| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22X [Teelebeek Milsbeek] |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0907.TI22XTeelebeekMIL-VA01 |
Pré-ambule
Relatie met Omgevingsplan gemeente Gennep
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22X [Teelebeek Milsbeek] en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22[X]) opgenomen in het 'Omgevingsplan gemeente Gennep'. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
Leeswijzer regels
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) moet als volgt worden gelezen:
Artikel 1.1 van dit omgevingsplan is van overeenkomstige toepassing voor dit hoofdstuk 22[X].
In aanvulling op artikel 1.1, dan wel in afwijking daarvan gelden voor de toepassing van dit hoofdstuk 22[X] de volgende begripsbepalingen:
Omgevingsplan van de gemeente Gennep.
een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woonruimte wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door maximaal twee personen waaronder de gebruik(st)er van de woonruimte; hieronder worden tevens internet(web)winkels begrepen.
een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woonruimte wordt uitgeoefend door maximaal twee personen waaronder de gebruik(st)er, waarbij de woonruimte in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep.
een bouwwerk dat is voorzien van een dak en dat niet is aan te merken als hoofdgebouw of als bijgebouw.
een activiteit ondergeschikt aan een woning die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf voor korte tijd en waarbij het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten (daaraan) ondergeschikt is.
beleidsregels als bedoeld in artikel 4.19 Omgevingswet en tot het moment dat die beleidsregels zijn vastgesteld wordt daaronder mede verstaan de gemeentelijke welstandsnota als bedoeld in artikel 4.114, lid 1 Invoeringswet Omgevingswet.
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het oorspronkelijk hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het oorspronkelijk hoofdgebouw.
de grens van een bouwvlak.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels in dit Hoofdstuk 22[X] een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
een publieke activiteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in tijdelijke onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieve, of daarmee gelijk te stellen activiteiten, zoals markten, braderieën, beurzen, kermissen, festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten en festivals.
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de functie die aan een perceel is toegekend in dit Hoofdstuk 22[X] en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is.
één of meer personen die een gezamenlijke huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid.
een eenmalig, niet periodiek terugkerend evenement voor de duur van maximaal 5 dagen, inclusief op- en afbouw.
de (gedeeltelijke) bewoning van een woning via kameruitgifte, waarbij kamers geen zelfstandige woonruimte vormen door het ontbreken van één of meer wezenlijke voorzieningen zoals een eigen kook- en/of wasgelegenheid en/of toilet.
een evenement voor de duur van maximaal 1 dag, inclusief op- en afbouw.
het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd.
woonruimte in een gebouw die niet zelfstandig door een huishouden kan worden bewoond, omdat men afhankelijk is van een of meer wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Tot de wezenlijke voorzieningen behoren de natte cel, toiletruimte en opstelplaats voor een keuken.
Een zelfstandige woning waarvan de kale huurprijs niet meer bedraagt dan de maximale huurprijs voor sociale huurwoningen zoals jaarlijks vastgesteld door het ministerie van Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening, of de rechtsopvolger daarvan.
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt.
de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan.
Specifieke categorieën of types van woningen, zoals sociale huurwoningen, betaalbare lage- en midden koopwoningen, enzovoort.
een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor en gelet op de aanwezigheid van alle wezenlijke voorzieningen geschikt is voor de huisvesting van één huishouden.
De regels in dit hoofdstuk 22[X] zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22X [Teelebeek Milsbeek], waarvan de geometrische planobjecten zijn vervat in het gml-bestand NL.IMRO.0907.TI22XTeelebeekMIL-VA01, zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
De besluiten als bedoeld in artikel 22.1 onder a van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22X [Teelebeek Milsbeek], zover het regels betreft die zijn opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet.
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22X [Teelebeek Milsbeek] niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk 22X van dit plan.
In aanvulling op artikel 22.23 van dit omgevingsplan wordt bij het bouwen van bouwwerken op de volgende wijze gemeten:
de afstand vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen;
de afstand vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak;
de oppervlakte, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; en
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Aan de regels in dit hoofdstuk 22[X] wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies.
Deze functie is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van groenvoorzieningen op de op de verbeelding voor Groen aangewezen locaties.
De regels die in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22X [Teelebeek Milsbeek] zijn gesteld voor de voor Groen aangewezen locaties zijn, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op:
Op de voor Groen aangewezen locaties is het uitsluitend toegestaan gronden te gebruiken voor groenvoorzieningen, paden, verhardingen, kunstwerken, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen en uitsluitend overeenkomstig dit artikel 7.
Het is verboden de op de verbeelding voor Groen aangewezen locaties te gebruiken voor parkeervoorzieningen, anders dan op basis van een daarvoor verleende vergunning of anders dan toegelaten op basis van artikel 22.35 van dit omgevingsplan.
Deze functie is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van verkeersvoorzieningen op de op de verbeelding voor Verkeer aangewezen locaties.
De regels die in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22X [Teelebeek Milsbeek] zijn gesteld voor de voor Verkeer aangewezen locaties zijn, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op:
Op de voor Verkeer aangewezen locaties is het uitsluitend toegestaan gronden te gebruiken voor verharde en onverharde wegen en straten met maximaal 2x1 rijstroken, wandel- en (brom)fietspaden met een functie voornamelijk gericht op verblijf, en de afwikkeling van het doorgaande verkeer, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen, incidentele of kortstondige evenementen en uitsluitend overeenkomstig dit artikel 8.
Deze functie is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van (wonen in) woongebieden op de op de verbeelding voor Woongebied aangewezen locaties.
De regels die in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22X [Teelebeek Milsbeek] zijn gesteld voor de voor Woongebied aangewezen locaties zijn, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op:
Op de voor Woongebied aangewezen locaties is het uitsluitend toegestaan gronden en bouwwerken te gebruiken voor wonen in een woonruimte, de daarbij behorende tuinen en erven, groenvoorzieningen, verkeersvoorzieningen, paden, wegen, kunstwerken, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen water en waterhuishoudkundige voorzieningen en uitsluitend overeenkomstig dit artikel 9.
Het gebruik van gronden en gebouwen voor wonen op een voor Woongebied aangewezen locatie als bedoeld in artikel 9.3 is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
Het gebruik van gronden en gebouwen op een voor Woongebied aangewezen locatie als bedoeld in artikel 9.3 voor een aan huis verbonden beroep is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
Het is verboden een bijgebouw bij een woonruimte als zelfstandige of onzelfstandig woonruimte te gebruiken, anders dan op basis van een daarvoor verleende vergunning of anders dan toegelaten op basis van artikel 22.35 van dit omgevingsplan.
| Woonsegment | Minimum aantal |
| Sociale huurwoning | aantal aangegeven op de locatie 'minimum aantal sociale huurwoningen' |
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op een voor Woongebied aangewezen locatie als bedoeld in artikel 9.3 gronden en bouwwerken te gebruiken voor een aan huis verbonden bedrijf.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op een voor Woongebied aangewezen locatie als bedoeld in artikel 9.3 gronden en bouwwerken te gebruiken voor recreatieve nevenactiviteiten in de vorm van bed & breakfast.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op een voor Woongebied aangewezen locatie om het woonsegment van een woning zodanig te wijzigen dat niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 9.8 onder a.
Het bevoegd gezag verleent de vergunning als bedoeld in artikel 9.9 indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Het bevoegd gezag verleent de vergunning als bedoeld in artikel 9.10 indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Het college verleent de omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 9.11, uitsluitend voor zover verlening niet in strijd is met de Woon(zorg)visie van de gemeente Gennep, of met de opvolger hiervan.
Deze paragraaf gaat over het bouwen van bouwwerken op een voor Woongebied aangewezen locatie.
Een bouwwerk mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van het op grond van Paragraaf 22X.2 ter plaatse toegelaten gebruik voor Woongebied.
Uitsluitend de volgende bouwwerken mogen worden gebouwd op een voor Woongebied aangewezen locatie:
In aanvulling op artikel 22.39 van dit omgevingsplan is voor het in stand houden van een bestaand bouwwerk geen omgevingsvergunning vereist, mits het een feitelijk bestaand bouwwerk betreft dat is gebouwd:
Voor zover op een locatie op grond van deze paragraaf (paragraaf 22X.3) gebouwen mogen worden gebouwd, mogen gebouwen tevens ondergronds worden gebouwd tot een verticale bouwdiepte van maximaal 4 m.
De aanvraagvereisten als opgenomen in artikel 22.34 van dit omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning op basis van deze paragraaf 22X.3.
In afwijking van artikel 22.25 van dit omgevingsplan is het verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw voor een woonfunctie te bouwen, uit te breiden of te veranderen op een voor Woongebied aangewezen locatie.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.2 wordt alleen verleend indien:
Artikel 22.29 sub c, 22.30 en 22.31 van dit omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing.
Dit artikel gaat over het bouwen, uitbreiden of veranderen van een bijgebouw of een ander bouwwerk met een dak op een voor Woongebied aangewezen locatie.
In afwijking van artikel 22.25 van dit omgevingsplan is het verboden zonder omgevingsvergunning een bijgebouw of een ander bouwwerk met een dak te bouwen, uit te breiden of te veranderen op een voor Woongebied aangewezen locatie.
| Oppervlakte van gronden gelegen op 1 m achter de voorgevelrooilijn van het oorspronkelijk hoofdgebouw en die niet behoren tot het oorspronkelijk hoofdgebouw | Maximale gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen en andere bouwwerken met een dak op een bouwperceel |
| Kleiner dan of gelijk aan 100 m2 | 50% van de oppervlakte van gronden gelegen op 1 m achter de voorgevel van het oorspronkelijk hoofdgebouw en die niet behoren tot het oorspronkelijk hoofdgebouw |
| Groter dan 100 m2 en kleiner dan 300 m2 | 50 m2 vermeerderd met 20% van de oppervlakte van gronden gelegen op 1 m achter de voorgevel van het oorspronkelijk hoofdgebouw en die niet behoren tot het oorspronkelijk hoofdgebouw |
| Groter dan of gelijk aan 300 m2 | 90 m2 vermeerderd met 10% van de oppervlakte van gronden gelegen op 1 m achter de voorgevel van het oorspronkelijk hoofdgebouw en die niet behoren tot het oorspronkelijk hoofdgebouw, tot een maximum van 150 m2 |
Dit artikel gaat over het bouwen, uitbreiden of veranderen van een bouwwerk zonder dak op een voor 'Groen' aangewezen locatie.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk zonder een dak te bouwen, uit te breiden of te veranderen op een voor Groen aangewezen locatie.
Dit artikel gaat over het bouwen, uitbreiden of veranderen van een bouwwerk zonder dak op een voor 'Verkeer' aangewezen locatie.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk zonder een dak te bouwen, uit te breiden of te veranderen op een voor Verkeer aangewezen locatie.
Dit artikel gaat over het bouwen, uitbreiden of veranderen van een bouwwerk zonder dak op een voor Woongebied aangewezen locatie.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk zonder een dak te bouwen, uit te breiden of te veranderen op een voor Woongebied aangewezen locatie.
De vergunningplicht als bedoeld in artikel 15.2 is niet van toepassing voor een erf- of perceelsafscheiding die voldoet aan de volgende voorwaarden:
Indien in het kader van een vergunningplicht als opgenomen in dit Hoofdstuk 22[X] dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, dient de betreffende parkeervoorziening als aangegeven in de aanvraag en vervolgens is vergund na de aanleg duurzaam in stand te worden gehouden.
In het plangebied zijn (bouw)werkzaamheden pas toegestaan als met nader ecologisch onderzoek is aangetoond dat er (indien van toepassing) na het nemen van maatregelen c.q. na het verlenen van een omgevingsvergunning flora en fauna-activiteit(en)) geen significant negatieve effecten optreden voor de grote vos, huismus, marterachtigen en steenuil.
Dit artikel gaat over het uitvoeren van de volgende activiteiten op een voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen locatie:
De regels die in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22X [Teelebeek Milsbeek] zijn gesteld voor de voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen locaties zijn, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op:
Deze functie is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende functie(s).
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen locaties een of meer van de volgende activiteiten uit te voeren:
De vergunningplicht als bedoeld in artikel 18.3 is niet van toepassing voor werkzaamheden:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.3 wordt alleen verleend indien door het uitvoeren van de aangevraagde activiteit, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het beschermen van de archeologische waarden, aan te tonen door een door de te overleggen rapport waarin de archeologische
van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld waarbij aan de vergunning de volgende voorschriften kunnen worden verbonden:
De aanvraagvereisten als opgenomen in artikel 22.274 van dit omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.3.