direct naar inhoud van Artikel 4 Maatschappelijk
Plan: Koningin Julianaplein e.o.
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0981.BPKJP-VA01

Artikel 4 Maatschappelijk

4.1 Bestemmingsomschrijving
4.1.1

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. dienstverlening;
  • b. doeleinden van:
    • 1. culturele aard;
    • 2. educatieve aard;
    • 3. sociaal-medische aard;
    • 4. religieuze aard;
    • 5. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met horecacategorie 3' horeca tot maximaal categorie 3 in de kelderverdieping;
  • c. een onderdoorgang, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang'.
  • d. waterhuishoudkundige voorzieningen.

en de daarbij behorende voorzieningen.

4.1.2

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 17.1.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen

Op de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen, geen woning zijnde;
  • b. bijgebouwen;
  • c. bouwwerken geen gebouwen zijnde, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen.
4.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'

Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels;

  • a. gebouwen, geen woning zijnde en bijgebouwen mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bouwvlak mag geheel worden bebouwd;
  • c. de goothoogte mag maximaal de bestaande hoogte bedragen.
4.2.3 Overige regels

Voor het overige gelden de volgende regels:

  • a. De hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag ten hoogste 4.00 m bedragen, met uitzondering van:
    • 1. de hoogte van erfafscheidingen, welke voor zover aanwezig voor de aan de zijde van de voorgevel naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 1.00 m en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 2.00 m mag bedragen en;
    • 2. de hoogte van palen, masten en verlichting welke ten hoogste 8.00 m mag bedragen;
    • 3. de hoogte van kunstwerken en kunstobjecten, welke ten hoogste 3,50 bedragen en een oppervlakte hebben van ten hoogste 10 m² per object;
    • 4. de hoogte van speelvoorzieningen, welke ten hoogste 4.50 m mag bedragen.
4.3 Nadere eisen
4.3.1 Onderwerpen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van:

  • a. de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing;
  • b. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen;
  • c. voorzieningen ter voorkoming van de hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing.
4.3.2 Toepassingscriteria

De onder artikel 4.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld:

  • a. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing;
  • b. ter voorkoming van onevenredige nadelige gevolgen voor de milieusituatie, verkeersveiligheid, sociale veiligheid en gebruiksmogelijkheden en/of privacy van aangrenzende gronden en bouwwerken;

ter voorkoming van parkeerhinder indien op eigen terrein niet voldaan wordt aan de parkeerbehoefte;

  • c. ter verbetering van de gebiedskwaliteit.
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Strijdig gebruik

Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:

  • a. ambachtelijke en/of industriële doeleinden;
  • b. detail- en/of groothandel;
  • c. recreatie;
  • d. horeca, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met horecacategorie 3';
  • e. opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.