatieverblijven die aansluiten bij de wensen van de markt. Ook dit staat in verhouding tot de ambities van de gemeente Venlo.
Daar waar mogelijk streeft de gemeente Venlo ernaar om natuurgebieden fysiek met elkaar te verbinden en slimme combinaties te leggen, ook over de grens. Zo wordt de gemeente de schakel tussen grensoverschrijdend Nationaal Park de Maasduinen en het Grenspark Maas-Swalm-Nette. Dit sluit aan bij de wens dat het Nationaal Park binnen de gemeentegrenzen komt te liggen en daardoor beter benut kan worden door de toeristische sector. Hiermee kunnen natuurwaarden zoveel mogelijk in stand worden gehouden en kan de toeristisch-recreatieve sector worden versterkt. Figuur 3.5 toont een weergave van de kaart 'Drukte in het ommeland', waarin het plangebied wordt aangeduid als verblijfsrecreatieve voorziening (eventueel in combinatie met dagrecreatie).
Figuur 3.5 Uitsnede kaart 'Drukte in het ommeland' met plangebied in rood (gemeente Venlo, 2014)
Daarnaast ligt een andere grote opgave in het bieden en behouden van een vitale voorzieningenstructuur die zichzelf in stand kan houden en zoveel mogelijk aansluit bij de reële behoefte van de samenleving. Daarbij wordt gewaakt voor een overaanbod van een bepaald soort voorziening in de gemeente en regio, zodat de vitale voorzieningenstructuur niet onder druk komt te staan. Ten behoeve van deze voorzieningenstructuur is in de ruimtelijke structuurvisie ter plekke van het plangebied een verblijfsrecreatieve voorziening (eventueel in combinatie met dagrecreatie) gesitueerd. In figuur 3.6 is dit weergegeven.
Figuur 3.6 Uitsnede kaart 'Voorzieningen op maat' met plangebied in rood (gemeente Venlo, 2014)
Het initiatief dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt betreft op meerdere vlakken een kwaliteitsverbetering van het bestaande recreatiepark. De kwaliteitsverbetering bestaat uit:
Basisprincipe Cradle to Cradle
Cradle to Cradle is een innovatief economisch concept dat uitgaat van het continu opnieuw gebruiken van materialen, het gebruiken van schone energie, zuiveren van lucht, water en bodem.
Binnen het initiatief worden de principes van Cradle to Cradle als volgt toegepast:
Duurzaam en maatschappelijk verantwoord
Duurzaamheid op het gebied van energiegebruik en toepassing van materialen is uitgangspunt voor de herontwikkeling van het recreatiepark. Dat uit zich bijvoorbeeld in het ontwerp en inrichting van de recreatieverblijven. Het gaat daarbij onder meer om goede isolatie, zonwering, tocht- en kierdichting, energiezuinige (led)verlichting, intelligente verwarmingsthermostaten, daglichtbenutting, vraag gestuurde ventilatie, etc. Onderzocht wordt of warmtepompen (bodemwarmte) toegepast kan worden voor de verwarming en koeling van de recreatieverblijven.
Een landschappelijke inpassing en een natuurlijke uitstraling is uitgangspunt. In de buitenruimte wordt (vleermuisvriendelijke) ledverlichting toegepast (ook de verlichting aan en om het object). Een schakelschema zorgt er voor dat in de stille nachtelijke uren de parkverlichting zoveel mogelijk uit gaat en alleen strategisch geplaatste verlichting in het kader van veiligheid blijft branden. Verder is afvalscheiding standaard, zorgt het park voor milieueducatie en wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van halfverhardingen. In het kader van de herontwikkeling is afgestemd met natuurorganisaties en is een groenbeheerplan opgesteld dat wordt uitgevoerd. Verder is sprake van een neutrale grondbalans en wordt het (regen)water zo lang mogelijk in het gebied gehouden.
Het park en de recreatieverblijven zijn toegankelijk voor mensen met een beperking. Natuurlijke ventilatie is uitgangspunt, evenals het toepassen van vochtregulerende, emmissievrije, akoestisch dempende en hypoallergene en makkelijk schoon te houden materialen. Ook het toepassen van daglicht boven kunstlicht draagt bij aan gezondheid. Vanuit gezondheid stimuleert het park tot bewegen. Dat gebeurt niet alleen door de beschikbaarheid van fietsen en informatie over wandel-, trim- en fietsroutes, maar ook door speelobjecten en een terreininrichting die uitnodigen tot buitenspelen en ontdekken. Daarnaast dragen de beschikbaarheid van ontmoetingsruimten en contact met de natuur bij aan de gezondheid.
Betrekken van (Duitse) regiogemeenten
Voor de herontwikkeling, beheer en onderhoud van de gebouwen en terreinen werkt Droomparken met regionale ondernemers. Duitse ondernemers zijn daarbij ook in beeld. Op toeristisch gebied wordt samengewerkt met het toeristisch Platvorm Noord Limburg.
De herontwikkeling is ook positief voor het regionale bedrijfsleven. De consument die tot aanschaf overgaat, betreft gemiddeld genomen een categorie met een bovenmodaal inkomen, voldoende voor de aanschaf maar ook voor de exploitatie. De nieuw aangeboden objecten zijn veelal luxer, comfortabeler en ruimer en van een hogere prijsklasse dan de objecten van de huidige reguliere jaargasten. De nieuwkomers zijn daardoor deels draagkrachtiger dan de huidige jaargasten. Omdat deze consumenten geld te besteden hebben, kan ook de lokale middenstand hierop inspelen (denk o.a. aan thuisbezorging maaltijden e.d.). Naast een grotere bestedingsruimte is ook de mobiliteit van de huidige consument groter. Daardoor bezoeken zij veel vaker de omgeving dan de 'traditionele' gast van weleer die vooral op het park bleef. Bovendien gebruikt de moderne eigenaar het object meer als gastenverblijf; het uitnodigen van familie en bekenden levert een extra impuls aan de lokale en regionale economie.
De herontwikkeling leidt ook tot een aanzienlijke economische spin off voor de regio. Dat de herontwikkeling inderdaad tot economische spin off voor de regio leidt, wordt bevestigd door het onderzoek dat ZKA Consultants op verzoek van de gemeente Arnhem uitvoerde voor de herontwikkeling van Droompark Hooge Veluwe te Arnhem. ZKA Consultants becijferde dat als gevolg van de herontwikkeling, waarbij 180 recreatieobjecten worden gerealiseerd, de omvang van de bestedingen buiten het park groeit met € 2,9 miljoen per jaar en dat dit leidt tot 36 nieuwe arbeidsplaatsen.
Zelf georganiseerd draagvlak
Droomparken organiseert draagvlak door in een Masterplan de uitgangspunten voor de planontwikkeling vast te leggen. Gebruikelijk aan de werkwijze van Droomparken komt dit Masterplan tot stand in een cyclisch proces, waarbij de inhoud vorm krijgt in afstemming en samenspraak met de gemeente en belanghebbenden. Ook een Groenbeheerplan en een Beeldkwaliteitsplan zijn opgesteld. Het masterplan vormt het kader en uitgangspunt voor een nieuw ruimtelijk plan dat de ontwikkeling mogelijk zal maken. Het Masterplan Maasduinen is opgenomen in bijlage 2.
Het groenbeheerplan is aan de direct omwonenden voorgelegd. Om de ontwikkeling van de steilrand te volgen, zal er een jaarlijkse monitorronde worden gehouden waarbij zij worden betrokken.
Conclusie
De beoogde ontwikkeling van Droompark Maasduinen past wat betreft de Majeure Opgaven en Basisprincipes binnen de het ruimtelijk beleid van de gemeente Venlo zoals vastgelegd in de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo.
Doel van het GVVP 2007-2020 is het verbeteren van de leefbaarheid en bereikbaarheid van de gemeente Venlo. Naast de hoofdnota zijn er verschillende deelnota's opgesteld ten aanzien van verkeersveiligheid, parkeren en fiets.
Het GVVP heeft onder meer een vlotte, verkeersveilige doorstroming van de hoofdwegen en optimale benutting van de aanwezige parkeercapaciteit ten doel. Dit komt de leefbaarheid en bereikbaarheid ten goede.
In de deelnota 'Bereikbaarheid en Parkeren' is er voor gekozen om geen specifieke parkeernormen voor de gemeente Venlo te ontwikkelen. Dit omdat de landelijke CROW-normen een richtlijn zijn, deze een bepaalde bandbreedte kennen en uiteindelijk de toepassing toch iedere keer weer specifiek moet worden gemaakt. De toepassing van de landelijke CROW-norm volstaat dus als algemene richtlijn. De deelnota verwijst nog naar CROW-publicatie 182 'Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering'. Deze is vervallen en opgegaan in de CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en parkeergeneratie' (2012). De deelnota biedt nadrukkelijk de mogelijkheid om in individuele gevallen af te wijken van de CROW-norm.
De aspecten parkeren, ontsluiting en bereikbaarheid worden nader uiteengezet en getoetst in paragraaf 4.8.
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van het GVVP.
In het kader van de fusie van de gemeente Venlo en de gemeente Arcen en Velden is een 'position paper' opgesteld voor de toeristisch/recreatieve ontwikkeling van de gemeente.
In het document wordt vermeld dat het wenselijk is de focus te leggen op de betere bestedende segmenten. Belangrijk uitgangspunt bij de doelgroepkeuze is het bestedingsprofiel. Door de nieuwe positionering kan meer gefocust worden op het beter bestedende segment binnen de huidige doelgroepen. Het gevarieerde aanbod zorgt ook voor een relatief grote variatie in de volgende toeristische doelgroepen:
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling past binnen de ambities uit het beleidsstuk 'Venlo 2010: groenste gemeente aan de Maas'.
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient te worden onderbouwd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Omdat de herontwikkeling van Droompark Maasduinen een gebied omvat van meer dan 10 ha in gevoelig gebied en ontgrondingswerkzaamheden worden uitgevoerd is een m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld (zie bijlage 1). Tevens is in deze notitie onderzocht in hoeverre de sectorale aspecten een belemmering vormen voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste conclusies beschreven. Voor de inhoudelijke aspecten verwijzen we naar de genoemde notitie.
In de m.e.r.-beoordelingsnotitie wordt geconcludeerd dat met de genoemde mitigerende maatregelen de herontwikkeling van Droompark Maasduinen geen belangrijk negatieve milieueffecten kan veroorzaken die een volwaardige m.e.r.-procedure met milieueffectrapport (MER) wenselijk of noodzakelijk maken. Het gaat om de volgende maatregelen:
Op basis van deze notitie heeft de gemeente Venlo op 26 maart 2019 het besluit genomen dat geen volledige project-m.e.r.-procedure noodzakelijk is.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies:
Voor de afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen. Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn. Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft.
Direct ten zuiden van het plangebied aan Maalbekerweg 24 bevindt zich een horecagelegenheid. Ten dienste van deze horecagelegenheid is een bedrijfswoning toegestaan. De richtafstand bedraagt (worstcase) 50 m in een rustige woonwijk.
Alleen deze bedrijfswoning bevindt zich binnen een afstand van 50 m van Droompark Maasduinen. Er zijn binnen deze richtafstand geen bestaande of nieuwe belastende activiteiten. De activiteiten op het recreatiepark qua sport, horeca en dergelijke bevinden zich op een (veel) grotere afstand.
Het enige mogelijke effect betreft geluidsoverlast vanwege toename van verkeer. Daarom is nader onderzoek uitgevoerd naar indirecte hinder. Dit is opgenomen in de bijgevoegde m.e.r.-beoordeling. Uit dit onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse van de woning aan de Maalbekerweg 24 niet toeneemt. De beoogde ontwikkeling leidt dan ook niet tot relevante milieuhinder op deze locatie.
Ter plaatse zal dan ook sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en Droompark Maasduinen wordt door de woningen in de omgeving niet in de eigen bedrijfsvoering belemmerd.
Het nieuwe bestemmingsplan voor Droompark Maasduinen gaat niet gepaard met wijzigingen in de risico's voor de externe veiligheid. Het recreatiepark is een kwetsbaar object, volgens de definitie uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het park voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Er zijn in de nabije omgeving geen bedrijven die een risico voor de externe veiligheid opleveren.
Alleen bij een ongeluk op de A73 waarbij een gevaarlijke stof vrijkomt en een gifwolk ontstaat, kunnen de effecten daarvan in het plangebied merkbaar zijn. Door de relatief grote afstand tot het plangebied, is er echter ook inclusief de ontwikkeling van het park geen sprake van een verhoogd groepsrisico. Een volledige verantwoording van het groepsrisico hoeft niet plaats te vinden (Bevt, artikel 12, lid 2).
Het is op grond van artikel 7 van het Bevt nog wel verplicht om in te gaan op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid bij eventuele effecten van gevaarlijke stoffen. Het is daarvoor verplicht om de Veiligheidsregio te raadplegen. Dit is gebeurd.
Het advies van de Veiligheidsregio Limburg Noord (4 september 2018) is met hen besproken en wordt opgevolgd. Belangrijkste punt voor het bestemmingsplan is de gewenste tweezijdige bereikbaarheid. Om een vluchtweg bij een calamiteit te waarborgen, wordt aan de Maalbekerweg een tweede entree, oostelijk van de huidige, voor de brandweer geschikt gemaakt. Realisatie zal onderdeel zijn van de herontwikkeling van het oostelijke deel en tegelijkertijd worden gerealiseerd. Dit geldt ook voor het aanvullen van het vluchtplan met een extra verzamelplek en het bluswater. Daarnaast is het voor voetgangers mogelijk op verschillende plekken het park te verlaten omdat er zo min mogelijk hekken staan.
Technische en beheeraspecten krijgen ook de nodige aandacht, maar deze vallen buiten het bestek van dit bestemmingsplan. Zo is het vullen van de propaantanks bijvoorbeeld gepland op rustige momenten.
De veranderingen in het bestemmingsplan passen in het Beleidsplan externe veiligheid 2012-2015 van de gemeente Venlo. Op een afstand groter dan 200 m van snelwegen, stelt de gemeente geen nadere eisen aan ruimtelijke ontwikkelingen ter verbetering van de externe veiligheid.
Op basis van de uitgevoerde onderzoeken worden de volgende conclusies getrokken:
De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor de bodemkwaliteit en het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Er dient rekening te worden gehouden met de Wet bodembescherming en/of het Besluit bodemkwaliteit indien bij de bouw grond wordt geroerd, verplaatst en/of van de locatie wordt aan-/afgevoerd.
Er wordt geconcludeerd dat de aspecten bodem en water de uitvoering van het plan niet in de weg staan.
Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap Limburg, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. In 2015 is het Waterbeheerplan 2016-2021 vastgesteld door de Algemeen besturen van waterschap Roer en Overmaas en Waterschap Peel en Maasvallei (nu Waterschap Limburg).
Het beleid en het wateradvies/onderzoek zijn in de bijlage notitie m.e.r. beschreven. In vervolg op contact met het waterschap is voor het dimensioneren van bergings- en infiltratievoorzieningen uitgegaan van de regels c.q. toetsingspunten van voormalig waterschap Peel en Maasvallei. Daarnaast is rekening gehouden met de nieuwe Keur van het waterschap, namelijk het bergen van buien van T=100. Op deze wijze wordt de buffercapaciteit vergroot en wordt rekening gehouden met grotere en intensievere buien.
Grondwater
Ter plaatse van het plangebied komen verschillende zandgronden (Hn21, Zb30, pZn23) voor. Het water in het gehele plangebied staat vrij laag (grondwatertrappen V en VII). De gemiddeld hoogste grondwaterstand ligt hierbij tussen 40-80 cm onder maaiveld en de gemiddeld laagste grondwaterstand meer dan 120 cm onder maaiveld. De maaiveldhoogte bedraagt in het plangebied tussen 33 en 40 m NAP.
Bij het verschuiven van de zwemplas en uitbreiding van het water ter plaatse van het huidige kampeerterrein wijzigen de waterstanden niet. Er wordt geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.
Waterkwantiteit
De bestaande en nieuwe verharding is in beeld gebracht, en er is circa 10% van het plangebied gereserveerd voor water.
Bij de nieuwe norm een T=100 bui, waarbij 84 mm neerslag in 48 uur valt is een afvoer meegenomen van 1 l/sec/ha. In totaal wordt er dan 17,6 mm afgevoerd en moet er nog 67 mm geborgen kunnen worden. Dit betekent een totale peilstijging van circa 0,15 m. Naar verwachting zal dit een peilstijging van maximaal 0,2 m met zich meebrengen. Ook dit is nog een relatief lage stijging en wordt als acceptabel beschouwd. Afvoer van wegwater via kolken en leidingen is niet gewenst. De neerslag die op de weg en de kavels valt, wordt via de bermen aan weerszijden afgevoerd naar de zwemvijver omdat de infiltratiemogelijkheden beperkt zijn op het huidige kampeergedeelte waarbij van grindkoffers in de bermen de infiltratie bevorderen.
In het laag gelegen gebied is de grote zwemvijver aanwezig die door flauw oplopende oevers een grote capaciteit voor wateropvang heeft. Een stijging van het wateroppervlak van 26 tot 27 cm om te komen tot een berging van 1.162 m³ geeft hier naar verwachting dan ook geen knelpunten. De berging kan binnen 24 uur weer beschikbaar zijn voor het opvangen van een nieuwe, vergelijkbare bui omdat de zwemvijver aan de noordzijde gekoppeld is en kan afvoeren naar de bestaande beek.
Voor de nieuwe folievijver die via het helofytenfilter afstroomt naar de zwemvijver wordt bekeken of een natuurlijke afdichting met klei en leem uit het gebied haalbaar is.
Waterbeheer
Beheer en onderhoud van het water blijft in handen van de exploitant Droomparken. Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd.
Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmeringen verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.
Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. De beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen ter plaatse. Bovendien wordt ruimschoots voldaan aan de luchtkwaliteitsnormen.
Het aspect verkeer staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
Het aspect geluid staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg: de toename van de verkeersomvang is dusdanig beperkt dat geen hoorbare stijging van de geluidsbelasting op de gevels van woningen langs de Maalbekerweg optreedt. De hoogst optredende geluidsbelasting bedraagt in zowel de huidige als in de toekomstige situatie 53 dB en overschrijdt daarmee de uiterste grenswaarde niet.
Soortenbescherming
Er treden geen belangrijke negatieve milieugevolgen voor op beschermde soorten. Door uitbreiding van het waterareaal, de realisering van meer natuurlijke oevers en meer inheemse bomen en struiken wordt het leefgebied van broedvogels, vleermuizen en rugstreeppadden qua omvang en kwaliteit versterkt. Door een werkprotocol worden negatieve effecten op de rugstreeppad voorkomen. Dit werkprotocol wordt opgesteld voor de uitvoering van de werkzaamheden om negatieve effecten te voorkomen.
In het overleg met de natuurorganisaties is gebleken dat de zandhagedis is waargenomen. Daarom is een biotopenonderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat het terrein slechts marginaal/suboptimaal biotoop is. Vanwege het vermoeden van aanwezigheid wordt na de rustperiode van de zandhagedis een aanvullend onderzoek uitgevoerd. De zandhagedis blijkt in lage dichtheid voor te komen. Er wordt een werkprotocol opgesteld en bij het bevoegd gezag (provincie) ontheffing aangevraagd.
Voor de inrichting van de compensatieopgave voor het Natuurnetwerk wordt de zandhagedis als een van de doelsoorten genoemd.
Gebiedsbescherming
In de toekomstige situatie zijn in totaal 250 recreatieverblijven beoogd. In de bestaande situatie zijn reeds 169 recreatieverblijven aanwezig. Het projecteffect bedraagt derhalve 81 recreatieverblijven. De toename van recreatieverblijven kan invloed hebben op Natura 2000-gebieden vanwege een toename van stikstofdepositie door een toename van de verkeersgeneratie die daarmee gepaard gaat.
Daarnaast kan het stoken van aardgas middels aardgasgestookte cv-installaties extra stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden. De nieuwe 81 recreatieverblijven zullen gasloos worden uitgevoerd. Echter om de worst-case situatie te beschouwen is gerekend mét gasgestookte cv-installaties.
De toename van de stikstofdepositie ten gevolge van de toekomstige recreatieverblijven en de extra verkeersgeneratie van Droompark Maasduinen leidt, zelfs als de recreatieverblijven met gasgestookte cv-installatie worden voorzien, niet tot significant negatieve effecten op Natura 2000. Uit de berekening met Aerius Calculator blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. Het opstellen van een Passende beoordeling en het doorlopen van een volwaardige m.e.r.-procedure is dan ook niet noodzakelijk.
De Wet natuurbescherming staat, voor wat betreft het onderdeel Natura 2000, de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg aangezien geen significant negatieve effecten optreden als gevolg van vermesting en verzuring (stikstofdepositie), oppervlakteverlies of versnippering, verandering in hydrologie, verstoring door geluid, licht en trillingen en optische verstoring.
Als gevolg van klei- en zandwinning in het verleden is het terrein van de voormalige groeve verstoord. Deze groeve omvat vrijwel dezelfde contouren als het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan. Opnemen van een archeologische dubbelbestemming is daarom niet nodig. Het aspect archeologie staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. De eerder aangetroffen vindplaats van prehistorisch aardewerk is vanwege de afgraving niet meer relevant. Een dubbelbestemming archeologie is niet noodzakelijk.
Conventionele explosieven zijn niet te verwachten omdat het gebied na de Tweede Wereldoorlog is afgegraven.
Het park is gesitueerd in een bijzondere omgeving qua landschap en cultuurhistorie. In dit landschap is vooral de overgang tussen uiterwaarden en de hogere zandgronden, die door mensen werden benut, interessant.
Op de kaarten van de Kennisinfrastructuur Cultuurhistorie (Kich) is te zien dat in het plangebied zelf geen elementen voorkomen met een hoge cultuurhistorische waarde. Nabij het plangebied, aan de Maalbekerweg, is de Maalbeek gelegen, een industrie- en poldermolen. Het betreft een Rijksmonument. De planontwikkeling zal echter geen invloed hebben op de cultuurhistorische (belevings)waarde van het monument aangezien de beoogde ontwikkelingen plaatsvinden binnen het bestaande terrein van DroomPark Maasduinen en de objecten niet te zien zullen zijn vanuit het omliggende gebied.
Het plangebied betreft een voormalige kleigroeve. Het huidige reliëf met plateaus, terrasranden en een natuurbad is het gevolg van deze kleiwinning. Daarmee hebben de huidige morfologische vormen een zekere cultuurhistorische waarde. Aantasting hiervan moet zoveel mogelijk voorkomen worden. In de directe omgeving zijn meerdere cultuurhistorische elementen gelegen. Naast Maalbeek, een voormalige omgrachte hoeve met watermolen betreft het ook de Maalbekerweg (middeleeuwse holle weg) en een kazemat aan de voet van de steilrand.
De steilrand zelf heeft een sterke landschappelijke waarde als 'landmark'. Deze steilrand begrenst een waardevol cultuurhistorisch gebied: het Meelderbroek. Dit is benoemd in de ruimtelijke structuurvisie. Het behoud en de versterking van de beboste steilrand staat dan ook voorop. De steilrand wordt beschermd door binnen de bestemming Bos een specifieke aanduiding toe te voegen. Bebouwing is hier uitgesloten.
Bij de herontwikkeling worden de sfeer van het bos, het water en de natuurlijke hoogteverschillen versterkt. Met de nieuwe inrichting wordt aangesloten bij het landschap in de directe omgeving van Droompark Maasduinen, waardoor het park zich ontwikkelt tot een hoogwaardig onderdeel van het beboste steilrandlandschap en de voormalige groeves. Het behoud van de groene beboste randen zijn uitgangspunt om tot een goede landschappelijke inpassing te komen.
De recreatieverblijven staan in een omgeving die voor een belangrijk deel als totaalconcept wordt ontworpen: geen volledig afgebakende privétuinen, maar een natuurlijk landschap waarin de recreatie-objecten zijn geplaatst. Door het toevoegen van water wordt de beleving versterkt en de samenhang in het landschap zichtbaar.
De planontwikkeling zal geen invloed hebben op de cultuurhistorische (belevings)waarden van deze elementen. In een omtrek van meer dan 300 m van het plangebied zijn geen andere cultuurhistorische objecten gelegen. Vanuit het aspect 'cultuurhistorie' is de voorgenomen ontwikkeling dan ook niet bezwaarlijk.
Tijdens overleg met natuurorganisaties is afgesproken dat met IVN De Steilrand wordt gewerkt aan het aanbieden van informatie over geografie, de unieke bodem en flora en fauna.
Droomparken heeft een nieuw programma opgesteld: Duurzame Gastvrijheid. Dit programma omvat ambities en maatregelen voor duurzame recreatieverblijven, centrale voorzieningen op het recreatiepark en een duurzame bedrijfsvorming. De energietransitie waarbij fossiele energiebronnen worden vervangen door duurzame energiebronnen is daarvan een belangrijk onderdeel. Dit sluit aan op de wijziging van het Bouwbesluit op 28 juni 2018 waarbij de aansluitplicht op het aardgasnetwerk is vervallen.
Duurzaamheidsbeleid gemeente Venlo
In het coalitieakkoord 'Samen Venlo Veranderen' richt de gemeente Venlo zich op de daadwerkelijke realisatie van duurzame elementen. In december 2015 is het visiedocument 'Krachtig Verbonden' (2016-2020) vastgesteld. Het stimuleren van zonne-energie staat daar bijvoorbeeld in benoemd evenals het uitbreiden van het aantal e-laadpalen. Daarnaast worden onderstaande duurzaamheidsmaatregelen benoemd.
Ruimtelijke implicaties van de energietransitie
De energietransitie heeft ruimtelijke implicaties. De installaties van emissieloze energie- en warmtevoorzieningen nemen meer ruimte in dan bijvoorbeeld een standaard toegepaste aardgasgestookte CV-combinatie. Een aantal voorbeelden:
Vigerende bestemmingplannen kunnen energietransitie belemmeren
Voor een warmtepomp, een hieraan gekoppelde boiler en accu's is de extra benodigde technische ruimte circa 6 m². Ruimtelijke plannen bevatten maximum bouwmaten. Waar de vraag om extra ruimte voor duurzame energievoorzieningen niet binnen de maximum bouwmaten van het ruimtelijk plan passen, vormen deze ruimtelijke plannen een belemmering voor de realisatie van de energietransitie. Verder kan er mogelijk discussie zijn of aan de recreatieverblijven gekoppelde elementen voor het opwekken van duurzame energie die buiten de maximum maten van het ruimtelijke plan moeten worden geïnstalleerd, als ondergeschikt bouwdeel kunnen worden voorzien. Denk hierbij aan zonnepanelen of kleine windmolens.
Concrete maatregelen
Droomparken heeft in overleg met de gemeente een aantal concrete maatregelen bedacht om planologische belemmeringen weg te nemen om een energietransitie mogelijk te maken. Hiermee kan worden voldaan aan de duurzaamheidsambities van zowel de gemeente Venlo als van Droomparken. De maatregelen worden in onderstaande tekst weergegeven.
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord.
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht.
De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid.
Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken.
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken:
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten:
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven.
Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder andere:
In paragraaf 5.3 worden de verschillende bestemmingen toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor deze bestemming is gekozen.
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit:
In dit artikel zijn bepalingen opgenomen ten behoeve van de bescherming van de steilrand en de Venlo Schol.
In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In de overgangsbepalingen is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan.
Binnen deze bestemming is het bos opgenomen dat op het park aanwezig is en dat dient te worden behouden. Hier mag alleen worden gebouwd ten behoeve van de extensieve recreatie. Er geldt een omgevingsvergunningvereiste voor het mogen aanbrengen van onder andere oppervlakteverharding en het verhogen of verlagen van de bodem. De bestaande wegen en paden en waterhuishoudkundige voorzieningen binnen de bestemming 'Bos' zijn toegestaan.
Deze bestemming geldt voor het gebied ten oosten van de sportvelden in Venlo (zie plankaart) dat als tegenprestatie als natuurgebied wordt ingericht. Dit ter compensatie van de wijziging van een deel van de bestemmingen op het recreatiepark naar de bestemming recreatie.
Binnen de bestemming 'Natuur' gaat het om realisatie en instandhouding van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en abiotische waarden, met een zo sterk mogelijk ecologisch en ruimtelijk-structurele samenhang. Het gaat om het ontwikkelen en beheren van natuur die in de toekomst onderdeel kan zijn van de Goudgroene natuurzone.
Verblijfsrecreatie, centrale voorzieningen en maatschappelijke voorzieningen
Het grootste deel van het plangebied is voorzien van de bestemming 'Recreatie - Gemengd terrein'. Binnen de bestemming is bedrijfsmatige exploitatie van verblijfsrecreatie mogelijk en zijn centrale voorzieningen en een bedrijfswoning mogelijk. In artikel 1 is gedefinieerd wat onder centrale voorzieningen wordt verstaan. Het betreft onder meer het zwembad, speel- en sportvoorzieningen, de receptie, kantoorruimte en dergelijke. Ondergeschikt aan deze functies is ook dagrecreatie en horeca mogelijk.
Permanente bewoning uitgesloten
Permanente bewoning van objecten wordt voorkomen doordat alleen bedrijfsmatige exploitatie van verblijfsrecreatie is toegestaan. In artikel 1 is gedefinieerd dat verblijfsrecreatie recreatief nachtverblijf betreft waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. Ook in artikel 5.4.1. is permanente bewoning als strijdig gebruik benoemd.
Maximaal ruimtelijk programma nachtrecreatief verblijf
Het ruimtelijk programma aan verblijfsrecreatie omvat de volgende vier typen eenheden voor recreatief nachtverblijf en de volgende maximale aantallen:
Ad c: in de regels is een conversietabel met een verhoudingsgetal opgenomen om flexibiliteit in het programma mogelijk te maken. Hierna wordt deze tabel toegelicht. Ter verduidelijking is hierbij als voorbeeld aangegeven hoe het actuele programma van 141 chalets is opgebouwd:
In een tabel in de regels is overzichtelijk gemaakt welke oppervlaktematen en hoogtematen voor de verschillende typen verblijfsrecreatieve eenheden gelden. Daarnaast geldt steeds dat het grondoppervlak van de verblijfsrecreatieve eenheden ten hoogste 25% van de kavel mag omvatten waarop het object staat en dat daarnaast maximaal 25% van deze kavel mag worden verhard zodat 50% van de kavel onverhard en groen is ingericht. Op deze manier wordt gewaarborgd dat het recreatiepark groen en een open karakter behoudt. Vanuit brandveiligheid geldt dat er in principe een minimale onderlinge afstand van 5 m moet worden aangehouden.
Conversietabel
Het is toegestaan om de hierboven genoemde aantallen onderling uit te wisselen, zodat op wijzigingen in de markt kan worden ingespeeld. In artikel 5.2.1 is hiertoe een conversietabel opgenomen.
Indien bijvoorbeeld 1 groepsaccommodatie minder wordt gerealiseerd, is het mogelijk om 2 extra recreatiewoningen te bouwen. Daarnaast is het ook mogelijk om de toegestane aantallen te benutten voor chalets, stacaravans of standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen.
Bij het opstellen van de conversietabel is uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
De conversietabel is vooral opgenomen om op de ontwikkelingen in de markt te kunnen inspelen. De snelheid waarmee de herontwikkeling van het park plaatsvindt, is immers geheel afhankelijk van de draagkracht van de markt. Indien gaandeweg de marktbehoefte wijzigt en er bijvoorbeeld meer behoefte is aan chalets/stacaravans dan aan recreatiewoningen, maakt de conversietabel het mogelijk om chalets/stacaravans in plaats van recreatiewoningen te ontwikkelen. 'Inwisselen' van recreatiewoningen voor chalets zal alleen plaatsvinden als meer dan 141 chalets worden geplaatst. Indien het aantal chalets op termijn weer terugzakt tot onder de 141, ontstaat er ruimte om (alsnog) de 'ingewisselde' recreatiewoningen te realiseren.
De conversietabel is bedoeld om op elk moment de status te kunnen opmaken, waarbij de maximale aantallen bebouwing – in de basis – in totaal niet meer mag bedragen dan 60 recreatiewoningen, 141 chalets en 3 groepsaccommodaties.
Toepassen van de conversietabel kan niet leiden tot een verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit. Die is namelijk te allen tijde gewaarborgd door de in artikel 5.2.1 onder a vastgelegde voorwaarden dat maximaal 25% van de kavel mag worden bebouwd. Een andere reden voor de conversietabel is dat op deze wijze de maximum verkeersgeneratie en recreatiedruk van het park te allen tijde gelijk blijft. De in de conversietabel opgenomen verhoudingen zijn hierop namelijk afgestemd. Dit is van belang vanuit de onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de met de ontwikkeling samenhangende effecten op de omgeving. Op elk willekeurig moment kan in het kader van handhaving het maximale programma dat dit bestemmingsplan toestaat worden getoetst, door uit te gaan van de maximum aantallen in artikel 5.2.1 onder a en toepassing van de conversietabel, waar wordt afgeweken van deze aantallen.
In het plan is een algemene afwijkingsregel opgenomen waarmee onder voorwaarden maten, percentages e.d. kunnen worden vergroot.
Bestaande chalets op kleine percelen
Om te voorkomen dat bestaande verblijfsrecreatieve eenheden worden weg bestemd, omdat deze niet aan de maatvoering vereisten kunnen voldoen (denk aan de voorwaarde dat slechts 25% van het perceel mag worden bebouwd), is in de regels expliciet bepaald dat voor bestaande bebouwde percelen het bestaande bebouwingspercentage als maximum geldt. Zie de regeling in artikel 8.
Overige gebouwen
Op het park zijn naast het gebouwencomplex en de losse verblijfsrecreatieve eenheden ook gebouwen toegestaan voor functies als het zwembad, sportactiviteiten, een receptie, etc. Het totale oppervlak van deze gebouwen op het terrein mag maximaal 5% van het terrein beslaan. De goot-/bouwhoogte per gebouw is maximaal 6/9 m. In het plan is een afwijkingsregel opgenomen waarmee onder voorwaarden het oppervlak van deze overige gebouwen kan worden vergroot.
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
Afscherming van erven en/of afscherming in het kader van privacy vindt in principe zoveel mogelijk plaats door middel van beplanting, om een natuurlijke uitstraling te garanderen. In incidentele gevallen zijn gebouwde erfafscheidingen dan wel afscheidingen ten behoeve van privacy wenselijk (bijvoorbeeld om een hond dan wel kinderen binnen de erfgrens te houden). Dergelijke scheidingen mogen niet hoger zijn dan 1,2 m en dienen groen te worden ingepast.
