direct naar inhoud van Artikel 5 Verkeer
Plan: Centrum III, eerste herziening
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0951.BPschimmertIII-OH15

Artikel 5 Verkeer

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bewegend en stilstaand verkeer en de daarbij behorende voorzieningen;
  • b. nutsvoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt:

  • c. groenvoorzieningen, ter aankleding van niet direct voor bewegend en stilstaand verkeer noodzakelijke gronden, zoals bermen en/of middenbermen;
  • d. duurzaam bodem- en waterbeheer, tevens wateropvang/buffering en infiltratie.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing.

5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen

Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. (ondergrondse) voorzieningen ten behoeve van de afvalinzameling en afvalverwijdering;
  • c. geluidwerende voorzieningen.
5.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 3,50 m bedragen, met uitzondering van voorzieningen voor verlichting, waarvan de bouwhoogte maximaal 16 m mag bedragen.

5.2.3 Voorschriften aan bouwvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen aan de bouwvergunning voorschriften verbinden ten aanzien van het materiaalgebruik en technische voorzieningen zodat de waterkwaliteit en waterkwantiteit bij diepte-infiltratie gewaarborgd is.

5.3 Nadere eisen


Burgemeester en Wethouders kunnen, binnen een marge van 5,00 m., nadere eisen stellen ten aanzien van de op grond van in dit artikel toegelaten situering en afmetingen van bouwwerken, ter voorkoming van onevenredige nadelige gevolgen voor de milieusituatie, verkeersveiligheid, parkeerhinder, sociale veiligheid en gebruiksmogelijkheden en/of privacy van aangrenzende gronden.

5.4 Ontheffing bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 5.2.2 voor masten ten behoeve van telecommunicatie met een bouwhoogte van maximaal 20,00 m, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingbeeld, de verkeersveiligheid, de milieusituatie en/of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.5 Specifieke gebruiksregels

Onder verboden gebruik als bedoeld in Wet ruimtelijke ordening wordt ten minste verstaan het gebruik van de grond anders dan voor:

  • a. standplaats voor de verkoop van goederen en diensten, promotie, markten, kermissen en evenementen, mits het geen belemmering voor de verkeersafwikkeling vormt en het geen onomkeerbare verandering van de onder 5.1 genoemde doeleinden tot gevolg heeft.