direct naar inhoud van Artikel 6 Wonen
Plan: Centrum III, eerste herziening
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0951.BPschimmertIII-OH15

Artikel 6 Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving


De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;

met daaraan ondergeschikt:

  • b. aan huis verbonden beroepen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 6.4.3;
  • c. duurzaam, bodem- en waterbeheer, tevens wateropvang/buffering en infiltratie;
  • d. met de daarbij behorende voorzieningen.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Algemeen

Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand': vrijstaande woningen;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd': aaneengebouwde woningen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen': twee-onder-een-kapwoningen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning': patiowoningen;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geschakeld: vrijstaande woningen met garage geschakeld;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld': een woon-zorgcomplex of gestapelde woningen;
  • g. bijgebouwen;
  • h. en de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen.
6.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'
  • a. Het hoofdgebouw dient in het bouwvlak te worden gebouwd en bijgebouwen mogen in het bouwvlak worden gebouwd.
  • b. Het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven uitgezonderd:
    • 1. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' waar in plaats van gestapelde woningen ook een woon-zorgcomplex is toegestaan;
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' in combinatie met de aanduiding 'twee-aaneen' mogen voor één vrijstaande woning ook twee aangebouwde woningen worden gebouwd. Dit betekent dat ter plaatse maximaal 6 vrijstaande woningen of maximaal 12 twee- aaneengebouwde woningen dan wel een combinatie daarvan is toegestaan.
  • c. Het bouwvlak mag voor 100% worden bebouwd uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-patiowoningen' waar minimaal 9 m2 van het bouwvlak niet bebouwd mag worden.
  • d. Woningsplitsing is niet toegestaan uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' in combinatie met de aanduiding 'twee-aaneen'. Dit overeenkomstig het bepaald onder b sub 2.
  • e. De voorgevel van de woning dient in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd .
  • f. De goothoogte van een woning mag maximaal 6,50 m bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' de aangeduide maximale goothoogte geldt.
  • g. De woningen mogen plat of met een kap van minimaal 30° en ten hoogste 60° worden afgedekt;
  • h. Vrijstaande woningen dienen op een afstand van tenminste 5,00 meter van de zijdelingse perceelsgrenzen te worden gebouwd.
  • i. Twee-aaneen gebouwde woningen dienen aan één zijde minimaal 2,00 meter uit de zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd.
  • j. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geschakeld' dient het hoofdgebouw aan één zijde minimaal 3,00 meter uit de zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd.
6.2.3 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen uitsluitend bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd.
  • b. De totale oppervlakte aan bijgebouwen mag maximaal 80 m² bedragen, met dien verstande dat:
    • 1. indien de oppervlakte bestemd voor bijgebouwen van een bouwperceel minder dan 175 m² bedraagt, ten hoogste 40% van het perceel (bestemd voor bijgebouwen) mag worden bebouwd;
    • 2. indien het oppervlak van het betreffende bouwperceel meer dan 1.000 m² bedraagt, ten hoogste 110 m² aan bijgebouwen mag worden gebouwd;
    • 3. indien het bijgebouw gebruikt wordt ten behoeve van een aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf ten hoogste 110 m² aan bijgebouwen mag worden gebouwd.
  • c. Bijgebouwen mogen worden opgericht in de zijdelingse perceelsgrens dan wel 2,00 m uit de zijdelingse perceelsgrens.
  • d. Bij vrijstaande woningen dient één zijerf onbebouwd te blijven;
  • e. De goothoogte van bijgebouwen mag maximaal 3,50 m bedragen, met dien verstande dat de goothoogte van een bijgebouw niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw.
  • f. Bijgebouwen worden plat of met een schuin dak afgedekt met ten minste dezelfde dakhelling van het hoofdgebouw en ten hoogste 60°.
6.2.4 Overige regels voor bebouwing
  • a. Het bouwvlak en het vlak met de bouwaanduiding 'bijgebouwen' mogen niet door bebouwing worden overschreden, met uitzondering van overschrijding ten behoeve van:
    • 1. de bouw van erkers, over een breedte van 70% van de naar de weg gekeerde bouwgrens, mits de diepte van de erker niet meer bedraagt dan 1,50 m, de bouwhoogte van de erker niet meer bedraagt dan de hoogte van de 1e bouwlaag van het hoofdgebouw en de afstand tot de bestemming 'Verkeer' niet minder dan 3,00 m bedraagt;
    • 2. aansluitende luifels boven de voordeur en kappen op erkers, mits deze vanuit het stedenbouwkundig beeld en voor wat betreft afmetingen van ondergeschikte betekenis zijn en de afstand tot de bestemming 'Verkeer' niet minder dan 3,00 m bedraagt.
    • 3. de bouw van een carport mits deze niet meer dan 1,50 m. voor de voorgevel is gelegen, de bouwhoogte maximaal 3,00 m bedraagt en de afstand tot de bestemming 'Verkeer' niet minder dan 3,00 m bedraagt;
    • 4. ondergeschikte onderdelen van het gebouw, als schoorstenen, lichtkoepels en antennes, met uitzondering van liftopbouwen en luchtbehandelingsinstallaties.
  • b. Ter plaatse van de aanduidingen 'bouwvlak' en 'bijgebouwen' mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, maximaal 3,50 m bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen, waarvan de hoogte maximaal 2,00 m mag bedragen.
  • c. Buiten het bouwvlak en de bouwaanduiding 'bijgebouwen' mag de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 1,00 m bedragen, met uitzondering van hoekpercelen, waarvoor het bepaalde onder e geldt.
  • d. Bij hoekpercelen mag de bouwhoogte van erfafscheidingen buiten het bouwvlak en de bouwaanduiding 'bijgebouwen' maximaal 2,00 m bedragen, onder de voorwaarden dat:
    • 1. de erfafscheiding 3,00 m achter de voorgevel van de woning wordt gebouwd en haaks op de woning komt te staan;
    • 2. de afstand van de erfafscheiding tot de zijdelingse perceelsgrens 0,50 m. bedraagt;
  • e. De bouwhoogte van voorzieningen voor verlichting en vlaggenmasten mag maximaal 10,00 m bedragen.
6.2.5 Voorschriften aan bouwvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen aan de bouwvergunning voorschriften verbinden ten aanzien van het materiaalgebruik en technische voorzieningen zodat de waterkwaliteit en waterkwantiteit bij diepte-infiltratie gewaarborgd is.

6.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, binnen een marge van 5,00 m, nadere eisen stellen ten aanzien van de op grond van in dit artikel toegelaten situering en afmetingen van bouwwerken, ter voorkoming van onevenredige nadelige gevolgen voor de milieusituatie, verkeersveiligheid, parkeerhinder, sociale veiligheid en gebruiksmogelijkheden en/of privacy van aangrenzende gronden.

6.4 Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Gebruik van de gronden

Onder verboden gebruik als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening wordt ten minste verstaan het gebruik van de grond anders dan voor:

  • a. parkeervoorzieningen;
  • b. groenvoorzieningen en/of tuin;
6.4.2 Gebruik van de opstallen

Onder verboden gebruik als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening wordt ten minste verstaan het gebruik van de opstallen voor:

  • a. bewoning, indien het een vrijstaand bijgebouw betreft;
  • b. kamerbewoning.
6.4.3 Aan huis verbonden beroep

De woning en bijbehorende bijgebouwen mogen worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en met dien verstande dat:

  • a. ten minste 50% van het verblijfsgebied met woonfunctie van de woning voor die functie gehandhaafd blijft, met een minimum van 120m2;
  • b. de activiteiten uitsluitend worden uitgevoerd door de bewoner(s) van de woning;
  • c. dit gebruik geen ernstige of onevenredige hinder mag opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de omgeving;
  • d. op eigen terrein in voldoende mate in de parkeerbehoefte wordt voorzien overeenkomstig het parkeerbeleid;
  • e. er geen detailhandel mag plaatsvinden.
6.5 Ontheffing van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor een kleinschalig dienstverlenend of ambachtelijk bedrijf indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. ten minste 50% van het verblijfsgebied met woonfunctie van de woning dient voor die functie gehandhaafd te blijven, met een minimum van 120m2;
  • b. de activiteiten dienen qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving;
  • c. de activiteiten mogen niet vergunningsplichtig zijn ingevolge de Wet milieubeheer;
  • d. de bedrijfsactiviteiten mogen uitsluitend betreffen: categorie 1-bedrijven volgens de toegesneden Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 is opgenomen bij deze regels;
  • e. er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteiten;
  • f. op eigen terrein in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte overeenkomstig het parkeerbeleid;
  • g. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad;