direct naar inhoud van Artikel 3 Centrum
Plan: Koningin Julianaplein e.o.
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0981.BPKJP-VA01

Artikel 3 Centrum

3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1

De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 1' (blok A):
    • 1. detailhandel en dienstverlening, uitsluitend op de begane grond;
    • 2. wonen, uitsluitend op de verdiepingen;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 2' (blok B):
    • 1. horeca tot en met categorie 3, detailhandel en dienstverlening, uitsluitend op de begane grond;
    • 2. wonen, uitsluitend op de verdiepingen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 3' (blok C):
    • 1. horeca tot en met categorie 3, uitsluitend op de begane grond;
    • 2. horeca van categorie 4 en wonen, uitsluitend op de verdiepingen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 4' (blok D1):
    • 1. gestapeld wonen;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 5' (blok D2):
    • 1. detailhandel, dienstverlening en horeca tot en met categorie 3, uitsluitend op de begane grond;
    • 2. wonen, uitsluitend op de verdiepingen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 6' (blok DT):
    • 1. detailhandel, dienstverlening en horeca tot en met categorie 3, uitsluitend op de begane grond en op de eerste verdieping;
    • 2. wonen, uitsluitend op de verdieping;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 7' (blok G):
    • 1. detailhandel en dienstverlening, uitsluitend op de begane grond;
    • 2. wonen, uitsluitend op de verdieping;
  • h. evenementen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.5.2;
  • i. parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein';
  • j. een parkeergarage, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage';
  • k. een onderdoorgang, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang'.
  • l. verkeersdoeleinden;
  • m. groenvoorzieningen;
  • n. openbare nutsvoorzieningen;
  • o. terrassen;
  • p. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • q. bijbehorende voorzieningen.
3.1.2

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 17.1.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Op de voor 'Centrum' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen ten behoeve van de in artikel 3.1 genoemde bestemming;
  • b. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' is op de begane grond een onderdoorgang toegestaan;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - berging' is een ondergrondse berging toegestaan.
3.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'

Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels:

  • a. per bouwvlak is maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aantal woningen/wooneenheden toegestaan;
  • b. binnen het bouwvlak mogen gebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd;
  • c. het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd;
  • d. de voorgevels worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens;
  • e. de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, met dien verstande dat de diepte gemeten vanaf de bouwvlakgrens maximaal 1 m mag bedragen en de breedte maximaal 40% van de breedte van het gebouw mag bedragen;
  • f. de bouwhoogte mag maximaal de in de onder i. opgenomen tabel aangegeven hoogte bedragen met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - torentje' waar geen maximale bouwhoogte geldt;
  • g. de dakhelling mag maximaal de in de onder i. opgenomen tabel aangegeven helling bedragen met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - torentje' waar geen minimale of maximale dakhelling geldt;
  • h. het aantal bouwlagen mag maximaal het in de onder i aangegeven tabel aantal bedragen;
  • i.  
ter plaatse van de aanduiding   Maximale bouwhoogte t.o.v. N.A.P.   maximaal aantal bouwlagen   Dakhelling  
'specifieke vorm van centrum - 1' (blok A)   208,30 meter   3   0°  
'specifieke vorm van centrum - 2' (blok B)   208,60 meter   2   1 - 15°  
'specifieke vorm van centrum - 3' (blok C)   212,79 meter   3   0 - 15°
 
'specifieke vorm van centrum - 4' (blok D1)   212,79 meter   3   0 - 15°  
'specifieke vorm van centrum - 5' (blok D2)   212,79 meter   3   0 - 15°  
'specifieke vorm van centrum - 6' (blok DT)   216,39 meter   5   0 - 15°  
'specifieke vorm van centrum - 7' (blok G ged.)   207,79 meter   2   0°  
3.2.3 Overige regels

De hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag ten hoogste 2.60 m bedragen, met uitzondering van:

  • a. de hoogte van erfafscheidingen, welke voor zover aanwezig voor de aan de zijde van de voorgevel naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 1.00 m en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 2.00 m mag bedragen en;
  • b. de hoogte van palen, masten en beeldende kunstwerken welke ten hoogste 8.00 m mag bedragen.
3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van dakhelling blok D2

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder g. en i., uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 5', ten behoeve van een dakhelling van maximaal 30°, met dien verstande dat:

  • a. dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is, gehoord de dorpsbouwmeester;
  • b. een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is;
  • c. de bouwhoogte maximaal 213,79 meter ten opzichte van N.A.P. mag bedragen.
3.3.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van dakhelling blok DT

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder g. en i., uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 6', ten behoeve van een dakhelling van maximaal 30°, met dien verstande dat:

  • a. dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is, gehoord de dorpsbouwmeester;
  • b. een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is;
  • c. de bouwhoogte maximaal 217,61 meter ten opzichte van N.A.P. mag bedragen.
3.4 Nadere eisen
3.4.1 Onderwerpen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van:

  • a. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing;
  • b. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen;
  • a. voorzieningen ter voorkoming van de hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing;
  • b. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan;
  • c. de aard, situering en oppervlakte van verhardingen.
3.4.2 Toepassingscriteria

De in artikel 3.4.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld:

  • a. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing;
  • b. ter voorkoming van onevenredige nadelige gevolgen voor de milieusituatie, verkeersveiligheid, sociale veiligheid en gebruiksmogelijkheden en/of privacy van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • c. ter voorkoming van parkeerhinder indien op eigen terrein niet voldaan wordt aan de parkeerbehoefte;
  • d. ter verbetering van de gebiedskwaliteit.
3.5 Specifieke gebruiksregels
3.5.1 Verboden gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:

  • a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel;
  • b. industriële doeleinden;
  • c. groothandel;
  • d. opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.
  • e. seksinrichtingen;
  • f. coffeeshops;
  • g. horeca van categorie 5.
3.5.2 Evenementen

Een evenement is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

  • a. een evenement mag niet langer duren dan 2 weken;
  • b. een evenement mag niet vaker plaatsvinden dan 6 maal per kalenderjaar;
  • c. een evenement dat vaker in het jaar plaatsvindt, mag in totaal niet langer dan 30 dagen duren;
  • d. de opbouw en afbraak van eventuele tijdelijke bouwwerken ten behoeve van een evenement moet plaatsvinden in een periode van in totaal niet meer dan 30 dagen zoals bepaald onder punt c;
  • e. het evenement mag niet tot gevolg hebben dat de gronden en/of opstallen na afloop van het evenement ongeschikt zijn voor toegestane gebruik zoals bepaald onder 3.1 sub. a t/m n.
3.5.3 Aan huis verbonden beroepen

Een aan huis verbonden beroep is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

  • a. een aan huis verbonden beroep mag worden uitgeoefend in de woning;
  • b. het mag maximaal 70 m2 van de vloeroppervlakte van de woning betreffen;
  • c. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet wezenlijk aangetast;
  • d. degene die de activiteiten uitvoert, is tevens de bewoner van de woning;
  • e. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving;
  • f. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse;
  • g. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van aan de activiteit inherente en ondergeschikte detailhandel.
3.5.4 Mantelzorg

Mantelzorg is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

  • a. mantelzorg mag worden uitgeoefend in de woning;
  • b. de mantelzorgvoorziening is bedoeld voor de huisvesting van één huishouden;
  • c. de behoefte aan mantelzorg is aangetoond;
  • d. de woonruimte heeft geen eigen huisnummer;
  • e. het oppervlak van de mantelzorgvoorziening bedraagt maximaal 100 m²;
  • f. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet wezenlijk aangetast;
  • g. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving;
  • h. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse;
  • i. zodra de noodzaak van de mantelzorgvoorziening is komen te vervallen, wordt het gebruik als woonruimte beëindigd.
3.6 Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van wonen op de begane grond

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.1 onder a., ten behoeve van het toestaan van wonen op de begane grond, mits:

  • a. de afwijking voorziet in de toevoeging van maximaal 4 wooneenheden;
  • b. de financieel, economische noodzaak daarvan is aangetoond;
  • c. het karakter en de functie van het centrumgebied niet onevenredig worden aangetast;
  • d. het gebruik geen (ernstige of onevenredige) hinder oplevert voor het woonmilieu in de directe omgeving;
  • e. de parkeerbalans niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed;
  • f. wordt voldaan aan de woonvisie zoals vastgesteld door de raad op 29 oktober 2012 met kenmerk 2012-wv-078.
3.6.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van horeca van categorie 4 op de verdiepingen

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.1 onder b. ten behoeve van het toestaan van horeca van categorie 4 op de verdiepingen, mits:

  • a. het gebruik geen (ernstige of onevenredige) hinder oplevert voor het woonmilieu in de directe omgeving;
  • b. de parkeerbalans niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed.
3.6.3 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve detailhandel en dienstverlening op de begane grond

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.1 onder c. en d. ten behoeve van het toestaan van detailhandel en dienstverlening op de begane grond, mits:

  • a. de financieel, economische noodzaak daarvan is aangetoond;
  • b. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast;
  • c. de parkeerbalans niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed.