direct naar inhoud van Artikel 10 Algemene ontheffingsregels
Plan: Centrum III, eerste herziening
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0951.BPschimmertIII-OH15

Artikel 10 Algemene ontheffingsregels

10.1 Algemene ontheffing

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor:

  • a. het bebouwen van niet voor 'Wonen' aangewezen gronden met gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van het openbare nut met een bouwhoogte van niet meer dan 3.50 m en een inhoud van niet meer dan 50 m3;
10.2 Ontheffing ten aanzien van het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een grotere bouwhoogte

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een grotere bouwhoogte, mits:

  • a. ten behoeve van de privacy, voldoende afstand tot aangrenzende percelen wordt aangehouden;
  • b. ten behoeve van de verkeersveiligheid, voldoende afstand tot de bestemming verkeersdoeleinden wordt aangehouden;
  • c. geen onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld plaatsvindt;
  • d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 10,00 m mag bedragen.
10.3 Ontheffing voor kunstwerken, kunstobjecten en speelvoorzieningen.

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor het oprichten van kunstobjecten en dergelijke, mits:

  • a. deze qua aard en omvang in de omgeving passen en een maximum oppervlakte hebben van 10 m² per object;
  • b. in het geval van speelvoorzieningen: de bodem, blijkens een vooraf ingesteld bodemonderzoek, geschikt is voor het oprichten van speelvoorzieningen;
  • c. de bouwhoogte maximaal 3,50 m bedraagt.