Type plan: beheersverordening
Naam van het plan: Eijkhagenbos
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0882.BVEIJKHAGENBS02001-VG01

Artikel 5 Bedrijf - Delfstoffenwinning

5.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor 'Bedrijf - Delfstoffenwinning' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. de winning van oppervlaktedelfstoffen met de daarbij behorende voorzieningen;
  2. be- en verwerking van steenbergmateriaal;
  3. een zeef- en breekinstallatie;
  4. opslag van goederen en materialen ten behoeve van de onder sub a. en b. genoemde functies;
  5. stalling en onderhoud van materieel ten behoeve van ter plaatse toegestane oppervlaktedelfstoffenwinning;
 
en tevens voor:
  1. een gerioleerde watergang, uitsluitend ter plaatse van het op de illustratie aangegeven besluitsubvlak 'water' (wa);
 
en daarbij behorende:
  1. groenvoorzieningen;
  2. verkeer- en parkeervoorzieningen, conform het bepaalde in artikel 23 lid 2.2;
  3. recreatieve voorzieningen in de vorm van picknickplaatsen, lig- en speelweiden en speelvoorzieningen;
  4. voorzieningen voor het opvangen, vasthouden (infiltreren), bergen en afvoeren van hemelwater.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen
 
Op de voor 'Bedrijf - Delfstoffenwinning' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
  1. (hoofd)gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van het in de aanhef toegestane gebruik;
  2. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  3. (ondergronds) opslagtanks.
5.2.2 Regels met betrekking tot gebouwen
 
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  1. de oppervlakte van alle (hoofd)gebouwen tezamen mag maximaal 350 m² bedragen;
  2. de hoogte van gebouwen mag maximaal 21,00 meter bedragen.
5.2.3 Regels met betrekking tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  1. de totale oppervlakte vanbouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erfafscheidingen, mag maximaal 400 m² bedragen;
  2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erfafscheidingen en recreatieve voorzieningen zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 sub i, mag maximaal 15,00 meter bedragen;
  3. de bouwhoogte van recreatieve voorzieningen zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 sub i mag maximaal 5,00 meter bedragen;
  4. de bouwhoogte van van erfafscheidingen mag maximaal 3,00 meter bedragen.
5.3 Nadere eisen
5.3.1 Algemeen
 
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van:
  1. de situering en de afmetingen van de hoofdgebouwen en bijgebouwen;
  2. de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5.3.2 Voorwaarden
 
De nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld:
  1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing in de bestaande bebouwing;
  2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  3. ter bescherming van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden;
  4. ter bescherming van de verkeersveiligheid.
5.4 Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Verboden gebruik
 
Onder verboden gebruik wordt in elk geval verstaan het gebruik en/of laten gebruiken van gronden en opstallen voor en/of als:
  1. detailhandel met uitzondering van ondergeschikte detailhandel tot een maximum van 10 % van het bedrijfsvloeroppervlak tot een maximum van 500 m² verkoopvloeroppervlak per bedrijf;
  2. wonen;
  3. risicovolle inrichtingen, zoals bedoeld in het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen';
  4. geluidszoneringsplichtige inrichtingen;
  5. aan horeca verwante bedrijvigheid;
  6. opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak en opslagdoeleinden, anders dan in verband met het toegelaten gebruik. In ieder geval wordt als strijdig gebruik aangemerkt: brand- en explosie-gevaarlijke opslag, waaronder opslag van vuurwerk;
  7. verkooppunt voor motorbrandstoffen;
  8. staanplaats of ligplaats voor onderkomens, behoudens voor zover en voor zolang de aanwezigheid van onderkomens nodig is in verband met het in het bos- en/of natuurgebied uit te voeren werken of werkzaamheden;
  9. sport- en wedstrijdterrein, kampeer- of caravanterrein, dagcamping, parkeerterrein, paardenbak en als lig- of speelweide;
  10. het testen van voertuigen, de beoefening van de motorsport, het houden van wedstrijden met motorvoertuigen, motoren of bromfietsen;
  11. het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren of bromfietsen;
  12. staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel;
  13. militaire oefeningen met uitzondering van marsoefeningen, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen.