direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Paraplubestemmingsplan Standplaatsen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0944.BPSTANDPLAATSEN-VA01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan

De gemeente Mook en Middelaar wil het aantal standplaatsen uitbreiden. Dit naar aanleiding van concrete verzoeken. Daarnaast wil de gemeente toerisme en recreatie stimuleren door op een aantal toeristische hotspots standplaatsen toe te staan. Deze verzoeken konden niet worden gehonoreerd, omdat deze locaties niet in het bestemmingsplan zijn aangewezen als standplaats. De gemeente heeft beleid voor het (al dan niet) toelaten van standplaatsen. Onderdeel van dit beleid is dat de bestemmingsplannen expliciet standplaatsen toe staan. Via voorliggend plan vindt deze verankering plaats.

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied bestaat uit zes locaties in de gehele gemeente Mook en Middelaar. Onderstaande afbeelding toont globaal de ligging van deze locaties.

afbeelding "i_NL.IMRO.0944.BPSTANDPLAATSEN-VA01_0002.png"

bron: openstreetmaps.org

Vier van de locaties zijn gelegen in of direct tegen de kernen van de Molenhoek, Mook of Middelaar. De locaties bij de Maas (hudige en oude Veerstoep) in Middelaar liggen verder van de kern.

1.3 Geldende bestemmingsplannen

Onderhavig plan betreft een zogenaamd 'parapluplan'. Dit plan komt als het ware 'boven' de geldende onderliggende bestemmingsplannen te liggen waarbij de onderliggende plannen onverminderd van toepassing blijven. Alle onderliggende plannen blijven dus van toepassing tot het moment dat deze herzien worden door een ander plan (dus niet dit voorliggende plan). De onderliggende plannen zijn: Mook en Molenhoek, Kerkplein te Middelaar en Mookerplas e.o.

1.4 Opbouw bestemmingsplan

Het bestemmingsplan is een bindend plan voor zowel overheid als burgers. In een bestemmingsplan wordt de bestemming ofwel de functie van de grond aangewezen. Ook geeft het bestemmingsplan regels over het gebruik van de grond en wat daarop gebouwd mag worden. Omgevingsvergunningen moeten worden getoetst aan het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, een verbeelding en planregels.


Toelichting

De toelichting wordt opgesteld overeenkomstig artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de toelichting is opgenomen:

  • een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen;
  • een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding;
  • de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 Bro bedoelde overleg;
  • de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek;
  • een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken;
  • de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan.


Omdat bij de voorbereiding van het bestemmingsplan geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is opgesteld, worden in de toelichting, conform artikel 3.1.6 lid 2 Bro, ten minste neergelegd:

  • een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden;
  • voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het plan begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied;
  • een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken.


Verbeelding

De verbeelding, een kaart, geeft de bestemming van de grond aan met daarbij eventuele aanduidingen zoals bouwvlakken. Door op de verbeelding te kijken is te zien welke bestemmingen en mogelijke aanduidingen er gelden. De verbeelding omvat de laatste afspraken over InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO) en Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.


Planregels

De planregels geven de gebruiksmogelijkheden aan van de grond en vaak ook op welke wijze de gronden bebouwd mogen worden. In het vormgeven van de planregels wordt aangesloten bij de SVBP 2012.

1.5 Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid en de relevante wetgeving opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens een juridische planbeschrijving gegeven. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van de inspraak en overlegmomenten zijn opgenomen.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1 Standplaatsen

Dit bestemmingsplan heeft als doel om het standplaatsenbeleid, zie het volgende hoofdstuk, mede goed uit te kunnen voeren. Immers, één van de aspecten waar een standplaats aan moet voldoen is dat het moet passen binnen het bestemmingsplan. Zo wordt, via voorliggend bestemmingsplan, het standplaatsenbeleid ook ingebed in het kader van goede ruimtelijke ordening.

Wat is een standplaats

Onder 'standplaats' wordt verstaan:

  • 1. een vaste plaats, die gelegen is op of aan de weg of aan een openbaar water. Het kan ook op een andere locatie, zolang deze maar voor het publiek toegankelijk en in de openlucht is;
  • 2. met een middel waarvan af of vanuit handel gedreven kan worden. Denk hierbij aan een open voertuig, een kraam of een tafel of enig ander middel die gebruikt kan worden in voor het uitoefenen van handel of dienstverlening. Het middel kan geen gebouw zijn wat permanent op de standplaats staat;
  • 3. waar goederen uitgestald kunnen worden om deze te verkopen of af te geven. Van deze plaats kunnen ook diensten worden aangeboden;
  • 4. met bijbehorend meubilair, zoals een terras, statafels, parasols en afvalbakken.

Wanneer het bovenstaand wordt samengevoegd ontstaat de volgende definitie voor het begrip standplaats: 'een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Inclusief bijbehorend meubilair waaronder terrassen, statafels, parasols en afvalbakken'.

Hierbij wordt in het standplaatsenbeleid onderscheid gemaakt in twee soorten standplaatsen:

  • 1. 'Vaste standplaats': een standplaats op een specifieke locatie die in een frequentie van minimaal één keer per maand wordt ingenomen.
  • 2. 'Incidentele standplaats': een standplaats op een specifieke locatie die voor slechts een beperkte duur wordt ingenomen en waarbij geen sprake is van enige regelmaat. Incidentele standplaatsen die worden gecreëerd voor evenementen vallen niet onder deze definitie. Hiervoor wordt verwezen naar het geldende evenementenbeleid van de gemeente Mook en Middelaar.

Vergunning voor een standplaats: soort, aantal en locatie

Op basis van het standplaatsenbeleid moeten vergunningen aangevraagd worden waarbij een afweging gemaakt wordt op basis van de in het beleid genoemde gronden. Het bestemmingsplan wijst slechts de locatie aan van de standplaatsen. Het soort standplaats en de aantallen wordt geregeld via het beleid. Voorliggend bestemmingsplan gaat daar dus niet op in. Voorliggend bestemmingsplan staat alleen een standplaats toe op de aangeduide locaties.

Toetsingskader

Het standplaatsenbeleid heeft een aantal toetsingscriteria. Deze hebben betrekking op veiligheid, milieu, hygiëne en andere ruimtelijke aspecten. Zie hiertoe mede bijlage 1 Standplaatsenbeleid 2015) bij dit bestemmingsplan.

Concurrentieoverwegingen spelen bij toetsing van een aanvraag voor een standplaats geen rol, daar dit ruimtelijk niet relevant is zolang de distributiestructuur niet duurzaam ontwricht raakt.

Hoofdstuk 3 Beleid

Bij onderhavig plan is het gemeentelijk beleid van belang inzake standplaatsen en Structuurvisie Toerisme en Recreatie. Beleidsaspecten van nationaal of provinciaal niveau worden hier dan ook niet benoemd.

3.1 Standplaatsenbeleid 2015

Voor standplaatsen heeft de gemeente Mook en Middelaar het beleidsdocument 'Standplaatsenbeleid 2015' vastgesteld. Het standplaatsenbeleid geeft nadere invulling aan de in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) vastgelegde gronden voor het afwijzen van een aanvraag voor een standplaatsvergunning.

Met het standplaatsenbeleid wordt invulling gegeven aan de regels van de APV om een uniforme aanpak ten aanzien van standplaatsen te kunnen realiseren. In de beleidsregels wordt onder meer het aantal locaties, de locaties zelf en de tijden gereguleerd om het gebruik van de standplaatsen in goede banen te leiden.

Deze beleidsregels hebben als doel ondernemers en standplaatsvergunninghouders dan wel aanvragers duidelijkheid te bieden over hun mogelijkheden en positie. Daarnaast heeft het als doel het gemeentelijk apparaat helderheid te verschaffen ten aanzien van vergunningverlening en handhaving.

Het juridisch kader van het standplaatsenbeleid wordt bepaald door afdeling 4 van de APV. In artikel 5:18 zijn in samenhang met artikel 1:8 APV de weigeringsgronden opgenomen. Naast de APV zijn op dit beleid in elk geval van toepassing:

  • de Winkeltijdenwet;
  • het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet;
  • de Verordeningen Winkeltijden Mook en Middelaar 2014;
  • de Wet ruimtelijke ordening;
  • de in de gemeente Mook en Middelaar geldende bestemmingsplannen;
  • de Warenwet;
  • de Wet milieubeheer.

In het standplaatsenbeleid wordt de volgende definitie voor standplaats gedefinieerd:

een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee soorten standplaatsen:

    • 1. 'Vaste standplaats': een standplaats op een specifieke locatie die in een frequentie van minimaal één keer per maand wordt ingenomen.
    • 2. 'Incidentele standplaats': een standplaats op een specifieke locatie die voor slechts een beperkte duur wordt ingenomen en waarbij geen sprake is van enige regelmaat. Incidentele standplaatsen die worden gecreëerd voor evenementen vallen niet onder deze definitie. Hiervoor wordt verwezen naar het geldende evenementenbeleid van de gemeente Mook en Middelaar.

Het standplaatsen beleid zet mede in op een gevarieerd voorzieningenaanbod als onderdeel van een prettig woon- en leefklimaat. Hieronder vallen ook aanvullende voorwaarden met betrekking tot het behouden en versterken van een redelijk voorzieningenniveau voor de consument ter plaatse. Het beleid kan bijdragen aan meer diversiteit in de branches en voorkomen dat er verdere verschraling van het voorzieningenniveau optreedt.

