| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o De Riet 4 Nederweert-Eind |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0946.TAMHfd22oDeRiet4-VA01 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie De Riet 4, Nederweert-Eind en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22o]) van het omgevingsplan van de gemeente Nederweert. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22o] van het omgevingsplan van de gemeente Nederweert. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22o.]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22o.]' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 3 daarvan is afgeweken.
Het omgevingsplan gemeente Nederweert.
Het TAM-Omgevingsplan 'De Riet 4' met identificatienummer NL.IMRO.0946.TAMHfd22oDeRiet4-VA01
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de planregels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
een dienstverlenende ambachtelijke bedrijvigheid, die in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is.
een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is.
onderzoek verricht door of namens de gemeente of door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 9.6 van de Erfgoedwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten.
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden).
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
zoals bestond ten tijde van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
een vrijstaand dan wel aangebouwd gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen niet als hoofdgebouw kan worden aangemerkt.
bouwen als bedoeld in Bijlage I Omgevingswet.
de grens van een bouwvlak.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
een grens van een bouwperceel.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
bouwwerk als bedoeld in Bijlage I Omgevingswet.
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
een gebouwde voorziening van enig materiaal bedoeld om een tuin of erf af te scheiden.
gebouw als bedoeld in Bijlage I Omgevingswet.
gewasbeschermingsmiddelen zijn chemische of biologische stoffen die in de landbouw worden gebruikt voor het beschermen van een gewas tegen schadelijke organismen zoals insecten, schimmels, onkruid en bacteriën.
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
één en ander voorzover de onder a en b bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Stacaravans worden hiertoe niet gerekend.
Landschappelijke inpassing is het aanpassen of vormgeven van een gebouw, terrein of ontwikkeling met groenvoorzieningen en landschapselementen zodat deze op een ruimtelijk verantwoorde en visueel passende te integreren in hun omgeving, zodat het landschapsbeeld behouden of versterkt wordt.
een landschapstuin is een grote tuin die zo is aangelegd dat de indruk van een natuurlijk landschap ontstaat, o.a. door de aanleg van verschillende landschapselementen, vijvers, rotspartijen en kronkelige paden.
een virtuele lijn die samenvalt met de bestaande voorgevel van de woning, alsmede zich uitstrekt tot maximaal 10 m ter weerszijden van die voorgevel.
het gehuisvest zijn van één huishouden in een woning.
een complex van ruimten, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden, met de daarbij behorende niet voor bewoning bestemde bergingen, stallingsruimten alsmede kantoor- en/of praktijkruimten, welke in de woning worden opgericht dan wel daaraan worden aangebouwd.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in artikel 4.1 tot en met 4.5.
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Bebouwing onder de begane grondvloer worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Agrarisch'.
Een als ‘Agrarisch’ aangewezen locatie heeft de volgende functies:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels.
Op de voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, die ten dienste staan aan de ter plaatse toegestane functie(s), waarbij de volgende beoordelingsregels gelden.
Buiten de aanduiding bouwvlak zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan ten behoeve van het agrarisch grondgebruik, gebruik als landschapstuin en/of recreatief medegebruik, met een maximale hoogte van 2 m en een maximale oppervlakte van 10 m2, danwel verkeers- en/of nutsvoorzieningen met een maximale hoogte van 1 m en een maximale oppervlakte van 6 m2 per bouwwerk;
Tot een met de functie 'Agrarisch' strijdig gebruik, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en opstallen anders dan het toegestane gebruik op grond van het bepaalde in artikel 7.2, meer in het bijzonder:
Het gebruik van de gronden en bouwwerken conform artikel 7.2 is uitsluitend toegestaan, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarde:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'.
Een als 'Wonen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met de daarbij behorende
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels.
Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen woningen, inclusief bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.
