direct naar inhoud van Artikel 9 Bedrijf - Verkooppunt Motorbrandstoffen
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0905.bpbuitengebied-VA01

Artikel 9 Bedrijf - Verkooppunt Motorbrandstoffen

9.1 Bestemmingsomschrijving

9.1.1 De voor 'Bedrijf – Verkooppunt motorbrandstoffen' aangewezen gronden zijn bestemd voor de brandstofvoorziening van motorvoertuigen en de daarbij behorende voorzieningen.

9.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de op de plankaart aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 44.

9.2 Bouwregels

Op de tot 'bedrijf - verkooppunt motorbrandstoffen' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van het in 9.1.1 toegestane gebruik;
  • ondergrondse opslagtanks en bijbehorende vulpunten,

en de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat:

  • a. gebouwen uitsluitend in het bouwvlak mogen worden gebouwd;
  • b. de goothoogte van gebouwen, geen woning zijnde, ten hoogste 3.00 m mag bedragen;
  • c. de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten hoogste 5.00 m mag bedragen, met uitzondering van:
  • de hoogte van erfafscheidingen, die ten hoogste 2.50 m mag bedragen.
9.3 Nadere eisen

9.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van:

  • de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing;
  • de aard, hoogte en de situering van erfafscheidingen;
  • voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing,

een en ander op basis van een landschappelijk inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) en indachtig de regels zoals deze gesteld zijn in de POL-uitwerking BOM+.

9.3.2 de in 9.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld:

  • indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing, of
  • ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden, of
  • ter verbetering van de gebiedskwaliteit.
9.4 Specifieke gebruiksregels

9.4.1 Gebruiksregels van de grond

Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 38 wordt tenminste verstaan het gebruik van de grond voor en/of als:

  • a. standplaats of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen;
  • b. staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel;
  • c. opslag, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.

9.4.2 Gebruiksregels van opstallen

Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 38 wordt tenminste verstaan het gebruik van opstallen voor:

  • a. woondoeleinden;
  • b. detailhandel, met uitzondering van de verkoop van nevenproducten, dan wel uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'maximum vloeroppervlakte (m²)' producten waarvan de verkoop voortvloeit uit en ondergeschikt is aan de verkoop van motorbrandstoffen, mits de verkoopruimte één geheel vormt met het brandstoffenverkooppunt en de bruto bedrijfsvloeroppervlakte van de detailhandelsactiviteiten niet meer bedraagt dan de aangeduide maximum vloeroppervlakte;
  • c. ambachtelijke en/of industriële doeleinden;
  • d. horecadoeleinden, anders dan de verkoop van ter plaatse te nuttigen snacks en dranken;
  • e. recreatieve doeleinden;
  • f. opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.