direct naar inhoud van Artikel 19 Verkeer
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0905.bpbuitengebied-VA01

Artikel 19 Verkeer

19.1 Bestemmingsomschrijving

19.1.1 De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bewegend en stilstaand wegverkeer met de daarbij behorende voorzieningen, uitgezonderd verkooppunten van motorbrandstoffen;
  • b. voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, daaronder begrepen kabels en leidingen;
  • c. groenvoorzieningen, ter aankleding van niet direct voor bewegend en stilstaand verkeer noodzakelijke gronden, zoals (midden)bermen;
  • d. duurzaam bodem- en waterbeheer, waaronder begrepen de aanleg van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water;
  • e. voor wandel-, ruiter-, fiets-, wielren- en mountainbike-evenementen op bestaande wegen/paden waarbij de regels in artikel 40.3 in acht worden genomen;

en, ter plaatse van de dubbelbestemming 'waterstaat - waterlopen', voor:

  • f. primair water in de vorm van wegwaterlossingen en overkluisde watergangen, waarbij tevens de Keur van het waterschap van toepassing is.

19.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de op de plankaart aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 44.

19.2 Bouwregels

Boven, op of onder de tot 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken geen gebouwen zijnde:

  • noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer;
  • ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden;
  • behorende tot de recreatieve voorziening, zoals recreatieve bewegwijzering, informatieborden en kleinschalige uitzicht- en rustpunten;
  • behorende tot het straatmeubilair;
  • ten behoeve van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water;
  • noodzakelijk voor de gescheiden boven- of ondergrondse inzameling van afvalstoffen;
  • uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'waterstaat - waterlopen', welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de wegwaterlossing of overkluizing,

met dien verstande dat:

  • a. de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten hoogste 4.00 m mag bedragen, met uitzondering van:
  • de hoogte van voorzieningen voor verlichting, verkeerstekens en andere palen en masten, die ten hoogste 10.00 m mag bedragen.
19.3 Nadere eisen

19.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van:

  • de situering en de afmetingen van bouwwerken.

19.3.2 de 19.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld:

  • ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid en uitzicht en privacy van derden.
19.4 Ontheffing van de bouwregels

19.4.1 Ontheffing kunstwerken, voorwerpen betreffende de beeldende kunsten,speelvoorzieningen

Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen ten behoeve van het oprichten van kunstwerken, voorwerpen betreffende de beeldende kunsten, speelvoorzieningen en dergelijke, mits:

  • deze qua aard en omvang in de omgeving passen;
  • bij speelvoorzieningen de bodem, blijkens bodemonderzoek vooraf, niet zodanig verontreinigd is, dat bezwaren bestaan tegen de realisering ervan,

met dien verstande dat:

  • a. de hoogte van deze bouwwerken ten hoogste 6.00 m mag bedragen.

19.4.2 Procedure ontheffing

Burgemeester en Wethouders volgen bij het verlenen van ontheffing de in artikel 42 gegeven procedure.