direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijventerrein
Plan: Bedrijventerrein De Flammert
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0893.BP11023FLAFLA-VA01

Artikel 3 Bedrijventerrein

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 tot en met 3 van de bedrijvenstaat;
  • b. ondersteunende kantoorfaciliteiten, direct gekoppeld aan productie-, handels, distributie- en vervoersbedrijven, waarvan het bruto kantoorvloeroppervlak maximaal 30% van het bedrijfsvloeroppervlak mag bedragen;
  • c. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten welke niet genoemd worden in de lijst van bedrijfsactiviteiten bij de categorieën 2 en 3, maar naar de aard, omvang en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven als bedoeld in de categorieën 2 en 3;
  • d. productiegebonden detailhandel (met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen), waarvan de totale verkoopvloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 10% van de totale bedrijfsoppervlakte;
  • e. ondergeschikte detailhandel in goederen of producten die in directe relatie staan met de aard van het bedrijf, waarvan de totale verkoopvloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 10% van de totale bedrijfsoppervlakte;
  • f. detailhandel in de vorm van bouw- en tuincentra en boerenbondwinkels, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel';
  • g. detailhandel in grove bouwmaterialen;
  • h. detailhandel in tweedehands auto's;
  • i. detailhandel in landbouwmachines;
  • j. autobedrijven;
  • k. een bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • l. een woonwagenstandplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats';
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2', uitsluitend het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de bedrijvenstaat;
  • n. een bedrijf ten behoeve van de verwerking van kunststofproducten zoals vermeld in de categorie 4 van de bedrijvenstaat, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kunststofverwerking';
  • o. een bedrijf ten behoeve van de vervaardiging van elektronische kabels en draden zoals vermeld in de categorie 4 van de bedrijvenstaat, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - vervaardiging elektronische kabels';
  • p. een bedrijf ten behoeve van de vervaardiging van onderdelen van machines en apparaten zoals vermeld in de categorie 4 van de bedrijvenstaat, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - machine en apparatenfabriek';
  • q. de verkoop van motorbrandstoffen zonder LPG ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg';
  • r. risicovolle inrichtingen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'risicovolle inrichting', waarbij de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de inrichting de perceelsgrenzen van het betreffende bedrijf niet mag overschrijden;
  • s. een recreatieve voorziening in de vorm van een overdekte speel- of sportvoorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatie';
  • t. een voorziening van algemeen nut ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening';
  • u. een zendmast ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie';
  • v. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • w. tuinen, erven en terreinen;
  • x. parkeervoorzieningen;
  • y. groenvoorzieningen.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen, niet zijnde woningen en bijbehorende bouwwerken bij woningen, gelden de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte';
  • c. het maximale bebouwingspercentage per bouwperceel mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage';
  • d. de maximale perceelsoppervlakte bedraagt 5.000 m², met uitsluiting van bedrijven waarvan de perceelsoppervlakte op het moment van terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan reeds groter is dan 5.000 m². Voor deze bedrijven geldt de perceelsoppervlakte op het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan als maximum;
  • e. de minimale afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens en achterperceelsgrens bedraagt 3 meter, met uitsluiting van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende afstand perceelsgrens', waar de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2,5 meter bedraagt en de afstand tot de achterperceelsgrens minimaal 1 meter.

3.2.2 Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van een bedrijfwoning (hoofdgebouw) gelden de volgende bepalingen:

  • a. bedrijfswoningen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • c. de goothoogte van bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 5,5 meter;
  • d. de maximale inhoud van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 750 m³.

3.2.3 Woonwagenstandplaats

Voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' gelden de volgende bepalingen:

  • a. niet meer dan 4 woonwagens zijn toegestaan;
  • b. er mogen geen woningen worden gebouwd;
  • c. maximaal 4 bijgebouwen mogen worden gebouwd met een maximale oppervlakte van 10 m² per bijgebouw en een hoogte van niet meer dan 3 meter.

3.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend in een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de maximale goothoogte bedraagt 3,2 meter;
  • c. de maximale bouwhoogte bedraagt 5 meter;
  • d. de bijbehorende bouwwerken mogen in of op minimaal 1 meter afstand van de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd;
  • e. indien een bijbehorende bouwwerk met één gevel op de perceelsgrens wordt opgericht bedraagt de maximale bouwhoogte aan de zijde van de betreffende gevel 3,2 meter;
  • f. de minimale afstand tot de naar de weg gekeerde bouwgrens bedraagt 3 meter;
  • g. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt 30 m².

3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1 meter mag bedragen;
  • b. de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 4 meter, met dien verstande dat er slechts 1 overkapping per bouwperceel gerealiseerd mag worden, met een maximale oppervlakte van 30 m² en enkel opgericht mag worden achter de gevelrooilijn;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 meter bedragen.
  • d. in afwijking van het bepaalde onder c mag de bouwhoogte van lichtmasten en verlichtingsarmaturen maximaal 12 meter bedragen;
  • e. de bouw van een zwembad is niet toegestaan.

3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing:

  • a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
  • c. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  • d. ter waarborging van de sociale veiligheid;
  • e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.

3.4 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. het bepaalde in 3.2.4 onder e ten behoeve van het toestaan van een hoogte van maximaal 5 meter, mits stedenbouwkundig en ruimtelijk aanvaardbaar;
  • b. het bepaalde in 3.2.4 onder f ten behoeve van het toestaan van een afstand van minimaal 1 meter, mits stedenbouwkundig aanvaardbaar en het bijbehorende bouwwerk een ondergeschikte uitstraling ten opzichte van het hoofdgebouw blijft houden;
  • c. het bepaalde in 3.2.1 onder c ten behoeve van het toestaan van een hoger bebouwingspercentage tot maximaal 80%, mits is aangetoond dat er voldoende ruimte resteert voor opslag en parkeren.

3.5 Specfieke gebruiksregels
3.5.1 Algemeen

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:

  • a. geluidszoneringsplichtige inrichtingen;
  • b. risicovolle inrichtingen, met uitsluiting van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'risicovolle inrichting;
  • c. wonen, behoudens in een bedrijfswoning of woonwagen als bedoeld in 3.1 sub k en sub l;
  • d. detailhandel, met uitzondering van detailhandel als bedoeld in 3.1 sub d tot en met j;
  • e. een verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg;
  • f. seksinrichtingen;
  • g. horecadoeleinden;
  • h. recreatieve doeleinden, met uitsluiting van de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'recreatie';
  • i. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens.

3.5.2 Woonwagenstandplaats

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' wordt in elk geval gerekend het gebruik:

  • a. als standplaats voor onderkomens, behoudens voor niet meer dan 4 woonwagens;
  • b. als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • c. voor commerciële-, reclame- en/of recreatieve doeleinden;
  • d. voor de uitoefening van enige vorm van handel of bedrijf;
  • e. voor voorbereidende werken en werkzaamheden ten behoeve van de onder a tot en met d beschreven doeleinden of gebruiksvormen.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1 Bedrijfsactiviteiten

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 ten behoeve van:

  • a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een naast hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 3.1 indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 3.1, niet in de bedrijvenstaat worden genoemd;
  • b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 3.1, niet in de bedrijvenstaat wordt genoemd;
  • c. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten in categorie 4 van de bedrijvenstaat, indien is aangetoond dat er geen sprake is van nadelige milieuhygiënische gevolgen voor omliggende milieugevoelige functies.

Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.

3.7 Wijzigingsbevoegdheid
3.7.1 Verwijderen aanduiding 'bedrijfswoning'

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding 'bedrijfswoning' te verwijderen mits de bedrijfswoning ter plaatse niet meer als zodanig aanwezig is of voor de duur van ten minste één jaar niet meer als zodanig in gebruik is.

3.7.2 Verwijderen aanduiding 'woonwagenstandplaats'

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding 'woonwagenstandplaats' te verwijderen mits de woonwagenstandplaats ter plaatse niet meer als zodanig aanwezig is of voor de duur van ten minste één jaar niet meer als zodanig in gebruik is.