Aanlegvergunningstelsel
Voor het kappen/rooien van bomen is een (kap)vergunning nodig indien zij een grotere doorsnede hebben dan 25 cm, gemeten op 1,3 m boven maaiveld. Dat is eveneens nodig voor bodemwerkzaamheden (afgraven, ophogen, vergraven, diepploegen, egaliseren), ingrepen in de waterhuishouding (draineren, onderbemalen, dempen sloten, dempen poelen) en infrastructurele werkzaamheden (verharden oppervlakte).
Een uitzondering op deze vergunningplicht is van toepassing indien de betreffende werkzaamheden:
Deze bestemming dient voor de aanleg en instandhouding van:
Binnen de bestemming water zijn bruggen, dammen en duikers mogelijk. Ook gaat de regeling specifiek in op steigers.
Op de verbeelding zijn diverse aanduidingen opgenomen ter bescherming van verschillende zaken:
Als basis voor de plangrens is uitgegaan van de plangrens van het bestemmingsplan 'Droompark Maasduinen' uit 2014. Ten behoeve van het groenbeheer en de aansluiting tussen het recreatiepark en de natuurvijver direct ten noorden van het park is ter plaatse de grens van het bestemmingsplan in overleg met Staatsbosbeheer iets verruimd. Op de verbeelding zijn naast de beschreven bestemmingen Bos, Natuur, Recreatie - Gemengd terrein en Water ook diverse aanduidingen opgenomen.
Het kostenverhaal is alleen noodzakelijk indien er bijvoorbeeld gronden van de gemeente ingebracht worden, dan wel maatregelen voor wat betreft riolering genomen moeten worden. De kosten voor de bestemmingsplanprocedure worden op basis van de legesverordening verhaald.
Voor de herontwikkeling van het recreatiepark sluit de gemeente met de initiatiefnemer een koopovereenkomst voor de natuurcompensatiepercelen. Deze overeenkomst wordt aangemerkt als anterieure overeenkomst (artikel 6.24 Wro). Daarnaast wordt een planschadeverhaalsovereenkomst opgesteld.
In de overeenkomst zijn onder meer de volgende aspecten geregeld:
Voor de gemeente zijn aan de uitvoering van het plan geen financiële risico's verbonden omdat de initiatiefnemer alle kosten voor zijn rekening neemt.
De gemeente heeft daarnaast vastgesteld dat de initiatiefnemer beschikt over specifieke kennis, ervaring, capaciteit en financiële middelen die noodzakelijk zijn voor de beoogde ontwikkeling.
Uit het bovenstaande blijkt dat de economische uitvoerbaarheid van het recreatiepark Droompark Maasduinen gewaarborgd is.
Artikel 6.12 lid 2 van de Wro bepaalt dat de gemeenteraad, als er sprake is van één of meerdere aangewezen bouwplannen, verplicht is een exploitatieplan vast te stellen indien:
Met Droomparken is een anterieure overeenkomst over de grondexploitatie gesloten. De kosten die de gemeente maakt bij het mogelijk maken van de ontwikkeling bestaan uit proceskosten. Via de anterieure overeenkomst wordt ervoor gezorgd dat deze kosten door de ontwikkelaar worden gedragen. In een anterieure overeenkomst is het verhaal van deze kosten geregeld. Het bepalen van een tijdvak is niet noodzakelijk; het stellen van eisen en regels of een uitwerking van regels, is evenmin noodzakelijk.
Het verhaal van kosten voor de ontwikkeling van het recreatiepark is middels een anterieure overeenkomst verzekerd. Het is om die reden niet noodzakelijk een exploitatieplan vast te stellen.
Het proces van totstandkoming van dit ruimtelijk plan is als volgt opgezet. Allereerst is een Masterplan opgesteld waarin de planvorming uiteen is gezet en toegelicht. Op basis daarvan heeft inhoudelijke afstemming met de gemeente en betrokkenen plaatsgevonden.
Het plan is besproken met de volgende belanghebbenden:
De opmerkingen zijn waar mogelijk verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan en de bijlagen, dat vervolgens is aangeboden aan de gemeente. Deze kondigt het bestemmingsplan formeel aan.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens van 6 juni 2019 tot en met 17 juli 2019 ter inzage gelegen. Op het ontwerpbestemmingsplan zijn geen zienswijzen ingediend.
Het bestemmingsplan is in de raadsvergadering van 25 maart 2020 vastgesteld.
In het kader van het overleg als bedoeld ingevolge artikel 3.1.1 van het Bro zal het ontwerpbestemmingsplan 'Droompark Maasduinen' worden voorgelegd aan de wettelijke overlegpartners. De resultaten uit dit overleg zullen worden verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan.
De aanmeldnotie m.e.r.-beoordeling is ter besluitvorming voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. Op 26 maart 2019 hebben zij op basis hiervan besloten dat een volwaardige m.e.r.-procedure niet nodig is.
Deze notitie is vervolgens als bijlage gekoppeld aan het bestemmingsplan.