Het standplaatsenbeleid is in bijlage 1 opgenomen.

3.2 Structuurvisie Toerisme en recreatie

De Structuurvisie Toerisme en Recreatie (SVTR) is op 7 maart 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze structuurvisie gaat over recreatie en toerisme in de gemeente Mook en Middelaar. Zij is gebaseerd op een analyse van het toeristisch product (sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen). Ambities en doelstellingen zijn uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma voor de komende tien jaar. Met deze structuurvisie wil de gemeente duidelijke randvoorwaarden en kaders bieden voor toeristische ontwikkeling, een aanjagende en ondersteunende rol vervullen richting nieuwe initiatieven en kunnen reageren op initiatieven van derden.


Voor het zoneren en geleiden van toeristen en recreanten (met name wandelaars en fietsers) en het vergroten van de economische spin-off worden in de gemeente toeristische overstappunten (TOP's) en hotspots (economisch en niet-economisch) ontwikkeld. Op de volgende TOP's en hotspots worden standplaatsen toegevoegd:

  • 1. Maaskade en Raadhuisplein als onderdeel van Mook Magnifiek aan de Maas;
  • 2. Station Mook-Molenhoek;
  • 3. Oude Veerstoep;
  • 4. Huidige Veerstoep.


Voorliggend bestemmingsplan draagt bij aan de uitvoering van de Structuurvisie Toerisme en Recreatie van de gemeente Mook en Middelaar.


Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

Het onderhavige plan heeft geen negatieve invloed op de diverse ruimtelijk relevante aspecten. Navolgend worden deze één voor één kort benoemd:

Onderhavig plan voorziet niet in enige bouwactiviteit, standplaatsen zijn immers per definitie mobiel. Ook wordt de bodem niet geroerd. Een bodemonderzoek is daarmee overbodig noch vraagt dit plan archeologisch onderzoek. De verharding neemt door dit plan ook niet toe omdat standplaatsen doorgaans op een harde ondergrond staan en het regenwater dat op de standplaats valt niet via het riool wordt afgevoerd maar gewoon via het dak op de grond valt. Ook draagt de bestemming niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; de standplaatsen worden daar mogelijk gemaakt waar het publiek is. Ook geluid is geen uitvoerbaarheidsvraagstuk daar de standplaatsen op zich altijd klein zijn en in het rumoer van de omgeving op gaan. Voorts zorgt de gemeentelijke verordening dat het aspect geluid precies afgestemd wordt op de omgeving. Vanuit oogpunt van ecologie kan, tot slot, gemeld worden dat bij een standplaats geen verblijfplaatsen van dieren of planten worden verstoord daar de plaatsing in openbaar toegankelijk gebied is waar vele bezoekers reeds zijn. Mede daardoor is er ook geen effect op aangewezen beschermde natuurgebieden.

Voor dit plan is budget aanwezig binnen de gemeentelijke begroting. Voor het overige zijn er geen financiële aspecten aanwezig bij dit plan waardoor dit plan ook financieel uitvoerbaar is.

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet

5.1 Algemeen

Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012).

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn regels betreffende het gebruik gekoppeld.

De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

5.2 Verbeelding

Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

5.3 Planregels

De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk II geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk III geeft vervolgens de algemene regels. Ten slotte regelt Hoofdstuk IV de overgangs- en slotbepalingen.

Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde.

5.4 Wijze van bestemmen

Onderhavig plan betreft een parapluplan. Het vult de onderliggende plannen aan op één punt, te weten de standplaatsenregeling. Alle onderliggende plannen blijven onverkort van kracht.

Voorliggend bestemmingsplan bevat als enige bijzonderheid de volgende functieaanduiding:

  • 'specifieke vorm van detailhandel - standplaats', waar een (of meerdere) standplaatsen mogen komen.

Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

Hoofdstuk 6 Procedure

6.1 Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg.

Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2 Verslag artikel 3.1.1 Bro overleg

In het kader van het vooroverleg is dit plan niet met de provincie Limburg, Rijkswaterstaat en Waterschap Peel en Maasvallei besproken. Dit omdat de belangen van deze partijen niet in het geding zijn.

6.3 Verslag inspraak

Er is geen inspraak vereist omdat het beleid als zodanig is vastgesteld en daarmee de inhoud kenbaar is.

6.4 Verslag zienswijzen

Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 24 juni 2015 voor eenieder gedurende zes weken in het gemeentehuis ter inzage gelegen. Hierbij zijn er geen zienswijzen ingediend.