Voor de bouwwerken gelden de volgende eisen:
| plaatsing | uitsluitend ter plaatse van het bouwvlak, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van wonen - bedrijf aan huis opslag' tevens een gebouw is toegestaan ten behoeve van de functie zoals bedoeld in artikel 7.2, onder sub c. |
| dakhelling | minimaal 12°; deze eis geldt niet voor bijgebouwen |
| aantal woningen | één, tenzij anders op de verbeelding aangegeven |
| inhoud (woning) | maximaal 469 m3 of de bestaande inhoud indien deze groter is. |
| woningtype | éénlaags met kap |
| afstand tot zijdelingse perceelsgrens voor woningen | minimaal 3 m |
| afstand tot zijdelingse perceelsgrens voor bijbehorende bijgebouwen | minimaal 3 m |
| goothoogte vrijstaande bijgebouwen | maximaal 3,20 m |
| bouwhoogte vrijstaande bijgebouwen | maximaal 5,50 m |
| afstand tot woning voor vrijstaande bijgebouwen | maximaal 20 m uit de dichtstbijzijnde gevel |
| plaatsing | uitsluitend ter plaatse van het bouwvlak |
| bouwhoogte erfafscheidingen | maximaal 2 m; erfafscheidingen zijn ook vóór de voorgevelrooilijn toegestaan tot een bouwhoogte van max. 1 m. |
| bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | maximaal 6 m |
| oppervlakte | maximaal 30 m2 |
Gedurende de periode van sloop van de voormalige bedrijfsbebouwing en bouw van de twee nieuwe woningen, en uiterlijk tot 5 jaar na het onherroepelijk worden van dit plan, zijn twee tijdelijke woonverblijven toegestaan in de vorm van een tiny house of vergelijkbaar gebouw met elk een oppervlakte van maximaal 80 m².
Tot een met de functie 'Wonen' strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen anders dan het toegestane gebruik op grond van het bepaalde in artikel 7.2, meer in het bijzonder:
Het gebruik van de gronden en bouwwerken conform artikel 8.2 is uitsluitend toegestaan, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarde:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie.
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bedoeld voor de bescherming van de in grond aanwezige archeologische waarden.
Het bepaalde in lid 9.3.1 is niet van toepassing op:
Over het bepaalde in 9.3.2 kan een maatwerkvoorschrift worden gesteld aan de plaats, de fundering en de afmetingen van bouwwerken, voor zover die worden gebouwd op, of binnen een afstand van 25 m tot gebieden die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie', zulks ter voorkoming van onevenredige aantasting van het zicht op en de landschappelijke inpassing van het betreffende waardevolle terrein, maar ook omdat de exacte begrenzing van archeologische terreinen niet in alle gevallen vaststaat.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het gebied 'Waarde - Archeologie' wordt in het geval de aanvraag betrekking heeft op het bouwen en/of vergroten van bouwwerken van/met meer dan 2.500 m2 in aanvulling op artikel 22.35 door de aanvrager een rapport overlegd waarin naar oordeel van het bevoegd gezag:
Het bevoegd gezag kan één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.5:
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige archeologische waarden, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren over een oppervlakte van 2.500 m2 of meer:
Het in lid 9.7.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
De in lid 9.7.1 genoemde vergunning wordt verleend als:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Bufferzone hydrologisch gevoelige gebieden'.
De voor 'Waarde - Bufferzone hydrologisch gevoelige gebieden' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor het behoud en herstel van de natte milieuomstandigheden in de natuurgebieden de Groote Peel, Sarsven/de Banen, De Zoom en de Groote Moost.
Op de voor 'Waarde - Bufferzone hydrologisch gevoelige gebieden' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd.
Het bepaalde in lid 10.3.1 is niet van toepassing op:
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in sublid 10.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
Een in sublid 10.5.1 genoemde vergunning wordt verleend indien door de werken of werkzaamheden of door de direct of indirect te verwachten gevolgen daarvan geen bezwaar of nadeel ontstaat voor de bescherming van natte milieuomstandigheden, hetgeen blijkt uit een integrale gemeentelijke afweging, waarbij expliciet de natuurwaarden van het hydrologisch gevoelig gebied worden betrokken.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waterstaat - Beschermingszone watergang'.
De voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor:
Op de voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in sublid 11.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
Een in sublid 11.5.1 genoemde vergunning wordt verleend indien door de werken of werkzaamheden of door de direct of indirect te verwachten gevolgen daarvan geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van de watergang. Hieromtrent wordt advies gevraagd aan de beheersinstantie van de bedoelde watergang.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - boringsvrije zone' mogen geen activiteiten worden ontplooid die strijdig zijn met de bescherming van de bodem en grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening. Het gaat om activiteiten in de vorm van boringen en roeren van grond die dieper reiken dan 80 m onder maaiveld.
Het gebruik van gronden en gebouwen binnen de kaders van dit omgevingsplan is uitsluitend toegestaan als binnen het plangebied van dit bestemmingsplan is voorzien in een waterbergingsvoorziening van voldoende omvang en deze voorziening in stand wordt gehouden. De capaciteit van de waterbergingsvoorziening wordt als volgt berekend: minimaal 100 mm per m² toename bebouwd/verhard oppervlak.